vrijdag 14 juni 2019

ALLES GAAT SLAPEN - Astrid Lindgren & Marit Törnqvist (Querido)

Je hoeft niet in Zweden te zijn opgegroeid om een permanent sluimerend heimwee naar de Scandinavische zomers te hebben: de stille meren, de aardrode houten huizen, de sparrenbossen, het maar rondhangende avondlicht... Marit Törnqvist maakte een prachtig nieuw prentenboek dat zich precies tegen die achtergrond afspeelt. De tekst is een niet eerder in boekvorm verschenen wiegeliedje van de grote Astrid Lindgren: Alla skal sova, prachtig door Bette Westera vertaald als Alles gaat slapen (want nu is het nacht).

Het verhaal gaat over een jong kind dat moet gaan slapen, net als degene aan wie dit hopelijk wordt voorgelezen. Maar het is óók te hopen dat dat voorgelezen kind op z'n minst de duur van het bekijken van Alles gaat slapen nodig heeft om werkelijk te gaan soezen, want wie zou niet het katje willen volgen dat in de slaapkamer van het kind verlangend door het raam naar buiten zit te kijken? Even later wordt het naar buiten gelaten en dan maakt het katje een avondwandeling langs alle dieren die ook gaan slapen - dat wat in het Lindgren-liedje beschreven wordt. Overal zijn het de jongste dieren, het kalfje, het veulentje, het elandje, het konijntje, die nog heel even klaarwakker zijn (we hadden het kunnen weten, want op de beginplaat lagen ze al als knuffels om de hoofdpersoon heen). Op schitterende overzichts-natuurplaten zien we het vervolgens steeds later worden, en natuurlijk is het einde wenzzzzvervullend.

De sublieme vormgeving van Barbara van Dongen Torman en Marit zelf moet apart genoemd worden. Wat een schitterend font! Alles bij elkaar, beeld, scènes, keuze, focus, tekst, vertaling en design, maakt dit tot een wondermooi prentenboek dat je zomaar een verblijf in je droomomgeving aanbiedt. 

vrijdag 7 juni 2019

WOORDNERD - Susin Nielsen (Lemniscaat)

Wie weleens naar De Grote Vriendelijke Podcast luistert, weet het: de presentatoren zijn fan van Susin Nielsen. In de laatste aflevering beleden ze hun liefde zo hartstochtelijk dat ik mijn eerste Nielsen ben gaan lezen. Dat werd Woordnerd, en my, o, my, Bas en Jaap hebben gelijk.
De hoofdpersoon van dit boek is de bijna dertienjarige Ambrose. Hij woont in een kelderwoninkje met zijn moeder. Zijn vader is voor Ambroses geboorte van de een op de andere minuut overleden. Dat heeft ervoor gezorgd dat Ambroses moeder haar leven én dat van haar zoon op slot heeft gegooid. Maar na een aantal hoofdstukken van dit boek kennen we Ambroses redding: scrabble. Dat klinkt weinig sociaal en mensenrijk, maar aan dat scrabbelen zit Cosmo vast - een twintiger die net uit de gevangenis is.
Woordnerd is een vurig boek over een onverwachte vriendschap. Het leert niet alleen Ambrose, maar ook de lezer wat leven kan zijn - zou móéten zijn. De heldere en grappige schrijfstijl wekt de hoofdpersonen tot leven en brengt hun kloppende hart tot heel dicht bij dat van de lezers.

Dit boek werd vertaald door Lydia Meeder en Barbara Zuurbier. 

woensdag 5 juni 2019

DARIUS DE GROTE IS NIET OKÉ - Adib Khorram (Gottmer)


Op het prachtige omslag van deze Young Adultroman zien we twee jongens die vanaf een hoger gelegen plek uitkijken over een stad. Zitten ze ergens op een balkon? Of op een dak?
Zodra je op ongeveer een derde van dit boek bent weet je dat het de hoofdpersoon Darius is, een jongen uit Amerika die van Star Trek houdt, en zijn nieuwe vriend Sohrab. Ze zijn in Iran, in het stadje Yazd. Daar is Darius met zijn gezin voor het eerst op bezoek bij de familie van moederskant.
Tussen Sohrab en Darius (die terwijl hij in Iran is ‘Darioush’ genoemd wordt) ontstaat een heel erg mooie vriendschap, maar minstens net zo mooi is de manier waarop de schrijver de lezer lange tijd doet raden naar hóé intens die vriendschap nu precies is.
In elk geval verandert de reis naar Iran veel voor Darius. Ook dat gebeurt op een geleidelijke manier, en wat me heel erg beviel aan dit boek was alles wat we meekrijgen over Iran. Over de Iraanse architectuur. Over het Perzische eten. Maar ook over Star Trek en over thee – twee van de grote hartstochten van Darius.
Het grote thema van het boek is overigens mentale gezondheid. Het is een thema dat steeds belangrijker wordt en waar gelukkig ook steeds meer over te lezen is. Khorram schrijft er prachtig inzichtelijk over – een van de vele verdiensten van dit originele, kalme, intense boek. Het boek kreeg terecht al veel aandacht en lof in de Verenigde Staten. Dat mag hier ook gebeuren, want het is een uitzonderlijke YA-roman, die ook lang na lezing nog leesherinneringen afgeeft.

Dit boek werd vertaald door Tjalling Bos.

dinsdag 4 juni 2019

DWARS DOOR AMSTERDAM - Simone Bijlard (Querido)

Een non-fictieboek dat imponeert, dat is Dwars door Amsterdam. Alleen al door het formaat: een oblong boek, waarvan je, als je het uitklapt, een tafeltje kunt bouwen. Of een ruim puntdak van een poppenhuis.
Passend, dat laatste, want het boek gaat over tien bijzondere Amsterdamse gebouwen. Van alk van die tien zijn er twee spreads, één kijkplaat zonder tekst, waarbij het gebouw 'opengewerkt' te zien is, en dan eenzelfde plaat waarbij sommige details uitgelicht worden. Er staan cijfertjes in de tekening die corresponderen met bijzonderheden.
Wat mooi is: de gebouwen zijn gerangschikt in volgorde van bouwjaar, waardoor je al lezend ook ontdekt hoe technieken en architecturale benaderingen veranderden. Bijlard heeft zich gelukkig niet verloren in allerlei ingewikkelde weetjes, ze pikt er precies de juiste wetenswaardigheden uit. Ook de keuze is interessant: het Zuiderbad is verrassend, bijvoorbeeld, maar ook Nemo (nooit geweten dat dat gebouw niet bedoeld is als de steven van een boot, maar de structuur van de IJ-tunnel, die eronder ligt, spiegelt). Fijn boek. Met strakke vormgeving van Steef Liefting. Ook mooi: de luchten boven de tekeningen zijn afkomstig van schilderijen uit het Rijksmuseum. Dat soort details maken een boek als dit nóg specialer.
En dus: wat gaat Bijlard hierna maken? Dwars door Rotterdam? Dwars door Nederland? Dwars door Amsterdam 2? Want ja: dit boek is zo geslaagd dat het vraagt om méér. 


maandag 3 juni 2019

DE BOOM MET HET OOR - Annet Schaap & Philip Hopman (Querido)

Van sommige boeken weet je meteen: dit is een klassieker. Dat dat het geval was met Annet Schaaps debuut Lampje betwist werkelijk niemand, maar als je De boom met het oor voor het eerst in handen krijgt voel je het opnieuw.

Dit keer zijn er twee grote namen verantwoordelijk: Annet Schaap voor de tekst, en Philip Hopman voor de tekeningen. Philip zette voor dit boek brede stadstekeningen op. Die zijn stuk voor stuk het uitpluizen waard. Niet alleen de gebouwen imponeren (met die balkons met heerlijk gebogen balustrades), maar ook de overal aanwezige mensen, die allemaal wel een mini-verhaaltje in zich dragen. Je kunt het echtpaar in het restaurant bekijken, waarvan man en vrouw allebei naar buiten staren in plaats van naar elkaar, de drie bijpratende buurvrouwen, de kapper en zijn klant, de twee duister in het zwart gekleden heren met baarden. Elk van die detailscènes roept als het ware tekstballonnetjes op.
En dan hebben we het nog maar over één soort prent. Er is ook de imposante boomtekening, er zijn de in optocht lopende insecten, er zijn parken en stenen trappen en er is zon en kleur en overdaad en dosering. Philip Hopman betoont zich wéér (wanneer niet) een meester.

De tekst van Annet Schaap, die ze in opdracht schreef voor het Internationaal Kamermuziek Festival, draait om een belangrijk verhaal dat 'de jongen' te vertellen heeft. Maar niemand heeft tijd om het aan te horen. En zélf veronachtzaamt hij weer de wederwaardigheden van een rijtje treurende kevers. Of nee - toch net niet. En ja - we krijgen uiteindelijk toch te horen wat zijn belangrijke verhaal is. Dat stelt totaal niet teleur, en dit boek, dit pleidooi voor het luisteren, doet ruim het tegenovergestelde: De boom met het oor is een trots tweede boek van Annet Schaap en een zoveelste grootheidsproef van Philip Hopman. Met, mede door de prachtige vormgeving van Steef Liefting (verzorgd tot aan het font van de reclamesticker aan toe), klassiekerstatus.
         

woensdag 24 april 2019

DE ONVERKLAARBARE LOGICA VAN MIJN LEVEN - Benjamin Alire Sáenz (Blossom Books)

Na Aristoteles en Dante ontdekken de geheimen van het universum, dat ik prachtig vond en hier besprak, las ik nu eindelijk het tweede ook door Blossom Books in het Nederlands uitgegeven Alire Sáenz-boek De onverklaarbare logica van mijn leven. De boeken zijn familie van elkaar. niet dat er dezelfde personen in voorkomen, maar weer is een jongen van zeventien de hoofdpersoon, een denker, die zichzelf op een gegeven moment niet meer begrijpt. Wat de twee boeken ook gemeen hebben is dat het eigenlijk niet over één, maar over twee hoofdpersonen gaat (in dit geval Salvador, maar ook Sam, zijn buurmeisje). Én dat het ook over ouderschap, in dit geval vaderschap gaat.
Salvador is op zijn derde geadopteerd door een vader die homo is en de beste vriend van Sals overleden moeder was. Salvador ('Sally' genoemd door zijn buurmeisje/beste vriendin) en zijn vader houden ongelooflijk veel van elkaar. Eigenlijk zijn hun eerste zeventien jaren heel harmonieus geweest, maar nu bespeurt Salvador opeens allerlei vragen in zichzelf, vragen waar hij zich niet mee bezig wil houden. Zoals: waarom heb ik opeens de neiging om mensen klappen te geven, komt die blinde woede soms van mijn biologische vader? En: waarom wil ik de brief die mijn moeder me nagelaten heeft niet lezen? En vooral: waarom moeten mensen doodgaan?
Niet alleen Salvador, maar ook Sam en zelfs de derde hoofdpersoon, Fito (óók zeventien) krijgen met verlies te maken, en dus met de onvermijdelijke vragen, die in korte, vlot leesbare, met dialoog gevulde hoofdstukken, als in een zich steeds uitbreidend mozaïek, worden belicht. Je denkt met Sal, Sam en Fito mee, en je begint zoveel om ze te geven dat je niet wilt dat het boek eindigt. Warm, spannend, wijs: deze twee Alire Sáenz-boeken zijn het allemaal.

Dit boek werd vertaald door Elise Kuip. 

donderdag 18 april 2019

WAT IK MOOI VIND - Milja Praagman (De Eenhoorn)

Een jongetje krijgt op school in de kring de vraag: 'Wat vind jij mooi?' Zijn meester wil het graag weten, maar het jongetje moet eerst eens goed nadenken. Dat nadenken over wat hij mooi vindt wordt vervolgens in beeld gebracht: plaat na plaat beschouwen we de prachtigste pleziertjes van het jongetje en zijn dagelijkse omgeving.
Na haar al zeer indrukwekkende reeks prentenboeken van de laatste jaren (o.a. die met Pim Lammers) levert Milja Praagman ons ook hier weer scène na scène waarbij we onze ogen uit kunnen kijken. Ten eerste is daar het heerlijke kleurgebruik. De tinten zijn warm en diep, en altijd heel fijn gecombineerd. Dan zijn het haar mensfiguren: hoe heerlijk is het de klas van het jongetje te bekijken en te zien hoe Praagman elk individueel kind een eigen karaktertje meegegeven heeft. Ook de meester wil je mee naar huis nemen en vervolgens uitdelen aan alle schoolklassen. Tenslotte is het haar mise-en-page: het vloerkleed waaromheen de kinderen zitten te vertellen wordt uitgebreid met ware zonnestralen (zo'n bijzondere keuze, en het wérkt), de manier waarop ze mensen op het zebrapad toont, met al die menselijke rondingen op de strakke zwart-wit banen op de weg, en ook bijvoorbeeld een prachtige pagina met een uil: stralend wit vliegt hij in het pikkedonker, maar tegen zijn witte veren steken de levendigste groene grasjes af! Misschien zijn die beeldkeuzes voornamelijk intuïtief gemaakt door Praagman - wat een intuïtie dan! En misschien is het bewust - wat een durf dan!