woensdag 8 april 2020

TWEE FONKELRODE STERREN IN DE BLINKEND WITTE SNEEUW - Davide Morosinotto (Fantoom)

De Italiaanse schrijver Davide Morosinotto is hard op weg om een internationaal jeugdboekenfenomeen te worden. In vele landen worden zijn avonturenromans al omarmd, en ook in ons land kreeg het eerste boek dat van hem vertaald werd, Het mysterieuze horloge van Walker & Down meteen een Vlag & Wimpel. Nu is er een tweede boek, en het is weer fantastisch.

In Twee fonkelrode sterren in de blinkend witte sneeuw vertellen Viktor en Nadja, een twaalfjarige tweeling, hun verhaal. Het boek van ruim vijfhonderd bladzijden is opgezet als een logboek en Viktor en Nadja, die al vroeg in het verhaal van elkaar gescheiden worden, beschrijven elk hun avonturen, de een in het rood, de ander in het blauw. Tegelijkertijd kijkt er een Russische kolonel mee, van wie we de aantekeningen in de kantlijn zien staan. Hij moet namelijk beslissen of de tweeling schuldig is aan misdaden tijdens de oorlog - want dit boek speelt in 1941, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, in Leningrad (het huidige Sint Petersburg) dat destijds belegerd werd door de nazi-troepen. Viktor en Nadja worden op een kindertransport gezet (vanwege de oorlogsdreiging werden kinderen in Siberië opgevangen), maar raken elkaar kwijt - ze worden elk ingedeeld in een andere trein. Het boek is een verslag van de lange tocht die beiden, met nieuw gemaakte vrienden, ondernemen om elkaar terug te vinden. Ze zullen veel meemaken, niet iedereen die we leren kennen overleeft het, en dan komen ze ook nog in de positie om werkelijk iets groots te betekenen voor de inwoners van Leningrad.

Twee fonkelrode sterren in de blinkend witte sneeuw is een wonder van vertelkunst. Morosinotto trekt je van de ene bladzijde naar de ander, het verhaal is enorm spannend, maar ook soms ontroerend en altijd genuanceerd. Waar Morisonotto's eerste pageturner (die in Amerika speelde) vooral fantasievol en grappig was, is deze pageturner historischer, grimmiger maar ook heldhaftiger.
Morosinotto schrijft achterin het boek: 'Dit is een boek waarvan ik voelde dat ik het moest schrijven.' En dat laat hij ook de lezer voelen. Daarnaast schrijft hij: 'Ik geloof in de kracht van verhalen, en in het belang van boeken.' Dat resoneert dan weer helemaal met de weken die we nu beleven. Morosinotto post nu al weken elke dag een hoofdstuk van zijn nieuwste boek, om afleiding te bieden aan velen (de hoofdstukken worden massaal gelezen) - en ook toen hij zelf geveld was door het virus werkte hij grotendeels door. Dat laat zien hoezeer hij overtuigd is van de redding die de verbeelding kan bieden. Die nieuwe episodes kunnen we nog niet volgen, want ze zijn nog niet vertaald, maar koop dan op z'n minst snel dit ronduit geweldige avonturenboek. Je zult erin verdwijnen, je kinderen zullen erin verdwijnen, lees het en lees het voor. Het zal de wereld om jullie heen voor vele fijne uren doen vervagen.

512 pagina's, leeftijd: 10+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier

Dit boek werd fantastisch vertaald door Pieter van der Drift en Manon Smits.
 

dinsdag 7 april 2020

WAAR MIJN VRIENDEN WONEN - Cláudio Thebas & Violeta Lópiz (Tiptoe Print)

De kleine, eigenzinnige prentenboekuitgeverij Tiptoe Print, uit Brussel, vorig jaar nog verantwoordelijk voor het heel, heel prachtige Teddybeer Flora van Daisy Mrázková, bracht weer een boek uit, en dat is altijd goed nieuws.

Violeta Lópiz is de illustratrice van Waar mijn vrienden wonen, en zij is verantwoordelijk voor de grootste tover van dit boek. Het hoge formaat van deze uitgave leent zich goed voor haar hoge, imposante gebouwen, die toch niet afstandelijk aandoen. We zien bladzijden vol kleurrijke vlakken op kleurrijke verdiepingen, bladzijden vol op de een of andere manier vrolijke bakstenen, bladzijden met opeens een exuberant in de lucht priemende boom. De mensjes zijn klein en de kinderen nog kleiner. Het lijkt of ze verdwalen in al dat steen en glas, maar het tegendeel is waar. Dit boek toont een stad waarin geleefd wordt. Waarin vriendschappen bestaan.

De tekst van Cláudio Thebas is mooi ingehouden. We lezen de monoloog van een jongetje, dat we op de eerste pagina uit school zien komen. Normaal gesproken loopt hij met Anna Lucia mee naar huis, zegt hij, maar die zien we wegrennen. Waarom ze dat doet komen we pas op de laatste spread te weten - waar een heel mooie vertelboog wordt gemaakt, die ervoor zorgt dat je meteen terug gaat bladeren. Daartussenin vertelt het jongetje over nog wat andere vrienden, wier naam hij niet altijd kent, maar wél waar ze wonen. 'Vrienden hebben geen achternaam: vrienden hebben een adres.' Mooie, originele conclusie in een intrigerend kijkboek.

32 pagina's, leeftijd: 4+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier (Nederland) of hier (Vlaanderen). 

Dit boek werd vertaald uit het Portugees door Annelies Beck.

maandag 6 april 2020

VOGELZWEMVLIEGVIS - Kasper Peters, met tekeningen van Anne Caesar van Wieren (Passage)

De laatste jaren is de kinderpoëzie, die in het begin van deze eeuw flink leek opgedroogd, weer lekker fris overeind gaan staan. Met belangrijke bundels als Kees Spierings Jij begint, Bibi Dumon Taks Laat een boodschap achter in het zand en al het werk van bijvoorbeeld Bette Westera, Jaap Robben, Joke van Leeuwen en Ted van Lieshout is er genoeg geweldigs. Daarnaast is er Dichter, het tijdschrift van Stichting Plint dat een paar keer per jaar aan veel mooi nieuws onderdak biedt. Maar - fijne ontdekking - er zijn óók nog minder zichtbare bundels die de moeite waard zijn. Zoals Vogelzwemvliegvis van Kasper Peters, in 2018 verschenen bij de Groningse uitgeverij Passage.

Eerst een voorbeeldgedicht:

Keien blijven groeien als ze samen zijn

Een hunebed bestaat uit keien
die ooit op de rug van het ijs
de wereld in gleden.

Ze werden zwaar,
het zuiden warm,
het ijs een beek die stroomt.

Een kei alleen krimpt
vaak van eenzaamheid,
ook de grootste en de zwaarste.

Je kunt beter samen
een hunebed zijn,
dan blijf je langzaam groeien.

Elke eeuw een laagje tijd erbij.

Heel vaak slaagt Peters er in deze verzameling van 48 gedichten in om te verrassen met de beginregels. Dan staat er bijvoorbeeld: 'De wind heeft geen trap nodig om in april de bloesem te plukken', of: 'Het vloerkleed is de baard van ons huis, met de resten van de week tussen de haren', of: 'Ik heb geen zin in sokken die zich verstoppen en door de kat worden gevonden die denkt dat het in huis verdwaalde muizen zijn.' Hier kijkt een dichter kijkt met een aanstekelijke vrolijkheid naar dagelijkse dingen en wekt ze tot leven in een wereld waar alles op kan springen, weg kan rennen en op zijn kop gaan staan. Peters houdt van absurd, maar niet té absurd. Je zou zijn poëzie een mooi midden kunnen noemen tussen die van Kees Spiering, die als geen ander begrijpt wat (jonge) mensen voelen en dat uiterst fijnzinnig kan verwoorden en Gerard B. Berends, die serieuze kolder brengt.

Natuurlijk, soms wapperen de verzen wat al te ver uit, maar dat is nu eenmaal het risico van een bepaalde ongebreideldheid. Dat geeft ook niks. Er is in deze bundel veel te vinden dat flonkert en dat een groter publiek verdient. Om af te sluiten nog even deze schitterende ode aan de taal zelf:

Natuurlijk de taal

Wie kan ik bedanken voor
mijn zonnige gedachten
op een zware regendag?

Een man of een vrouw
of de woorden op papier
die ik lees onder een lamp
of gewoon de lamp?

Misschien niet de schrijver
en ook niet de lamp
maar de spinnende kat
die op mijn schoot
de dag doorbrengt.

Of toch de taal?
De taal die geen regen kent
en de tijd op de klok vervangt
door hoofdstukken.

Natuurlijk de taal.


64 bladzijden, leeftijd: 9+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.   

zaterdag 4 april 2020

SPOREN IN DE SNEEUW - Jaak Dreesen (Altiora) en ROOK EN DE GEUR VAN ROZEN - Jaak Dreesen (Facet)

In deze coronaweken is voor veel mensen en kinderen de literatuur van wezensbelang. Boeken rekken de tijd op, of verdichten die juist, ze geven afstand en vermaak, verhalen wijzen de weg of bieden juist een ándere weg. Ik las vandaag twee oudere boeken waarin het lezen gevierd wordt. Ze zijn van een bijzondere schrijver die weliswaar ophield met schrijven, maar niet vergeten mag worden: Jaak Dreesen.

Deze Vlaming (geboren 1934) is de hoeder van een warmhartig en fijnzinnig oeuvre. Zijn bekendste boek is misschien De vlieger van opa (Boekenleeuw 1989 en driejaarlijkse prijs van de Vlaamse provincies), waarin de jonge Frederik meemaakt dat zijn opa sterft en een manier vindt om met dat verdriet om te gaan, of anders En boven het dorp de zilveren vogels (jeugdboekenprijs van de stad Tielt) waarin Dreesen zijn eigen oorlogsherinneringen verwerkte. Hij schreef veel over de binnenwereld van kinderen, en vaak maken die kinderen aspecten van de harde buitenwereld mee. Zelf zei Dreesen in 1992: 'Ik schrijf meer voor literair gevoelige, een beetje introverte lezers. Er is nood aan boeken over het meest essentiële thema, de menselijke relaties.'

Niet zelden zijn Dreesens personages dromers en altijd zijn ze... lezers. Een bijzonder aspect van zijn werk - en dat zie je zelden - is dat in zijn boeken ándere boeken voorkomen. (Overigens werkte Dreesens eigen inspiratie ook op die manier, lees hier en hier wat hij daar zelf over schreef). Zo is een van zijn mooiste kinderromans, Een warm hemd in de winter (2007), doortrokken van het lezen van Jules Verne, en speelt zowel in Slaap als een roos (2002) en Vertelopa (2007) het mooiste boek van Astrid Lindgren, De gebroeders Leeuwenhart, een belangrijke rol.

In een van de twee Dreesenboeken die ik vandaag las, Sporen in de sneeuw (1990, Jacob van Maerlantprijs), is het lezen van boeken de enige manier om verdriet af te schermen. De elfjarige Sven is bij zijn vader achtergebleven nadat zijn moeder bij een andere man is gaan wonen. Svens vader is liefdevol, maar het lukt hem niet om dat te doen waar Sven zo naar snakt: om over mama te praten. Svens vader maant hem om te gaan wandelen, om de natuur in te gaan, maar Sven kruipt liever weg in de wereld uit zijn boeken. Hij houdt van de verhalen van de Bokkenrijders (die verhalen kwamen ook al in Een warm hemd in de winter voor), maar in het begin van Sporen in de sneeuw is het vooral Wim Hofmans Het vlot dat Sven ontsnapping biedt.
De psychologische benadering in dit mooi-tedere boek is heel precies, heel zintuiglijk ook - maar de zinnen zijn helder en kort. Langzaam lezen we wat er precies gebeurd is rondom het vertrek van Svens moeder, en alles leidt naar een ontroerende finale, waarin Sven inderdaad gaat wandelen. Midden in de nacht. Door de kou. Gelukkig leiden zijn voetsporen in de sneeuw naar zijn schuilplaats (een schapenschuur), waar zijn vader hem terugvindt en een warm gloeiend nieuw begin kan worden gemaakt.

Ook in Rook en de geur van rozen (2000) is er één belangrijk ander boek dat de oorsprong, de spiegeling en de inspiratie was: Waterschapsheuvel. Rook en de geur van rozen is een graphic-novel-avant-la-lettre, met tekeningen van Marcel Rouffa. Het boek heeft de konijnen Keun en Moere als hoofdpersonen. Er wordt (met veel zwartwit beeld) in heel korte stukjes verteld over het leven in hun hol, over de zeven kleintjes die ze krijgen en dan... over de dreigende geluiden die ze horen. De Eerste Wereldoorlog dendert over hun velden, en ook al weten de konijnen niet wat dat is, toch heeft het geweld consequenties voor hun leven. Hoewel ook weer niet helemaal: aan het eind van het boek kruipen Keun en Moere weer dicht tegen elkaar en dan zegt Moere: 'Zeven jongen zal ik krijgen.'

Het oeuvre van Jaak Dreesen dient gekoesterd, dat bewezen voor mij deze twee fijngevoelige boeken nog maar eens. Ze zijn niet meer in de boekhandels te verkrijgen, maar wel in menige bibliotheek te leen. En via boekwinkeltjes.nl zijn ze ook nog wel te bestellen, kijk hier maar eens wat er van zijn werk tweedehandse te vinden is. Of anders bij deze Vlaamse site.

O, en behalve de titels die ik hierboven noemde, hier nog twee van mijn absolute lievelingstitels: de dunne jeugdromans Houden van en Valid. Lees Dreesen.

vrijdag 3 april 2020

UIT ELKAAR - Bette Westera & Sylvia Weve (Gottmer)

O, dit duo! Westera & Weve maakten samen al de ene indrukwekkende bundel na de andere:
Ik leer je liedjes van verlangen en aan je apenstaartje hangen (2010),
Aan de kant, ik ben je oma niet! (2012),
Doodgewoon (2014),
Was de aarde vroeger plat? (2017)
en nu het vorig jaar verschenen Uit elkaar.

Westera werkt altijd met een thema, en dat is dit keer, uiteraard 'scheiden'. Dat valt trouwens ruim op te vatten, want er staan ook verzen in de bundel die gaan over een babyzusje krijgen, of over (erg leuk gedicht) twee pinguïnmannetjes die samen een ei willen uitbroeden. Zoals altijd staan de versvormen weer virtuoos in het gelid. Het is ongelooflijk hoe Westera de technieken van rijm en ritme beheerst. Alle zesenveertig gedichten zijn daar goede voorbeelden van, maar met het quoten van één couplet uit 'Mijn vader' wordt al veel duidelijk:
Zijn mountainbike verdwenen uit de schuur.
Geen vlokken meer op tafel van de Lidl,
maar chocoladehagel extra puur.
Alleen nog ecologisch afwasmiddel.

Alle gevoelens die er rondom een scheiding kunnen bestaan worden verkend. Zo is er een prachtig en pijnlijk vers (een van de allerbeste uit de bundel, vind ik) over hoe het voelt als je je vader hebt zien staan zoenen met iemand anders, hij dat heeft gemerkt en jou vervolgens vraagt om niks aan je moeder te vertellen. Ook heel sterk: het gedicht 'Goeie antwoorden op foute vragen', waarin bijvoorbeeld aangeraden wordt om op de vraag 'Welke van jouw moeders droeg jou negen maanden in haar buik?' te antwoorden: 'Geen idee, ik ben gevonden onder een frambozenstruik.' Briljant.

Het gaat van verdrietig naar vrolijk - van de zin 'Ik hoor om altijd blij te zijn gewoon bij allebei te zijn' tot de regels 'Mijn moeders huis, mijn vaders huis. In beide ben ik even thuis. In beide is het even fijn, en nergens wil ik liever zijn.' Het gaat over niet alleen over vaders en moeders, maar ook over oma's en ooms, die verhuisd kunnen zijn naar plekken als Rotterdam, Kos en Uruguay (daar rijmt Westera dan weer heel lekker op).

Het beeldend werk van Sylvia Weve (Max Velthuijs-prijs 2019) is ook hier weer glorieus. Van eeuwig trouwe zwanen die toch nieuwsgierig naar een andere zwaan zijn, maakt zij dieren met in elkaar verstrengelde nekken die allebei verlangend een ander dier nakijken - terwijl onderaan de pagina een hele rij kuikentjes beduusd staat te zijn. Ook de smekende chihuahua op bladzijde zeventien krijgt een getekende hoofdrol door hem klein en alleen op een verder witte bladzijde te plaatsen. Samen met de - opnieuw - bijzondere vormgeving van bockting design is Uit elkaar daardoor een van Westera-Weve's beste boeken en zeker een van de beste van de totale 2019-oogst.

48 (dubbele) bladzijden, leeftijd: 9+ en alle leeftijden
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.      

  

donderdag 2 april 2020

GOEIE OUWE GEORGE - Meg Rosoff, met tekeningen van Georgien Overwater (Hoogland & Van Klaveren)

We kennen Meg Rosoff (Astrid-Lindgren-Memorial-Award-winnaar-2016) van klassieke young-adultromans als Hoe ik nu leef en Wat ik was, maar ook van de jeugdroman Mij niet gezien en de volwassenen-roman Jonathan gaat los, die allebei vier jaar geleden vrijwel tegelijkertijd in pns land verschenen. In dat laatste boek was een grote rol weggelegd voor twee honden, en het eerste boek dat sindsdien in het Nederlands verschenen is, het kinderboek Goeie ouwe George, is daar familie van.

In Jonathan gaat los bleken de honden namelijk wijzer dan de volwassenen en precies datzelfde principe ligt ten grondslag aan Rosoffs blijmoedige 8+-boek. De George uit de titel (oorspronkelijke titel: Good Dog McTavish) wordt weliswaar door de familie Appeltje (vader, moeder, drie kinderen) uit een asiel gehaald, maar in feite zijn het daarna de gezinsleden die opgevoed moeten worden door de hond, en niet andersom.

In een heerlijk vrolijk verhaal lezen we over plan A, plan B en plan C die door hond George bedacht worden om het ontwrichte gezin weer op de been te helpen. Met als grote handlanger het jongste kind, Bettie, die 'nog niet eens negen' is, maar alle verantwoordelijkheid op zich neemt, en misschien als tweede handlanger - maar daar wordt in het boek alleen op gehint - de moeder uit het gezin.

Zoals altijd betoont Meg Rosoff daarmee haar solidariteit met de schijnbaar zwakkeren, die natuurlijk vaak de échte helden zijn. Goeie ouwe George is licht en makkelijk leesbaar, en de tekeningen van Georgien Overwater, nieuw gemaakt voor deze Nederlandse vertaling, zijn heel grappig. Jammer dat ze vaak zo klein afgedrukt zijn! Evenwel: deze nieuwe Rosoff is een tof, licht leesboek voor deze dagen, én een tof, licht voorleesboek.

132 bladzijden, leeftijd: 9+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier

Dit boek werd vertaald door Jenny de Jonge. 

woensdag 1 april 2020

IK ZAL JE BEWAREN - Jeska Verstegen (Querido)

Jeska Verstegen kennen we als tekenares en prentenboekmaakster. Ik zal je bewaren is haar jeugdromandebuut. De titel klinkt als een belofte, en is dat ook: dit moet de schrijfster aan haar grootmoeder (haar 'bomma') beloofd hebben. Het gaat om het bewaren van de herinnering aan het meisje dat even oud was als de moeder van de hoofdpersoon, maar omgekomen is in vernietigingskamp Sobibor.

Heel mooi en teder beschrijft Verstegen de gevoelens van de jonge Jeska. Haar moeder wil absoluut niet dat er over de oorlog wordt gepraat. Als op school Oorlogswinter wordt voorgelezen, moet Jeska de klas uit. Maar oma, die door stevige medicatie af en toe de episodes uit haar leven door elkaar haalt, heeft een fotoalbum. Daar staan de omgekomen familieleden in. Het is in eerste instantie door dat album, en later door het lezen van bijvoorbeeld Anne Franks Het achterhuis, dat Jeska stapje voor stapje achter de waarheid komt.
Tegelijk met die ontdekking loopt de persoonlijke ontwikkeling van Jeska, die van een speels en onbezorgd meisje iemand wordt voor wie de wereld opengaat. Of, zoals ze zelf zegt: 'Voor mij was spelen eerst ook genoeg. Dat herinner ik me nog. De dagen duurden eindeloos. Het ene moment was ik een toverfee, het andere moment een kabouter. Hoe kan het dat het nu anders is?'

Ik zal je bewaren is een verrassing: een klein en precies, waargebeurd verhaal dat met fijne penseelstreken toch heel helder schetst hoe onze persoonlijke geschiedenis altijd meebepaalt wie wij zijn.

176 pagina's, leeftijd: 11+
Bestel dit boek bij je lokale boekwinkel, of anders hier.