vrijdag 18 september 2020

MIJN MOEDER IS EEN GORILLA (EN WAT DAN NOG) - Frida Nilsson, met tekeningen van Martijn van der Linden (Querido)

Goeie titel, geweldig omslag: dat is het eerste wat je denkt als je Mijn moeder is een gorilla ziet. Het is het tweede in het Nederlandse vertaalde boek van de Zweedse Frida Nilsson en kreeg heel mooie tekeningen van Martijn van der Linden mee. Vooral dus die op het omslag. 

Dat heeft natuurlijk ook te maken met het geinige uitgangspunt van deze niet al te dikke kinderroman. Hoofdpersoon Jonna woont in een verschrikkelijk kindertehuis maar wordt eindelijk, op haar negende, geadopteerd door een gorilla. Jonna vindt dat eerst een verschrikking, bovendien komt ze in plaats van in een net huis met een nette kinderkamer in een oud-ijzerhandel terecht, maar al snel blijkt het toch wel heel fijn bij deze pleegmoeder. Natuurlijk is er een bedreiging van buitenaf met nare commissies en nare inspecteurs, maar de nieuwe warmte tussen Jonna en Gorilla zorgt dat de liefde overwint.

Een vrolijk verhaal, niet al te serieus, maar toch met wat ernstige ondertonen. Het boek werd fijn vertaald door Femke Muller. 

136 pagina's, leeftijd: 9+. Koop dit verhaal bij je lokale boekhandel, of anders hier

dinsdag 15 september 2020

KONING VALENTIJN - Tim Gladdines (Marmer)

Een verrassing: de nieuwe jeugdroman van Tim Gladdines. Die is spannend en ontroerend, en ook origineel. Koning Valentijn gaat over Benjamin van dertien, die altijd en eeuwig in de schaduw staat van zijn flamboyante oudere broer Valentijn - een broer die hij tegelijkertijd hogelijk bewondert. Hoe is het om altijd te willen wat je broer wil, en daarom door hem als een vervelend en lastig verschijnsel gezien te worden? En hoe is het als je opeens geheimen van die broer te weten komt die alles in een ander licht zetten? En hoe is het als de omstandigheden er voor zorgen dat jij ineens gezien wordt - en niet je broer?

Koning Valentijn laat heel geloofwaardig zien hoe het er aan toegaat in een gezin met drie pubers (er is ook nog een oudere zus) die alle drie in hun eigen storm verkeren. Vanaf de eerste bladzijde spatten de personages van de pagina. Het plot is werkelijk spannend, alles wervelt naar een dramatisch hoogtepunt toe (of eigenlijk verschillende dramatische hoogtepunten), en ook het muzikale decor helpt mee. Zo versterkt tegen het einde van het boek het beluisteren van de song Gethsemane uit de musical Jesus Christ Superstar zéér de leeservaring. Ik las het boek werkelijk in één lange haal uit, en dat gun je veel lezers: dus haal dat boek in huis.

224 pagina's, leeftijd: 13+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

maandag 7 september 2020

HET LICHT IN JE OGEN - An Rutgers van der Loeff (Ploegsma)

In 1956 publiceerde An Rutgers van der Loeff (van wie ik het hele oeuvre aan het lezen ben) de kinderroman Het licht in je ogen. Hiervoor deed ze onderzoek bij een blindeninstituut en het boek is ook gebaseerd op de wederwaardigheden van een jongen die ze kende, Cornelis Noot - in het boek kortweg Kees genoemd.

Kees raakt slechtziend (en daarna langzaam blind) nadat hij in een kalkput op een bouwplaats is gevallen. Dit gebeurt al vroeg in het verhaal en de meeste bladzijden van het boek zijn gewijd aan Kees' langzame leren omgaan met het blind zijn en aan de dagelijkse gang van zaken op het instituut. Een mooie rol is weggelegd voor de vriendschappen, die met de ziende Geurt (zijn beste vriend vóór het ongeluk) en met de blinde Wiebe. 

Het licht in je ogen lijkt, mede door de titel, een boek met een groot gehalte aan ziekte-drama, maar wat nu juist treft bij het lezen is de levendige, beweeglijke toon. Die past dan ook volledig bij de drukke Kees, die aanpakken wil, die de wereld in wil, die druk en opvliegend is, die toppen van blijheid afscheert en dan weer snikkend in zijn hoofdkussen op zijn bed ligt. Daarmee schiep Rutgers van der Loeff een heerlijke hoofdpersoon waarin het als lezer moeiteloos instappen is.

Het fijnst is natuurlijk, opnieuw, Rutgers van der Loeffs kwieke taalgebruik, met haar zilversnelle dialogen en haar in een handomdraai verwoorden van soms heel complexe gevoelens. Voorbeeld? 'Kees dacht weer aan deze middag waarop de wereld van het licht voor hem was opengegaan, maar daarvan kon je niets aan je vader vertellen, ook al was hij schilder.'

Of, als Kees voor het eerst een trompet probeert te bespelen: 'Maar er kwam geen geluid. Hij had de eenden willen antwoorden. Hij had de ganzen iets willen toeroepen, hij wou recht naar de blauwe hemel blazen. Maar er gebeurde niets. Hij zat daar alleen met een rode kop en moest zichzelf uitlachen.'

Natuurlijk is het taalgebruik dat van de jaren vijftig (wat trouwens ook extra charme geeft), maar dat stoort nergens en ik denk dat dat komt omdat er zoveel vaart is. Hier zien we dat met name in de lol tussen de kinderen op het blindeninstituut - want die sparen elkaar niet: 'Moet je horen,' lachte Cootje. 'Ik liep in 't speelkwartier achter meneer Van der Veer en die vreemde dame die hier is komen kijken. En weet je wat ze zei? Zij had Miesje Krol gezien, hè? Nou, zei ze, die kleine Miesje, wat vind ik dat toch een dot van een kind!' Cootje sprak opeens heel geaffecteerd en met een dik opgelegde nadruk. 'En wat een ogen! Wat een scháttige ogen heeft dat stakkerdje! - Nou, ze moest es weten dat Miesje die schattige ogen 's avonds uitdoet!' 

Ja, ook dit boek is weer fris van toon, het is geweldig geschreven en het eindigt heel ontroerend. Daarmee moet ik het, ik kan niet anders, opnieuw bestempelen als een van de fijnere RvdLoeffen.

Lees mijn vorige Rutgers-van-der-Loeff-leesverslagen hier, hier, hier, hier, hier en hier.


maandag 31 augustus 2020

IDJE WIL NIET NAAR DE KAPPER - Michael Middelkoop & Lisa van Winsen (Rose Stories)

Op het schutblad zien we Idje, de jonge hoofdpersoon van dit prentenboek, al heel wat keren zichzelf vermaken met zijn eigen lange haar. We zien hem zelfs, zittend in zijn krullen, een prentenboek lezen - dit prentenboek. Idje wil niet naar de kapper is een van de geslaagde opbrengsten van het talententraject van Rose Stories, de uitgeverij/productiemaatschappij die verhalen vanuit allerlei achtergronden de wereld in stimuleert. 

Debutantschrijver Michael Middelkoop maakte een fijne, losse, buitelende tekst over Idje die verliefd is op zijn enorme haardos. Hij kan erin spelen en hij kan zich erin verschuilen, en dus is de dag die hij het meest vreest die waarop hij van zijn moeder naar de kapper moet. Daar moet hij iets op verzinnen... 

Tekenares Lisa van Winsen had al net zoveel plezier met Idje als de schrijver. Ze heeft zich met duidelijk plezier achter Idje opgesteld en laat hem door haar vrolijke overdrijving nóg meer genieten van die heerlijke hoofdzachtheid die hij zo zorgvuldig bijeengespaard heeft. Alles bij elkaar is Idje wil niet naar de kapper een heerlijk dichtbijhuis-boek dat gein paart aan herkenning. En achterin het boek wordt ons beloofd dat er nog meer Idje-avonturen zullen zijn. Da's mooi nieuws!

32 pagina's, leeftijd: 4+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.   

woensdag 26 augustus 2020

ALLEEN TEGEN ALLES - An Rutgers van der Loeff (Salamander)

Een jeugdboek uit 1962 - of eigenlijk een young adultboek, of eigenlijk: een boek (zoals de flaptekst zegt) 'voor volwassenen en bijna-volwassenen'. Dat is Alleen tegen alles, een novelle van An Rutgers van der Loeff die uitkwam in de Salamander-pocketreeks van uitgeverij Querido. De ondertitel van dit boek luidt overigens: Sluitstuk van een puberteit

Hoofdpersoon is de bijna achttienjarige Mark Hoensbroek. Hij zit nog op de middelbare school, heeft grote moeite met zijn docenten, met name met Doorwerth, van Latijn. Mark is lang en weet niet wat zijn doel in het leven zou moeten zijn. Hij wordt bewonderd door klasgenoten, meisjes vinden hem intrigerend, maar intussen is hij volledig van zijn voeten geveegd door het leven. Door de onechtheid van alles. Door zijn eigen stuurloosheid. Door zijn wens om iets échts te beleven, desnoods doodsangst - en door zijn gevecht tegen het gezapige, gewone, bedeesde van zijn vader en moeder. 

Het boek is een absoluut hoogtepunt in het werk van An Rutgers van der Loeff. Het laat een heel ander aspect van haar schrijverschap zien, dat we vooral kennen van dappere avonturen in extreme omstandigheden die door kinderen beleefd worden (zoals in De kinderkaravaan of Rossy, dat krantenkind). Alleen tegen alles daarentegen is een hypnotiserend boek dat geschreven is zoals veel werk van Virginia Woolf, als in een stream of consciousness. We zitten grotendeels in het hoofd van Mark en daar komen grieperige passages uit, zoals: 

'Gekkenwerk. Het was bezopen afstand te willen nemen van jezelf. Het was onnatuurlijk. Het maakte je wanhopig. Het werd een ziekte. In jezelf kunnen wegkruipen, helemaal in jezelf, zodat je niets anders dan jezelf zag, bevredigd zijn alleen met jezelf, blindelings, dom en fijn. Dat moest je kunnen. Dan was je minder ongelukkig. Dan was je beter geïntegreerd. Modewoord. Bah.'

De figuur van Mark krijgt een spannende spiegeling in de verstandige, verantwoordelijke Pieter, maar uiteindelijk draait alles om de levenskoorts van Mark. Het boek draagt ook zeker echo's van De avonden (1947) van Gerard van het Reve, waar het de tekening van het stuurloze weg willen uit alles betreft. Heel bijzonder ook, zeker voor Rutgers van der Loeff, is de vrijmoedige seksualiteit. Zo moet de passage over de ongewilde erecties die Mark krijgt (bijvoorbeeld tijdens de opvoering van een toneelstuk van Vondel!) op z'n minst opmerkelijk zijn geweest in de vroege jaren zestig. Het boek sluit af met een werkelijk grandioze eindwerveling - en in al zijn jarenzestigheid zijn het passages als die laatste die het nog altijd geldend maken. Laat het duidelijk zijn: dit is een van mijn favoriete Rutgers-van-der-Loeffen tot nu toe.

Lees mijn vorige Rutgers-van-der-Loeff-leesverslagen hier, hier, hier, hier en hier.

zondag 23 augustus 2020

HET BOEK VAN DE STERREN - Sjoerd Kuyper & Thé Tjong-Khing (Rubinstein)

Het derde fantastische boek van Sjoerd Kuyper in korte tijd: na Bizar en Maantje is er nu Het boek van de sterren. Het is een uitgave in de Luxe Goede Boekjesreeks van Rubinstein, en is óók het laatst verschenen boek van meestertekenaar Thé Tjong-Khing. Het boek van de sterren is een sprookjesachtig verhaal, dat nochtans dicht bij huis begint: een opa leest zijn kleindochter elke dag voor (Kuyper schrijft dan, bij monde van het meisje dat tegen haar opa spreekt: 'Jouw stem bromt zo lekker in mijn oor, daar gaat mijn oor van lachen.') Het boek dat ze samen lezen is... Het boek van de sterren. Maar op een dag verdwijnt het. Geen zorg: het meisje kent de zinnen uit haar hoofd.

En dan gebeuren er twee dingen. Het - door het meisje navertelde en door opa in het zand nagetekende - verhaal blijkt over het ontstaan van de aarde te gaan én we zien - in een tekensequentie zonder tekst - hoe het boek door allerlei jonge dieren plus hun (groot)ouders gevonden en bekeken wordt. Via een prachtige looping komt het boek weer bij opa en kleindochter terecht. Het verhaal omarmt zichzelf, er is poëzie in tekst en beeld, beeld dat even precies als etherisch is. Het boek van de sterren zal ongetwijfeld door grootouders veelvuldig voorgelezen worden, waarna hun kleinkinderen het uit hun hoofd zullen leren. This is the stuff that dreams are made of.

 

32 pagina's, leeftijd: 5+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

 

woensdag 19 augustus 2020

DIE MAN DAAR IS MIJN VADER - An Rutgers van der Loeff/Miek Dorrestein (Ploegsma, tekeningen van Reintje Venema)

Het is vandaag - 19 augustus 2020 - precies dertig jaar geleden dat An Rutgers van der Loeff stierf, en ik ben al een tijdje bezig met het lezen van haar hele oeuvre (zie hier, hier, hier en hier) - dus vandaag is de juiste dag voor verslag nummer vijf. In dit stuk een ander aspect van haar schrijverschap: de speurdersverhalen. Die heeft ze doorheen haar hele carrière geschreven. Zo is er Vals spoor in Waterland (1967, tekeningen van Jan Sanders), dat in Edam speelt, en waarvoor Rutgers van der Loeff onderzoek deed bij het hoogheemraadschap - nadat in Duitsland was gevraagd of ze niet eens over een 'heel Nederlands' onderwerp kon schrijven. Het is een kleurrijk en om eerlijk te zijn nogal ingewikkeld plot geworden, maar al die watertermen zijn interessant, en zoals vanouds zijn de dialogen erg fijn. Datzelfde geldt (alleen wat mij betreft wat minder geslaagd) voor Spionage in de studio (1968, tekeningen Dick Stolwijk), dat in de balletwereld speelt. Overigens werd het eerstgenoemde boek in 1972 verfilmd voor televisie.

Maar in 1976 schrijft Rutgers van der Loeff geen jeugdboek, maar een hoorspel over een van de daders van de beruchte Britse treinroof - meer bepaald over zijn tienerkinderen, die er langzaam achter komen wie hun vader was en waarom ze al jarenlang steeds onder andere namen van school en woonplek moeten wisselen. Uitgeverij Ploegsma wil er in het begin van de jaren tachtig eigenlijk wel een échte uitgave van maken, maar de schrijfster heeft geen zin om een en ander weer op te pakken. Het zijn de nadagen van haar carrière en er volgens enkel nog wat korte verhalen in de streepjesreeks (boeken voor kinderen die moeite hebben met lezen, zoals Een rare zaak, 1983, tekeningen van Ietje Rijnsburger, opnieuw een grappig speurverhaal, dit keer met een papegaai in de hoofdrol, ook dit boek valt niet zozeer op door het plot, maar wel door de stijl en de humor) en wat boeken voor volwassenen. Maar op een signeersessie ontmoet Rutgers van der Loeff de dan beginnend schrijfster Miek Dorrestein - aan wie verzocht wordt er een jeugdboek van te maken. Die man daar is mijn vader (1981), met tekeningen van Reintje Venema, is het resultaat: een vlot, snel, redelijk origineel boek, waarbij opnieuw de dialogen (die zijn door Dorrestein overgenomen uit het hoorspel) in positieve zin opvallen. Een fijn tussendoor-leesboek. 

Tot zover een klein verslagje van mijn leeservaringen bij de speurdersboeken. Maar ik wil toch nog even wat schrijven over Een leven lang. Dat boek is niet voor kinderen geschreven maar ik beleefde er erg veel plezier aan. In september verschijnt mijn interviewboek (met queer jongeren) dat ik samen met Floor de Goede maakte - ik deed de gesprekken, hij maakte portretten -, en daardoor was ik extra geïnteresseerd toen ik ontdekte dat An Rutgers van der Loeff in 1981 al een interviewboek publiceerde, met 'boeiende mensen', zoals op het omslag staat, en dat de befaamde Mance Post hun portret tekende. In Een leven lang staan mooie levensverhalen van over het algemeen mensen van boven de tachtig. Ze kijken terug op armoede, oorlog, geluk, jeugd, liefde en zelfs seksualiteit. Een prachtig tijdsdocument, waar af en toe ook iets van de overtuigingen van de dan zeventigjarige Rutgers van der Loeffzelf  in doorschemert. Vandaag is haar sterfdag dus dertig jaar geleden, en daarom herdenk ik haar extra. Maar als u mij toestaat lees ik ook nog even verder in haar oeuvre. Tot nu toe: niets dan verrassingen. 

(Biografische gegevens uit de biografie van An Rutgers van der Loeff door Joke Linders, 1990, De Prom.)