woensdag 8 april 2020

TWEE FONKELRODE STERREN IN DE BLINKEND WITTE SNEEUW - Davide Morosinotto (Fantoom)

De Italiaanse schrijver Davide Morosinotto is hard op weg om een internationaal jeugdboekenfenomeen te worden. In vele landen worden zijn avonturenromans al omarmd, en ook in ons land kreeg het eerste boek dat van hem vertaald werd, Het mysterieuze horloge van Walker & Down meteen een Vlag & Wimpel. Nu is er een tweede boek, en het is weer fantastisch.

In Twee fonkelrode sterren in de blinkend witte sneeuw vertellen Viktor en Nadja, een twaalfjarige tweeling, hun verhaal. Het boek van ruim vijfhonderd bladzijden is opgezet als een logboek en Viktor en Nadja, die al vroeg in het verhaal van elkaar gescheiden worden, beschrijven elk hun avonturen, de een in het rood, de ander in het blauw. Tegelijkertijd kijkt er een Russische kolonel mee, van wie we de aantekeningen in de kantlijn zien staan. Hij moet namelijk beslissen of de tweeling schuldig is aan misdaden tijdens de oorlog - want dit boek speelt in 1941, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, in Leningrad (het huidige Sint Petersburg) dat destijds belegerd werd door de nazi-troepen. Viktor en Nadja worden op een kindertransport gezet (vanwege de oorlogsdreiging werden kinderen in Siberië opgevangen), maar raken elkaar kwijt - ze worden elk ingedeeld in een andere trein. Het boek is een verslag van de lange tocht die beiden, met nieuw gemaakte vrienden, ondernemen om elkaar terug te vinden. Ze zullen veel meemaken, niet iedereen die we leren kennen overleeft het, en dan komen ze ook nog in de positie om werkelijk iets groots te betekenen voor de inwoners van Leningrad.

Twee fonkelrode sterren in de blinkend witte sneeuw is een wonder van vertelkunst. Morosinotto trekt je van de ene bladzijde naar de ander, het verhaal is enorm spannend, maar ook soms ontroerend en altijd genuanceerd. Waar Morisonotto's eerste pageturner (die in Amerika speelde) vooral fantasievol en grappig was, is deze pageturner historischer, grimmiger maar ook heldhaftiger.
Morosinotto schrijft achterin het boek: 'Dit is een boek waarvan ik voelde dat ik het moest schrijven.' En dat laat hij ook de lezer voelen. Daarnaast schrijft hij: 'Ik geloof in de kracht van verhalen, en in het belang van boeken.' Dat resoneert dan weer helemaal met de weken die we nu beleven. Morosinotto post nu al weken elke dag een hoofdstuk van zijn nieuwste boek, om afleiding te bieden aan velen (de hoofdstukken worden massaal gelezen) - en ook toen hij zelf geveld was door het virus werkte hij grotendeels door. Dat laat zien hoezeer hij overtuigd is van de redding die de verbeelding kan bieden. Die nieuwe episodes kunnen we nog niet volgen, want ze zijn nog niet vertaald, maar koop dan op z'n minst snel dit ronduit geweldige avonturenboek. Je zult erin verdwijnen, je kinderen zullen erin verdwijnen, lees het en lees het voor. Het zal de wereld om jullie heen voor vele fijne uren doen vervagen.

512 pagina's, leeftijd: 10+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier

Dit boek werd fantastisch vertaald door Pieter van der Drift en Manon Smits.
 

dinsdag 7 april 2020

WAAR MIJN VRIENDEN WONEN - Cláudio Thebas & Violeta Lópiz (Tiptoe Print)

De kleine, eigenzinnige prentenboekuitgeverij Tiptoe Print, uit Brussel, vorig jaar nog verantwoordelijk voor het heel, heel prachtige Teddybeer Flora van Daisy Mrázková, bracht weer een boek uit, en dat is altijd goed nieuws.

Violeta Lópiz is de illustratrice van Waar mijn vrienden wonen, en zij is verantwoordelijk voor de grootste tover van dit boek. Het hoge formaat van deze uitgave leent zich goed voor haar hoge, imposante gebouwen, die toch niet afstandelijk aandoen. We zien bladzijden vol kleurrijke vlakken op kleurrijke verdiepingen, bladzijden vol op de een of andere manier vrolijke bakstenen, bladzijden met opeens een exuberant in de lucht priemende boom. De mensjes zijn klein en de kinderen nog kleiner. Het lijkt of ze verdwalen in al dat steen en glas, maar het tegendeel is waar. Dit boek toont een stad waarin geleefd wordt. Waarin vriendschappen bestaan.

De tekst van Cláudio Thebas is mooi ingehouden. We lezen de monoloog van een jongetje, dat we op de eerste pagina uit school zien komen. Normaal gesproken loopt hij met Anna Lucia mee naar huis, zegt hij, maar die zien we wegrennen. Waarom ze dat doet komen we pas op de laatste spread te weten - waar een heel mooie vertelboog wordt gemaakt, die ervoor zorgt dat je meteen terug gaat bladeren. Daartussenin vertelt het jongetje over nog wat andere vrienden, wier naam hij niet altijd kent, maar wél waar ze wonen. 'Vrienden hebben geen achternaam: vrienden hebben een adres.' Mooie, originele conclusie in een intrigerend kijkboek.

32 pagina's, leeftijd: 4+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier (Nederland) of hier (Vlaanderen). 

Dit boek werd vertaald uit het Portugees door Annelies Beck.

maandag 6 april 2020

VOGELZWEMVLIEGVIS - Kasper Peters, met tekeningen van Anne Caesar van Wieren (Passage)

De laatste jaren is de kinderpoëzie, die in het begin van deze eeuw flink leek opgedroogd, weer lekker fris overeind gaan staan. Met belangrijke bundels als Kees Spierings Jij begint, Bibi Dumon Taks Laat een boodschap achter in het zand en al het werk van bijvoorbeeld Bette Westera, Jaap Robben, Joke van Leeuwen en Ted van Lieshout is er genoeg geweldigs. Daarnaast is er Dichter, het tijdschrift van Stichting Plint dat een paar keer per jaar aan veel mooi nieuws onderdak biedt. Maar - fijne ontdekking - er zijn óók nog minder zichtbare bundels die de moeite waard zijn. Zoals Vogelzwemvliegvis van Kasper Peters, in 2018 verschenen bij de Groningse uitgeverij Passage.

Eerst een voorbeeldgedicht:

Keien blijven groeien als ze samen zijn

Een hunebed bestaat uit keien
die ooit op de rug van het ijs
de wereld in gleden.

Ze werden zwaar,
het zuiden warm,
het ijs een beek die stroomt.

Een kei alleen krimpt
vaak van eenzaamheid,
ook de grootste en de zwaarste.

Je kunt beter samen
een hunebed zijn,
dan blijf je langzaam groeien.

Elke eeuw een laagje tijd erbij.

Heel vaak slaagt Peters er in deze verzameling van 48 gedichten in om te verrassen met de beginregels. Dan staat er bijvoorbeeld: 'De wind heeft geen trap nodig om in april de bloesem te plukken', of: 'Het vloerkleed is de baard van ons huis, met de resten van de week tussen de haren', of: 'Ik heb geen zin in sokken die zich verstoppen en door de kat worden gevonden die denkt dat het in huis verdwaalde muizen zijn.' Hier kijkt een dichter kijkt met een aanstekelijke vrolijkheid naar dagelijkse dingen en wekt ze tot leven in een wereld waar alles op kan springen, weg kan rennen en op zijn kop gaan staan. Peters houdt van absurd, maar niet té absurd. Je zou zijn poëzie een mooi midden kunnen noemen tussen die van Kees Spiering, die als geen ander begrijpt wat (jonge) mensen voelen en dat uiterst fijnzinnig kan verwoorden en Gerard B. Berends, die serieuze kolder brengt.

Natuurlijk, soms wapperen de verzen wat al te ver uit, maar dat is nu eenmaal het risico van een bepaalde ongebreideldheid. Dat geeft ook niks. Er is in deze bundel veel te vinden dat flonkert en dat een groter publiek verdient. Om af te sluiten nog even deze schitterende ode aan de taal zelf:

Natuurlijk de taal

Wie kan ik bedanken voor
mijn zonnige gedachten
op een zware regendag?

Een man of een vrouw
of de woorden op papier
die ik lees onder een lamp
of gewoon de lamp?

Misschien niet de schrijver
en ook niet de lamp
maar de spinnende kat
die op mijn schoot
de dag doorbrengt.

Of toch de taal?
De taal die geen regen kent
en de tijd op de klok vervangt
door hoofdstukken.

Natuurlijk de taal.


64 bladzijden, leeftijd: 9+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.   

zaterdag 4 april 2020

SPOREN IN DE SNEEUW - Jaak Dreesen (Altiora) en ROOK EN DE GEUR VAN ROZEN - Jaak Dreesen (Facet)

In deze coronaweken is voor veel mensen en kinderen de literatuur van wezensbelang. Boeken rekken de tijd op, of verdichten die juist, ze geven afstand en vermaak, verhalen wijzen de weg of bieden juist een ándere weg. Ik las vandaag twee oudere boeken waarin het lezen gevierd wordt. Ze zijn van een bijzondere schrijver die weliswaar ophield met schrijven, maar niet vergeten mag worden: Jaak Dreesen.

Deze Vlaming (geboren 1934) is de hoeder van een warmhartig en fijnzinnig oeuvre. Zijn bekendste boek is misschien De vlieger van opa (Boekenleeuw 1989 en driejaarlijkse prijs van de Vlaamse provincies), waarin de jonge Frederik meemaakt dat zijn opa sterft en een manier vindt om met dat verdriet om te gaan, of anders En boven het dorp de zilveren vogels (jeugdboekenprijs van de stad Tielt) waarin Dreesen zijn eigen oorlogsherinneringen verwerkte. Hij schreef veel over de binnenwereld van kinderen, en vaak maken die kinderen aspecten van de harde buitenwereld mee. Zelf zei Dreesen in 1992: 'Ik schrijf meer voor literair gevoelige, een beetje introverte lezers. Er is nood aan boeken over het meest essentiële thema, de menselijke relaties.'

Niet zelden zijn Dreesens personages dromers en altijd zijn ze... lezers. Een bijzonder aspect van zijn werk - en dat zie je zelden - is dat in zijn boeken ándere boeken voorkomen. (Overigens werkte Dreesens eigen inspiratie ook op die manier, lees hier en hier wat hij daar zelf over schreef). Zo is een van zijn mooiste kinderromans, Een warm hemd in de winter (2007), doortrokken van het lezen van Jules Verne, en speelt zowel in Slaap als een roos (2002) en Vertelopa (2007) het mooiste boek van Astrid Lindgren, De gebroeders Leeuwenhart, een belangrijke rol.

In een van de twee Dreesenboeken die ik vandaag las, Sporen in de sneeuw (1990, Jacob van Maerlantprijs), is het lezen van boeken de enige manier om verdriet af te schermen. De elfjarige Sven is bij zijn vader achtergebleven nadat zijn moeder bij een andere man is gaan wonen. Svens vader is liefdevol, maar het lukt hem niet om dat te doen waar Sven zo naar snakt: om over mama te praten. Svens vader maant hem om te gaan wandelen, om de natuur in te gaan, maar Sven kruipt liever weg in de wereld uit zijn boeken. Hij houdt van de verhalen van de Bokkenrijders (die verhalen kwamen ook al in Een warm hemd in de winter voor), maar in het begin van Sporen in de sneeuw is het vooral Wim Hofmans Het vlot dat Sven ontsnapping biedt.
De psychologische benadering in dit mooi-tedere boek is heel precies, heel zintuiglijk ook - maar de zinnen zijn helder en kort. Langzaam lezen we wat er precies gebeurd is rondom het vertrek van Svens moeder, en alles leidt naar een ontroerende finale, waarin Sven inderdaad gaat wandelen. Midden in de nacht. Door de kou. Gelukkig leiden zijn voetsporen in de sneeuw naar zijn schuilplaats (een schapenschuur), waar zijn vader hem terugvindt en een warm gloeiend nieuw begin kan worden gemaakt.

Ook in Rook en de geur van rozen (2000) is er één belangrijk ander boek dat de oorsprong, de spiegeling en de inspiratie was: Waterschapsheuvel. Rook en de geur van rozen is een graphic-novel-avant-la-lettre, met tekeningen van Marcel Rouffa. Het boek heeft de konijnen Keun en Moere als hoofdpersonen. Er wordt (met veel zwartwit beeld) in heel korte stukjes verteld over het leven in hun hol, over de zeven kleintjes die ze krijgen en dan... over de dreigende geluiden die ze horen. De Eerste Wereldoorlog dendert over hun velden, en ook al weten de konijnen niet wat dat is, toch heeft het geweld consequenties voor hun leven. Hoewel ook weer niet helemaal: aan het eind van het boek kruipen Keun en Moere weer dicht tegen elkaar en dan zegt Moere: 'Zeven jongen zal ik krijgen.'

Het oeuvre van Jaak Dreesen dient gekoesterd, dat bewezen voor mij deze twee fijngevoelige boeken nog maar eens. Ze zijn niet meer in de boekhandels te verkrijgen, maar wel in menige bibliotheek te leen. En via boekwinkeltjes.nl zijn ze ook nog wel te bestellen, kijk hier maar eens wat er van zijn werk tweedehandse te vinden is. Of anders bij deze Vlaamse site.

O, en behalve de titels die ik hierboven noemde, hier nog twee van mijn absolute lievelingstitels: de dunne jeugdromans Houden van en Valid. Lees Dreesen.

vrijdag 3 april 2020

UIT ELKAAR - Bette Westera & Sylvia Weve (Gottmer)

O, dit duo! Westera & Weve maakten samen al de ene indrukwekkende bundel na de andere:
Ik leer je liedjes van verlangen en aan je apenstaartje hangen (2010),
Aan de kant, ik ben je oma niet! (2012),
Doodgewoon (2014),
Was de aarde vroeger plat? (2017)
en nu het vorig jaar verschenen Uit elkaar.

Westera werkt altijd met een thema, en dat is dit keer, uiteraard 'scheiden'. Dat valt trouwens ruim op te vatten, want er staan ook verzen in de bundel die gaan over een babyzusje krijgen, of over (erg leuk gedicht) twee pinguïnmannetjes die samen een ei willen uitbroeden. Zoals altijd staan de versvormen weer virtuoos in het gelid. Het is ongelooflijk hoe Westera de technieken van rijm en ritme beheerst. Alle zesenveertig gedichten zijn daar goede voorbeelden van, maar met het quoten van één couplet uit 'Mijn vader' wordt al veel duidelijk:
Zijn mountainbike verdwenen uit de schuur.
Geen vlokken meer op tafel van de Lidl,
maar chocoladehagel extra puur.
Alleen nog ecologisch afwasmiddel.

Alle gevoelens die er rondom een scheiding kunnen bestaan worden verkend. Zo is er een prachtig en pijnlijk vers (een van de allerbeste uit de bundel, vind ik) over hoe het voelt als je je vader hebt zien staan zoenen met iemand anders, hij dat heeft gemerkt en jou vervolgens vraagt om niks aan je moeder te vertellen. Ook heel sterk: het gedicht 'Goeie antwoorden op foute vragen', waarin bijvoorbeeld aangeraden wordt om op de vraag 'Welke van jouw moeders droeg jou negen maanden in haar buik?' te antwoorden: 'Geen idee, ik ben gevonden onder een frambozenstruik.' Briljant.

Het gaat van verdrietig naar vrolijk - van de zin 'Ik hoor om altijd blij te zijn gewoon bij allebei te zijn' tot de regels 'Mijn moeders huis, mijn vaders huis. In beide ben ik even thuis. In beide is het even fijn, en nergens wil ik liever zijn.' Het gaat over niet alleen over vaders en moeders, maar ook over oma's en ooms, die verhuisd kunnen zijn naar plekken als Rotterdam, Kos en Uruguay (daar rijmt Westera dan weer heel lekker op).

Het beeldend werk van Sylvia Weve (Max Velthuijs-prijs 2019) is ook hier weer glorieus. Van eeuwig trouwe zwanen die toch nieuwsgierig naar een andere zwaan zijn, maakt zij dieren met in elkaar verstrengelde nekken die allebei verlangend een ander dier nakijken - terwijl onderaan de pagina een hele rij kuikentjes beduusd staat te zijn. Ook de smekende chihuahua op bladzijde zeventien krijgt een getekende hoofdrol door hem klein en alleen op een verder witte bladzijde te plaatsen. Samen met de - opnieuw - bijzondere vormgeving van bockting design is Uit elkaar daardoor een van Westera-Weve's beste boeken en zeker een van de beste van de totale 2019-oogst.

48 (dubbele) bladzijden, leeftijd: 9+ en alle leeftijden
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.      

  

donderdag 2 april 2020

GOEIE OUWE GEORGE - Meg Rosoff, met tekeningen van Georgien Overwater (Hoogland & Van Klaveren)

We kennen Meg Rosoff (Astrid-Lindgren-Memorial-Award-winnaar-2016) van klassieke young-adultromans als Hoe ik nu leef en Wat ik was, maar ook van de jeugdroman Mij niet gezien en de volwassenen-roman Jonathan gaat los, die allebei vier jaar geleden vrijwel tegelijkertijd in pns land verschenen. In dat laatste boek was een grote rol weggelegd voor twee honden, en het eerste boek dat sindsdien in het Nederlands verschenen is, het kinderboek Goeie ouwe George, is daar familie van.

In Jonathan gaat los bleken de honden namelijk wijzer dan de volwassenen en precies datzelfde principe ligt ten grondslag aan Rosoffs blijmoedige 8+-boek. De George uit de titel (oorspronkelijke titel: Good Dog McTavish) wordt weliswaar door de familie Appeltje (vader, moeder, drie kinderen) uit een asiel gehaald, maar in feite zijn het daarna de gezinsleden die opgevoed moeten worden door de hond, en niet andersom.

In een heerlijk vrolijk verhaal lezen we over plan A, plan B en plan C die door hond George bedacht worden om het ontwrichte gezin weer op de been te helpen. Met als grote handlanger het jongste kind, Bettie, die 'nog niet eens negen' is, maar alle verantwoordelijkheid op zich neemt, en misschien als tweede handlanger - maar daar wordt in het boek alleen op gehint - de moeder uit het gezin.

Zoals altijd betoont Meg Rosoff daarmee haar solidariteit met de schijnbaar zwakkeren, die natuurlijk vaak de échte helden zijn. Goeie ouwe George is licht en makkelijk leesbaar, en de tekeningen van Georgien Overwater, nieuw gemaakt voor deze Nederlandse vertaling, zijn heel grappig. Jammer dat ze vaak zo klein afgedrukt zijn! Evenwel: deze nieuwe Rosoff is een tof, licht leesboek voor deze dagen, én een tof, licht voorleesboek.

132 bladzijden, leeftijd: 9+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier

Dit boek werd vertaald door Jenny de Jonge. 

woensdag 1 april 2020

IK ZAL JE BEWAREN - Jeska Verstegen (Querido)

Jeska Verstegen kennen we als tekenares en prentenboekmaakster. Ik zal je bewaren is haar jeugdromandebuut. De titel klinkt als een belofte, en is dat ook: dit moet de schrijfster aan haar grootmoeder (haar 'bomma') beloofd hebben. Het gaat om het bewaren van de herinnering aan het meisje dat even oud was als de moeder van de hoofdpersoon, maar omgekomen is in vernietigingskamp Sobibor.

Heel mooi en teder beschrijft Verstegen de gevoelens van de jonge Jeska. Haar moeder wil absoluut niet dat er over de oorlog wordt gepraat. Als op school Oorlogswinter wordt voorgelezen, moet Jeska de klas uit. Maar oma, die door stevige medicatie af en toe de episodes uit haar leven door elkaar haalt, heeft een fotoalbum. Daar staan de omgekomen familieleden in. Het is in eerste instantie door dat album, en later door het lezen van bijvoorbeeld Anne Franks Het achterhuis, dat Jeska stapje voor stapje achter de waarheid komt.
Tegelijk met die ontdekking loopt de persoonlijke ontwikkeling van Jeska, die van een speels en onbezorgd meisje iemand wordt voor wie de wereld opengaat. Of, zoals ze zelf zegt: 'Voor mij was spelen eerst ook genoeg. Dat herinner ik me nog. De dagen duurden eindeloos. Het ene moment was ik een toverfee, het andere moment een kabouter. Hoe kan het dat het nu anders is?'

Ik zal je bewaren is een verrassing: een klein en precies, waargebeurd verhaal dat met fijne penseelstreken toch heel helder schetst hoe onze persoonlijke geschiedenis altijd meebepaalt wie wij zijn.

176 pagina's, leeftijd: 11+
Bestel dit boek bij je lokale boekwinkel, of anders hier.     

dinsdag 31 maart 2020

HOE BEROOF JE EEN BANK? - Pim Lammers, met tekeningen van Loes Riphagen (Querido)

Je ziet het na het lezen van Hoe beroof je een bank? gewoon voor je: hoe kinderen elkaar aanstoten, dit boek aanraden en enthousiast aan het navertellen van het verhaal beginnen. Die grote aantrekkelijkheid heeft dit boek. Het is een deel uit de serie Tijgerlezen, grappige of spannende boeken voor beginnende lezers, zonder stricte AVI-indeling, omdat uit onderzoek is gebleken dat kinderen sneller leren lezen als ze zelf naar een boek grijpen - en naar dit boek grijpen zullen kinderen zeker.

Max, Mo en Lotte willen geld ophalen voor de bedreigde zwartvoet-bunzing (de keuze voor dit dier vind ik heel geestig) en bedenken bepaald onorthodoxe manieren om aan het benodigde bedrag te komen. Het boek begint al meteen deur-in-huis-vallend met een geweldig spannende eerste bladzijde, met als beginzinnen:
Ik ben ontvoerd.
Ik zit verstopt in een hut, midden in het bos. 
En ik mag hier niet weg.
Papa en mama moeten eerst geld betalen.
En dat eerste hoofdstukje eindigt met:
Ik ben samen met Mo en Lotte.
Dat zijn mijn beste vrienden.
Maar zij zijn niet ontvoerd.
Zij HEBBEN mij ontvoerd.

Zo eindigt elk korte hoofdstuk wel met een cliffhanger. En is er steeds die onderhuidse lol, dat onderliggende vertelplezier. Die lol en dat plezier worden ook weerspiegeld in de heerlijke tekeningen van Loes Riphagen. In zwart-wit en steunkleur rood brengt ze precies de juiste informatie én de juiste grappen over. Door haar werk, door de mooie uitgave en vooral door dit heel sterke debuut van Pim Lammers bij Querido is Hoe beroof je een bank? een boek dat alles toont waar Tijgerlezen voor staat. Aanbevolen voor heel, heel veel kinderen - of ze nu wel of niet van lezen houden.

92 bladzijden, leeftijd: 6+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.

maandag 30 maart 2020

DE FANTASTISCHE VLIEGWEDSTRIJD - Tjibbe Veldkamp & Sebastiaan Van Doninck (Querido)

Een prentenboektekst van Tjibbe Veldkamp steekt altijd boven andere prentenboekteksten uit, en dat is ook met De fantastische vliegwedstrijd het geval. Bovendien: Veldkamps prentenboekteksten zijn steevast vrolijk - en ook dat geldt voor deze nieuwe uitgave. Onderwerp: vogels die een vliegwedstrijd houden. Maar niet met hun eigen vleugels, nee, ze hebben elk een vliegmachine gebouwd, of een luchtballon, of nog een ander luchtvervoermiddel. De tekst is het ronkend voor te lezen sportverslag: 'Alle teams staan klaar voor de start, alle teams behalve één, want waar zijn de uiltjes? Team Uil is te laat! Hebben de nachtdieren zich wéér verslapen?'

In vrolijkheid en in flink opgevoerde fantasie doet Sebastiaan Van Doninck niet onder voor Veldkamp. Elke plaat van dit groot formaat prentenboek wemelt van de details en van de grappen. Zoals de sportverslaggeef-vogel die niet in de tekst genoemd wordt, maar wel in een wankel torentje op de eerste pagina te zien is. En het doorgaande verhaal van die twee uiltjes die te laat aan de start verschenen. Of - dat vooral - alle gemene streken die het Team Kip uithaalt.
Daarom is de aanbeveling die aan het eind van het boek, net onder de wraak van de loopvogels, staat ('Wilt u deze wedstrijd nog eens terugzien, de herhaling begint nu voor in dit boek...') er één om van harte over te nemen. De fantastische vliegwedstrijd is een van de geinigste prentenboeken die de laatste tijd jaren verschenen is en Veldkamp en Van Doninck zijn wat betreft hun gein-aandeel volledig aan elkaar gewaagd. 

26 pagina's, leeftijd: 4+
Bestel dit boek bij uw lokale boekhandel, of hier.

zondag 29 maart 2020

ALS DE STERREN ZINGEN - Tonke Dragt (Leopold)

Och, wat was het mooi om Tonke Dragt laatst op televisie te zien, geïnterviewd door de bewonderaar die haar grote roman De brief voor de koning zijn hele leven bij zich heeft gedragen en diezelfde bewondering op zijn zoon heeft overgebracht: Matthijs van Nieuwkerk.
Nog mooier was het om de mannen van de Grote Vriendelijke Podcast uitgebreid met haar te horen praten in het eerste en tweede deel van hun podcast.
Bovendien heeft de gevierde Engelse vertaling door Laura Watkinson van De brief geleid tot een Netflix-verfilming, die, hoewel de inhoud van de serie danig losgeweekt is van het boek van Dragt, toch ongetwijfeld weer zal leiden tot nog meer lezers, wereldwijd, van The letter for the king (onder de link: Dragts interview met The Guardian).

Aangespoord door die hartverwarmende nieuwe aandacht voor het werk van Tonke Dragt las ik deze dagen het meer dan vierhonderd pagina's tellende boek dat ik nog niet van haar kende: een verzamelbundel met verhalen die in 2017 prachtig (full-colour, dubbel leeslint) uitgegeven is door Leopold, de uitgeverij die ze altijd trouw is gebleven.
Onder de titel Als de sterren zingen lezen we een schitterende staalkaart van alles waar Tonke Dragt interesse voor heeft. Het boek telt vijf afdelingen. We gaan via sprookjes en vertellingen (1), sagen, mysteries en avontuur (2), via raadselverhalen (3), toekomstverhalen & sciencefiction (4) naar nachtverhalen (5). Het mooie is: dat hoeven helemaal geen favoriete genres van je te zijn, want wat al die verhalen, in allerlei verschillende decennia geschreven, bij elkaar houdt is die prachtige Dragt-verteltoon. Ze neemt je vanaf de eerste regels mee. Er is niets verouderd, niets is langdradig of belegen, sterker: ze schrijft in een handomdraai. In een paar snelle schetsen zet ze haar decor neer en plaatst ze haar hoofdpersonages helder voor de ogen van de lezer.

Misschien wel het mooiste aspect aan de bundel zijn de toelichtingen die ze bij veel verhalen schrijft. Dan is de bladzijde opeens romig geel en staat er 'Tonke Dragt vertelt...' bovenaan en onderaan de handtekening van de schrijfster, met ertussenin een stukje over wanneer en waarom ze dit verhaal schreef. Naast een vaak betoverende bundel (met heel wat niet eerder gepubliceerde verhalen!) krijgen we met Als de sterren zingen ook een inkijk in Dragts schrijfgeschiedenis. Daarmee is dit boek niet alleen een viering van haar werk, maar vooral ook een viering van het lezen van haar werk. Ideaal voor deze quarantaine-weken - en alle andere.

426 pagina's, leeftijd: 10+, soms iets jonger, maar eigenlijk: alle leeftijden
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.

zaterdag 28 maart 2020

JAWLENSKY, HAAR OGEN - Bette Westera & Sylvia Weve, IN DE TUIN VAN MONET - Kaatje Vermeire (Leopold/Gemeentemuseum Den Haag)

Als er prijzen zouden bestaan voor series dan zouden de kunstprentenboeken die uitgeverij Leopold en het Gemeentemuseum in Den Haag laten maken daarvoor in aanmerking komen.
De afgelopen jaren zagen we bijvoorbeeld schitterende delen over Liebermann (Annette Fienieg & Koos Meinderts), over Poiret (van Enzo Pérès-Labourdette), over Givenchy (van Philip Hopman), over Toorop (door Kitty Crowther), over standbeelden (van Ted van Lieshout & Ludwig Volbeda), over tafelmanieren (van Rindert Kromhout & Margriet Heymans), over de Haagse School (van Charlotte Dematons), over Rothko (van Wim Hofman), over Schiele (van Harriët van Reek), over Delfts Blauw (van Ingrid & Dieter Schubert), over Calder (van Sieb Posthuma), en over Caillebotte (van Ingrid Godon).

Maar er zijn daarna in 2018 en 2019 weer twee fantastische afleveringen verschenen die ik nog niet heb kunnen bespreken. Bij het werk van de schilder Alexej von Jawlensky maakte het beproefde duo Westera en Weve een boek in schitterende kleuren. Het - niet rechtstreeks op het leven van de schilder geënte, maar wel passende - verhaal gaat over een jongetje dat zijn moeder heeft verloren en dan steeds grotere schilderijen maakt om met haar in contact te kunnen blijven. De werkelijk fantastische spreads van Weve zijn zéér geïnspireerd op Jawlensky en tonen ook een bijzondere variatie. Van pastelkleurige dotten tot wit op zwarte lijntekeningen, tot beelden in bruintinten en portretten met sterke ogen - een kenmerk van Jawlensky.

Het boek dat Kaatje Vermeire over Monet maakte begint op de titelpagina met zijn hoed. Het verhaal is al even impressionistisch als Monets werk. We lezen zinnetjes die door Monet over zijn leven gezegd zouden kunnen worden, en krijgen flarden van zijn biografie mee. Maar het zijn vooral de platen die spreken. Geheel in Monets sfeer gieten ze kleur uit over de lezer. Dit boek moet ongetwijfeld al het absolute lievelingsboek van een aantal kinderen geworden zijn, want het tovert de zomer naar boven, en de een na laatste zin vertelt eigenlijk alles: 'Ik schilder hetzelfde dat nooit hetzelfde is.'

24 pagina's, leeftijd: 6+ (maar eigenlijk leeftijdsloos)
Bestel deze boeken bij je lokale boekhandel, of anders hier en hier.
    

vrijdag 27 maart 2020

DIE KLEINE IS DON, DE LANGE IS SJON - Catharina Valckx (Querido)

Ik ben nogal fan van tekenaar/schrijver Catharina Valckx. Ik hou van haar helderheid en van haar humor. De laatste jaren schreef ik over bijvoorbeeld De koning en de kip, over Victor, een paar dagen uit mijn bijzonder interessante leven, over Billy zoekt een schat en over het geweldige Fritzi en de razende schoen. Des te verheugder was ik dus toen Catharina Valckx een deel in de Tijgerlezen-serie wilde schrijven (Tijgerlezen: grappige of spannende boeken voor beginnende lezers, zonder stricte AVI-indeling - omdat uit onderzoek is gebleken dat kinderen sneller leren lezen als ze zelf naar een boek grijpen). En wat voor een deel!

Voor dit boek schiep Valckx een nieuw duo: Don en Sjon. Sjon is een eend (of een gans?) en Don een klein zwart vogeltje, en de uitleggende titel is al heel grappig: Die kleine is Don, de lange is Sjon. Ze wonen samen in een huisje, en koekjes zijn een belangrijk onderdeel van hun dagelijks leven, zo blijkt uit deze zes verhalen. In het eerste eet Don een heel pak leeg en laat niks voor Sjon over. Als hij nog een laatste, droog exemplaar vindt lijkt hij zijn verdiende straf te krijgen, maar dat loopt heel anders af. Het leuke van deze verhalen is dat je dénkt dat ze volgens een al veel vaker gebruikt plot-stramien gaan verlopen, maar Valckx doet dan steeds net weer wat anders.

Elke bladzijde bestaat voor de bovenste helft uit tekening, en daaronder staan een paar duidelijke, makkelijk te lezen zinnen. De opgewektheid ontvouwt zich op elke bladzijde, en ik moest ook een paar keer - ik kan het niet anders zeggen - grinniken (een woord dat zeer bij de wereld van Valckx past). Hoe dan ook, dit boek wekt de hoop dat er nog meer Don-en-Sjon-delen mogen verschijnen.  

104 pagina's. leeftijd: 6+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.

donderdag 26 maart 2020

DOKTER VOS - Daan Remmerts de Vries (Gottmer)

Daan Remmerts de Vries is natuurlijk een van onze meest veelzijdige auteurs/tekenaars. Van prachtige psychologische kinderromans als Godje, Tijgereiland en Groter dan de lucht, erger dan de zon tot jeugdromans als De diepte van een Zweeds meer tot fantasy tot vrolijke prentenboeken.
In die laatste categorie verscheen vorig jaar Vos is een boef, een geinig schavuitenverhaal. En nu is er Dokter Vos, het 'vervolg'.

Vos besluit dokter te worden en dieren beter te maken. Het wordt niet met zoveel woorden aangegeven waarom hij dat wil doen, maar het zullen vast niet alleen maar dierlievende motieven zijn. Hoewel: hij kijkt op de coverafbeelding wel heel beteuterd - het vervelende is namelijk dat er geen patiënten komen. En dus besluit Vos die patiënten te vangen.
Natuurlijk is het zo dat in dit soort verhalen de bedrieger bedrogen wordt en Dokter Vos is daar geen uitzondering op. Maar het gebeurt op een geinige, tevreden stellende manier. Zelfs Vos kan ermee leven.

De tekeningen uit dit fijne boek, ook van de hand van Remmerts de Vries dus, brengen de slapstick nog meer tot leven, maar niet alleen dat: ze wekken behoorlijk wat sympathie op voor de gelegenheidsdokter. Zou hij het dan toch allemaal uit liefdadigheid doen?

32 pagina's, leeftijd: 4+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.  
 

woensdag 25 maart 2020

DE ZOUTE GOUDVIS - Paul Biegel, met tekeningen van Mies van Hout (Lemniscaat)

Het is 25 maart en vijfennegentig jaar geleden werd Paul Biegel geboren. Op deze Biegeldag bespreek ik graag het laatst verschenen boek van onze schrijvervoorvader, het in 2015 uitgegeven De zoute goudvis. In dat boek zijn zeven sprankelende verhalen gebundeld, en door Mies van Hout van nieuwe tekeningen voorzien. Die tekeningen zijn fijn, ze spatten van kleur, en kijk bijvoorbeeld eens, als je het boek in je bezit hebt, naar de lol die afstraalt van de tekening van de duizendpoot die op zijn rug ligt, met elk pootje in het verband. Zijn oogjes zijn ziekelijk toegeknepen en met een mini-mondje lurkt hij nog wat rode limonade uit een scheef glaasje dat naast hem staat.

De verhalen zijn stuk voor stuk fantastisch. Je wilt ze zo aan je kleine neefjes en nichtjes gaan voorlezen, nu, zitten, op de bank, oren open. Biegel kan van werkelijk alles een spannend of grappig verhaal maken, en natuurlijk danst zijn taal de horlepiep in elke zin.

Er is weer veel Biegelliaans te ontdekken in deze verzameling. Voorbeelden? Het eerste verhaal, De drie vogeltjes, is een voorbeeld van hoe hij vaak met namen speelde. Uit zijn boek De rode prinses kennen we de drie reuzen Holz, Bolz en Schwanzenstolz, en hier heten de drie vogeltje Hip, Wip en Nipperdenipsi Pip. En dan die laatste zin... Daarin kunnen de drie vogeltjes, die alle drie beroet zijn en dus hun oorspronkelijke kleuren verloren hebben, door 'tante Sibelius' (ook zo'n Biegel-naam) niet meer uit elkaar gehouden worden, en dan staat er: 'Want zwart lijkt zo op elkaar.' Dat kán eigenlijk niet, die zin, en toch snap je 'm helemaal.
Of het verhaal De graskabouter. Die is een soort dokter voor allerlei kleine dieren. En dan staat er: 'Als er een duizendpoot komt met verzwikte enkels, dan staat de graskabouter wel een dag te peuteren met verbandjes.' Door dat woord 'peuteren' is deze zin honderd procent opgegeinigd.
In Jacob Kikker gaat het over een eenzame kikker die zijn vrienden kwijt is. Dan drijft er op een dag op een stuk hout een dikke kikker langs. Die komt uit Roemenië (!) en moppert dat in dit land alles afgrijselijk is. Dat doet hij met deze opsomming: 'Want het stinkt hier. En het water is vergiftig. En de zon te bleek. En de wind te schraal. En het riet te scherp. En de eenden zijn mispunten.' Wie schiet er bij zo'n laatste zin nu niet in de lach?

We hebben veel te danken aan Paul Biegel, en al zijn verhalen verdienen het om steeds weer voorgelezen te worden. Voor wie een introductie-light zoekt kan ik deze fijn uitgegeven bundel aanbevelen, en voor wie ooit korte verhalen voor kinderen wil schrijven: De zoute goudvis kun je ook lezen als leerboek. Zo moet het namelijk.

64 pagina's, leeftijd: 5+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of (er zijn niet veel nieuwe exemplaren meer) hier.
 
 

dinsdag 24 maart 2020

SMOKKELKINDEREN - Jacques Vriens (Van Holkema & Warendorf)

Jacques Vriens is al jarenlang een van onze allerbelangrijkste schrijvers. Ik heb veel van zijn werk mogen bespreken (bijvoorbeeld de prachtige boeken Tien torens diep, Oorlogsgeheimen, Niet thuis of Code Kattenkruid), en het is erg fijn dat ik een van de kinderromans die waren blijven liggen nu alsnog heb gelezen: Smokkelkinderen (2016).
Onze meesterverteller neemt ons ook in dit boek weer mee terug de tijd in. Om precies te zijn: naar het jaar 1934, de crisistijd. Uiteraard speelt het verhaal zich in het zuiden van ons land af, dit keer in een niet nader benoemd dorpje dat pal aan de grens ligt. Arie is de hoofdpersoon. Hij woont samen met zijn vader en zijn zus bij oma, die een bijzonder sterke vrouw is. Vader Corneel doet van alles om aan extra geld te komen, en het smokkelen van etenswaren, met name boter, is het meest lucratief. Niet zo gek dat hij precies dat probeert: opa (en naar later blijkt ook oma) waren bedreven mokkelaars. Intussen wil Arie schrijver worden, maar óók 'voorloper' bij de smokkelaars. Maar de controle wordt steeds meer aangescherpt.
Vriens weet de lezer in dit boek weer heel simpel te betoveren. Dat komt door het gemak waarmee hij de historische situatie schetst, hij doseert zijn informatie op een geweldige wijze, je vliegt door het boek. Maar zoals altijd zijn het toch vooral de hartveroverende personages die zoveel charme geven. De sterke, strenge oma, de vrijgevochten vader, die het - leren we verderop in het boek - toch niet makkelijk heeft gehad in zijn leven, Arie's beste vriend Toon, Arie's vriendinnetje Lisa, en vooral: grote zus Nelleke. Zij is veertien maar heeft het verstand van een veel jonger kind, waardoor Arie vaak voor haar moet zorgen. Vriens geeft met die verhaallijn een prachtig kloppend hart mee aan het boek: door de eerlijke, sporadische ergernis van Arie (als ze naar een gebakje in een etalage wil zwaaien bijvoorbeeld), maar met name de manier waarop Arie leert zich niet meer voor zijn zus te schamen. Smokkelkinderen is weer zo'n echt Vriens-boek dat aan te raden is aan iedereen.

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.

maandag 23 maart 2020

ZWERVELING - Peter Van den Ende (Querido)

Een boek dat ik al heel lang had willen tippen: Zwerveling van Peter Van den Ende, een van de hoogtepunten van 2019. Een vroegere titel van deze graphic-novel-die-anders-is-dan-alle-andere-boeken was Bootje op drift. Daarmee is de kortste samenvatting van het tekstloze boek gegeven, want de 'hoofdpersoon' is een gevouwen papieren bootje, dat vanaf een groot en wonderlijk schip, de Exploratio, ergens in de Stille Oceaan, wordt losgelaten - ogenschijnlijk onbemand.
Het bootje legt een lange, lange tocht af naar Europa, misschien wel naar een tevoorschijn gedroomd België, en dat weten we omdat op de achterste schutbladen de reis kort staat afgebeeld.
Die reis leidt langs de vreemdste zeewezens die er bestaan. Vaak zijn het hybride schepsels, half vis, half walvis, of half walvis, half pijprokend dier, of half duiker, half vis, en zo verder. In de zwartwit-bijeengearceerde wereld van debutant Van den Ende kan veel, maar het geweldige is dat er toch genoeg 'samenhang' is om na een eerste bekijken van het boek meteen opnieuw te beginnen. Hoe zit dat met die zwarte kat? Hoe zit dat met de kortstondige bemanning door het zeepaardjeswezen? Hoe en wanneer worden er parels uit het water gehaald? Waarom is de Exploratio uiteindelijk ook op de eindbestemming? Hoe komt dat kogelgat in het bootje? En dan die octopus met inktpotjes in zijn tentakels?  En de duikbootachtige vis die Ictine (IV) heet? En het paard dat met sterren is bevlekt?
Wat een entree in de kinderboekwereld. Van den Ende is al met zijn eerste boek niets minder dan een fenomeen, want Zwerveling is een juichende surpriseparty voor de verbeelding. En we zijn allemaal uitgenodigd.

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.

zondag 22 maart 2020

DE WERELD VAN WOLLEBRANDT - Nicolien Mizee (Brandt)

We kennen Nicolien Mizee natuurlijk van haar boeken voor volwassenen, waarschijnlijk vooral van romans als Moord op de moestuin en De halfbroer, of van haar verslavende faxen aan Ger: De kennismaking, De porseleinkast en Allesverpletterende. Maar ze schreef ook één boek voor jongeren. Het kwam in 2016 uit en maakte deel uit van een groepsproject van schrijvers Hans van der Beek, Jet Steinz en Judith Eiselin: Sterren van morgen. En van Mizee dus. Het project heeft geen vervolg gekregen, en ik heb de andere delen nog niet gelezen, maar het deel van Mizee beviel me goed.

De verhalen vinden plaats op een bijzondere plek, namelijk op Mortimer Mansion, een Engelse kostschool die ingericht is volgens een bepaalde Leer (Sterren van Morgen). Wat die Leer precies inhoudt kom je in dit verhaal niet te weten, maar Wollebrandt, de hoofdpersoon, leeft vanaf de eerste zinnen. Hij is de ene helft van een tweeling (over zijn zusje Wendelmoed schreef Judith Eiselin het deel Het vuur van Louise). Wollebrandt is zo'n jongen aan wie al heel vaak gezegd is dat hij vooral niet teveel over zijn grote hobby moet praten: fossielen. Dat doet hij natuurlijk toch, en in zijn sociale onhandigheid lijkt hij al meteen buiten de groep te vallen. Gelukkig ligt het niet zo simpel, en behoudt het boek een soort monterheid die goed bij het andere werk van Mizee past.

Omdat dit een deel van een groepsproject was heeft de auteur zich ongetwijfeld aan bepaalde gebeurtenissen moeten houden, en dat zorgt ervoor dat De wereld van Wollebrandt niet zozeer één doorlopend verhaal is, maar dat we door het eerste kostschooljaar springen, dat we van episode naar episode gaan. Dat is geen bezwaar, want de charme van dit boek zit hem in de frisse stijl, de bijzondere achtergronden (wat Wollebrandt over fossielen vertelt is écht interessant, maar ook paardrijden krijgt een mooie plek en zelfs het tradtionele Engelse Morris-dansen) en de aangename personages. De ouders van de tweeling zijn heerlijk laconiek, er is een vriendinnetje uit Spanje en een vriendje uit Frankrijk die elk hun eigen lijntje krijgen - nou ja, ik wil maar zeggen: het lezen van dit niet heel dikke boek was aangenaam.

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.


zaterdag 21 maart 2020

STINKHOND ZOEKT EEN BAASJE & STINKHOND GAAT NAAR SCHOOL - Colas Gutman & Marc Boutavant (Lannoo)

De serie over Stinkhond (in het origineel Chien Pourri) is al een tijdje heel populair in Frankrijk en nu kunnen ook Nederlandse en Vlaamse kinderen eindelijk kennismaken met deze goedmoedige viezerd, wiens naam door vertaalster Sylvia Vanden Heede omgedoopt is tot Stinkhond. Die vertaling is trouwens heerlijk.
De eerste twee delen kwamen onlangs uit, en verderop in dit jaar volgen er nog twee: Stinkhond gaat naar zee en Stinkhond is jarig. Steeds zijn Stinkhond en Plattekat, goede vrienden die bij een vuilnisbak wonen, de hoofdpersonen. Stinkhond trekt er steeds weer op uit met een nieuw levensdoel, zoals bijvoorbeeld het vinden van een baasje of het naar school gaan zodat hij kan leren lezen. Wat volgt is een kolderieke tuimeling van meestal onfortuinlijke gebeurtenissen, waar Stinkhond toch voortdurend vrolijk onder blijft. Die eigenschap heeft hij met name te danken aan zijn geringe verstand, gecombineerd met zijn ongebreidelde optimisme.
Het zijn absurde verhalen, waarin met grote stappen door de gebeurtenissen wordt gebanjerd. Het gaat er soms niet lichtzinnig aan toe, maar er is gelukkig altijd de vriendschap met Plattekat, en de levenslust van Stinkhond zelf.
Het leukst van deze reeks zijn wat mij betreft de geweldige tekeningen van Marc Boutavant. We kennen hem al van de schitterende illustraties bij Toon Tellegens Is er dan niemand boos?, en ook hier is het een groot plezier om naar zijn kleurenprenten te kijken die vol warmte en gein zitten. 

Bestel deze boeken bij je lokale boekhandel, of hier.

vrijdag 20 maart 2020

VERLOREN WOORDEN - Robert Macfarlane & Jackie Morris (Querido)

Lost words, dat is de oorspronkelijke titel van dit enorme boek (letterlijk: het torent hoog boven de rest van je boekenkast uit) - en met die 'verloren woorden' bedoelt de schrijver natuurwoorden. Woorden die planten, bomen en dieren benoemen. Macfarlane zocht naar een indringende manier om de woorden on-verloren te laten zijn, en o, wat vond hij die. Hij schreef acrostichons (naamdichten, de eerste letters van de strofen vormen samen het woord waar het vers over gaat) waarin hij ons beter, nee nog beter, nee, nog wat beter laat kijken naar de twintig uitgekozen dieren en planten. Ze staan op alfabet, het gaat van adder tot winterkoninkje.

De ondertitel van Verloren woorden is 'een betoverboek'- en die belofte maakt dit boek volledig waar. De taal buitelt en bedwelmt. Laat ik een van de vele hoogtepunten hier in z'n geheel citeren:

PAARDENBLOEM

Plaag me, kleine zon in het gras!

Als je durft, duizel me, mini-tijdmachine!
(Wie-wat, zonnebad, distelblad)

Al jouw namen zijn vervlogen,

Raadselplant, pluimbol, leeuwentand,
(Wie-wat, zonnebad, netelblad)

Dent-de-lion, hondstong, melkwiet,

Er moeten daarom nieuwe komen, vind je niet?
(Wie-wat, zonnebad, kartelblad)

Nieuwe namen die ik zal verzinnen, om te

Beginnen: Vloek voor de gazongekken, of

Lachende ster van het voetbalveld,

Of strooigeld,

En voorjaarsbruid,

Maar nooit zal je domweg, gewoonweg, simpelweg heten: 'onkruid'.
(Wie-wat, zonnebad, rozetblad)

Ik kan iedereen aanraden om een van Macfarlane's gedichten over te typen, zoals ik daarnet deed, want je ontdekt zelfs nog meer dan je al las. Zie hoe de taal spelletjes speelt! Het gaat hier ook nog eens over allerlei oude en nieuwe namen voor iets wat we vaak over het hoofd zien, maar we krijgen ook lol mee, koppeltjeduikelen met klanken en woorden.

Knap van Macfarlane - ja. Maar even knap van de vertaler. En dat is niemand minder dan Bibi Dumon Tak. Wie Verloren woorden leest, hapt soms naar adem van de vertaalvirtuositeit. Ik zou zeggen: lees bovenstaand gedicht nog eens door, en bedenk dan dat er een Engelstalig origineel is, waarin al die oud-Hollandse benamingen voor de paardenbloem niet voor hebben kunnen komen. En toch bleef Dumon Tak dichtbij het origineel. Het is ongelooflijk.

De tekeningen van Jackie Morris zijn ruim, soms weelderig, maar altijd dienend. Ze brengen de behandelde bomen, vogels en overige onderwerpen realistisch in beeld. Verder is er niet bezuinigd op vormgeving, op de kwaliteit van het papier en op de stevigheid van het (koffietafel-)boek.
Juist in deze tijd, waarin we vanuit huis opeens weer veel meer opmerken dat er vogels langs vliegen is Verloren woorden een waar cadeau dat je (advies!) meerdere keren hardop zult willen lezen.

Koop dit boek bij je lokale boekhandel of bestel het hier.

donderdag 19 maart 2020

ONS KASTEEL AAN ZEE - Lucy Strange (Gottmer)

Na het al heel bijzondere eerste Het geheim van het Nachtegaalbos van schrijfster Lucy Strange, is afgelopen jaar haar tweede kinderroman verschenen en gelukkig vrij snel (op een heerlijke manier) door Aleid van Eekelen-Benders vertaald.
Het motto is van Charles Dickens en geeft - achteraf gezien - de essentie van het boek weer: 'Want ons levenspad... is nu ruw en rotsachtig, en het is aan ons het te effenen.' Het verhaal dat zich rond het begin van de Tweede Wereldoorlog afspeelt aan de zuidoostkust van Engeland begint met de kennismaking met het gezin dat centraal staat (vader, moeder, twee zusjes, we maken het avontuur mee door de ogen van de jongste, Petra) en met de legende over de 'Vier Dochters' die de vader aan zijn kinderen vertelt. Die 'Vier Dochters' zijn stenen beelden uit de oudheid die uitkijken over zee vanaf een klif en in een halve cirkel voor de vuurtoren staan, waarin het gezin woont.
Wie Ons kasteel aan zee leest waant zich op die klif en in die vuurtoren. Strange beschrijft het uitzicht, het weer, de omgeving zo levendig, zonder al te poëtisch te worden, dat je je dáár bevindt. Maar dat is maar een van haar auteurskwaliteiten. Wat volgt is een zorgvuldig verteld onstuimig verhaal, waarin de twee meisjes niet gespaard worden. 'Ruw en rotsachtig' is hun leven, en ze moeten tussen verraad, trouw, dood en hoop hun eigen weg zien te effenen. De wereld staat in brand, de oorlog dreigt, en Petra komt werkelijk voor de keuze te staan: wiens kant kies je, waar ligt je loyaliteit.
Ons kasteel aan zee is een boek dat raakt aan waar het in het leven echt om gaat, maar tegelijkertijd wil je niet stoppen met lezen, omdat het ook nog eens ongemeen spannend is. En dus is het nu reikhalzend uitkijken naar Lucy Strange's derde boek, want hier is een auteur opgestaan die we moeten blijven volgen.

Koop dit boek bij je lokale boekhandel of bestel het hier.

woensdag 18 maart 2020

NIEMAND ZIET HET - Dolf Verroen & Charlotte Dematons (Leopold)

Al vorig jaar verschenen, maar ik had er nog niet over geschreven. Vandaag herlas ik daarom Niemand ziet het, het laatste boek van Dolf Verroen. In losse navolging van zijn Oorlog en vriendschap (2016) wortelt ook dit boek in het verleden van de auteur. Het speelt net na de oorlog, rond 1947, en gaat over de dertienjarige Victor, die weet dat hij niet op meisjes valt. De eerste zin van het boek is dan ook: 'Natuurlijk wist ik dat ik homo was, maar ik durfde er met niemand over te praten.'
In deze directe stijl lezen we vervolgens over het laatste jaar van de lagere school. Victor hoopt dat hij naar het gymnasium mag, maar de meester weet het nog niet zo zeker. Het gaat ook over de dood van een klasgenootje, en hoe verschillende klasgenoten daarop reageren. Verroen schetst heel naturel hoe Victors verhoudingen tot de jongens (en een enkel meisje) in zijn klas zijn, waarbij hij soms behoorlijk in de war is over wat de ander nu precies bedoelt. Waarom vraagt die ene, heel aardige jongen hem mee naar zijn kamer? Waarom wil dat ene, voorlijke meisje met hem naar de vijver?
Het boek leest heerlijk, door die parlando-achtige stijl, door dat heel natuurlijke vertellen. De portretten die Charlotte Dematons door het boek heen strooit zijn prachtig aanvullend - ze heeft geen grote scènes nodig om toch genuanceerd te tonen welk scala aan gevoelens er soms door de jonge Victor heen razen. Niemand ziet het is mooi uitgegeven, met een heel fijn aanvoelende cover en met stevige bladzijden, en dan zijn er ook nog die bijzondere laatste hoofdstukken, als Victor het er tegenover zijn (geweldige) ouders uitflapt dat hij homo is. Zo'n fijn boek.

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.  

dinsdag 17 maart 2020

NAAR BED GAAN IS GEDOE - Wessel Sandtke & Marieke van Ditshuizen (Volt)

Het begint al op de schutbladen: daar zien we een vader en een moeder rennend door een labyrint, achter hun zoontje aan, dat hen met zijn knuffels ver vooruit is. In deze dagen van kinderen die thuisgehouden moeten worden zal dat labyrint voor veel ouders een herkenbare metafoor zijn.

In het verhaal, dat door Wessel Sandtke (van wie dit het tweede prentenboek is, eerder verscheen Het geheugen van een olifant, met Jan Jutte) in soepel rijm wordt verteld, is het zoontje zélf aan het woord. Hij wil nog niet gaan slapen, en daar heeft hij allerlei goede redenen voor. Die speelt hij een voor een uit naar zijn ouders, aangevoerd door zijn algemene verzuchting: 'Naar bed gaan is gedoe.' Natuurlijk zal hij ergens in de avond toe moeten geven aan de slaap, en hoewel dat het einde van het verhaal lijkt, is er dan nog een écht einde: de volgende ochtend.

Marieke van Ditshuizen koos voor een vrolijke (enigszins op de auteur gelijkende) hoofdpersoon met krullen. Zijn lievelingsknuffel is een grappig ruimtewezen, met twee heel lange armen. In lichte, waterverfkleuren vertelt ze het verhaal dat de coupletten van de tekst met elkaar verbindt. Zo zien we op de ene plaat hoe het jongetje door zijn slaapkamerraam naar buiten klimt, en op de volgende zien we hoe zijn moeder de deur opendoet en daar heel verbaasd haar eigen zoontje aantreft. Het leuke aan de tekeningen is ook dat we een aantal van de knuffels kunnen volgen, die in navolging van de hoofdpersoon een eigen al dan niet recalcitrant verhaal vertellen. Een heel fijn boek dus, vol van licht, kleur en op elke spread meerdere redenen tot glimlachen. 

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.

maandag 16 maart 2020

DE KOUDSTE WINTER - Tine Mortier & Alain Verster (De Eenhoorn)

Wie van het werk van Alain Verster houdt (en dat doe ik zéér) zal volledig smelten als zij of hij de prenten in De koudste winter bekijkt. In dit mooi uitgegeven boek met liggend formaat krijgen zijn paginagrote taferelen veel ruimte. We zien een melancholisch jongetje dat samen met een oude man (zijn opa, waarschijnlijk) ingesneeuwd raakt in een klein huis. Omdat in het verhaal steeds gesproken wordt van 'de jongen' en 'de oude man' - zonder hun namen te noemen - is het aan de tekenaar om de hoofdpersonen dichterbij te brengen. Verster koos voor een aandoenlijk jongetje, waardoor we toegang krijgen tot niet alleen zijn uiterlijk, maar ook zijn gevoelens. Dat begint al op het omslag, waar we de jongen van achter het raam naar buiten zien staren en gaat meteen verder op de eerste prent, waar we hem in zijn kamertje op bed zien zitten, maar waarop we ook zien dat hij van strips houdt, dat hij dinosaurusspeeltjes heeft en tekeningen van paarden heeft proberen te maken. Het ietwat dystopische verhaal, dat met zeer poëtische en uitnodigende taal geschreven is, waardoor de lezer zelf veel mag invullen, krijgt door Versters details (met veel aangename rood- en oranjetinten) een geruststellende warmte mee. Hadden we bijvoorbeeld het vrolijke roodborstje op de titelpagina, dat op drie prachtig versierde theekopjes balanceert, wel opgemerkt?
Dat roodborstje krijgt een belangrijke, bevrijdende functie in het verhaal, maar pas nadat we begrepen hebben dat de jongen flink gepest wordt, behoorlijk eenzaam is, dat er een hond overlijdt en dat de sneeuw zo hoog opgetast raakt dat die meer als een winterse aanval dan als een winterse bui wordt ervaren. Het rijke van dit boek zit 'm in het feit dat het verhaal zich niet meteen prijsgeeft, en dat Mortier schrijft voor de dromers. In combinatie met de passende, maar ook liefhebbende beelden van Verster levert dat een bijzonder boek op.

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier

zondag 15 maart 2020

ONMOGELIJK BLAUW - Kate DiCamillo (Lannoo)

Onmogelijk blauw is het zelfstandig te lezen slotstuk van de trilogie van Kate DiCamillo die begon met Neem mijn hand en vorig jaar verderging met De vloek van de vliegende olifantes. Die boeken draaien om de drie vriendinnen Raymie (boek één), Louise (boek twee) en nu Billie.

Billie (14) heeft haar hond Flappy moeten begraven. Daarmee valt haar geluk weg. Ze verlaat op de eerste bladzijde van dit boek haar weinig zorgzame moeder en vertrekt naar een kustplaatsje een eind verderop. Daar maakt ze in hoog tempo - en behoorlijk bokkend, want het is een stug meisje, die Billie - kennis met allerlei mensen die stuk voor stuk het beste van hun leven proberen te maken. Ze krijgt werk in een visrestaurant, waar ze de verhalen leert kennen van zowel de eigenaar als Doris, Charles en Freddie, die in de keuken en de bediening werken. Billie krijgt onderdak bij de oude mevrouw Jola Jenkins, die in een oude, wiebelige caravan woont, met een dikke kat die voor niemand aandacht heeft, behalve voor Billie. Tenslotte leert ze er de bezoekers van het buurtwinkeltje kennen, en vooral de jongen die er werkt, Elmer, die ook zijn eigen beschadigde verleden heeft, maar ontsnapping vindt in de kunstgeschiedenis.

Onmogelijk blauw is misschien wel het beste boek van DiCamillo, schreef de New York Times, en dat zou best waar kunnen zijn (hoewel we natuurlijk prachtige kinderromans van haar kennen als Op de rug van de tijger en De zomer van Winn-Dixie.) Maar Onmogelijk blauw (oorspronkelijke titel: Beverly, right here) is zo'n boek dat als een stralende film aan je voorbijtrekt. Dat verdriet mengt met stralend geluk. Waarin personages voorbijkomt die in één, twee bladzijden geschetst worden en die je toch helemaal denkt te kennen. Het is een boek dat doet denken aan de beste Engelstalige kinderboeken uit de geschiedenis, zoals bijvoorbeeld die van Marilyn Sachs, die van E.L. Koningsburg, die van Betsy Byars vooral. Het is een hartverwarmend boek om in één keer uit te lezen - wat ik dan ook deed.

Dit boek is vertaald door Harry Pallemans. Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.

dinsdag 10 maart 2020

EEN HUIS VOL VRIENDEN - Pieter Gaudesaboos & Lorraine Francis (Lannoo) - KLEIN VERHAAL MET EEN HART - Pieter Gaudesaboos & Elvis Peeters & Nicole Van Bael (Lannoo)

De Vlaamse kunstenaar Pieter Gaudesaboos is te weinig bekend in Nederland. Zo kreeg hij nog geen Penseel of andere illustratieprijs. dat is vreemd. Hij bouwde al een bijzonder oeuvre op, met spannende collage-boeken als Toen oma plots verdween, met een ver doorgevoerd raadselboek over een verdwenen kindsterretje, Briek, een megaformaat-prentenboek als Tommie en de torenhoge boterham, en ook onlangs waren er weer nieuwe boeken. Boeken met een twist, zoals altijd, die samen - opnieuw - prachtig Gaudesaboos' veelzijdigheid laten zien.  

Het meest 'gangbare' van de twee is het fijne Een huis vol vrienden, een tweede 'dierentuinboek' na Mijn huis staat in de dierentuin. Dat eerste deel bevatte tekst van Sylvia Vanden Heede, dit tweede is met tekst van Lorraine Francis.
Een huis vol vrienden is een fijn zoekboek. Het verhaal draait om Sam die een mooi huis voor zijn vrienden bouwt. Allerlei dieren helpen mee, en dus zien we poedels een tuin aanleggen, een nijlpaard sinaasappels uitpersen en een buffel de boel versieren met glitter. Bij elke spread krijgen we kijksuggesties ('Zie jij de aap met de koksmuts?'), en achterin staan er zelfs nog meer. De grote, drukke wemelplaten zijn een genot. Het tekenplezier spat ervan af, en de details zijn geinig en rijk.

Klein verhaal met een hart is een totaal ander boek. Hier zijn de illustraties spaarzaam, het zijn bijna vignetten geworden, op een verder leeg, wit blad. Het hoofdpersonage is een jonge vrouw (in de tekeningen afgebeeld als een nijver miertje), die haar kindje heeft afgestaan ter adoptie en zich nu afvraagt hoe het met het kindje gaat. Haar hart klopt nog altijd een beetje in het ritme van het kind, en het hele boek is aan hem of haar gericht - want misschien wil het kindje zijn biologische moeder nog wel eens zien? Gaudesaboos, die zelf adoptievader is, heeft het prachtig spaarzaam gehouden. De tekst is helder en de tekeningen zijn dat ook, maar ze bevatten toch genoeg kleur en detail om rondom het miervrouwtje een hele achtergrond op te bouwen. Een heel leven eigenlijk - knappe prestatie in een boek met zoveel witruimte en met zo'n volwassen, serieus onderwerp.

Bestel deze boeken bij je lokale boekhandel, of hier


vrijdag 6 maart 2020

RAAR - Mark Janssen (Lemniscaat)

Mark Janssen zette weer een volgende stap op zijn prentenboekenpad - een pad dat sinds Niets gebeurd bestaat uit bonte, sterke, toegankelijke, originele boeken. Raar is de nieuwste aanwinst.
Op de eerste bladzijden doet Janssen iets heel slims, hij voert een paar dieren op die tegen een spiegel aan lopen en vervolgens besluiten die spiegel in het boek te plaatsen - precies op het midden van de pagina. Inception in een prentenboek! Janssen gebruikt die vertelmagie met de grootste vanzelfsprekendheid, waardoor het meteen aanvaardbaar is.
Daarna zien we allerlei dieren die zich in de spiegel gaan bekijken. Elke spread schuimt van het plezier. Ik weet niet wat mijn favoriete dier-dat-in-de-spiegel-kijkt is, misschien de octopus? Of het nijlpaard? Ook het einde van het boek is prettig verwarrend, zonder dat het te ingewikkeld wordt. En dus is Raar opnieuw een Janssen met klassiekerpotentie.  

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.

woensdag 22 januari 2020

ALLEMAAL ONZIN - Paul van Loon, met tekeningen van Hugo van Look (Leopold)

Het nadeel van grote, bekende en succesvolle series kan zijn dat de ándere boeken van een schrijver minder aandacht krijgen. Ik weet niet of dat per se het geval is met Dolfje Weerwolfje en Paul van Loon, maar feit is dat ik zijn twee boeken Wat ritselt daar? en Wat fluistert daar? niet kende. Zonde, want het zijn fijne, speelse verhalenbundels. Gelukkig zijn de twee boeken nu verzameld in Allemaal onzin, een mooie grote uitgave van uitgeverij Leopold.

De korte voorleesverhalen gaan over het jongetje Vladimir en zijn achter het behang wonende vriendje Onzin. Dat is een wezentje van één colaflesje hoog, dat soms wat doet denken aan Karlsson uit Karslsson op het dak van Astrid Lindgren. Vladimir beleeft grappige wonderavontuurtjes, want alles wat hij bedenkt wordt waar gemaakt door Onzin. Het wezentje neemt Vladimir zelfs mee naar Het Land Achter Het Behang.

Het charmante van dit boek is de dolle fantasie, die toch beteugeld is in kleine episodes en daardoor nooit vervreemden. In sommige afleveringen doet Van Loons schrijven hier aan een mix van Paul Biegel en Toon Tellegen denken. Erg leuk is bijvoorbeeld de hoedenboom waar Vladimir een goochelhoed vanaf plukt, waar 'meteen een konijn uit komt. Dat heb je met goochelhoeden.' Maar even later komt er ook een goochelaar uit. 'Dat was de goochelaar,' zegt Onzin. 'Die deed een dutje in zijn eigen hoed.'

Ook de heldenpantoffels zijn leuk, en een nieuwe sport, neusbal, waarbij Onzin en Vladimir, omdat papa en mama zo luidruchtig naar voetbal zitten te kijken, een nieuwe balsport uitvinden (schuif de bal voort met je neus). Als papa nog even naar zijn slapende zoon komt kijken, mompelt die dat het een 2-2-gelijkspel was. Papa kijkt verbaasd op - hoe kan zijn zoontje dat weten? Op tv werd de wedstrijd ook 2-2.

Zo zijn er steeds kleine grapjes waaraan Van Loon duidelijk schrijfplezier beleefde. Erg warm is de afloop van het boek, waar Vladimirs opa een mooie rol in speelt en tijden en leeftijden mooi door elkaar  lopen. Allemaal onzin is een echte aanrader voor alle kleuters en al hun voorlezers.   

vrijdag 17 januari 2020

SUPERSINT - Maranke Rinck & Martijn van der Linden (Leopold)

De decemberduisternis is allang opgetrokken, en de geur van pepernootdeeg is de supermarkten uit. Wat te doen met een Sinterklaasboek dat werkelijk een leestip waard is en dat ik door omstandigheden pas deze week las? Toch over schrijven.

Want SuperSint van Maranke Rinck en Martijn van der Linden is een bespreking in elk seizoen waard. Wat een leuk verhaal, wat een slimme vorm, wat een heerlijke tekeningen. Om met dat laatste te beginnen: Martijn van der Linden laat opnieuw zien wat een gevoel voor kleur hij heeft. Er zit een grote warmte in zijn aanpak, maar - hoewel dus behoorlijk kleurig - nergens wordt het te zoet of te suikerig. Samen met zijn vormtaal en zijn mis-en-page zorgt zijn palet voor een bepaald soort opgewektheid, die heel aantrekkelijk is. Een groot element is ook Martijns humor, die we terugzien in oogopslagen, in details in de platen (de dansscène bijvoorbeeld, met taartjatter en paarddanser) maar ook in de heel geinige overzichtspagina met verzonnen superhelden.

De tekst van Maranke is doorregen met dezelfde humor. Ze doet iets risicovols: een tekst op rijm, Maar ze houdt dat knap vol en nergens doen de zinnen gekunsteld aan. De vorm die ze voor het verhaal gekozen heeft voor SuperSint is SuperSlim: drie legendes die verteld worden in het verhaal, waarna Sint-de-superheld ook live in actie komt. En dan krijgen we op het eindschutblad ook nog wat vrolijke feiten over de oorsprong van het Sinterklaasfeest.
Daarmee is dit boek een van de leukste boeken van het afgelopen jaar én een van de leukste 5-decemberboeken die er bestaan. 

donderdag 2 januari 2020

SLAAP LEKKER! - Mattias De Leeuw (Lannoo)

Het naar bed gaan van kinderen is één ding, het daarna ook echt gaan slapen is een tweede. Het naamloze jongetje uit Slaap lekker!, het nieuwe prentenboek van Mattias De Leeuw, is braaf naar boven geklommen in het stapelbed waarin zijn zusje al in dromenland is, maar de slaap is voorlopig nog ver te zoeken. Op elke tweede spread lezen we het steeds wanhopiger smeken van de ouders om nu echt te gaan liggen, maar het jongetje is nog druk bezig met zijn fantasiewereld. Er moet op een kasteel gewoond, in een raket gereisd, op de Noordpool gevist... En natuurlijk moet er - op het eind - nog een boek gelezen worden. Dit boek - waarna het jongetje dan toch in slaap valt. Waarmee De Leeuw geinig aangeeft waar zijn prentenboek voor gebruikt zou kunnen worden.

De techniek van dit boek is verrassend: de 'gewone' kamer is steeds in zwart-wit weergegeven, en de fantasieën van de hoofdpersonen zijn daaroverheen geschilderd, in felle kleuren. Daardoor bereikt De Leeuw een heel mooi samengaan van helder en bont. Heel geslaagd prentenboek! (Met vrolijk einde op het laatste schutblad - mis het niet).