donderdag 3 december 2020

HET EILAND VAN OLIFANT - Leo Timmers (Querido)

Heel mooi vormgegeven (door Maarten Deckers en door Timmers zelf) en heel mooi uitgegeven (met stofomslag) door Querido - dat is het nieuwe prentenboek van Leo Timmers. Na vele hoogtepunten in de afgelopen jaren, zoals bijvoorbeeld het alom beprijsde Een huis voor Harry, is er dit keer Het eiland van Olifant, waarin een olifant schipbreukeling wordt op een mini-mini-eilandje. 

Zij (of hij) kan er nét rechtop staan en moet afwachten of er redding komt. Die blijft niet lang uit: het ene na het andere bootje komt langs. Helaas past Olifant in geen van die bootjes, en dus volgt een mooie tournure, waarin Olifant en de net aangekomen schippers de onderdelen van hun in elkaar gevallen boten gebruiken om van het eenzame eiland een prachtig thuis-eiland te maken. 

Zoals altijd blinkt Timmers weer uit in de opbouw van zijn platen en in de opbouw van zijn constructies. De wankele, maar oergezellige bouwwerken doen altijd zo uitnodigend aan dat je er meteen in zou willen gaan verblijven, en ook nu is dat niet anders. Het boek mondt uit in een ode aan het samenzijn, wat het verhaal (dat op rijm verteld wordt, maar ook zonder tekst begrepen kan worden) een mooie extra laag geeft. Daarnaast zijn er de steeds fijnzinniger wordende texturen (in de golven bijvoorbeeld en vooral in de huid van Olifant) en de prachtige breed geschilderde en breed gekleurde luchten. Een ogenfeest dus weer, deze nieuwe Timmers. 

32 pagina's, leeftijd: 4+. Koop dit boek bij je lokale boekwinkel, of bestel het hier.


vrijdag 27 november 2020

DIKKE VRIENDJES DURVEN ALLES - Ingrid & Dieter Schubert (Leopold)

Het begint al met schutbladen vol buitelend spelende marmotjes (de hoofdpersonen uit dit nieuwe prentenboek van de Schuberts). Ze voetballen en stoten zich daarbij aan een steen (huilen) of springen al balancerend over elkaar heen. Een lekker dynamisch begin.

Die dynamische jonge-kinderen-speel-energie straalt vervolgens uit het hele boek. De twee vriendjes trekken aan het begin met zelfgemaakte vlag en met een rugzakje vol wortels de wereld in, want, zeggen ze, ze durven alles. En dat blijkt. Ze beklimmen een berg, ze springen over een diepe kloof, ze gaan pootjebaden in een ruige zee. Alleen, en dat is natuurlijk de grap waar de kinderen die dit boek voorgelezen krijgen, steeds weer om zullen lachen, de twee vriendjes bedienen zich van een vrolijke grootspraak en zoeken een heuveltje uit in plaats van de berg en een plasje water in plaats van de oceaan. Daarmee is dit prentenboek een leuke illustratie van vooral één mooi woord dat spelende kinderen soms vertonen: bravoure. 

Zoals altijd is de verbeelding van de Schuberts tot in de puntjes verzorgd. Het is genieten van de uitdrukkingen en de lichaamshoudingen van de marmotjes, van de zwier en de beweging die in elke prent aan te treffen is, maar ook van de achtergronden en de warme kleurstelling. Beeld en tekst zorgen ervoor dat dit boek heel fijn woelt.

32 bladzijden, leeftijd: 4+. Koop dit boek bij je plaatselijke boekhandel, of bestel het anders hier.

dinsdag 24 november 2020

DE HEERLIJKSTE 5 DECEMBER IN VIJFHONDERDVIERENZEVENTIG JAAR - Annie M.G. Schmidt & Noëlle Smit (Querido) - PIPPI EN DE DANSENDE KERSTBOOM - Astrid Lindgren & Annet Schaap (Ploegsma)

Annie en Astrid & Sinterklaas en Kerst: twee keer twee grootheden. In zowel een heruitgave van Annie M.G. Schmidts Sinterklaasverhaal, met nieuwe tekeningen van Noële Smit, als een heruitgave van het Pippi-kerstverhaal van Astrid Lindgren, met tekeningen van Annet Schaap. Twee onslijtbaar fijne seizoensprentenboeken.

In De heerlijkste 5 december in vijfhonderdvierenzeventig jaar (prachtig omslagdesign door Roald Triebels) lijden Sint en Piet schipbreuk. Ze spoelen, zich vastklampend aan een plank, ergens in Frankrijk aan, waar Sint zegt: 'Nous sommes Saint Nicolas et Pierre.' Dat wordt niet begrepen, maar ze worden gelukkig met spoed naar Nederland vervoerd. Alleen: daar herkent niemand hen. Niemand? Nee, niet niemand...

Waar het verhaal die echte Schmidt-frisheid bevat, zijn de nieuwe tekeningen in dit ruim opgezette prentenboek van Noëlle Smit van evenveel frisheid. Maar ook zijn ze een geweldige baai van kleur, waar ieder kijkend kind in mag verdwijnen. Groenblauwe golven, pakjes in alle tinten, kinderen in alle tinten en vooral die schitterende landschappen... Het Franse berglandschap bijvoorbeeld, maar ook ouderwetse Amsterdamse stadsdecors. Met een respectvolle buiging naar Fiep Westendorp buit Noëlle Smit werkelijk alle mogelijkheden van dit verhaal uit. 

Pippi Langkous brengt in Pippi en de dansende kerstboom een complete kerstviering naar Pelle, Bosse en de kleine Inga, die diep verdrietig zijn omdat hun vader uit varen en hun moeder in het ziekenhuis is. Met een kerstboom op haar hoofd (letterlijk) beklimt ze, zittend op haar paard en vergezeld door meneer Nilsson, het aapje, de houten trappen naar het appartement van de onfortuinlijke kinderen. En daar begint het feest, dat zeer des Pippi's is omdat ze vindt dat je niet óm maar mét de kerstboom moet dansen. Vrolijkheid, sfeer en mededogen, dat brengt dit verhaal en kerstiger kan het bijna niet. Ook niet in het beeld: Annet Schaap leefde zich uit op de besneeuwde straten, maar ook op details bij de arme kinderen Larsson thuis. Zo hangen er overal tekeningen van papa en mama en ligt er op tafel een brief aan moeder klaar. 

In de beste mix van klassiek en van nu horen deze twee prentenboeken van deze twee grootmeesteressen met deze twee geweldige tekenomgevingen tot elke decemberbibliotheek.    

Beide boeken: 32 bladzijden, leeftijd: 5+. Koop ze bij je lokale boekhandel, of bestel ze hier (Schmidt) of hier (Lindgren).


dinsdag 17 november 2020

ER WAS EENS EEN KOE - Pim Lammers & Marije Tolman (Querido)

Het laatst verschenen deel in de Tijgerlezenserie is het tweede dit jaar van Pim Lammers. Eerder verscheen al het vrolijke Hoe beroof je een bank? en nu is er Er was eens een koe. Een koekalfje, Eefje, is dol op sprookjes - maar ze gaan nooit, werkelijk nooit over háár. Ezels, wolven en biggetjes, ze hebben allemaal hun eigen sprookjes, maar waar is er een Doorn-koetje, een Sneeuw-koetje, een Rood-koetje of een Hans en Koetje

Een terechte vraag, want inderdaad, ook sprookjes gaan soms van stereotypen uit en hele groepen kinderen zijn in onze westers georiënteerde sprookjes weinig gerepresenteerd. Pim Lammers benoemt dit nergens, maar Er was eens een koe is heel subtiel wel een geruststelling, want de onderliggende, als vanzelf door kinderen meegelezen hoofdboodschap is: uiteindelijk zijn er sprookjes voor iederéén. Dat klinkt overigens heel volwassen en serieus, maar het fijne van dit boek is nu juist de toegankelijkheid en de vrolijkheid. Zo gaat Eefje bij een bende kuikens langs, die eigenlijk alleen maar bezig zijn met volkomen hyperdruk zijn. Ze willen vooral Tokkertje spelen, en Verstokkertje. En dat is nog maar het begin van de zoektocht van Eefje naar een eigen sprookje.

Een waar genot zijn ook de tekeningen van Marije Tolman. Die zijn zo speels, zo kleurrijk, en ja, zo (sorry als dit een beetje te plat klinkt) lollig. Je kunt zien dat ze zich achter haar tekentafel zeer vermaakt heeft met alle oma's in boze wolven, alle gelaarsde kippen en alle keutelende ezels. Het is al zichtbaar op het omslag: de blik van dat verslagen draakje! En dan stoere kalf-Eefje die er met de vergiet op haar kop naast staat... Het kan niet anders dat het plezier van zowel de schrijver als de tekenaar ieder kind dat Er was eens een koe leest zal bevirussen. Een heerlijk Tijgerlezen-deel. 

68 bladzijden, leeftijd: 6+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier

 

woensdag 11 november 2020

DE BESTE SCHOOL VAN DE HELE WERELD - Manon Sikkel, met tekeningen van Marja Meijer (Zwijsen)

Onze eigen kinderboekenambassadeur, Manon Sikkel, schreef naar eigen zeggen in een maand tijd, en in een flinke vlaag van inspiratie, een boek op leesniveau, voor uitgeverij Zwijsen. Het moest gaan over een heel warme basisschool zoals veel kinderen die door de coronalockdown in het voorjaar een paar weken moesten missen. Manon Sikkel zegt zelf over dit boek in een interview dat het haar leukste boek is. Nu ken ik niet al haar werk Manon Sikkel, maar leuk is De beste school van de hele wereld zeker, en bevlogen ook. 

Het wervelende verhaal gaat over een school waar nog maar één leerling over is: Marie, de hoofdpersoon van het boek. Ook met één leerling mag een school nog een jaar doorgaan, dus als er een nieuwe juf komt, juf Rachida, begint een heerlijke tijd. Want juf Rachida (die duidelijk dezelfde PABO heeft gedaan als Mees Kees uit de gelijknamige boeken van Mirjam Oldenhave) is geweldig. De hoofdsteden van de provincies worden onthouden door er rare rijmpjes van te maken, als er breuken op het programma staan komen er échte pizza's, en misschien wel het grappigste voorbeeld: de tafels van vermenigvuldiging worden geleerd door de moeilijkste tafelsommen op echte tafelbladen te schrijven, die vervolgens, als Marie ze kent, opgestookt worden. Letterlijk. Met een kampvuur. Natuurlijk zijn er ontwikkelingen: er komt een leerling bij, én er is een strenge inspecteur, die met een oordeel klaar staat...

Je merkt aan alles wat een plezier Manon Sikkel gehad moet hebben tijdens het schrijven. Dat spat ook over op de vele tekeningen van Marja Meijer. Het boek werkelijk een 'graphic novel' noemen, zoals de uitgeverij doet, gaat misschien wat ver, maar toch zijn de vrolijke illustraties overvloedig en samen vertellen schrijfster en tekenares een heerlijk blijmoedig verhaal, dat tussen neus en lippen door pleit voor aandacht en inclusiviteit. Een heel toffe Zwijsenuitgave dus!

168 pagina's, leeftijd: 8+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

vrijdag 6 november 2020

DE ZOMER DAT WE PARIJS BESTORMDEN - Clémentine Beauvais (Querido)

Laten we eerlijk zijn: veel Young-Adultromans volgen zo'n beetje hetzelfde stramien. Dat is ook helemaal geen probleem, soms wil je graag meer van hetzelfde. Maar het is verfrissend als een auteur het anders aanpakt. En dat doet Clémentine Beauvais in De zomer dat we Parijs bestormden. Ten eerste spaart ze details niet: de lezer krijgt heel wat plaatsnamen en vooral heel wat gerechten (waaronder nogal wat soorten kaas) voorgeschoteld. Dit doet de schrijfster overigens zonder dat het de vaart van het verhaal in de weg zit. Ten tweede is er het, laten we zeggen, ambitieuze plot: drie meisjes die op hun middelbare school eerste, tweede en derde zijn geworden bij de 'varkensverkiezing' van lelijkste meisjes van de school besluiten zich die kwalificatie toe te eigenen en als 'de varkens' vanuit hun woonplaats te gaan fietsen naar Parijs, om daar... de man van de presidente (constant aangeduid als 'Barack Obamientje') te gaan confronteren met het feit dat een van hen zijn wettelijke dochter is, én om de beroemde band Indochine te ontmoeten én om een bekende generaal van zijn oorlogsmedaille te beroven.  

Tja, om dat allemaal geloofwaardig te houden moet je aardig kunnen goochelen als schrijver, maar Beauvais komt ermee weg. En dat is vooral vanwege het derde verschil met veel andere jongerenboeken: de associatieve, metaforistische, fladderende manier van denken van Mireille, het 'Bronzen Varken' en de vertelster van deze roadtrip. Die gedachten vliegen soms alle kanten op, maar doordat Mireille óók brutaal en recht voor de raap is, wil je heel graag verder lezen. Een voorbeeld van die directheid: als de meisjes door een stadje rijden begint Mireille iets te vertellen over de toeristische trekpleisters, maar dan onderbreekt ze zichzelf en dan staat er: 'Ik hoop dat al die details je gestolen kunnen worden, want ik ben geen reisleidster. We zijn hier om te werken, punt.'

De zomer dat we Parijs bestormden is een wervelend boek, een feelgoodroman, en dan gáát het ook nog werkelijk ergens over: over de verschrikkelijk rigide schoonheidsnormen bijvoorbeeld, maar ook over pesten, over (stief-)vaderschap, over ptts bij soldaten, over feminisme. Alles wordt aangeraakt, maar niets wordt te zwaar. Een Young-Adultverademing dus.

Eén kwaliteit moet apart vermeld worden: de fantastische vertaling. Het geheel is zo ongelooflijk naturel, zo wendbaar en speels in het Nederlands gegoten, en dat voor een in-Frans boek dat vele hoeken van de taal opzoekt. Dat heeft Eva Wissenburg echt heel, heel goed gedaan.

302 pagina's, leeftijd: 15+. Koop dit boek in je lokale boekhandel, of bestel het hier.    

donderdag 29 oktober 2020

TIM DE KLEINE BOSWACHTER - Jan Paul Schutten & Tim Hogenbosch, met tekeningen van Emanuel Wiemans (Volt) - WONDERBOS - Medy Oberendorff & Jan Paul Schutten (Lannoo)

Onlangs verschenen twee bosboeken, min of meer tegelijkertijd, en ook al zijn ze bij twee verschillende uitgeverijen uitgekomen, met verschillende illustratoren, op een verschillend formaat, met een verschillende opzet en in een verschillend genre, toch zijn ze familie van elkaar, en dat komt door degene die voor beide boeken de tekst leverde: Jan Paul Schutten.

Tim de kleine boswachter is een heerlijk leesboek waarvoor de landelijk bekende Boswachter Tim (Hogenbosch) de verhalen en situaties leverde. Maar Jan Paul Schutten maakte er een warm en vrolijk fictieboekje van, met veertien hoofdstukken en evenveel avonturen, steeds fijn geïllustreerd door Emanuel Wiemans. Hoofdpersoon is kleine Tim, die samen met vriendinnetje Tippi dol is op het bos. Tims vader is boswachter, en dus mogen ze naar hartenlust in diepe plassen springen (zowel Tims vader als moeder doen mee), een gewond kauwtje in huis houden, een geheime hut bouwen en 's nachts het donkere bos in trekken. Het klein formaat boek is heel aantrekkelijk, en de liefde voor de natuur, maar ook de toegankelijke schrijfstijl en de grapjes bewijzen het leesplezier én het natuurplezier een heel goede dienst.

Dat Wonderbos familie is van dit boek blijkt uit alles wat vriendinnetje Tippi in het laatste hoofdstuk uit Tim de kleine boswachter tijdens haar officieuze boswachterexamen weet te vertellen. Ze móét haast wel Wonderbos gelezen hebben, want sommige weetjes vind je er bijna letterlijk in terug. Dat non-fictieboek heeft haar dan in eerste instantie vooral betoverd door de indrukwekkende, fascinerende grote zoekplaten in zwart-wit. Die luiden steeds een nieuw hoofdstuk in. Op alle platen vallen planten, struiken, bomen en dieren uit het bos te herkennen (een drietal dieren komt zelfs op alle platen voor). Wat volgt is een heldere opzet: eerst een inleidende tekst over de focus van het hoofdstuk, en dan een dubbele pagina met ongeveer zes kleinere stukjes, met illustraties in kleur.

Er valt veel te leren. Over parasieten die parasiteren op parasieten bijvoorbeeld, over de berichten die bomen elkaar ondergronds door weten te geven, over de superslaapjes ('torpors' genaamd) die muizen doen, over hoe bomen slapen (hun takken hangen 's nachts een paar centimeter lager!) en over nog zoveel meer. Aan het eind van het boek staat dan, voor de speurders, een overzicht van alle zoekplaten, waarbij je alle dieren en planten nog eens op kunt sporen. 

Twee geweldige bosboeken dus, die hoe verschillend ook, behalve hun schrijver nog één ding gemeen hebben: na het lezen ervan wil je er meteen op uit. 

Tim de kleine boswachter
128 pagina's, leeftijd: 7+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.
Wonderbos
76 pagina's, leeftijd: 9+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier

dinsdag 27 oktober 2020

MIJN VADER WOONT IN HET TUINHUIS - Jacques Vriens (Van Holkema & Warendorf)

We kennen Jacques Vriens van zijn historische romans, van zijn vrolijke boeken rond meester Jaap of de bende van de Korenwolf, maar óók van zijn realistische kinderboeken, waarin hij precisie combineert met toegankelijkheid, en serieuze zaken met warmte. Zo was er in 2017 het sterke Niet thuis en in 2018 het geweldige Code Kattenkruid (beide boeken kregen volgens mij te weinig aandacht van recensenten en prijsjury's). En nu is er dan Mijn vader woont in het tuinhuis

Hoofdpersonages zijn achtstegroepers en tweelingkinderen Lara en Joeri. De hoofdstukken worden beurtelings vanuit hen verteld, waarmee Vriens mooi kan laten zien hoe verschillend ze zijn: Lara streeft naar harmonie en Joeri lukt het maar niet om tot tien te tellen wanneer hij een 'woedeaanvalletje' heeft. Zowel die harmoniezucht als de woede zijn logische reacties op wat hen overkomt: hun ouders gaan scheiden. Het boek vertelt over alle aspecten van de eerste maanden na zo'n bericht (vader gaat ergens anders wonen, mediatie, de hoop op verzoening, toch weer de ontploffing, het verdriet bij beide ouders, het getouwtrek om de aandacht van de kinderen en ook om bepaalde spullen). Vriens verhult niets maar hij zou Vriens niet zijn als het boek toch vooral ook bemoedigend is voor de kinderen zélf. (En als er - bonus - weer heerlijk levendige vintage-Vriens inkijkjes in de dagelijkse gang van zaken op school langskomen).

Wat me daarnaast ook zo bevalt is de frisheid van Vriens' schrijven. In één enkele zin tovert hij een volledige situatie op zijn plek, kijk bijvoorbeeld eens naar de conclusie van de hieronder geciteerde alinea, waarin Lara en Joeri voor het eerst van hun ouders horen dat die uit elkaar willen:

'En ze riepen ook nog dingen als: co-ouderschap, medie-jeter of zoiets, ouderschapsplan en bezoekregelingen. Alsof ze een prullenbak met rare woorden omkeerden. Volgens mij hadden ze er nog niet zo goed over nagedacht en alleen maar tegen elkaar gezegd: "We houden ermee op."
Het was net een spreekbeurt die ze slecht hadden voorbereid.'

Zo'n zin is onverslaanbaar en maakt alles meteen helemaal duidelijk. Die concentratie houdt Vriens in het hele boek vol en daarmee is voor mij Mijn vader woont in het tuinhuis een boek waar hij nu eindelijk weer eens een keer een Zilveren Griffel voor zou moeten krijgen. 

144 pagina's, leeftijd: 10+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel of bestel het hier.

zondag 25 oktober 2020

WAAROM HET NOOIT BANANEN REGENT - Daniel Billiet, met tekeningen van Paul Verrept (De Eenhoorn)

De administratie: deze verzameling bevat drieënnegentig gedichten, samengesteld uit de zeventien eerdere dichtbundels van Daniel Billiet, aangevuld met veertien nieuwe gedichten. Paul Verrept maakte er nieuwe tekeningen bij, deed ook de prachtige vormgeving, en verder is het boek helder ingedeeld, met een inleidings- en een uitleidingsgedicht en daartussenin negen thematische afdelingen, met titels als 'Denkend aan de school' en 'Vriendjes en liefjes.' Samengevat: dit boek biedt een staalkaart van Billiets beste werk en is tevens een fantastische aanleiding om zijn poëzie al dan niet opnieuw te ontdekken.

De gedichten variëren enigszins in moeilijkheidsgraad, maar globaal kun je zeggen dat ze vanuit kinderen van een jaar of elf, twaalf geschreven zijn. Billiet grossiert in observaties van de bijzondere alledaagsheid. Dat valt al te zien aan de allereerste zinnen:

'In bed voor je jarig bent
wikkel je al met veel plezier
de dag van morgen uit papier.' 

Dat prachtige inleidingsgedicht, met de titel 'Jarig' benoemt precies hoe een kind zich voelt op de avond voor zijn of haar verjaardag, maar wikkelt dat gevoel in schitterpapier - want het gedicht eindigt zo:

'De slaap spant een strik
met sterren rond de doos van de nacht.
Je feest houdt voor jou de wacht.' 

Of het gevoel dat een ongedurig kind kan hebben als het steeds nog maar geen tijd is om naar huis te gaan (dit gedicht citeer ik hier in zijn geheel):

Het laatste uur

De juf plant vlinders
van krijt op het bord.
Die moeten wij verplanten
naar ons schrift.
 
Het is niet tof.
De zon is zoveel groter dan wij
en mag toch de hele dag buiten
spelen. Of hier binnen
vlinderen met lichtspotjes stof.
 
Het uur duurt uren.
Is de schoolbel de tel kwijt?
De vlinders uit mijn hand
groeien tot gieren.  

Prachtig. Dat subtiele rijmen (tof/lichtspotjes stof, schoolbel/tel), het spelen met het woord 'vlinders', de grimmige alliteratie in de laatste regel (groeien-gieren), een zin als 'het uur duurt uren', maar ook een helder zinnetje als 'Het is niet tof' tussendoor, dat als een helder punt ruimte geeft aan de metaforen om zich heen. Heel sterk! En zo is er veel meer glinsterends te vinden in deze verzamelbundel. Billiet is back.  

138 bladzijden. Koop dit boek in je lokale boekhandel, of bestel het hier (Vlaanderen) of hier (Nederland).

zaterdag 24 oktober 2020

GRAPMAN, HELD MET HUMOR - Tjibbe Veldkamp & Kees de Boer (Querido)

Als ik me sommige kinderen voor de geest haal uit de klassen die ik (lang geleden) lesgaf, of sommige kinderen voor me zie uit de klassen die ik bezoek (recenter dus), dan zou ik willen dat ze allemaal dikke boeken met veel nuance en beschrijving lezen, maar het lukt ze gewoon niet. De conclusie voor sommige kinderen is vaak: niet lezen of met tegenzin lezen. En daarom ben ik zo blij dat er boeken als Grapman gemaakt worden. Grapman is een boek met veel beeldwerk in kleur, met snelle grappen en rennende verhaallijnen, met hyperfantasie en gooi-en-smijt-absurdisme, in het spoor van De waanzinnige boomhut en Dogman

Maar dan dus gemaakt door Tjibbe Veldkamp en Kees de Boer. Samen zijn ze al befaamd door bijvoorbeeld hun Agent en Boef-reeks, en met Grapman stappen ze in een nieuwe serie (aan het eind van deel één wordt deel twee al aangekondigd, dus we weten dat het een reeks wordt). De Grapman uit de titel is Nik, en zijn 'trouwe helper die oneindig veel slimmer is dan de superheld zelf' is Noor. Die twee hebben flink te lijden van een slechterik van een leerkracht (meester Nietje) en ze belanden door hem zelfs in een heel andere tijd. Nik probeert zich uit alle situaties te redden door het vertellen van nogal slechte grappen ('het is groen en het gaat op en neer - een broccolift'), wat natuurlijk meestal misgaat. De lezer heeft lol, want die weet méér, en daarbij is er altijd vaart en kleur en een perfecte samenwerking tussen Veldkamp en De Boer (je kunt zien dat die twee precies weten wat ze aan elkaar hebben).

Aan het einde van het boek zijn er dan ook nog wat doe-activiteiten (strips waarbij de lezer de tekst mag invullen, bijvoorbeeld), en de grappen gaan tot op de achterflap door. Heel verzorgd dus allemaal, want het maken van zo'n onserieus doorleesboek vereist serieuze kennis en serieus aanvoelen - wat bij dit Grapmanduo, geholpen door vormgever Roald Triebels, helemaal goed zit.

176 pagina's, leeftijd: 7+, koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

woensdag 21 oktober 2020

HELE VERHALEN VOOR EEN HALVE SOLDAAT - Benny Lindelauf, met tekeningen van Ludwig Volbeda (Querido)

Vijf jaar hebben we moeten wachten, maar nu is de opvolger van Hoe Tortot zijn vissenhart verloor er dan eindelijk: Hele verhalen voor een halve soldaat. Dit nieuwe boek vertelt wat er vóór de gebeurtenissen uit Tortot plaatsvond. In dat boek leerden we het twaalfjarig ('halve') soldaatje kennen dat het hart van een door oorlog verstokte veldkok open wist te wrikken. Dit nieuwe boek vertelt over de vijf oudere broers van dat jonge soldaatje, die een voor een opgeroepen worden om de oorlog in te gaan. Ze komen langs een grenspost, waar ze de eenzame wachter niets aan te bieden hebben, behalve dan elk een verhaal. We lezen de afzonderlijke verhalen van de broers, maar ook, uiteindelijk, dat van de wacht zelf.

Daarmee is Hele verhalen voor een halve soldaat een epos dat aanhaakt bij klassieke boeken als Verhalen uit 1001 nacht en Paul Biegels Het sleutelkruid, waarin verhalen iets moeten tegenhouden of juist bespoedigen. Ik moest ook denken aan Biegels Laatste verhalen van de eeuw, wat een meer reguliere verhalenbundel is, maar wel, net als Lindelaufs boek, het idee oproept dat deze auteurs (in dit geval: Biegel en Lindelauf) hele werelden in hun achterhoofd ter beschikking hebben en dat daaruit vertellingen opschieten die als wáár aandoen, als oud en waar. 

Deze nieuwe Lindelauf is in elk geval weer overrompelend en overtuigend. Wat er ook aangenaam aan is, althans, dat vind ik, is dat het een boek is dat een beetje opengekrabd moet worden. Ik bedoel: het is geen Disney. De beelden roepen een verre werkelijkheid op, die zich langzaam openvouwt voor het gezicht van de lezer. De beloning is groot, en het is lastig aan te wijzen welke verhalen favoriet zijn (al heb ik wel zeer genoten van het verhaal van het marionettenmeisje en dat van de jongen en de witte wolf).

De beelden van Ludwig Volbeda bekleden het boek met krachtige vergezichten. Door Volbeda waait er op elke bladzijde zand door de tekst, vermoed je overal bekrabbelde envelopjes aan te treffen en kun je zomaar van een wolvenmasker schrikken. De prachtige woestijnspreads roepen zelfs geluid op: je hoort het huuuuuu van een avondlijke storm. Op andere brede platen knijp je je ogen toe om in het diffuse Ludwiglicht een eenzame wandelaar te ontwaren. 

Dat alles, tekst en beeld, geplaatst in de sterke vormgeving van Herman Houbrechts, werkt mee aan opnieuw een zintuiglijke, authentieke leeservaring. En dat is wat we willen van een boek. 

280 bladzijden, leeftijd: 12+, koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier

   

zaterdag 10 oktober 2020

ROTKAT - Janneke Schotveld & Milja Praagman (Querido)

Er is een nieuw kinderboekfiguurtje aangekomen in Tijgerlezenland: Rotkat. Deze stoere kat met ooglapje (ooit verloor hij een oog bij een gevecht met meeuw Mohammed, die overigens sindsdien zijn beste vriend is) is verzonnen door Janneke Schotveld en we leren hem dus kennen in het nieuwste deel van de serie Tijgerlezen, boeken voor beginnende of tegenstribbelende lezers, zonder AVI-niveau, maar met lol of spanning. 

Met die lol zit het in Rotkat wel goed. Met zwier begeeft deze vrije kater zich door het leven. In dit boek beleven we één dag met hem mee, een dag waarin hij onverschrokken door het verkeer rent, een elegante meisjespoes ontmoet (Mimi) op wie hij meteen verliefd wordt, maar waarin Rotkat ook zijn ergste vijand ontmoet: de kattenvanger. Meeuw Mohammed is een toffe bijfiguur, en het laconieke commentaar van Rotkat bij alles wat hij doet neemt je in voor deze schelm.

Een grote troef van Rotkat zijn de tekeningen. Milja Praagman heeft zich overduidelijk geamuseerd bij het verbeelden van de scènes uit het leven van Rotkat. Allereerst is daar al de keuze voor zijn vacht: Rotkat is helgeel, met rode strepen. Daarmee springt zijn beeltenis van de pagina's af. Omdat Praagman er vaak voor kiest om de rest van de tekening in niet-ingekleurde lijnen te maken, stuurt ze de blik van de lezer heel effectief. Overigens is er nog wel meer kleur: de kattenvanger is van een koel blauw en het bazinnetje van huispoes Mimi (nou ja, de júrk van het bazinnetje) van een voluptueus roze. Zo zijn de taferelen die Milja Praagman samenstelt stuk voor stuk oogverwenning. Rotkat is aldus een heel fijne Tijgerlezen-entree van dit duo (dat natuurlijk al samenwerkte voor Avonturen van de dappere ridster), en hopelijk komt er meer!

 64 pagina's, leeftijd: 6+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier

woensdag 7 oktober 2020

IN VUUR EN VLAM - Pim Lammers, met tekeningen van Silvie Buenen (Zwijsen)

Soms heb je maar een heel, heel beperkt aantal woorden en letters nodig om toch een krachtig verhaal te vertellen. Pim Lammers, die denderend de kinderliteratuur binnenkwam met bijvoorbeeld Het lammetje dat een varken is, De boer en de dierenarts en Hoe beroof je een bank?, doet het in het kleine boekje in vuur en vlam (geen hoofdletters, want het leesniveau van dit 'eerste lezertje' is M3) enkel met eenlettergrepige woorden. Maar wat een goed verhaal!

De brandweermeisjes Pip, Loes en Tes worden de hele tijd gebeld door dezelfde persoon: Tim. Het begint bij een man die hij in een boom zag zitten. De man (Rik) durft er niet meer uit. Daarna is er brand vanwege een vlam in de pan. En tenslotte worden de meisjes gebeld omdat Tim een ring in het meer heeft laten vallen - de ring... die voor Rik bedoeld was. Want dat zagen we halverwege het boek in de tekeningen: Tim en Rik stonden inmiddels hand in hand. En dan is opeens de titel van het boekje in plaats van letterlijk óók figuurlijk op te vatten.

Daarmee is in vuur en vlam een voorbeeld van hoe zo'n eerste leesboekje kan (en moet) zijn: niet alleen maar min of meer samenhangende zinnetjes die een min of meer samenhangend verhaal vormen waarvan je hoogstens kunt zeggen: oké, de technische leeseisen zijn gevolgd, maar een verhaal dat grappig is, dat fris is, en dat meer is dan alleen de en-toen-dit-en-toen-dat-inhoud. Kortom: literatuur.

32 pagina's, leeftijd: 6+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.    

dinsdag 6 oktober 2020

ALTIJD DICHTBIJ - Mark Janssen (Lemniscaat)

Een jongetje stroomt over van gemis. Zijn oma is er plotseling niet meer en ze heeft hem voor ze stierf gezegd dat ze dichtbij hem zal blijven, en dat hij dat juist als hij haar het meest mist zal voelen. Maar na een diepe duik in het Meer van Pokhara weet het jongetje niet hoe hij dat wat zijn oma bedoelde ook werkelijk moet vóélen. Dat leren voelen van de nabijheid van een geliefde dode is het onderwerp van dit unieke prentenboek: de tekenen ervan leren zien en er troost uit leren putten. 

Uniek is het adjectief dat al een tijd past bij het werk 2.0 van Mark Janssen. Met Niets gebeurd (2016) nam hij als het ware zijn eigen duik in het Pokhara-meer. Zijn palet is exuberant kleurrijk geworden, zijn kleurvlakken vloeien vrijer, de contrasten zijn gedurfder, er is pret, er is diepte. Bovenal is Janssen zijn eigen verhalen gaan vertellen.

Maar Altijd dichtbij is binnen dat ontketende werk een nieuwe ontketening. Janssen deed het idee op tijdens zijn reis naar Nepal. Het knappe aan het verhaal is, vind ik, dat het thema zwaar is, maar dat het toch een boek voor kinderen is gebleven. Kinderboeken over de dood kunnen lijden aan hermetiek, aan het ontbreken van een toegang op kindermaat, maar daar is hier geen sprake van. 

Dat komt in hoge mate ook door de tekeningen. Die zijn breed en uitnodigend. In zwart-wit (geen moment mis je hier kleur) schetst, plaatst, arceert Janssen de decors waartegen het jongetje stap voor stap zijn levensontdekking doet. Jungle, tempel, meer, stadsdak, sterrenhemel: je raakt er niet op uitgekeken. De stijl lijkt zowel die van Thé Tjong-Khing ten tijde van Kleine Sofie en Lange Wapper te eren, als soms ook dat wat Philip Hopman deed in boeken met tekst van bijvoorbeeld Hans Hagen en Bibi Dumon Tak. Maar het zijn slechts historische knikjes naar hen toe: Janssen is volledig Mark Janssen en neemt met dit boek zelfs een verbluffende nieuwe afslag op zijn eigen route. Het is fascinerend dat we zijn vrijheidstraject jaar na jaar zo mogen blijven volgen. Met Altijd dichtbij heeft hij aan dat traject een prachtige voorlopig hoogste piek toegevoegd.

32 pagina's, leeftijd: 5+. Koop dit boek in je lokale boekhandel, of bestel het hier

zondag 4 oktober 2020

DICHTER. gedichten voor kinderen van 6 tot 106: de nieuwe canon - Diverse auteurs (Plint)

De onlangs uitgekomen editie van het tijdschrift voor nieuwe kinderpoëzie, DICHTER., is de zeventiende. Elke keer weer publiceert de redactie een wijde waaier aan nieuwe gedichten, altijd gegroepeerd rond een overkoepelend thema. Meestal is dat thema vrij abstract, maar dit keer kregen de dichters een strakke opdracht: schrijf een gedicht bij de vijftig belangrijkste gebeurtenissen uit de vaderlandse geschiedenis (zoals die vastgelegd zijn in de nieuwe canon). Van veenmeisje Trijntje tot en met 'het oranjegevoel', alles vond zijn plek, en alles vond zijn verdichting. Natuurlijk doet het ene gedicht de lezer meer dan het andere, maar wat knap is: hoewel de opdracht gelimiteerd was werd dit een van de beste DICHTER.-edities. Hulde dus aan de redactie en de makers. Ook het beeld is goed verzorgd: Mia Goes, hoofdredacteur, legt uit dat voor deze aflevering gezocht is naar archiefmateriaal uit musea en beeldbanken. Alles bij elkaar ziet het er sterk uit.

Maar de poëzie verrast het meest. En natuurlijk sprongen daar voor mij enkele gedichten bovenuit. Dat van Kees Spiering bij 'kolen en gas' bijvoorbeeld, over hoe een aardbeving voelt: 

[...] Je kijkt naar de akker
naast de tuin, misschien de nieuwste reuzenmachine
van boer Tonkens of Janssen en dan trilt de tafel niet
beweegt de soep niet in de borden, maar
voelen je voeten het kolken in de aarde en dan 
de knal, alsof iets honderden kilo's zwaars
van wolkhoog op een houten vloer valt. Honden
zo ver je kunt horen. [...]  
 
Een fantastische inzending is er van Bette Westera, die over Annie M.G. Schmidt schrijft en het schaap Veronica, de dominee, de dames Groen samen met nog andere personages uit haar werk op bezoek bij Annie's graf laat gaan. Een heerlijk vers is het gevolg, volledig in Het schaap Veronica-stijl.  

Ook sterk: het gedicht dat Saskia van der Wiel bij het Kinderwetje van Van Houten (kinderarbeid) schreef. In een voortjakkerend gedicht, zonder leestekens of hoofdletters, voel je de fabrieksmachines doordenderen. Het eindigt hoopvol met een omschrijving van hoe het is om naar school te mogen:

[...] 
we leren hoe groot de wereld is vol mensen die dingen
ontdekken vreemde beesten landen bergen steden treinen
woestijnen sterren de zee dat past allemaal in je hoofd
[...]
 
Redactielid Hans Kuyper moet apart genoemd worden: hij nam maar liefst vijf onderwerpen voor zijn rekening, en elk van zijn gedichten is goed. Vooral zijn verhalende, middeleeuse-ballade-achtige vers over Maria van Bourgondië is een kleine triomf. Wanneer komt er een dikke verzameling van zijn gedichten uit? En dan is er ook nog een fijn kort vers van Remco Ekkers over Karel de Grote, en het geweldige gedicht van Joke van Leeuwen over Sara Burgerhart - waarlijk, koop deze editie van DICHTER. Je hebt er een sterke dichtbundel aan.
 
130 pagina's, koop dit boek bij je lokale boekhandel of bestel het hier.
 

woensdag 30 september 2020

WIE BEN IK? - Peter-Paul Rauwerda (Volt)

Het aloude tv-spelletje Wie van de drie is precies het spelletje dat Peter-Paul Rauwerda ook speelt in zijn volledig bij het thema van de kinderboek passende Wie ben ik? We lezen een omschrijving van een historische figuur in zijn of haar kindertijd ('Ik droom ervan om te vliegen als een vogel. Wie ben ik?') en we zien Leonardo da Vinci staan, maar ook Charlie Chaplin en Wolfgang Amadeus Mozart. Dan slaan we de bladzijde om en zien Leonardo als kind met aangeplakte vleugels op een kasteeltrans én hemzelf als volwassene onder zijn uitgevonden vleugels. Zo zijn er nog 5 raadspelletjes, en achterin het boek zien we alle historische figuren terug, met een korte omschrijving. 

Het boek is klein van opzet, omvang en prijs, dus het zou een opstapje kunnen zijn naar het zoeken naar meer informatie over de genoemde figuren. Maar dat doet het tekenwerk van Rauwerda wat tekort: in warme kleuren tovert hij ons mooie landschappen voor en de personages zijn levendig en realistisch. Bovendien is de enscenering soms origineel: zo zien we de piramide van Cheops, maar wel met op de voorgrond een verbaasd achterom kijkend grappig knaagdier.

32 pagina's, leeftijd: 5+. Koop dit boek in je lokale boekwinkel, of bestel het hier

 

dinsdag 29 september 2020

KONINGSKIND - Selma Noort (Leopold)

Velen van ons hebben vroeger het bekende verhaal met koning Salomo in de hoofdrol gehoord - het verhaal waar we het woord 'salomonsoordeel' aan over hebben gehouden. Velen van ons hebben het een intrigerend verhaal gevonden, en dat gold ook voor Selma Noort. Zij reisde af naar Israël om de sfeer en de smaken van het drieduizend oude rijk op te doen, het rijk waarvan koning Salomo de ruwe heerser was.

Ze kwam terug met het onbekende verhaal van het zusje van de baby die de hoofdrol speelde in het Bijbelverhaal. Ze brengt in Koningskind de samenleving uit die tijd tot leven, en dan vooral het dagelijkse leven van een tweetal vrouwen, moeder en dochter. Het levert een geslaagd boek op dat zeer goed past bij het thema van de kinderboekenweek 2020. 

Selma Noort dompelt ons vanaf de eerste bladzijde onder in een zintuiglijk geheel. We volgen Lydia, een vijftienjarig meisje dat door de koning is bezwangerd en vervolgens afgedankt, en al op de eerste bladzijde baart zij (staand in het water) haar dochtertje Zissel. Wat een openingsscène! En dan volgen de moeilijkheden voor dit jonge meisje met kind - hoe moet ze beschutting vinden, hoe verzekert ze zich van een plek in een buurt en een dorpje, waar dan ook? En hoe groeit het enigszins gehandicapte dochtertje op? 

We volgen Lydia, maar vooral Zissel (en haar gevonden broertje Jabin) in een avontuur dat hen uiteindelijk zelfs tot bij Salomo brengt. Koningskind is een aangename historische kinderroman met een omslag van Martijn van der Linden, maar wat binnentekeningen van Selma Noort zelf, en het roept de vraag op: waarom heeft de CPNB Noort nog niet gevraagd voor het kinderboekenweekgeschenk?   

254 bladzijden, leeftijd: 10+, koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

donderdag 24 september 2020

TOEN IK DE STERKSTE WAS - Jason Reynolds (Blossom Books)

Toen ik de sterkste was is het derde boek van Jason Reynolds in Nederlandse vertaling, na 67 seconden en Echte Amerikaanse jongens. Het boek verscheen in 2013 in de Verenigde Staten en is daarmee dus een boek dat eerder uitkwam dan de bovenstaande titels - maar het is een 'echte Reynolds', in de zin dat het gaat over de struggles van opgroeiende zwarte jongens.

Dit keer is Ali de hoofdpersoon. Een rustige, goedwillende jongen die liefdevol wordt opgevoed door zijn moeder, die overigens twee banen heeft om het gezin draaiende te houden. Ali is dol op haar en op zijn jongere zusje Jazz. Zijn beste vriend, met de bijnaam Noodles, woont naast hem, en dan is er nog Needles - de oudere broer van Noodles. 

Noodles, Needles, Ali, het zijn allemaal bijnamen, maar waar het om gaat is dat het drietal jongens probeert zich staande te houden in een buurt die vol van mogelijke problemen is. Soms is dat een hele opgave, aangezien Needles het syndroom van Gilles de la Tourette heeft. Gelukkig wordt hij door vrijwel iedereen gerespecteerd. Totdat het natuurlijk tóch een keer fout gaat. En dan moeten zowel Noodles als Ali laten zien wat ze waard zijn.

Dit boek gaat de rauwe werkelijkheid niet uit de weg, maar straalt intussen van oprechtheid. Het is geen dik boek, maar wel een heel fijn boek. En een boek dat zowel rechttoe rechtaan wordt verteld, maar toch geen nuance overslaat. Tenslotte maakt het benieuwd naar een volgende Reynolds-vertaling. Dat die maar snel mag volgen.

Dit boek werd uitstekend vertaald door Maria Postema.

215 pagina's, leeftijd: 14+, koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.  

vrijdag 18 september 2020

MIJN MOEDER IS EEN GORILLA (EN WAT DAN NOG) - Frida Nilsson, met tekeningen van Martijn van der Linden (Querido)

Goeie titel, geweldig omslag: dat is het eerste wat je denkt als je Mijn moeder is een gorilla ziet. Het is het tweede in het Nederlandse vertaalde boek van de Zweedse Frida Nilsson en kreeg heel mooie tekeningen van Martijn van der Linden mee. Vooral dus die op het omslag. 

Dat heeft natuurlijk ook te maken met het geinige uitgangspunt van deze niet al te dikke kinderroman. Hoofdpersoon Jonna woont in een verschrikkelijk kindertehuis maar wordt eindelijk, op haar negende, geadopteerd door een gorilla. Jonna vindt dat eerst een verschrikking, bovendien komt ze in plaats van in een net huis met een nette kinderkamer in een oud-ijzerhandel terecht, maar al snel blijkt het toch wel heel fijn bij deze pleegmoeder. Natuurlijk is er een bedreiging van buitenaf met nare commissies en nare inspecteurs, maar de nieuwe warmte tussen Jonna en Gorilla zorgt dat de liefde overwint.

Een vrolijk verhaal, niet al te serieus, maar toch met wat ernstige ondertonen. Het boek werd fijn vertaald door Femke Muller. 

136 pagina's, leeftijd: 9+. Koop dit verhaal bij je lokale boekhandel, of anders hier

dinsdag 15 september 2020

KONING VALENTIJN - Tim Gladdines (Marmer)

Een verrassing: de nieuwe jeugdroman van Tim Gladdines. Die is spannend en ontroerend, en ook origineel. Koning Valentijn gaat over Benjamin van dertien, die altijd en eeuwig in de schaduw staat van zijn flamboyante oudere broer Valentijn - een broer die hij tegelijkertijd hogelijk bewondert. Hoe is het om altijd te willen wat je broer wil, en daarom door hem als een vervelend en lastig verschijnsel gezien te worden? En hoe is het als je opeens geheimen van die broer te weten komt die alles in een ander licht zetten? En hoe is het als de omstandigheden er voor zorgen dat jij ineens gezien wordt - en niet je broer?

Koning Valentijn laat heel geloofwaardig zien hoe het er aan toegaat in een gezin met drie pubers (er is ook nog een oudere zus) die alle drie in hun eigen storm verkeren. Vanaf de eerste bladzijde spatten de personages van de pagina. Het plot is werkelijk spannend, alles wervelt naar een dramatisch hoogtepunt toe (of eigenlijk verschillende dramatische hoogtepunten), en ook het muzikale decor helpt mee. Zo versterkt tegen het einde van het boek het beluisteren van de song Gethsemane uit de musical Jesus Christ Superstar zéér de leeservaring. Ik las het boek werkelijk in één lange haal uit, en dat gun je veel lezers: dus haal dat boek in huis.

224 pagina's, leeftijd: 13+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

maandag 7 september 2020

HET LICHT IN JE OGEN - An Rutgers van der Loeff (Ploegsma)

In 1956 publiceerde An Rutgers van der Loeff (van wie ik het hele oeuvre aan het lezen ben) de kinderroman Het licht in je ogen. Hiervoor deed ze onderzoek bij een blindeninstituut en het boek is ook gebaseerd op de wederwaardigheden van een jongen die ze kende, Cornelis Noot - in het boek kortweg Kees genoemd.

Kees raakt slechtziend (en daarna langzaam blind) nadat hij in een kalkput op een bouwplaats is gevallen. Dit gebeurt al vroeg in het verhaal en de meeste bladzijden van het boek zijn gewijd aan Kees' langzame leren omgaan met het blind zijn en aan de dagelijkse gang van zaken op het instituut. Een mooie rol is weggelegd voor de vriendschappen, die met de ziende Geurt (zijn beste vriend vóór het ongeluk) en met de blinde Wiebe. 

Het licht in je ogen lijkt, mede door de titel, een boek met een groot gehalte aan ziekte-drama, maar wat nu juist treft bij het lezen is de levendige, beweeglijke toon. Die past dan ook volledig bij de drukke Kees, die aanpakken wil, die de wereld in wil, die druk en opvliegend is, die toppen van blijheid afscheert en dan weer snikkend in zijn hoofdkussen op zijn bed ligt. Daarmee schiep Rutgers van der Loeff een heerlijke hoofdpersoon waarin het als lezer moeiteloos instappen is.

Het fijnst is natuurlijk, opnieuw, Rutgers van der Loeffs kwieke taalgebruik, met haar zilversnelle dialogen en haar in een handomdraai verwoorden van soms heel complexe gevoelens. Voorbeeld? 'Kees dacht weer aan deze middag waarop de wereld van het licht voor hem was opengegaan, maar daarvan kon je niets aan je vader vertellen, ook al was hij schilder.'

Of, als Kees voor het eerst een trompet probeert te bespelen: 'Maar er kwam geen geluid. Hij had de eenden willen antwoorden. Hij had de ganzen iets willen toeroepen, hij wou recht naar de blauwe hemel blazen. Maar er gebeurde niets. Hij zat daar alleen met een rode kop en moest zichzelf uitlachen.'

Natuurlijk is het taalgebruik dat van de jaren vijftig (wat trouwens ook extra charme geeft), maar dat stoort nergens en ik denk dat dat komt omdat er zoveel vaart is. Hier zien we dat met name in de lol tussen de kinderen op het blindeninstituut - want die sparen elkaar niet: 'Moet je horen,' lachte Cootje. 'Ik liep in 't speelkwartier achter meneer Van der Veer en die vreemde dame die hier is komen kijken. En weet je wat ze zei? Zij had Miesje Krol gezien, hè? Nou, zei ze, die kleine Miesje, wat vind ik dat toch een dot van een kind!' Cootje sprak opeens heel geaffecteerd en met een dik opgelegde nadruk. 'En wat een ogen! Wat een scháttige ogen heeft dat stakkerdje! - Nou, ze moest es weten dat Miesje die schattige ogen 's avonds uitdoet!' 

Ja, ook dit boek is weer fris van toon, het is geweldig geschreven en het eindigt heel ontroerend. Daarmee moet ik het, ik kan niet anders, opnieuw bestempelen als een van de fijnere RvdLoeffen.

Lees mijn vorige Rutgers-van-der-Loeff-leesverslagen hier, hier, hier, hier, hier en hier.


maandag 31 augustus 2020

IDJE WIL NIET NAAR DE KAPPER - Michael Middelkoop & Lisa van Winsen (Rose Stories)

Op het schutblad zien we Idje, de jonge hoofdpersoon van dit prentenboek, al heel wat keren zichzelf vermaken met zijn eigen lange haar. We zien hem zelfs, zittend in zijn krullen, een prentenboek lezen - dit prentenboek. Idje wil niet naar de kapper is een van de geslaagde opbrengsten van het talententraject van Rose Stories, de uitgeverij/productiemaatschappij die verhalen vanuit allerlei achtergronden de wereld in stimuleert. 

Debutantschrijver Michael Middelkoop maakte een fijne, losse, buitelende tekst over Idje die verliefd is op zijn enorme haardos. Hij kan erin spelen en hij kan zich erin verschuilen, en dus is de dag die hij het meest vreest die waarop hij van zijn moeder naar de kapper moet. Daar moet hij iets op verzinnen... 

Tekenares Lisa van Winsen had al net zoveel plezier met Idje als de schrijver. Ze heeft zich met duidelijk plezier achter Idje opgesteld en laat hem door haar vrolijke overdrijving nóg meer genieten van die heerlijke hoofdzachtheid die hij zo zorgvuldig bijeengespaard heeft. Alles bij elkaar is Idje wil niet naar de kapper een heerlijk dichtbijhuis-boek dat gein paart aan herkenning. En achterin het boek wordt ons beloofd dat er nog meer Idje-avonturen zullen zijn. Da's mooi nieuws!

32 pagina's, leeftijd: 4+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.   

woensdag 26 augustus 2020

ALLEEN TEGEN ALLES - An Rutgers van der Loeff (Salamander)

Een jeugdboek uit 1962 - of eigenlijk een young adultboek, of eigenlijk: een boek (zoals de flaptekst zegt) 'voor volwassenen en bijna-volwassenen'. Dat is Alleen tegen alles, een novelle van An Rutgers van der Loeff die uitkwam in de Salamander-pocketreeks van uitgeverij Querido. De ondertitel van dit boek luidt overigens: Sluitstuk van een puberteit

Hoofdpersoon is de bijna achttienjarige Mark Hoensbroek. Hij zit nog op de middelbare school, heeft grote moeite met zijn docenten, met name met Doorwerth, van Latijn. Mark is lang en weet niet wat zijn doel in het leven zou moeten zijn. Hij wordt bewonderd door klasgenoten, meisjes vinden hem intrigerend, maar intussen is hij volledig van zijn voeten geveegd door het leven. Door de onechtheid van alles. Door zijn eigen stuurloosheid. Door zijn wens om iets échts te beleven, desnoods doodsangst - en door zijn gevecht tegen het gezapige, gewone, bedeesde van zijn vader en moeder. 

Het boek is een absoluut hoogtepunt in het werk van An Rutgers van der Loeff. Het laat een heel ander aspect van haar schrijverschap zien, dat we vooral kennen van dappere avonturen in extreme omstandigheden die door kinderen beleefd worden (zoals in De kinderkaravaan of Rossy, dat krantenkind). Alleen tegen alles daarentegen is een hypnotiserend boek dat geschreven is zoals veel werk van Virginia Woolf, als in een stream of consciousness. We zitten grotendeels in het hoofd van Mark en daar komen grieperige passages uit, zoals: 

'Gekkenwerk. Het was bezopen afstand te willen nemen van jezelf. Het was onnatuurlijk. Het maakte je wanhopig. Het werd een ziekte. In jezelf kunnen wegkruipen, helemaal in jezelf, zodat je niets anders dan jezelf zag, bevredigd zijn alleen met jezelf, blindelings, dom en fijn. Dat moest je kunnen. Dan was je minder ongelukkig. Dan was je beter geïntegreerd. Modewoord. Bah.'

De figuur van Mark krijgt een spannende spiegeling in de verstandige, verantwoordelijke Pieter, maar uiteindelijk draait alles om de levenskoorts van Mark. Het boek draagt ook zeker echo's van De avonden (1947) van Gerard van het Reve, waar het de tekening van het stuurloze weg willen uit alles betreft. Heel bijzonder ook, zeker voor Rutgers van der Loeff, is de vrijmoedige seksualiteit. Zo moet de passage over de ongewilde erecties die Mark krijgt (bijvoorbeeld tijdens de opvoering van een toneelstuk van Vondel!) op z'n minst opmerkelijk zijn geweest in de vroege jaren zestig. Het boek sluit af met een werkelijk grandioze eindwerveling - en in al zijn jarenzestigheid zijn het passages als die laatste die het nog altijd geldend maken. Laat het duidelijk zijn: dit is een van mijn favoriete Rutgers-van-der-Loeffen tot nu toe.

Lees mijn vorige Rutgers-van-der-Loeff-leesverslagen hier, hier, hier, hier en hier.

zondag 23 augustus 2020

HET BOEK VAN DE STERREN - Sjoerd Kuyper & Thé Tjong-Khing (Rubinstein)

Het derde fantastische boek van Sjoerd Kuyper in korte tijd: na Bizar en Maantje is er nu Het boek van de sterren. Het is een uitgave in de Luxe Goede Boekjesreeks van Rubinstein, en is óók het laatst verschenen boek van meestertekenaar Thé Tjong-Khing. Het boek van de sterren is een sprookjesachtig verhaal, dat nochtans dicht bij huis begint: een opa leest zijn kleindochter elke dag voor (Kuyper schrijft dan, bij monde van het meisje dat tegen haar opa spreekt: 'Jouw stem bromt zo lekker in mijn oor, daar gaat mijn oor van lachen.') Het boek dat ze samen lezen is... Het boek van de sterren. Maar op een dag verdwijnt het. Geen zorg: het meisje kent de zinnen uit haar hoofd.

En dan gebeuren er twee dingen. Het - door het meisje navertelde en door opa in het zand nagetekende - verhaal blijkt over het ontstaan van de aarde te gaan én we zien - in een tekensequentie zonder tekst - hoe het boek door allerlei jonge dieren plus hun (groot)ouders gevonden en bekeken wordt. Via een prachtige looping komt het boek weer bij opa en kleindochter terecht. Het verhaal omarmt zichzelf, er is poëzie in tekst en beeld, beeld dat even precies als etherisch is. Het boek van de sterren zal ongetwijfeld door grootouders veelvuldig voorgelezen worden, waarna hun kleinkinderen het uit hun hoofd zullen leren. This is the stuff that dreams are made of.

 

32 pagina's, leeftijd: 5+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

 

woensdag 19 augustus 2020

DIE MAN DAAR IS MIJN VADER - An Rutgers van der Loeff/Miek Dorrestein (Ploegsma, tekeningen van Reintje Venema)

Het is vandaag - 19 augustus 2020 - precies dertig jaar geleden dat An Rutgers van der Loeff stierf, en ik ben al een tijdje bezig met het lezen van haar hele oeuvre (zie hier, hier, hier en hier) - dus vandaag is de juiste dag voor verslag nummer vijf. In dit stuk een ander aspect van haar schrijverschap: de speurdersverhalen. Die heeft ze doorheen haar hele carrière geschreven. Zo is er Vals spoor in Waterland (1967, tekeningen van Jan Sanders), dat in Edam speelt, en waarvoor Rutgers van der Loeff onderzoek deed bij het hoogheemraadschap - nadat in Duitsland was gevraagd of ze niet eens over een 'heel Nederlands' onderwerp kon schrijven. Het is een kleurrijk en om eerlijk te zijn nogal ingewikkeld plot geworden, maar al die watertermen zijn interessant, en zoals vanouds zijn de dialogen erg fijn. Datzelfde geldt (alleen wat mij betreft wat minder geslaagd) voor Spionage in de studio (1968, tekeningen Dick Stolwijk), dat in de balletwereld speelt. Overigens werd het eerstgenoemde boek in 1972 verfilmd voor televisie.

Maar in 1976 schrijft Rutgers van der Loeff geen jeugdboek, maar een hoorspel over een van de daders van de beruchte Britse treinroof - meer bepaald over zijn tienerkinderen, die er langzaam achter komen wie hun vader was en waarom ze al jarenlang steeds onder andere namen van school en woonplek moeten wisselen. Uitgeverij Ploegsma wil er in het begin van de jaren tachtig eigenlijk wel een échte uitgave van maken, maar de schrijfster heeft geen zin om een en ander weer op te pakken. Het zijn de nadagen van haar carrière en er volgens enkel nog wat korte verhalen in de streepjesreeks (boeken voor kinderen die moeite hebben met lezen, zoals Een rare zaak, 1983, tekeningen van Ietje Rijnsburger, opnieuw een grappig speurverhaal, dit keer met een papegaai in de hoofdrol, ook dit boek valt niet zozeer op door het plot, maar wel door de stijl en de humor) en wat boeken voor volwassenen. Maar op een signeersessie ontmoet Rutgers van der Loeff de dan beginnend schrijfster Miek Dorrestein - aan wie verzocht wordt er een jeugdboek van te maken. Die man daar is mijn vader (1981), met tekeningen van Reintje Venema, is het resultaat: een vlot, snel, redelijk origineel boek, waarbij opnieuw de dialogen (die zijn door Dorrestein overgenomen uit het hoorspel) in positieve zin opvallen. Een fijn tussendoor-leesboek. 

Tot zover een klein verslagje van mijn leeservaringen bij de speurdersboeken. Maar ik wil toch nog even wat schrijven over Een leven lang. Dat boek is niet voor kinderen geschreven maar ik beleefde er erg veel plezier aan. In september verschijnt mijn interviewboek (met queer jongeren) dat ik samen met Floor de Goede maakte - ik deed de gesprekken, hij maakte portretten -, en daardoor was ik extra geïnteresseerd toen ik ontdekte dat An Rutgers van der Loeff in 1981 al een interviewboek publiceerde, met 'boeiende mensen', zoals op het omslag staat, en dat de befaamde Mance Post hun portret tekende. In Een leven lang staan mooie levensverhalen van over het algemeen mensen van boven de tachtig. Ze kijken terug op armoede, oorlog, geluk, jeugd, liefde en zelfs seksualiteit. Een prachtig tijdsdocument, waar af en toe ook iets van de overtuigingen van de dan zeventigjarige Rutgers van der Loeffzelf  in doorschemert. Vandaag is haar sterfdag dus dertig jaar geleden, en daarom herdenk ik haar extra. Maar als u mij toestaat lees ik ook nog even verder in haar oeuvre. Tot nu toe: niets dan verrassingen. 

(Biografische gegevens uit de biografie van An Rutgers van der Loeff door Joke Linders, 1990, De Prom.)


zondag 16 augustus 2020

WAT MICK ZAG - Lars Deltrap (Querido)

Tekenaar Lars Deltrap viel de laatste jaren op door zijn werk in bijvoorbeeld de boeken van Lisa Boersen en Ulf Stark. En nu is er een heel eigen titel, het 'speurboek' Wat Mick zag. Op de titelpagina zien we het gezin van Mick (vader, moeder, grote zus Hannah en hijzelf) al rijden - ze tuffen met hun autootje naar een hotel in de Ardennen. Vakantietje. Maar zodra ze er zijn valt het Mick (en de lezer) op dat er spullen verdwijnen uit het hotel. Hoe komt dat? En wat gebeurt er 's nachts, buiten op het meer? Via grote, brede platen met veel details kan de lezer meespeuren naar het antwoord op het raadsel.

Hoe leuk het ook is om het geinige verhaal te volgen - het fijnst aan dit boek zijn de tekeningen. Er zit iets aangenaam lenigs in Deltraps stijl. Hij kan zowel mensen als auto's op een kwieke manier leven inblazen, waardoor het hele boek een heerlijke soepelheid meekrijgt. Nu wisten we misschien al dat deze tekenaar dit kon, maar Wat Mick zag laat ook een nieuw kant van Deltraps vaardigheden zien: die prachtige tekeningen van het nachtmeer in vogelperspectief. Die doen bijna Philip-Hopman-achtig aan. Hopman kan ook zo krachtig én los een landschap tevoorschijn schetsen c.q. arceren. Heel subtiel brengt Deltrap bovendien her en der lichtaccenten aan, waardoor hij het speuren van de kijker fijntjes stuurt. Het is te hopen dat we meer van dit soort werk-in-de-breedte te zien zullen krijgen, de komende jaren!

48 pagina's, leeftijd: 6+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het eventueel hier.

donderdag 13 augustus 2020

HOE WORD JE GRAPPIG ALS JE NIET LEUK BENT? - Jan Paul Schutten & Jeroen Funke, BOB POPCORN 2: DE POPCORN SPION - Maranke Rinck & Martijn van der Linden, EEN WEEK BIJ JOU, EEN WEEK BIJ MIJ - Kaat Vrancken & Saskia Halfmouw (alles: Querido)

In de serie Tijgerlezen verschenen de laatste weken en maanden maar liefst drie nieuwe delen. Deze week was dat de eerste non-fictie-titel (er volgen er nog meer). En dat deeltje is dan ook meteen van tweevoudig Gouden-Griffelwinnaar Jan Paul Schutten. Hij schreef een heel vrolijk boek over humor. In Hoe word je grappig als je niet leuk bent? gaat professor Herbert Droog op zoek naar wat iets grappig maakt - omdat hij dat zelf helemaal niet is. Door middel van een helder en makkelijk leesbaar verslag van zijn zoektocht leren kinderen over de basisprincipes van humor.

Een grote troef in dit boek zijn de tekeningen van Jeroen Funke. Soms stripachtig, soms een enkel kader, maar altijd heel kleurrijk en ja - grappig. De specialisten waarbij de professor op bezoek gaat zijn geen mensen, maar wonderlijke insecten, of dieren. Bovendien voegt Funke nog een paar eigen moppen toe aan het boek. Heel erg leuk!

Ook kwam deel twee uit van de nu al erg populaire serie over Bob Popcorn, de maiskorrel die af en toe uitbarst, en sowieso behoorlijk driftig is. Na het eerste deel gaat het verhaal verder: er komt bezoek uit Amerika om de bijzondere maiskorrel terug naar de fabriek te halen. Maar Ellis, die 'haar' Bob koestert, wil echt haar bijzondere vriendje niet kwijt. Samen met haar klasgenoot Dante én Bob zelf wordt een spionageplan in werking gezet.

Fijn, zo'n verhaal (en volgend voorjaar verschijnt deel drie, Bob Popcorn in Amerika), en wat ook zo opvalt: het plezier van de makers! Want naast het soepele verhaal zijn de potloodtekeningen van Martijn van der Linden weer talrijk, komisch en spannend. Dat er nu al kinderen verslaafd zijn aan deze serie is goed te begrijpen.

Een week bij jou, een week bij mij is een warm (en simpel te lezen) verhaal van Kaat Vrancken dat gaat over de honden Fox en Fien. De een woont op het platteland, de ander in de stad. In de eerste helft logeert Fien bij Fox op het platteland, en in de tweede helft is het andersom. Zoals we van groot hondenkenner Kaat Vrancken gewend zijn lezen we echt wat de honden zelf ervaren. Maar voor de waarachtigheid in dit Tijgerleesdeel staat ook Saskia Halfmouw, die al prachtige schetsen van honden op haar Instagram toonde. De tekeningen in Een week bij jou, een week bij mij zijn dan ook om je aan te vergapen.   


 

 

Koop deze boeken bij je lokale boekhandel, of bestel ze eventeel hier (Hoe word je grappig als je niet leuk bent?), hier (Bob Popcorn 2, De popcorn spion), of hier (Een week bij jou, een week bij mij).

 

 

woensdag 22 juli 2020

DE KINDERKARAVAAN (met tekeningen van Kees de Kiefte) en AMERIKAANS AVONTUUR - An Rutgers van der Loeff (Ploegsma)

Ik lees An Rutgers van der Loeff. Dat deed ik nooit, tot dit jaar, maar ik ben inmiddels zo verslingerd geraakt aan haar werk dat ik het ene na het andere boek zocht, kocht en verslond. Ik deed er hier, hier en hier al verslag van. Toch stelde ik het lezen van een van haar twee beroemdste boeken, De kinderkaravaan (het andere is Lawines razen) steeds nog even uit. Nu nam ik het wel ter hand en kon dus nagaan of het voor mij ook een van haar beste werken was.

De kinderkaravaan is gebaseerd op een krantenknipsel dat de schrijfster van haar uitgever kreeg, met de vraag: 'Is dit niet iets voor jou?' In het artikel stond de reis beschreven die de kinderen uit het Amerikaanse gezin Sager in 1843 maakten. Ze trokken dwars door de Verenigde Staten, van Oost naar West, van Tennessee naar Oregon, om de droom van hun vader (zich als pionier vestigen in het door de witte Amerikaan nog niet ontdekte 'Vrije Westen') waar te maken. De ouders stierven beiden al vroeg tijdens de reis, en de zeven kinderen voltooiden onder leiding van de dertienjarige John, samen met een hond en een koe, een bijna niet te overleven reis. Ze overleefden wél, en het verloop is zo bijzonder dat het niet moeilijk te begrijpen is dat An Rutgers er een spannend, uitzonderlijk verhaal in zag. Ze deed veel onderzoek en De kinderkaravaan werd in 1949 gepubliceerd als een van haar eerste boeken - en meteen was haar naam gevestigd. Het boek werd in vijftien landen vertaald en beleefde in Nederland vele, vele heruitgaven, met steeds weer nieuwe tekeningen. Ik las de twintigste druk, uit 1990, met tekeningen van Kees de Kiefte, nadat eerder Carl Hollander, Rein van Looy en Laura Kuiper het boek al illustreerden.

Ik las overigens ook het erop volgende boek van Rutgers van der Loeff, Amerikaans avontuur (1951, eveneens verschenen als Amerika, pioniers en hun kleinzoons), een boek dat vergelijkbaar is, dat wil zeggen: ook hier gaat het over de vele pioniers die het Westen van Amerika probeerden te 'veroveren'. Het boek lijkt tegelijkertijd weer helemaal níét op De kinderkaravaan - vanwege de opzet. Het randverhaal is dat van een groep jongeren die samen met hun begeleiders in een in de bergen gestrand vliegtuig moeten wachten op hulp, en die wakker en optimistisch gehouden worden door een paar volwassenen die hen om de beurt het verhaal van de pioniers vertellen. Dat gedeelte, dat het grootste aantal bladzijden in beslag neemt, is feitelijk als non-fictie geschreven. Daarmee is Amerikaans avontuur overigens ook wat lastiger te lezen en valt te begrijpen dat dit boek géén klassieker werd.

Bij beide boeken valt de bewondering van de schrijfster voor de pionierende 'helden' op. Samen met de ruige natuur zijn de Indianen, met name in De kinderkaravaan, de 'vijand'. Dat feitelijk hun land ingenomen werd wordt in dat boek nergens vermeld. Sterker nog: er wordt zelfs gezegd dat het babyzusje van de familie, dat vrijwel uitgedroogd is, niet gezoogd mag worden door een vrouw van een van de inheemse volkeren - 'alleen door een blanke vrouw'. Dat is uiteraard kwalijk, en daarmee zijn deze boeken wel verouderd te noemen. Ik weet niet of die kritiek destijds ook al geklonken heeft, maar in het tweede boek wordt door Rutgers van der Loeff wél betoogd dat hen onrecht is aangedaan, en met name via de toespraak van een van de begeleiders aan het eind van het boek pleit ze fel tegen discriminatie. Toch is ook het verhaal in dit boek geheel door witte ogen bekeken (vooral wat over zwarte Amerikanen, die - gebruikelijk in die tijd - met het n-woord worden aangeduid, verteld wordt - wellicht was het standpunt van de schrijfster voor die tijd vooruitstrevend, maar nu zien we vooral dat het vanuit een hoger ingeschat wit standpunt bekeken wordt). Bovendien worden de mannen (bijna altijd alleen maar mannen) die het avontuur aangingen vrijwel zonder uitzondering als dappere geweldenaars beschreven. Dat maakt van beide titels boeken die alleen nog als historische kinderboeken gezien kunnen worden.

Dat gezegd hebbende (en op die manier lezende) is De kinderkaravaan een verhaal dat de lezer nog altijd flink aan kan grijpen. Rutgers van der Loeff heeft haar vooronderzoek ongemeen diepgaand aangepakt, het is fantastisch hoe zintuiglijk dit avontuur vaak is. Van het los moeten trekken van een van de zusjes uit het drijfzand, tot de hagelbui die tijdenlang over de kinderen heen raast (ze staan tegen een rots geleund en kunnen nergens schuilen), tot de beschrijving van Oscar de hond en Anna de koe, tot de dialogen tussen de kinderen, tot de determinatie, maar vooral ook de vertwijfeling van de oudste jongen - het is allemaal geweldig gedaan. En het einde... het einde is van een heel grote schoonheid. Als de kinderen eindelijk ter plekke zijn, eindelijk gered, en de dertienjarige John eindelijk mag instorten. Amerikaans avontuur zou ik dus niet meer aanbevelen, maar alleen die eindscène al maakt De kinderkaravaan inderdaad tot een ware klassieker - die van enige nuance voorzien en in zijn tijd geplaatst moet worden.

P.S.: An Rutgers van der Loeff kon het destijds niet weten, maar het échte verhaal van de kinderen Sager blijkt toch enigszins anders te zijn - zie dit artikel.


 

dinsdag 21 juli 2020

LIEFDE IS VOOR LOSERS - Wibke Brueggemann (Gottmer)

'Ik keek haar aan en ze lachte, en het enige wat ik kon denken was: jij bent het.' Dat is een van de kernzinnen uit Liefde is voor losers, de debuutroman van de Duits-Amerikaans-Engelse Wibke Brueggemann. De schrijfster plonst ons in het hoofd van Phoebe van vijftien, die haar beste vriendin 'aan de liefde' verliest - Polly kan opeens alleen maar over Tristan praten, en Phoebe voelt zich verraden. Verder vertrekt Phoebes moeder voor de zoveelste keer naar Syrië om daar dokterswerk te doen, en dan is er ook nog de kringloopwinkel waar Phoebe werkt, waar ze een kleurrijke groep mensen leert kennen - maar vooral Emma. Intrigerende Emma, die prachtig is, maar ook geheimzinnig verdrietig lijkt te zijn.

Na veel dagboek-entries die vlot lezen, en het weerbarstige school- en vriendschapsleven van een in het leven verdwaalde puber weergeven, draait het boek steeds mooier naar een warm einde toe. Phoebe leert niet alleen iets meer van de liefde begrijpen, maar komt ook wat nader tot haar moeder én maakt, bijna ondanks zichzelf, vrienden. Die vrienden zijn met heel wat stevigere problemen bezig dan Phoebe - en aan de hand van die problemen, die over leven en dood gaan, laat Brueggemann mooi zien dat de hoofdpersoon meer op haar moeder lijkt dan ze denkt. Zo zegt iemand tegen haar: 'Ik weet dat je een beetje vreemd bent, Phoebe, maar je bent geen lafaard.' En dat klopt.

De spattende liefde tussen Emma en Phoebe wordt prachtig naturel en vanzelfsprekend geschetst, en dat geldt ook voor bijvoorbeeld de vriendschap met Alex, een jongen met down die een soort voortdurende ster op de achtergrond is, en voor de openheid over seksualiteit. Een boek van nu, met natuurlijk enkele al wel eens eerder beschreven school- en vriendinnenproblemen, maar vooral een fijn eigen hart.

Dit boek werd zoals gewoonlijk heerlijk vertaald door Aimée Warmerdam.
336 pagina's, leeftijd: 14+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.  

zondag 5 juli 2020

KNOEIPOEZEN - Fleur van der Weel (Querido)

Op het omslag van dit boek voor al héél jonge kinderen zien we ze al, de twee kittens Pimpel en Fik. En in het lekker dikke kijkboek (met een beetje tekst) volgen we losjes hun dagelijkse beslommeringen. Het gaat dus over spelen, over eten, over slapen, over vriendjes. Alleen een baasje ontbreekt, maar dat is juist slim: daarmee maakt Fleur van der Weel de lézer het baasje van deze twee fantastisch aaibare kleine twee.

Knoeipoezen is wat mij betreft Fleur van der Weels beste boek. Dat zit 'm in die rake beeldtaal. Elke pagina is in balans, nu eens zien we een overzichtsplaat met takken en lieveheersbeestjes, en als je wat beter kijkt: Pimpel die zich verschuilt. Dan weer zien we enkel een pak etensbrokjes in beeld, met (heel mooi) een net wat ander groen op de voorkant dan op de zijkant, met een sterk logo, met als contrast de twee lage ronde poezenetenskommetjes die ervoor staan, beide anders versierd. En op een andere spread zien we dan weer links Pimpel die aandoenlijk gaapt en rechts Fik die aandoenlijk gaapt, met verder niets eromheen. 

De pagina's zijn mat, en het omslag is dat ook, waardoor we nog meer in het boek lijken te worden toegelaten, en waardoor het boek zelf ook iets aaibaars krijgt. De kleuren zijn in aangenaam pastel. Het 'verhaal' (dat dus eerder een paar impressies behelst) gaat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Daarmee beleeft een voorgelezen kind de fijne, warme poesjesdag in al zijn zintuiglijke details van behoorlijk dichtbij mee. Ja, Knoeipoezen is een boek dat makkelijk een lievelingsboek zal kunnen zijn. 

96 pagina's, leeftijd: 1+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

maandag 29 juni 2020

BOER BORIS HEEFT HET HEET! - Ted van Lieshout & Phlip Hopman (Gottmer)

Het is inmiddels een klassieke serie, de reeks Boerborissen, en niet alle delen besprak ik hier uitgebreid (nou ja, deze en deze en deze en deze en deze en deze en deze wel), maar het dertiende deel, Boer Boris heeft het heet! is een van de best gelukte en dus opnieuw een stevige leestip.

Het ultieme hittegedicht schreef Annie M.G. Schmidt natuurlijk, over de gesmolten juffrouw Scholten, en daar zal elk hitte/zitten-rijm meteen aan herinneren, maar Ted van Lieshout doet Schmidt als in het voorbijgaan eer aan ('Gelukkig staat [het paard] in de stal, niet in de volle zon/Want anders smólt hij! (Als een paard van warmte smelten kon.)) maar laat de referentie verder los en gaat fijn een andere kant op. De schapen worden van hun vachten ontdaan, en als de dieren en de boerderijmensen het dan weer koud krijgen, zijn er van de verworven wol dekens en truien gemaakt. Zoals altijd is het rijm vlekkeloos en deinend, zo staat er in het stuk over de wolfabriek bijvoorbeeld:
Eerst wassen ze, dan kammen ze, dan spinnen ze de wol.
Die verven ze en winden lange draden tot een bol.
Dan breien ze een trui. En met een prachtig weefgetouw
maken ze een deken, en een jas met kraag en mouw.

Die wolfabriek levert ook de tekening op waarvan Philip Hopman je het meest achterover doet slaan. Het formaat van de Boerborissen (bijna vierkant) bezorgt hem als het boek opengeslagen voor je ligt een breed canvas, en daar maakt hij in dit soort overzichtstekeningen altijd perfect gebruik van. In een spannend panorama, met links op de voorgrond een imposante machine die bediend wordt door een al even imposante meneer (met imposante baard en imposante neus), helemaal rechts de kleine Boer Boris die zijn pet in eerbied afgenomen heeft, en dan de verfton, dichtbij, het weefgetouw, wat verderop, in het midden de rij computers, bediend door dames en heren in stofjassen, maar wel met soms exuberante kapsels, en achterin de tekening een gaanderij van hout waarop we grote portretten van ouderwetse weefvoorgangers zien - o, het is allemaal zo prachtig. Er moeten heel wat kinderen en ouders zijn die dit soort pagina's uit het boek willen losmaken om ze ingelijst aan de muur te hangen. 

Eenzelfde breed tafereel biedt Hopman ons ook weer op de voorlaatste spread (als de dieren kleumend bij elkaar in de schuur schuilen) en op de laatste (als alle dieren met warme truien aan rond een kampvuur zitten). De voorlaatste spread heeft een donkerblauwe gloed, de laatste een goudoranje, alles is even mooi. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de details (zelfs de op elke plaat aanwezige merel heeft op het eind een dasje om, er hangt een carpe-diem-schildje in de schuur, met daaronder, in silhouet, een ploegende boer, het overal terug te vinden muisje schuilt om warm te worden in de omhelzing van de... kat, etc, etc, etc).
Tja, Boer Boris heeft het heet! is geen officiële jubileumaflevering van deze serie - maar zo gedraagt het boek zich wel.

32 pagina's, leeftijd: 3+
Koop dit boek in je lokale boekhandel, of anders hier.