vrijdag 18 september 2020

MIJN MOEDER IS EEN GORILLA (EN WAT DAN NOG) - Frida Nilsson, met tekeningen van Martijn van der Linden (Querido)

Goeie titel, geweldig omslag: dat is het eerste wat je denkt als je Mijn moeder is een gorilla ziet. Het is het tweede in het Nederlandse vertaalde boek van de Zweedse Frida Nilsson en kreeg heel mooie tekeningen van Martijn van der Linden mee. Vooral dus die op het omslag. 

Dat heeft natuurlijk ook te maken met het geinige uitgangspunt van deze niet al te dikke kinderroman. Hoofdpersoon Jonna woont in een verschrikkelijk kindertehuis maar wordt eindelijk, op haar negende, geadopteerd door een gorilla. Jonna vindt dat eerst een verschrikking, bovendien komt ze in plaats van in een net huis met een nette kinderkamer in een oud-ijzerhandel terecht, maar al snel blijkt het toch wel heel fijn bij deze pleegmoeder. Natuurlijk is er een bedreiging van buitenaf met nare commissies en nare inspecteurs, maar de nieuwe warmte tussen Jonna en Gorilla zorgt dat de liefde overwint.

Een vrolijk verhaal, niet al te serieus, maar toch met wat ernstige ondertonen. Het boek werd fijn vertaald door Femke Muller. 

136 pagina's, leeftijd: 9+. Koop dit verhaal bij je lokale boekhandel, of anders hier

dinsdag 15 september 2020

KONING VALENTIJN - Tim Gladdines (Marmer)

Een verrassing: de nieuwe jeugdroman van Tim Gladdines. Die is spannend en ontroerend, en ook origineel. Koning Valentijn gaat over Benjamin van dertien, die altijd en eeuwig in de schaduw staat van zijn flamboyante oudere broer Valentijn - een broer die hij tegelijkertijd hogelijk bewondert. Hoe is het om altijd te willen wat je broer wil, en daarom door hem als een vervelend en lastig verschijnsel gezien te worden? En hoe is het als je opeens geheimen van die broer te weten komt die alles in een ander licht zetten? En hoe is het als de omstandigheden er voor zorgen dat jij ineens gezien wordt - en niet je broer?

Koning Valentijn laat heel geloofwaardig zien hoe het er aan toegaat in een gezin met drie pubers (er is ook nog een oudere zus) die alle drie in hun eigen storm verkeren. Vanaf de eerste bladzijde spatten de personages van de pagina. Het plot is werkelijk spannend, alles wervelt naar een dramatisch hoogtepunt toe (of eigenlijk verschillende dramatische hoogtepunten), en ook het muzikale decor helpt mee. Zo versterkt tegen het einde van het boek het beluisteren van de song Gethsemane uit de musical Jesus Christ Superstar zéér de leeservaring. Ik las het boek werkelijk in één lange haal uit, en dat gun je veel lezers: dus haal dat boek in huis.

224 pagina's, leeftijd: 13+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

maandag 7 september 2020

HET LICHT IN JE OGEN - An Rutgers van der Loeff (Ploegsma)

In 1956 publiceerde An Rutgers van der Loeff (van wie ik het hele oeuvre aan het lezen ben) de kinderroman Het licht in je ogen. Hiervoor deed ze onderzoek bij een blindeninstituut en het boek is ook gebaseerd op de wederwaardigheden van een jongen die ze kende, Cornelis Noot - in het boek kortweg Kees genoemd.

Kees raakt slechtziend (en daarna langzaam blind) nadat hij in een kalkput op een bouwplaats is gevallen. Dit gebeurt al vroeg in het verhaal en de meeste bladzijden van het boek zijn gewijd aan Kees' langzame leren omgaan met het blind zijn en aan de dagelijkse gang van zaken op het instituut. Een mooie rol is weggelegd voor de vriendschappen, die met de ziende Geurt (zijn beste vriend vóór het ongeluk) en met de blinde Wiebe. 

Het licht in je ogen lijkt, mede door de titel, een boek met een groot gehalte aan ziekte-drama, maar wat nu juist treft bij het lezen is de levendige, beweeglijke toon. Die past dan ook volledig bij de drukke Kees, die aanpakken wil, die de wereld in wil, die druk en opvliegend is, die toppen van blijheid afscheert en dan weer snikkend in zijn hoofdkussen op zijn bed ligt. Daarmee schiep Rutgers van der Loeff een heerlijke hoofdpersoon waarin het als lezer moeiteloos instappen is.

Het fijnst is natuurlijk, opnieuw, Rutgers van der Loeffs kwieke taalgebruik, met haar zilversnelle dialogen en haar in een handomdraai verwoorden van soms heel complexe gevoelens. Voorbeeld? 'Kees dacht weer aan deze middag waarop de wereld van het licht voor hem was opengegaan, maar daarvan kon je niets aan je vader vertellen, ook al was hij schilder.'

Of, als Kees voor het eerst een trompet probeert te bespelen: 'Maar er kwam geen geluid. Hij had de eenden willen antwoorden. Hij had de ganzen iets willen toeroepen, hij wou recht naar de blauwe hemel blazen. Maar er gebeurde niets. Hij zat daar alleen met een rode kop en moest zichzelf uitlachen.'

Natuurlijk is het taalgebruik dat van de jaren vijftig (wat trouwens ook extra charme geeft), maar dat stoort nergens en ik denk dat dat komt omdat er zoveel vaart is. Hier zien we dat met name in de lol tussen de kinderen op het blindeninstituut - want die sparen elkaar niet: 'Moet je horen,' lachte Cootje. 'Ik liep in 't speelkwartier achter meneer Van der Veer en die vreemde dame die hier is komen kijken. En weet je wat ze zei? Zij had Miesje Krol gezien, hè? Nou, zei ze, die kleine Miesje, wat vind ik dat toch een dot van een kind!' Cootje sprak opeens heel geaffecteerd en met een dik opgelegde nadruk. 'En wat een ogen! Wat een scháttige ogen heeft dat stakkerdje! - Nou, ze moest es weten dat Miesje die schattige ogen 's avonds uitdoet!' 

Ja, ook dit boek is weer fris van toon, het is geweldig geschreven en het eindigt heel ontroerend. Daarmee moet ik het, ik kan niet anders, opnieuw bestempelen als een van de fijnere RvdLoeffen.

Lees mijn vorige Rutgers-van-der-Loeff-leesverslagen hier, hier, hier, hier, hier en hier.


maandag 31 augustus 2020

IDJE WIL NIET NAAR DE KAPPER - Michael Middelkoop & Lisa van Winsen (Rose Stories)

Op het schutblad zien we Idje, de jonge hoofdpersoon van dit prentenboek, al heel wat keren zichzelf vermaken met zijn eigen lange haar. We zien hem zelfs, zittend in zijn krullen, een prentenboek lezen - dit prentenboek. Idje wil niet naar de kapper is een van de geslaagde opbrengsten van het talententraject van Rose Stories, de uitgeverij/productiemaatschappij die verhalen vanuit allerlei achtergronden de wereld in stimuleert. 

Debutantschrijver Michael Middelkoop maakte een fijne, losse, buitelende tekst over Idje die verliefd is op zijn enorme haardos. Hij kan erin spelen en hij kan zich erin verschuilen, en dus is de dag die hij het meest vreest die waarop hij van zijn moeder naar de kapper moet. Daar moet hij iets op verzinnen... 

Tekenares Lisa van Winsen had al net zoveel plezier met Idje als de schrijver. Ze heeft zich met duidelijk plezier achter Idje opgesteld en laat hem door haar vrolijke overdrijving nóg meer genieten van die heerlijke hoofdzachtheid die hij zo zorgvuldig bijeengespaard heeft. Alles bij elkaar is Idje wil niet naar de kapper een heerlijk dichtbijhuis-boek dat gein paart aan herkenning. En achterin het boek wordt ons beloofd dat er nog meer Idje-avonturen zullen zijn. Da's mooi nieuws!

32 pagina's, leeftijd: 4+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.   

woensdag 26 augustus 2020

ALLEEN TEGEN ALLES - An Rutgers van der Loeff (Salamander)

Een jeugdboek uit 1962 - of eigenlijk een young adultboek, of eigenlijk: een boek (zoals de flaptekst zegt) 'voor volwassenen en bijna-volwassenen'. Dat is Alleen tegen alles, een novelle van An Rutgers van der Loeff die uitkwam in de Salamander-pocketreeks van uitgeverij Querido. De ondertitel van dit boek luidt overigens: Sluitstuk van een puberteit

Hoofdpersoon is de bijna achttienjarige Mark Hoensbroek. Hij zit nog op de middelbare school, heeft grote moeite met zijn docenten, met name met Doorwerth, van Latijn. Mark is lang en weet niet wat zijn doel in het leven zou moeten zijn. Hij wordt bewonderd door klasgenoten, meisjes vinden hem intrigerend, maar intussen is hij volledig van zijn voeten geveegd door het leven. Door de onechtheid van alles. Door zijn eigen stuurloosheid. Door zijn wens om iets échts te beleven, desnoods doodsangst - en door zijn gevecht tegen het gezapige, gewone, bedeesde van zijn vader en moeder. 

Het boek is een absoluut hoogtepunt in het werk van An Rutgers van der Loeff. Het laat een heel ander aspect van haar schrijverschap zien, dat we vooral kennen van dappere avonturen in extreme omstandigheden die door kinderen beleefd worden (zoals in De kinderkaravaan of Rossy, dat krantenkind). Alleen tegen alles daarentegen is een hypnotiserend boek dat geschreven is zoals veel werk van Virginia Woolf, als in een stream of consciousness. We zitten grotendeels in het hoofd van Mark en daar komen grieperige passages uit, zoals: 

'Gekkenwerk. Het was bezopen afstand te willen nemen van jezelf. Het was onnatuurlijk. Het maakte je wanhopig. Het werd een ziekte. In jezelf kunnen wegkruipen, helemaal in jezelf, zodat je niets anders dan jezelf zag, bevredigd zijn alleen met jezelf, blindelings, dom en fijn. Dat moest je kunnen. Dan was je minder ongelukkig. Dan was je beter geïntegreerd. Modewoord. Bah.'

De figuur van Mark krijgt een spannende spiegeling in de verstandige, verantwoordelijke Pieter, maar uiteindelijk draait alles om de levenskoorts van Mark. Het boek draagt ook zeker echo's van De avonden (1947) van Gerard van het Reve, waar het de tekening van het stuurloze weg willen uit alles betreft. Heel bijzonder ook, zeker voor Rutgers van der Loeff, is de vrijmoedige seksualiteit. Zo moet de passage over de ongewilde erecties die Mark krijgt (bijvoorbeeld tijdens de opvoering van een toneelstuk van Vondel!) op z'n minst opmerkelijk zijn geweest in de vroege jaren zestig. Het boek sluit af met een werkelijk grandioze eindwerveling - en in al zijn jarenzestigheid zijn het passages als die laatste die het nog altijd geldend maken. Laat het duidelijk zijn: dit is een van mijn favoriete Rutgers-van-der-Loeffen tot nu toe.

Lees mijn vorige Rutgers-van-der-Loeff-leesverslagen hier, hier, hier, hier en hier.

zondag 23 augustus 2020

HET BOEK VAN DE STERREN - Sjoerd Kuyper & Thé Tjong-Khing (Rubinstein)

Het derde fantastische boek van Sjoerd Kuyper in korte tijd: na Bizar en Maantje is er nu Het boek van de sterren. Het is een uitgave in de Luxe Goede Boekjesreeks van Rubinstein, en is óók het laatst verschenen boek van meestertekenaar Thé Tjong-Khing. Het boek van de sterren is een sprookjesachtig verhaal, dat nochtans dicht bij huis begint: een opa leest zijn kleindochter elke dag voor (Kuyper schrijft dan, bij monde van het meisje dat tegen haar opa spreekt: 'Jouw stem bromt zo lekker in mijn oor, daar gaat mijn oor van lachen.') Het boek dat ze samen lezen is... Het boek van de sterren. Maar op een dag verdwijnt het. Geen zorg: het meisje kent de zinnen uit haar hoofd.

En dan gebeuren er twee dingen. Het - door het meisje navertelde en door opa in het zand nagetekende - verhaal blijkt over het ontstaan van de aarde te gaan én we zien - in een tekensequentie zonder tekst - hoe het boek door allerlei jonge dieren plus hun (groot)ouders gevonden en bekeken wordt. Via een prachtige looping komt het boek weer bij opa en kleindochter terecht. Het verhaal omarmt zichzelf, er is poëzie in tekst en beeld, beeld dat even precies als etherisch is. Het boek van de sterren zal ongetwijfeld door grootouders veelvuldig voorgelezen worden, waarna hun kleinkinderen het uit hun hoofd zullen leren. This is the stuff that dreams are made of.

 

32 pagina's, leeftijd: 5+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

 

woensdag 19 augustus 2020

DIE MAN DAAR IS MIJN VADER - An Rutgers van der Loeff/Miek Dorrestein (Ploegsma, tekeningen van Reintje Venema)

Het is vandaag - 19 augustus 2020 - precies dertig jaar geleden dat An Rutgers van der Loeff stierf, en ik ben al een tijdje bezig met het lezen van haar hele oeuvre (zie hier, hier, hier en hier) - dus vandaag is de juiste dag voor verslag nummer vijf. In dit stuk een ander aspect van haar schrijverschap: de speurdersverhalen. Die heeft ze doorheen haar hele carrière geschreven. Zo is er Vals spoor in Waterland (1967, tekeningen van Jan Sanders), dat in Edam speelt, en waarvoor Rutgers van der Loeff onderzoek deed bij het hoogheemraadschap - nadat in Duitsland was gevraagd of ze niet eens over een 'heel Nederlands' onderwerp kon schrijven. Het is een kleurrijk en om eerlijk te zijn nogal ingewikkeld plot geworden, maar al die watertermen zijn interessant, en zoals vanouds zijn de dialogen erg fijn. Datzelfde geldt (alleen wat mij betreft wat minder geslaagd) voor Spionage in de studio (1968, tekeningen Dick Stolwijk), dat in de balletwereld speelt. Overigens werd het eerstgenoemde boek in 1972 verfilmd voor televisie.

Maar in 1976 schrijft Rutgers van der Loeff geen jeugdboek, maar een hoorspel over een van de daders van de beruchte Britse treinroof - meer bepaald over zijn tienerkinderen, die er langzaam achter komen wie hun vader was en waarom ze al jarenlang steeds onder andere namen van school en woonplek moeten wisselen. Uitgeverij Ploegsma wil er in het begin van de jaren tachtig eigenlijk wel een échte uitgave van maken, maar de schrijfster heeft geen zin om een en ander weer op te pakken. Het zijn de nadagen van haar carrière en er volgens enkel nog wat korte verhalen in de streepjesreeks (boeken voor kinderen die moeite hebben met lezen, zoals Een rare zaak, 1983, tekeningen van Ietje Rijnsburger, opnieuw een grappig speurverhaal, dit keer met een papegaai in de hoofdrol, ook dit boek valt niet zozeer op door het plot, maar wel door de stijl en de humor) en wat boeken voor volwassenen. Maar op een signeersessie ontmoet Rutgers van der Loeff de dan beginnend schrijfster Miek Dorrestein - aan wie verzocht wordt er een jeugdboek van te maken. Die man daar is mijn vader (1981), met tekeningen van Reintje Venema, is het resultaat: een vlot, snel, redelijk origineel boek, waarbij opnieuw de dialogen (die zijn door Dorrestein overgenomen uit het hoorspel) in positieve zin opvallen. Een fijn tussendoor-leesboek. 

Tot zover een klein verslagje van mijn leeservaringen bij de speurdersboeken. Maar ik wil toch nog even wat schrijven over Een leven lang. Dat boek is niet voor kinderen geschreven maar ik beleefde er erg veel plezier aan. In september verschijnt mijn interviewboek (met queer jongeren) dat ik samen met Floor de Goede maakte - ik deed de gesprekken, hij maakte portretten -, en daardoor was ik extra geïnteresseerd toen ik ontdekte dat An Rutgers van der Loeff in 1981 al een interviewboek publiceerde, met 'boeiende mensen', zoals op het omslag staat, en dat de befaamde Mance Post hun portret tekende. In Een leven lang staan mooie levensverhalen van over het algemeen mensen van boven de tachtig. Ze kijken terug op armoede, oorlog, geluk, jeugd, liefde en zelfs seksualiteit. Een prachtig tijdsdocument, waar af en toe ook iets van de overtuigingen van de dan zeventigjarige Rutgers van der Loeffzelf  in doorschemert. Vandaag is haar sterfdag dus dertig jaar geleden, en daarom herdenk ik haar extra. Maar als u mij toestaat lees ik ook nog even verder in haar oeuvre. Tot nu toe: niets dan verrassingen. 

(Biografische gegevens uit de biografie van An Rutgers van der Loeff door Joke Linders, 1990, De Prom.)


zondag 16 augustus 2020

WAT MICK ZAG - Lars Deltrap (Querido)

Tekenaar Lars Deltrap viel de laatste jaren op door zijn werk in bijvoorbeeld de boeken van Lisa Boersen en Ulf Stark. En nu is er een heel eigen titel, het 'speurboek' Wat Mick zag. Op de titelpagina zien we het gezin van Mick (vader, moeder, grote zus Hannah en hijzelf) al rijden - ze tuffen met hun autootje naar een hotel in de Ardennen. Vakantietje. Maar zodra ze er zijn valt het Mick (en de lezer) op dat er spullen verdwijnen uit het hotel. Hoe komt dat? En wat gebeurt er 's nachts, buiten op het meer? Via grote, brede platen met veel details kan de lezer meespeuren naar het antwoord op het raadsel.

Hoe leuk het ook is om het geinige verhaal te volgen - het fijnst aan dit boek zijn de tekeningen. Er zit iets aangenaam lenigs in Deltraps stijl. Hij kan zowel mensen als auto's op een kwieke manier leven inblazen, waardoor het hele boek een heerlijke soepelheid meekrijgt. Nu wisten we misschien al dat deze tekenaar dit kon, maar Wat Mick zag laat ook een nieuw kant van Deltraps vaardigheden zien: die prachtige tekeningen van het nachtmeer in vogelperspectief. Die doen bijna Philip-Hopman-achtig aan. Hopman kan ook zo krachtig én los een landschap tevoorschijn schetsen c.q. arceren. Heel subtiel brengt Deltrap bovendien her en der lichtaccenten aan, waardoor hij het speuren van de kijker fijntjes stuurt. Het is te hopen dat we meer van dit soort werk-in-de-breedte te zien zullen krijgen, de komende jaren!

48 pagina's, leeftijd: 6+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het eventueel hier.

donderdag 13 augustus 2020

HOE WORD JE GRAPPIG ALS JE NIET LEUK BENT? - Jan Paul Schutten & Jeroen Funke, BOB POPCORN 2: DE POPCORN SPION - Maranke Rinck & Martijn van der Linden, EEN WEEK BIJ JOU, EEN WEEK BIJ MIJ - Kaat Vrancken & Saskia Halfmouw (alles: Querido)

In de serie Tijgerlezen verschenen de laatste weken en maanden maar liefst drie nieuwe delen. Deze week was dat de eerste non-fictie-titel (er volgen er nog meer). En dat deeltje is dan ook meteen van tweevoudig Gouden-Griffelwinnaar Jan Paul Schutten. Hij schreef een heel vrolijk boek over humor. In Hoe word je grappig als je niet leuk bent? gaat professor Herbert Droog op zoek naar wat iets grappig maakt - omdat hij dat zelf helemaal niet is. Door middel van een helder en makkelijk leesbaar verslag van zijn zoektocht leren kinderen over de basisprincipes van humor.

Een grote troef in dit boek zijn de tekeningen van Jeroen Funke. Soms stripachtig, soms een enkel kader, maar altijd heel kleurrijk en ja - grappig. De specialisten waarbij de professor op bezoek gaat zijn geen mensen, maar wonderlijke insecten, of dieren. Bovendien voegt Funke nog een paar eigen moppen toe aan het boek. Heel erg leuk!

Ook kwam deel twee uit van de nu al erg populaire serie over Bob Popcorn, de maiskorrel die af en toe uitbarst, en sowieso behoorlijk driftig is. Na het eerste deel gaat het verhaal verder: er komt bezoek uit Amerika om de bijzondere maiskorrel terug naar de fabriek te halen. Maar Ellis, die 'haar' Bob koestert, wil echt haar bijzondere vriendje niet kwijt. Samen met haar klasgenoot Dante én Bob zelf wordt een spionageplan in werking gezet.

Fijn, zo'n verhaal (en volgend voorjaar verschijnt deel drie, Bob Popcorn in Amerika), en wat ook zo opvalt: het plezier van de makers! Want naast het soepele verhaal zijn de potloodtekeningen van Martijn van der Linden weer talrijk, komisch en spannend. Dat er nu al kinderen verslaafd zijn aan deze serie is goed te begrijpen.

Een week bij jou, een week bij mij is een warm (en simpel te lezen) verhaal van Kaat Vrancken dat gaat over de honden Fox en Fien. De een woont op het platteland, de ander in de stad. In de eerste helft logeert Fien bij Fox op het platteland, en in de tweede helft is het andersom. Zoals we van groot hondenkenner Kaat Vrancken gewend zijn lezen we echt wat de honden zelf ervaren. Maar voor de waarachtigheid in dit Tijgerleesdeel staat ook Saskia Halfmouw, die al prachtige schetsen van honden op haar Instagram toonde. De tekeningen in Een week bij jou, een week bij mij zijn dan ook om je aan te vergapen.   


 

 

Koop deze boeken bij je lokale boekhandel, of bestel ze eventeel hier (Hoe word je grappig als je niet leuk bent?), hier (Bob Popcorn 2, De popcorn spion), of hier (Een week bij jou, een week bij mij).

 

 

woensdag 22 juli 2020

DE KINDERKARAVAAN (met tekeningen van Kees de Kiefte) en AMERIKAANS AVONTUUR - An Rutgers van der Loeff (Ploegsma)

Ik lees An Rutgers van der Loeff. Dat deed ik nooit, tot dit jaar, maar ik ben inmiddels zo verslingerd geraakt aan haar werk dat ik het ene na het andere boek zocht, kocht en verslond. Ik deed er hier, hier en hier al verslag van. Toch stelde ik het lezen van een van haar twee beroemdste boeken, De kinderkaravaan (het andere is Lawines razen) steeds nog even uit. Nu nam ik het wel ter hand en kon dus nagaan of het voor mij ook een van haar beste werken was.

De kinderkaravaan is gebaseerd op een krantenknipsel dat de schrijfster van haar uitgever kreeg, met de vraag: 'Is dit niet iets voor jou?' In het artikel stond de reis beschreven die de kinderen uit het Amerikaanse gezin Sager in 1843 maakten. Ze trokken dwars door de Verenigde Staten, van Oost naar West, van Tennessee naar Oregon, om de droom van hun vader (zich als pionier vestigen in het door de witte Amerikaan nog niet ontdekte 'Vrije Westen') waar te maken. De ouders stierven beiden al vroeg tijdens de reis, en de zeven kinderen voltooiden onder leiding van de dertienjarige John, samen met een hond en een koe, een bijna niet te overleven reis. Ze overleefden wél, en het verloop is zo bijzonder dat het niet moeilijk te begrijpen is dat An Rutgers er een spannend, uitzonderlijk verhaal in zag. Ze deed veel onderzoek en De kinderkaravaan werd in 1949 gepubliceerd als een van haar eerste boeken - en meteen was haar naam gevestigd. Het boek werd in vijftien landen vertaald en beleefde in Nederland vele, vele heruitgaven, met steeds weer nieuwe tekeningen. Ik las de twintigste druk, uit 1990, met tekeningen van Kees de Kiefte, nadat eerder Carl Hollander, Rein van Looy en Laura Kuiper het boek al illustreerden.

Ik las overigens ook het erop volgende boek van Rutgers van der Loeff, Amerikaans avontuur (1951, eveneens verschenen als Amerika, pioniers en hun kleinzoons), een boek dat vergelijkbaar is, dat wil zeggen: ook hier gaat het over de vele pioniers die het Westen van Amerika probeerden te 'veroveren'. Het boek lijkt tegelijkertijd weer helemaal níét op De kinderkaravaan - vanwege de opzet. Het randverhaal is dat van een groep jongeren die samen met hun begeleiders in een in de bergen gestrand vliegtuig moeten wachten op hulp, en die wakker en optimistisch gehouden worden door een paar volwassenen die hen om de beurt het verhaal van de pioniers vertellen. Dat gedeelte, dat het grootste aantal bladzijden in beslag neemt, is feitelijk als non-fictie geschreven. Daarmee is Amerikaans avontuur overigens ook wat lastiger te lezen en valt te begrijpen dat dit boek géén klassieker werd.

Bij beide boeken valt de bewondering van de schrijfster voor de pionierende 'helden' op. Samen met de ruige natuur zijn de Indianen, met name in De kinderkaravaan, de 'vijand'. Dat feitelijk hun land ingenomen werd wordt in dat boek nergens vermeld. Sterker nog: er wordt zelfs gezegd dat het babyzusje van de familie, dat vrijwel uitgedroogd is, niet gezoogd mag worden door een vrouw van een van de inheemse volkeren - 'alleen door een blanke vrouw'. Dat is uiteraard kwalijk, en daarmee zijn deze boeken wel verouderd te noemen. Ik weet niet of die kritiek destijds ook al geklonken heeft, maar in het tweede boek wordt door Rutgers van der Loeff wél betoogd dat hen onrecht is aangedaan, en met name via de toespraak van een van de begeleiders aan het eind van het boek pleit ze fel tegen discriminatie. Toch is ook het verhaal in dit boek geheel door witte ogen bekeken (vooral wat over zwarte Amerikanen, die - gebruikelijk in die tijd - met het n-woord worden aangeduid, verteld wordt - wellicht was het standpunt van de schrijfster voor die tijd vooruitstrevend, maar nu zien we vooral dat het vanuit een hoger ingeschat wit standpunt bekeken wordt). Bovendien worden de mannen (bijna altijd alleen maar mannen) die het avontuur aangingen vrijwel zonder uitzondering als dappere geweldenaars beschreven. Dat maakt van beide titels boeken die alleen nog als historische kinderboeken gezien kunnen worden.

Dat gezegd hebbende (en op die manier lezende) is De kinderkaravaan een verhaal dat de lezer nog altijd flink aan kan grijpen. Rutgers van der Loeff heeft haar vooronderzoek ongemeen diepgaand aangepakt, het is fantastisch hoe zintuiglijk dit avontuur vaak is. Van het los moeten trekken van een van de zusjes uit het drijfzand, tot de hagelbui die tijdenlang over de kinderen heen raast (ze staan tegen een rots geleund en kunnen nergens schuilen), tot de beschrijving van Oscar de hond en Anna de koe, tot de dialogen tussen de kinderen, tot de determinatie, maar vooral ook de vertwijfeling van de oudste jongen - het is allemaal geweldig gedaan. En het einde... het einde is van een heel grote schoonheid. Als de kinderen eindelijk ter plekke zijn, eindelijk gered, en de dertienjarige John eindelijk mag instorten. Amerikaans avontuur zou ik dus niet meer aanbevelen, maar alleen die eindscène al maakt De kinderkaravaan inderdaad tot een ware klassieker - die van enige nuance voorzien en in zijn tijd geplaatst moet worden.

P.S.: An Rutgers van der Loeff kon het destijds niet weten, maar het échte verhaal van de kinderen Sager blijkt toch enigszins anders te zijn - zie dit artikel.


 

dinsdag 21 juli 2020

LIEFDE IS VOOR LOSERS - Wibke Brueggemann (Gottmer)

'Ik keek haar aan en ze lachte, en het enige wat ik kon denken was: jij bent het.' Dat is een van de kernzinnen uit Liefde is voor losers, de debuutroman van de Duits-Amerikaans-Engelse Wibke Brueggemann. De schrijfster plonst ons in het hoofd van Phoebe van vijftien, die haar beste vriendin 'aan de liefde' verliest - Polly kan opeens alleen maar over Tristan praten, en Phoebe voelt zich verraden. Verder vertrekt Phoebes moeder voor de zoveelste keer naar Syrië om daar dokterswerk te doen, en dan is er ook nog de kringloopwinkel waar Phoebe werkt, waar ze een kleurrijke groep mensen leert kennen - maar vooral Emma. Intrigerende Emma, die prachtig is, maar ook geheimzinnig verdrietig lijkt te zijn.

Na veel dagboek-entries die vlot lezen, en het weerbarstige school- en vriendschapsleven van een in het leven verdwaalde puber weergeven, draait het boek steeds mooier naar een warm einde toe. Phoebe leert niet alleen iets meer van de liefde begrijpen, maar komt ook wat nader tot haar moeder én maakt, bijna ondanks zichzelf, vrienden. Die vrienden zijn met heel wat stevigere problemen bezig dan Phoebe - en aan de hand van die problemen, die over leven en dood gaan, laat Brueggemann mooi zien dat de hoofdpersoon meer op haar moeder lijkt dan ze denkt. Zo zegt iemand tegen haar: 'Ik weet dat je een beetje vreemd bent, Phoebe, maar je bent geen lafaard.' En dat klopt.

De spattende liefde tussen Emma en Phoebe wordt prachtig naturel en vanzelfsprekend geschetst, en dat geldt ook voor bijvoorbeeld de vriendschap met Alex, een jongen met down die een soort voortdurende ster op de achtergrond is, en voor de openheid over seksualiteit. Een boek van nu, met natuurlijk enkele al wel eens eerder beschreven school- en vriendinnenproblemen, maar vooral een fijn eigen hart.

Dit boek werd zoals gewoonlijk heerlijk vertaald door Aimée Warmerdam.
336 pagina's, leeftijd: 14+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.  

zondag 5 juli 2020

KNOEIPOEZEN - Fleur van der Weel (Querido)

Op het omslag van dit boek voor al héél jonge kinderen zien we ze al, de twee kittens Pimpel en Fik. En in het lekker dikke kijkboek (met een beetje tekst) volgen we losjes hun dagelijkse beslommeringen. Het gaat dus over spelen, over eten, over slapen, over vriendjes. Alleen een baasje ontbreekt, maar dat is juist slim: daarmee maakt Fleur van der Weel de lézer het baasje van deze twee fantastisch aaibare kleine twee.

Knoeipoezen is wat mij betreft Fleur van der Weels beste boek. Dat zit 'm in die rake beeldtaal. Elke pagina is in balans, nu eens zien we een overzichtsplaat met takken en lieveheersbeestjes, en als je wat beter kijkt: Pimpel die zich verschuilt. Dan weer zien we enkel een pak etensbrokjes in beeld, met (heel mooi) een net wat ander groen op de voorkant dan op de zijkant, met een sterk logo, met als contrast de twee lage ronde poezenetenskommetjes die ervoor staan, beide anders versierd. En op een andere spread zien we dan weer links Pimpel die aandoenlijk gaapt en rechts Fik die aandoenlijk gaapt, met verder niets eromheen. 

De pagina's zijn mat, en het omslag is dat ook, waardoor we nog meer in het boek lijken te worden toegelaten, en waardoor het boek zelf ook iets aaibaars krijgt. De kleuren zijn in aangenaam pastel. Het 'verhaal' (dat dus eerder een paar impressies behelst) gaat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Daarmee beleeft een voorgelezen kind de fijne, warme poesjesdag in al zijn zintuiglijke details van behoorlijk dichtbij mee. Ja, Knoeipoezen is een boek dat makkelijk een lievelingsboek zal kunnen zijn. 

96 pagina's, leeftijd: 1+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

maandag 29 juni 2020

BOER BORIS HEEFT HET HEET! - Ted van Lieshout & Phlip Hopman (Gottmer)

Het is inmiddels een klassieke serie, de reeks Boerborissen, en niet alle delen besprak ik hier uitgebreid (nou ja, deze en deze en deze en deze en deze en deze en deze wel), maar het dertiende deel, Boer Boris heeft het heet! is een van de best gelukte en dus opnieuw een stevige leestip.

Het ultieme hittegedicht schreef Annie M.G. Schmidt natuurlijk, over de gesmolten juffrouw Scholten, en daar zal elk hitte/zitten-rijm meteen aan herinneren, maar Ted van Lieshout doet Schmidt als in het voorbijgaan eer aan ('Gelukkig staat [het paard] in de stal, niet in de volle zon/Want anders smólt hij! (Als een paard van warmte smelten kon.)) maar laat de referentie verder los en gaat fijn een andere kant op. De schapen worden van hun vachten ontdaan, en als de dieren en de boerderijmensen het dan weer koud krijgen, zijn er van de verworven wol dekens en truien gemaakt. Zoals altijd is het rijm vlekkeloos en deinend, zo staat er in het stuk over de wolfabriek bijvoorbeeld:
Eerst wassen ze, dan kammen ze, dan spinnen ze de wol.
Die verven ze en winden lange draden tot een bol.
Dan breien ze een trui. En met een prachtig weefgetouw
maken ze een deken, en een jas met kraag en mouw.

Die wolfabriek levert ook de tekening op waarvan Philip Hopman je het meest achterover doet slaan. Het formaat van de Boerborissen (bijna vierkant) bezorgt hem als het boek opengeslagen voor je ligt een breed canvas, en daar maakt hij in dit soort overzichtstekeningen altijd perfect gebruik van. In een spannend panorama, met links op de voorgrond een imposante machine die bediend wordt door een al even imposante meneer (met imposante baard en imposante neus), helemaal rechts de kleine Boer Boris die zijn pet in eerbied afgenomen heeft, en dan de verfton, dichtbij, het weefgetouw, wat verderop, in het midden de rij computers, bediend door dames en heren in stofjassen, maar wel met soms exuberante kapsels, en achterin de tekening een gaanderij van hout waarop we grote portretten van ouderwetse weefvoorgangers zien - o, het is allemaal zo prachtig. Er moeten heel wat kinderen en ouders zijn die dit soort pagina's uit het boek willen losmaken om ze ingelijst aan de muur te hangen. 

Eenzelfde breed tafereel biedt Hopman ons ook weer op de voorlaatste spread (als de dieren kleumend bij elkaar in de schuur schuilen) en op de laatste (als alle dieren met warme truien aan rond een kampvuur zitten). De voorlaatste spread heeft een donkerblauwe gloed, de laatste een goudoranje, alles is even mooi. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de details (zelfs de op elke plaat aanwezige merel heeft op het eind een dasje om, er hangt een carpe-diem-schildje in de schuur, met daaronder, in silhouet, een ploegende boer, het overal terug te vinden muisje schuilt om warm te worden in de omhelzing van de... kat, etc, etc, etc).
Tja, Boer Boris heeft het heet! is geen officiële jubileumaflevering van deze serie - maar zo gedraagt het boek zich wel.

32 pagina's, leeftijd: 3+
Koop dit boek in je lokale boekhandel, of anders hier.

zondag 28 juni 2020

HET PUNGELHUIS - Annet Huizing (Lemniscaat)

Annet Huizing is met haar derde boek, Het Pungelhuis, flink op weg om de auteur bij uitstek te worden die fictie en non-fictie in mooi evenwicht weet te houden. In haar eerste boek, Hoe ik per ongeluk een boek schreef zagen we al schrijftips én een dringend verhaal, in De zweetvoetenman, officieel non-fictie, zagen we de kracht van voorbeeldverhalen bij informatiestukken, en in Het Pungelhuis, haar heel fijne derde wapenfeit, is het verzonnen verhaal zéér precies gebaseerd op navorsingen - die achterin het boek uitgebreid onthuld worden.

Het gaat dit keer om het boter smokkelen dat in de Brabantse grensplaatsjes zo'n zestig à vijftig jaar geleden plaatsvond. Ole is de zoon van een vader die geleden heeft onder de smokkelpraktijken van zijn vader - die Ole's opa is, en waar Ole lang niets van weet. Tot het verleden tevoorschijn schuift.
Meer nog dan dat het verhaal op ware gebeurtenissen gebaseerd is, is Het Pungelhuis een heel fijn leesboek geworden, waarbij de personages vanaf de eerste bladzijde levend en wel het hoofd van de lezer in stappen. Het is vooral de schrijfstijl van Huizing die zo overtuigt. Het is grappig, snel, maar ook ontroerend soms, en altijd precies. De stoet aan montere, soms geestige zijpersonages doet sterk aan - je ziet ze allemaal voor je en je hoort ze allemaal praten. Dat, samen met de plot-met-verrassingen die Huizing uitvouwt, zorgt voor opnieuw een sterke kinderroman.

192 pagina's, leeftijd: 10+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.  

maandag 22 juni 2020

DE LIJST VAN DINGEN DIE NIET ZULLEN VERANDEREN - Rebecca Stead (Querido)

Op bladzijde 200 van dit prachtige nieuwe boek van Rebecca Stead staat het mooi verwoord: 'Ik zag in mijn hoofd al die heldere lijnen, zoals lasers bijvoorbeeld, die me met iedereen verbonden die ik kende. [...] Ik zag mezelf op bed en er schoten zo veel lijnen uit me dat ik net een bloem was of zo, die openging.'

Daar gaat het vaak over, in Steads werk. In haar debuut Als je terugkomt (2010) was dat al zo, maar ook in de opvolgers De spionnenclub (2013) en Wie je morgen bent (2016) - de constellaties aan personen waarin we onszelf bevinden. Altijd zijn de hoofdpersonen 'gewone' kinderen die iets meemaken dat op zichzelf niet eens zo spectaculair is, maar wat Stead toch de gelegenheid geeft om te laten zien hoe we allemaal verbonden zijn met elkaar, hoe alles wat je zegt zomaar gevolgen kan hebben, en hoe nadenken en moed om terug te komen op wat er is gebeurd of gezegd niet genoeg geprezen kan worden.

Zo fijn-dagelijks en vaardig-fijnzinnig is ook De lijst van dingen die niet zullen veranderen weer. Het boek had overigens ook Maan en andere maan kunnen heten, want met dat beeld (uit twee naast elkaar gelegen ramen naar de maan kijken en toch beseffen dat het dezelfde maan is) toont Stead ons mooi het dilemma van kinderen van gescheiden ouders. Die kinderen moeten altijd, op de een of andere manier, hun twee 'manen' met elkaar zien te verbinden.
In het geval van de tienjarige Bea lijkt dat eerst niet zo'n probleem: haar ouders zijn nog bevriend met elkaar, hebben afgesproken dat ze altijd in de buurt zullen blijven wonen (dit schreven ze voor de kleine Bea in een schrift, met daarin een lijstje met dingen die nooit zullen veranderen), maar Bea's vader is nu eenmaal homo, en vond een nieuwe grote liefde in Jesse. Bea is gek op alle drie, op haar moeder, op haar vader en op Jesse, en dan blijkt Jesse ook nog eens een tienjarige dochter te hebben, die, nu de twee mannen gaan trouwen, Bea's nieuwe zus wordt! Maar heeft dat meisje (Sonia) al goed naar háár twee manen gekeken?

In dit boek komen dus ook nog veel andere personages voor. De meester, haar beste vriendje, klasgenoten, de therapeute waar Bea gesprekken mee heeft, en ook... Jesse's jongere broer Con. Die moeite heeft met Jesse's homoseksualiteit. Daar begrijpt Bea niks van en dus nodigt ze hem stiekem uit voor de bruiloft - met alle gevolgen van dien.  Een aantal passages rondom met name deze verhaallijn zijn zo ontroerend dat je het boek af en toe naast je neer moet leggen en iets weg moet slikken.

Stead weet alle lijnen naar alle personages ruimte te geven, en het resultaat is een heerlijk boek, dat, zoals de New York Times zo mooi schreef, 'geweven is van precies de juiste draden.' De lijst van dingen die niet zullen veranderen gaat over hoe we moeten leven, en hoe een geweldig meisje (dat net als wij is) daar achter komt. Met precies de juiste lichtheid, precies de juiste beelden en precies de juiste warmte. Met dit boek laat Rebecca Stead nóg duidelijker zien waarom we de ontwikkeling van haar oeuvre op de miniemste stapafstand moeten blijven volgen.

232 pagina's, leeftijd: 10+
Koop dit boek bij je lokale boekhandelaar, of bestel het hier.
Het werd vertaald door Jenny de Jonge.  

zondag 14 juni 2020

BROWN GIRL DREAMING - Jacqueline Woodson (Puffin books, nog niet vertaald)

Jacqueline Woodson kreeg in 2018 de Astrid Lindgren Memorial Award en dit jaar ook de Hans Christian Andersen Award. Daarmee behoort ze tot de wereldtop van de wereldtop van de jeugdboekenschrijvers en toch is er vrijwel niets van haar vertaald in het Nederlands. Dat is wat vreemd, zeker gezien haar indrukwekkende rij boeken en diversiteit aan onderwerpen. Ik las haar bekendste boek, Brown girl dreaming (2014), een young-adult-roman (nou ja, als je het zo kunt noemen) in vrije verzen.

Ook dit boek werd bedolven onder prijzen: het was een Newbery Honor Book, het won de Coretta Scott Award en de National Book Award. Het is dan ook een boek zoals je er geen tweede kent. Het boek is namelijk een memoir - een vertelling over de kindertijd en de jeugd van Jacqueline zelf. In vloeiende gedichten vouwt ze haar verleden open. Ze vertelt over haar allereerste jaren in Ohio, toen haar ouders nog bij elkaar waren, maar al snel verplaatst de handeling zich naar het Zuiden, naar Greenville (South Carolina) waar het gezin bij de warme, geweldige grootouders gaat wonen. Woodson vertelt zintuiglijk over het gepiep van de schommel op de veranda, van het meehelpen in de tuin, van haar opa waar ze zo graag tegenaan leunde - totdat de kinderen door hun moeder naar New York worden gehaald. Daar is alles grijs en grauw, maar na een tijdje krijgt Jacqueline er een hartsvriendin, Maria (die ze nog altijd als haar beste vriendin beschouwt, vertelt het nawoord, waarin we trouwens ook een fotokatern aantreffen).
Het gaat ook over haar briljante oudere zus en over haar broertjes, en vooral over hoe Jacqueline een langzame lezer is, maar stapje voor stapje de kracht van verhalen en van het schrijven leert. Daar gaat dit boek voornamelijk over: hoe verhalen kracht geven en hoe je door ze te horen, te bedenken en te schrijven kunt leren wie anderen zijn, en zodoende wie jij bent.

Het als zwart meisje opgroeien kan natuurlijk, hoe tegen de borst stuitend ook, niet zonder in aanraking te komen met racisme. Woodson (geboren in 1963) heeft nog meegemaakt dat ze niet aan elk tafeltje in een restaurant mochten gaan zitten als zwart gezin, dat in de bus alleen de achterste banken bestemd waren voor wie zwart was. Evenzeer schrijft Woodson over buitengesloten zijn als kinderen van een Jehova's Getuigen-familie - maar vooral dus over verbeelding, familie, afkomst, liefde en vriendschap. Daarmee is Brown girl dreaming een boek dat inzicht biedt, dat genuanceerd geschreven is, dat binnen elk gedicht langzaam lezen afdwingt, maar toch ook snel leest door Woodsons helderheid.

Bekijk tenslotte Woodsons TED-talk eens, dan wordt duidelijk wat haar overtuigingen zijn, hoe haar stem klinkt (ook haar stem als schrijver) en waarom het vanzelfsprekend is dat zij in 2015 in de Verenigde Staten de Young People’s Poet Laureate werd, en waarom gelukkig heel veel mensen vinden dat zij altijd (niet alleen nu) beluisterd en gelezen moet worden.

352 pagina's, leeftijd: 12+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

zaterdag 13 juni 2020

EEN IJSJE - Sylvia van Ommen (Gottmer)

Het gebeurt niet vaak dat er een nieuwe Sylvia van Ommen verschijnt, maar als dat gebeurt is het heel goed nieuws. Na haar debuut met Drop en na heerlijke boeken als De verrassing en Ik ben eigenlijk toch wel heel erg een beetje gek op jou is er nu het al even heeeeeeeeeerlijke Een ijsje.
Op het omslag zien we reikende dierenklauwen, -vleugels en -snavels en in het midden een uitgespaarde ijsjesvorm. Wie het boek opendoet ziet op elke spread een dier dat een reden verkondigt waarom hij of zij dat ijsje moet krijgen. Daar zitten soms erg droogkomische bladzijden bij, zoals bij de schildpad die een lange speech afsteekt en de ijsvogel die alleen vanwege zijn naam vindt dat hij recht heeft op het waterijsje.

Bij boeken die gebouwd zijn rondom één idee is het altijd zaak dat de maker een slimme of grappige manier vindt om af te ronden, en dat heeft Van Ommen inderdaad gedaan - er zijn zelfs twéé plottwistjes.

Maar juist ook de tekeningen zijn zo fijn. De dieren zijn robuust en aaibaar, kleurrijk en met fijne diffuse contouren. Een ijsje is dus even fris als zijn eigen onderwerp, Een ijsje is een boek om de zomer gniffelend in te gaan.  

52 pagina's, leeftijd: 4+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

vrijdag 5 juni 2020

NIET TE STOPPEN - Angie Thomas (Moon)

Over het eerste boek van Angie Thomas, The hate u give (2017) schreef ik destijds: 'Je zou willen dat iedereen dit boek las. Om te weten wat er in ons gezichtsveld gebeurt, om over onszelf na te denken, om moed te scheppen en om vervoerd te raken.' Het boek kreeg een jaar later terecht de prijs voor Beste Boek voor Jongeren.
In deze weken van groeiend besef, groeiende discussie en groeiende verontwaardiging over het institutioneel en persoonlijk racisme dat onze wereld teistert, lijkt me dat proberen te weten te komen en over onszelf nadenken nóg belangrijker, en voor mij verloopt dat nu eenmaal voornamelijk via de literatuur. En deze week was dat vooral door het twééde boek van Angie Thomas, Niet te stoppen (oorspronkelijke titel: On the Come Up, 2019), dat opnieuw fantastisch is en opnieuw inzichtgevend.

Brianna van zestien is de hoofdpersoon. Ze is een enorm hiphoptalent. Ze wordt ook wel Li'l Law genoemd, naar haar vader, die beroemd aan het worden was als rapper Law, maar vermoord werd. Haar moeder is een paar jaar uit Bri's leven geweest, omdat die drugsverslaafd was - maar het eenoudergezin probeert zich nu staande te houden, en Bri's moeder is al jaren clean. En dan, aan het begin van het boek, wordt Bri door beveiligers bij haar middelbare school tegen de grond gewerkt omdat ze onterecht denken dat ze dealt. Bri maakt er, na enige aarzeling, een furieuze rap over, en die wordt zowel door iedereen gewaardeerd als verkeerd begrepen. Waarna het verhaal openrolt.

Niet te stoppen is een flinke roman: 384 pagina's. Angie Thomas neemt aan het begin van het verhaal de ruimte om Bri's achtergrond en die van alle bijfiguren goed neer te zetten. Daarna grijpt alles in elkaar en de afronding is virtuoos. Tegen die tijd ben je allang behoorlijk gaan houden van Bri en haar twee trouwe vrienden Malik (op wie ze heimelijk verliefd is), en Sonny (die gay is en een heel eigen prachtige liefdesgeschiedenis meemaakt, op zichzelf al een reden om dit boek te lezen). Maar dan zijn er ook nog de raps, door Akwasi vertaald (!) en de referenties naar hiphop (vooral die door vrouwen is gemaakt).

En er wordt, terloops maar duidelijk, opnieuw geschetst hoe het leven van een zwarte jongere in de Verenigde Staten is. Over de noodzaak van het 'codeswitchen' bijvoorbeeld. Thomas laat Bri over een klasgenoot zeggen: 'Hij klinkt... anders. Net als wanneer ik met mijn oma naar een mooie winkel in een goede buurt ga, en ze tegen me zegt dat ik "moet praten alsof ik er hoor". Ze is bang dat mensen denken dat we achterbuurtcriminelen zijn die in hun winkel komen rondsnuffelen.'
Of:
'Weet je hoeveel witte mensen er voor drugsbezit op de rechtbank komen?'
'Heel wat,' zegt Jay.
'Te veel,' zegt tante 'Chelle. 'En ze krijgen stuk voor stuk een tik op de vingers en kunnen daarna verder met hun leven alsof er niks is gebeurd. Maar zwarte mensen of armen mensen die aan de drugs zijn?'

Niet te stoppen is, net als The hate u give, zo'n boek dat we nodig hebben - net als bijvoorbeeld de romans van Jason Reynolds of Jacqueline Woodson dat zijn. En daarnaast is het ook nog eens een goodread van jewelste.  Bovendien werd het fantastisch vertaald door Aimée Warmerdam. Zij houdt precies de goede balans tussen naar het Nederlands brengen en het behouden van belangrijke Engelse uitdrukkingen of verwijzingen. 

384 pagina's, leeftijd: 14+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.    

zondag 31 mei 2020

MAANTJE - Sjoerd Kuyper, met tekeningen van Alice Hoogstad (Hoogland & Van Klaveren)

'Maantje (...) kan niet bang en boos zijn tegelijk, dat past niet samen in haar hoofd. De angst zakt als een lift naar haar buik en de woede stijgt als een lift naar haar hoofd. Ze passeren elkaar bij haar hart.'
Dat soort heldere, maar volstrekt originele observaties kan alleen Sjoerd Kuyper schrijven. In het gloednieuwe Maantje staan er een flinke zwik. Nog eentje?
'De hemel is zo helder dat wie ernaar kijkt blauwe ogen krijgt. Zelfs Maantje. En als je naar de weilanden kijkt, worden ze groen. Je ogen.'

Maantje is het verhaal van een uit het nest gevallen baby-eekhoorn. Maantje is de vinder en ze kan aan niets anders dan dat kleine bolletje leven denken, ze wil het koste wat het kost redden. Haar ouders helpen haar - ook al is haar vader bang voor kleine dieren.
Hoe het jonkie gered wordt (want dat wordt het natuurlijk) is niet eens zo van belang, het gaat in dit boek namelijk om de stijl. En de gloed waarin die gedoopt is. Maantje, dat in Kuypers oeuvre duidelijk familie is van zijn onvolprezen reeks over Robin, is zo'n boek waaraan je je meteen op de eerste bladzijde overgeeft. Kuyper schrijft namelijk zo zonnig en kwiek en precies dat de lezer zich verzorgd voelt als dat baby-eekhoorntje zelf.

De fijn-kleurrijke tekeningen van Alice Hoogstad maken het helemaal af. We zien de lange, buigzame, vermakelijke mensenlijven die we van haar kennen terug, maar ook een van haar andere specialiteiten: de stapeling. De schots en scheef op elkaar getilde kooien van de egelopvang staan al op het omslag, maar in het binnenwerk blijken die onderdeel van een nog geiniger (en wankeler) bouwwerk. In de strooitekeningen die tussen de tekst staan toont ze dan juist weer haar warmte. Kortom: vertolkt en vertoond door deze twee kunstenaars werd het dagelijkse verhaal van Maantje een blakend liefdesavontuur.

48 pagina's, leeftijd: 5+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

      

woensdag 27 mei 2020

HET JAAR DAT DE BIJEN KWAMEN - Petra Postert (Ploegsma)

Josy van twaalf was dol op haar pas gestorven opa, en hij laat haar iets heel bijzonders na: zijn bijen. Die worden vooralsnog bij een imkervriendin van opa gestald, Alma, maar uiteindelijk komen ze, tegen de zin van Josy's moeder, in Josy's tuin terecht. Josy leert alles over bijenhouden, ze wordt - zoals alle imkers - voor het eerst gestoken, en verliest zelfs de helft van haar volk omdat de oude koningin uit zwermen gaat. Uiteindelijk raakt ook Josy's vriendje Mirko besmet met de bijenliefde, gebeurt er nog iets verbijsterends wat dringend opgelost moet worden én leert Josy waarom haar opa de bijen nu juist aan háár heeft nagelaten.

Het jaar dat de bijen komen is een vertaling van Das Jahr, als die Bienen kamen, dat genomineerd werd voor de prestigieuze Deutsche Jugendliteraturpreis. Niet verwonderlijk, want behalve dat auteur Petra Postert fijnzinnig en nauwkeurig schrijft is er nog iets anders wat de charme van dit verhaal behoorlijk vergroot: de schuingedrukte korte impressies die aan elk hoofdstuk voorafgaan. Die zijn namelijk geschreven vanuit de bijen. Daarmee krijgt de lezer op een heel natuurlijke manier heel veel informatie over hun leven. Wie Het jaar dat de bijen kwamen uit heeft las niet alleen een warm, psychologisch geloofwaardig hedendaags kinderboek, maar weet ook alles over de schoonheid van dit insect dat al in de dinosaurustijd leefde. Het oeroude zoemen - daar getuigt dit boek van.

186 bladzijden, leeftijd: 10+
Koop dit boek bij je lokale boekwinkel, of bestel het hier
Dit boek werd vertaald door Esther Ottens.

maandag 25 mei 2020

HET KATTENMANNETJE EN ANDERE SPROOKJES - Janneke Schotveld, met tekeningen van vijftien tekenaars (Van Holkema & Warendorf)

Na De kikkerbilletjes van de koning (Vlag en Wimpel 2019) bouwde Janneke Schotveld verder aan haar universum van moderne, inclusieve en diverse sprookjesfiguren. In Het kattenmannetje treffen we daarom weer vele ridsters (bijvoorbeeld in Ali Baba en de veertig ridsters), we treffen meisjesdraak Sjakkelien die van buiten een jongensdraak is (in Vidor en de draak, gelukkig is de draak bij haar tweede optreden in het verhaal bezig aan haar transitie - al wordt dat woord nergens genoemd en is de draak niet de focus van dit verhaal), en er is het ontroerende verhaal van Kees, de laatste ooievaar, die weigert de twee koninginnen een kindje te bezorgen, omdat hij van de oude stempel is. En dan natuurlijk van zijn verstokte denkbeelden terugkomt.

Als een auteur duidelijk plezier heeft in haar of zijn schrijven dan plingt dat door de bladzijden heen - en precies dat gebeurt er als je Het kattenmannetje leest. Soms schuilt die lol in de verwoordingen. Zo staat er in het verhaal van de ongelukkige, gepeste barbiepop Hakketeentje: 'Het was alsof Hakketeentje aan de grond gemagneet zat.' Soms zit die schrijverspret 'm in de anachronistische details (de jaloerse stiefvader die zijn spiegel schoonmaakt met Glassex, de ridsters die zich voortbewegen per racefiets) en soms vind je Schotvelds glunderen terug in de geëngageerde draai die ze meegeeft aan haar onderwerp. Zo gaat De muur van Dompelburg over een etter van een burgemeester die Donnie heet, een petje draagt waarop staat dat hij de baas is, zijn medewerkers ontslaat zodra ze kritiek hebben en een muur wil bouwen om vreemdelingen buiten te houden. Gelukkig kan zijn juf van de basisschool hem, met behulp van wat dwergen, aan. Ook leuk: de details in het ene verhaal die verwijzen naar een ander sprookje - de straatnamen bijvoorbeeld.

Ja, Het kattenmannetje is een blijmoedig, smakelijk boek en hopelijk niet het laatste in dit Schotveld-verhalenrijk. (Nee, het ís niet het laatste: in juni komt Avonturen van de dappere ridster uit, met tekeningen van Milja Praagman!)

160 pagina's, leeftijd: 6+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

  

vrijdag 22 mei 2020

POKKO HEEFT EEN TROMMEL - Matthew Forsythe (De Eenhoorn)

Pokko heeft een trommel is zo'n prentenboek dat een stijl van tekenen etaleert die je nog niet kende, maar waar je meteen meer van wilt zien. De platen van Matthew Forsythe gloeien. In een bonte mix van zachtgeel en felgeel, zachtoranje en feloranje, zachtrood en felrood, van bruin en groen en nauwelijks blauw bloeit de boswereld op waarin hoofdpersoon Pokko en haar kikkerouders (in een paddenstoel) wonen. Pokko heeft een trommel gekregen en haar ouders worden gek van het lawaai. Pokko gaat daarop naar buiten en er ontstaat een dierenfanfare die zijn weerga niet kent.

De tekst is strak en grappig, en het verhaal volgt niet per se de gebaande prentenboekpaden. Mooie vondst dus, van uitgeverij De Eenhoorn. Maar - ik moet het nog een keer benadrukken - de tekeningen zijn de échte kracht van dit boek. Die prachtige patronen van de sprei op het bed van pa en ma kikker, of de oranje, expres vaag gehouden, achtergronden van het bos, of juist de platen waarop ingezoomd wordt en we alleen Pokko's gezichtje maar zien - of anders die schitterende volle plaat met het hele dierenorkest.
Het werk van Forsythe doet tegelijk klassiek als tijdloos aan, en het is te hopen dat zijn oudere boeken, zoals een prachtig werk over diepzeeleven, met tekst van Kate Messner, ook snel vertaald worden.

64 pagina's, leeftijd: 3+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.
Dit boek werd vertaald door Marita Vermeulen.

woensdag 20 mei 2020

BIZAR - Sjoerd Kuyper (Hoogland & Van Klaveren)

Sallie Mo, dertien jaar, praat met haar psychiater, dokter Bloem, vijfenzestig jaar. Ze bespreken fictie en waarheid, en Bloem vindt dat Sallie Mo drie maanden niet moet lezen. Dat ze het échte' leven moet ervaren, en daarin het sublieme.
In die drie maanden valt ook Sallie Mo's jaarlijkse kampeertijd (samen met haar moeder, die er voornamelijk mannen haar tent in probeert te lokken). Sallie Mo verheugt zich op het verblijf op het eiland, want Dylan - op wie ze al verliefd was toen ze nog niet geboren was - zal er ook zijn. Ook hij is er met zijn moeder, en dan is er nog een derde vrijgezelle vrouw, de moeder van Donnie (16) en Beitel (8). 
Drie tenten, vier kinderen. Plus een verlaten bunker, waarin nog eens drie kinderen zich verstoppen. Met die personages zal Sallie Mo haar verhaal opbouwen, want in Bizar is ze geen lezer, maar schrijver.

Ja, Bizar is Sallie Mo's dagboek, maar het woord 'dagboek' doet een veel regulierder boek vermoeden dan dit verhaal dat zijn titel eer aandoet. Bizar dendert vanaf de eerste zin over je heen. Het timmert op je gedachten in, het timmert op je verwachtingen in. Daarom is het ook onmogelijk op te schrijven waar dit boek over gaat. Hamlet wordt er in naverteld. Er komt een boze geschreven toespraak in voor, die gaat over hoe onmenselijk het is om van immigranten te verwachten dat ze integreren. Er worden bankiers beschimpt, er wordt met dieren gesproken, er wordt gechanteerd, geschoten, gezoend.

En dan is er nog die afloop. Daar valt drie keer over na te denken. Evenzo vaak valt hij na te lezen, deze 'ontknoping', waar het essay (ik kan het niet anders noemen) over leugen en waarheid het hart van is. O, en dan deelt Sjoerd Kuyper op de allerlaatste bladzijde nog even een flinke ribbenstoot uit.

Ja, Sjoerd Kuyper. Wat voor schrijver zien we aan het werk in dit boek? Ik zou zeggen: een bevrijde. Een schrijver achter wie je hijgend aanholt, een schrijver die zigzagt, fladdert en zijn zweep laat knallen. Sallie Mo is een meisje dat met geen andere dertienjarige te vergelijken valt, haar allesverhaal is met niets te vergelijken en als we één ding zeker weten na Bizar, dan is het: Sjoerd Kuyper is een auteur die met geen andere te vergelijken valt. 

318 pagina's, leeftijd: 12+ (maar eigenlijk is er geen leeftijd op dit boek te plakken).
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het anders hier.

maandag 18 mei 2020

DE VUURZEEVLIEG - Toon Tellegen & Carll Cneut (Querido)

Het begint al bij de schutbladen: we zien een diepgroen verwilderd woud, dat meteen duidelijk maakt dat dit weliswaar verhalen uit het vertrouwde Tellegenbos zullen zijn, maar dan wel op z'n Carll Cneuts. Het zal weelderig zijn, meer 'Heart of darkness' dan andere Tellegen-bosboeken, het zal er meer naar grond en groei ruiken.

Uit eenzelfde wriemelwoud duikt op pagina 68 het wrattenzwijn op. Lodderig kijkt het uit de kleine oogjes, maar ook... confuus? Het is prachtig dat Cneut deze sfeer alvast aanbrengt, want erna volgt het verhaal van het zwijn, dat ontevreden is met zijn naam. Dat zit 'm vooral in die 'wr' aan het begin. In wat volgens mij de geinigste vertelling uit de bundel is noemt het wrattenzwijn zichzelf voortaan attenzwijn, en iedereen die dat vergeet kan rekenen op een 'wr'-behandeling: de wregel, de wrekel, de wrikker en de wruis.

Maar het is niet alleen het groene palet dat heerst in dit boek. Op de werkelijk prachtige tekeningen van een verhaal eerder zien we de wezel staan. Hij draagt een zwartrood truitje, serveert thee uit zijn witrode servies op zijn felrode tafel - en aan de muur hangen (nog niet vaak gezien in Cneuts werk) vrolijke kindertekeningen die de wezel afbeelden als aandoenlijk rood mannetje. Het verhaal (over de wezel die alleen onverwacht bezoek ontvangen wil) wordt afgesloten met een exterieur: wezel bij zijn voordeur, en daar zien we een plaat die iedere lezer waarschijnlijk als origineel aan de muur zou willen hebben hangen. Wezel staat beduusd bij zijn blauwzwarte huisje en er dwarrelen grote zwarterode bladeren (je zou haast 'blâren' zeggen) om hem heen, naast de felrode lappen van bladeren van weer een andere boom. En dat alles tegen een doorzichtig aandoende witgrijze achtergrond.

De platen maken van De vuurzeevlieg een terugbladerwaardig kijkboek (ik heb het aandoenlijke groepje dieren van pagina 75 niet eens genoemd, check het - die compositie!), en dan krijg je er ook nog de zeventien terugleeswaardige Tellegenoverdenkingen bij.

76 pagina's, leeftijd: leeftijdloos
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.     

vrijdag 15 mei 2020

VERLANGEN NAAR VRIJHEID en BRIEVEN AAN EEN ZIEKE JONGEN, OF: HET VERHAAL VAN DE HOND MAX (met tekeningen van Ina van Blaaderen) - An Rutgers van der Loeff (Ploegsma)

Ik ben met een kleine missie bezig: het lezen van alle boeken van An Rutgers van der Loeff. Het begon een paar weken geleden met het ontdekken van mijn eerste 'RvdL': Rossy, dat krantenkind. Daarna las ik zowel Ze verdrinken ons dorp als Donald, en alle drie vond ik prachtig. Deze week verslond ik weer twee nieuwe titels.

In 1951 verscheen Anna Menander, een 'jeugdboek' dat later omgedoopt werd tot Verlangen naar vrijheid. Die eerste titel doet meer recht aan wat het boek is, want het verhaal vertelt in negen hoofdstukken over het leven van de Zweedse Anna Menander. In het eerste hoofdstuk is ze vijf jaar oud, in het laatste achtendertig. Ze groeit op in een liefdevol, niet al te rijk gezin met heel wat broers en één zus. Anna is de jongste. (Opvallend: in het werk van RvdL komen vaak grote gezinnen voor. Knap ook, want dat vergt veel van de schrijver - alle broers en zussen moeten toch énige uitwerking krijgen, iets wat deze schrijfster moeiteloos voor elkaar krijgt).
Over Anna wordt al vroeg in haar leven dit gezegd: 'Een hart van puur goud, de moed van een Lappenjong, de trouw van een oude heemhond, nooit zal ze iemand in de steek laten of een belofte breken.' Mooie omschrijving. Het is ook de manier waarop haar oude broer haar introduceert aan zijn studievriend Albin. En deze Albin zal doorheen het boek de grote liefde van Anna blijken - en andersom. Maar het harde leven in het prille begin van de negentiende eeuw én hun koppigheid zorgt ervoor dat het steeds maar niet tot een toenadering komt. Of...?

Het boek vertelt vooral ook over Anna's zelfstandigheid en verlangen naar een vrij leven, dat niet door tradities of verwachtingen bepaald wordt. Het is niet voor niks dat een van haar vriendinnen aan haar vraagt of ze misschien een van die sufragettes wil worden (vroege strijders voor vrouwenrechten).
Een hoofdrol is er ook voor de Zweedse natuur. Verlangen naar vrijheid is daardoor net een zintuiglijk bonte Netflixserie in negen afleveringen, waarbij de eerste minuten van elk deel vooral op de natuur, de bossen, de bessen, de sneeuw, de meertjes, de bloemen wordt gefocust. Opnieuw een fantastisch RvdLoeffboek.

Voor wat jongere kinderen is Brieven aan een zieke jongen, of: het verhaal van de hond Max. Dit uit 1953 stammende boek bevat inderdaad brieven. Ze worden geschreven door de moeder van de jongen die in het ziekenhuis ligt. De eerste brief begint zo:

'Lieve jongen,

Eerst was ik bij jou in het ziekenhuis, weet je wel, en daar was alles licht en wit en warm, maar toen kwam ik op straat en daar was alles donker en nat en koud, ook al deden de Utrechtse lantaarns hun best.'

In die eerste brief wordt Max geïntroduceerd. Hij is een wilde, drukke waakhond die aan is komen lopen op het vakantieadres van de vader van de zieke jongen, lang geleden. Met elke volgende brief gaat het verhaal verder. In feite is met het verhaal van de hond de eerste kennismaking tussen de moeder en de vader verweven - de moeder van de zieke jongen vertelt hem dus (aan de hand van het relaas over Max) hoe zijn ouders elkaar hebben leren kennen en hoe ze verliefd zijn geworden. De brieven zijn soms uitermate grappig, maar dan komen we bij het eind van het boek, en dat zou je, laat ik het zo zeggen, niet snel meer in een hedendaags kinderboek tegen zou komen. In elk geval wordt nóg duidelijker waarom het verhaal van de hond verteld moest worden. Aan de zieke jongen. En door zijn moeder (en op de achtergrond: vader).
Een ontroerend, gedurfd boek.
Niet voor niks schrijft de uitgeverij op de binnenflap: 'Voor de jeugd,' zei de auteur. 'Voor ouderen,' zeiden wij. 'Voor iedereen,' zei een ander. 'Dat 's vast niet waar,' zei de auteur.

Deze boeken zijn alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Binnenkort volgt hier het verslag van het lezen van een nieuw boek van Rutgers van der Loeff (of twee). 
 

woensdag 13 mei 2020

TOFFEE - Sarah Crossan (Kluitman)

De Ierse Sarah Crossan kennen we van de prachtige verse-novels Nieuwe maan en Een. Dat laatste boek werd zelfs bekroond met de Dioraphte Literatour Prijs. Vorig jaar verscheen haar nieuwste roman, weer in verzen: Toffee.

Toffee is het verhaal van de zestienjarige Allison, die opgroeit zonder moeder (ze stierf toen Allison één dag oud was). Allison wordt hardhandig opgevoed door haar vader. Er zijn af en toe vriendinnen van die vader, maar meestal verdwijnen ze snel weer. Behalve Kelly-Anne, die een tijdlang bij Allison en haar vader inwoont en dichtbij het zijn van een 'nieuwe-moeder' komt. Maar de mishandelingen van Allisons vader worden steeds erger en Kelly-Anne vlucht. Op dat moment durft Allison niet mee te gaan, maar doet dat een tijdje later (na de mishandeling die zo erg is dat ze hem niet meer goed kan praten) toch. Het boek begint als ook de vlucht begint.

Maar Toffee is ook het verhaal van de bejaarde Marla. Ze woont nog zelfstandig, al komt er af en toe wat hulp langs, maar Marla is aan het dementeren. Ze accepteert Allisons aanwezigheid meteen, alleen noemt ze haar Toffee, naar een vroegere vriendin die naar Amerika verdwenen is. Tussen Marla en Allison/Toffee groeit een ontroerende vriendschap - en uiteindelijk wordt Allison weer Allison, in plaats van Toffee.

Dit boek gaat over vrouwen, over de opgave die het leven soms voor hen kan zijn, en over het ontdekken van hun eigen waarde, hun kracht, hun tederheid, hun zorg. Toffee is, zoals gemeld, in verzen geschreven en dat leest heel fijn. De verzen bieden alle mogelijkheid tot inzoomen op veelzeggende details, maar doen je ook door het verhaal heen racen. Toffee is daarmee een sterke, originele, genuanceerde Young-Adult-roman.

Dit boek werd mooi vertaald door Sabine Mutsaers.
406 pagina's, leeftijd: 14+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.  

maandag 11 mei 2020

KEIZER EI - Karst-Janneke Rogaar (Kluitman)

Mijn moeder was remedial teacher en van haar hoorde ik altijd hoe alle, maar met name dyslectische kinderen, grote moeite hadden met te bepalen wanneer je een woord met een ei schrijft of met een ij. Er zijn dan ook geen of nauwelijks regels voor. Je moet de woorden gewoon vaak zien en ze zo 'uit je hoofd' leren. Mijn moeder maakte daarom lange opzegverzen waar zoveel mogelijk ei-woorden in stonden - of ij-woorden.
Karst-Janneke Rogaar had vast ook zo'n leerkracht, want aan haar Keizer Ei ligt eenzelfde principe ten grondslag. De ondertitel luidt: alle ei-woorden in één verhaal, en oké, het zijn dan niet werkelijk álle ei-woorden, maar toch duizelingwekkend veel. Rogaar vertelt over de reis van Hei en Teit, die per schip naar een eiland gaan en daar eerst een lakei en later een keizer ontmoeten. Per bladzijde lezen we een stuk of vier regels, en die staan, inderdaad, vol met ei-woorden. Die woorden staan roodgedrukt. Hoewel Rogaar zich in best wat bochten heeft moeten wringen om alle woorden te gebruiken, kwam er toch een avontuur met een kop en een staart uit.

De tekeningen zijn een feest. In donkergroen-wit met steunkleur rood is het genieten van de vreemde figuren (zoals de lakei die een hert is met een lakeienpakje aan). Ook de breiende keizer (de keizer is een ei!) is heel geinig.
Het boek wordt afgemaakt door een mooi register, waar alle ei-woorden (ja ook 'reigerpastei' staat erin!) nog eens na te lezen zijn. En waardoor we begrijpen dat de hoofdpersonen Heid en Teit heten.
Geslaagd boek dus, waarmee het onderweis onderwijs ook nog echt iets kan. En natuurlijk is het nu wachten op deel twee: dat met alleen maar ij-woorden.

70 bladzijden, leeftijd: 7+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier

vrijdag 8 mei 2020

IEMAND IN HET BIJZONDER - Arend van Dam, met tekeningen van Marijke Klompmaker (Van Holkema & Warendorf)

De reis van Syntax Bosselman van Arend van Dam en Alex de Wolf was een van de allerbeste boeken van 2018 en kreeg terecht daarom een nominatie voor de Woutertje Pieterseprijs 2019 en een Zilveren Griffel. Ook verrassend was De bromvliegzwaan, verhalen over taal, met tekeningen van Anne Stalinksi. Het boek dat op die twee mooie uitgaves volgde is Iemand in het bijzonder, verhalen over markante vrouwen.
Van Dam koos hiervoor vierendertig belangrijke vrouwen uit de Nederlandse en Nederlands-overzeese geschiedenis en schreef over elk van hen een kort verhaal. Dat gaat van 'de dame van Simpelveld' (die ongeveer tussen 160 en 198 nChr leefde, in een Romeinse villa op Nederlans grondgebied leefde, en van wie de sarcofaag teruggevonden is, waarvan de binnenkant door een kunstenaar versierd was met een beeldhouwwerk dat haar chique leefomstandigheden toonde) tot Mies Bouwman.
Tussen die twee in staan vele vrouwen naar wie straten en pleinen zijn genoemd (zoals Wilhelmina Drucker, Joke Smit, Mina Kruseman, Marga Klompé), maar ook vrouwen van wie de naam onbekender is, zoals Alexine Tinne, die de eerste Nederlandse vrouwelijke fotograaf was en de hele wereld bezocht, of Elisabeth Samson, die in de achttiende eeuw als zwarte vrouw een plantage bezat en slaven hield. Van Dam heeft een mooie keuze gemaakt, die genoeg herkenning oproept, maar ook interessante nieuwe verhalen ontsluit.
De prachtige tekeningen zijn van Marijke Klompmaker. Niet alleen zijn haar portretten treffend, maar haar vaak paginagrote illustraties spatten van de kleur, waardoor Iemand in het bijzonder óók een heel aantrekkelijk kijkboek geworden is.

146 pagina's, non-fictie, leeftijd: 10+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

donderdag 7 mei 2020

GOZERT - Pieter Koolwijk, met tekeningen van Linde Faas (Lemniscaat)

Als Gozert er is, is het leven van Ties een groot avontuur. Trollen moeten gevangen genomen worden, er verschijnen maaltijdmonsters op zijn bord, er moeten branden geblust worden en wilde dansfeesten georganiseerd. Alleen - Gozert is niet echt. Dat zeggen de volwassenen om Ties heen. Ties werpt tegen dat Gozert geen denkbeeldige, maar een onzíchtbare vriend is, maar de zaken lopen zo uit de hand dat Ties naar Huize Hoopvol wordt gebracht, waar hij therapie en medicatie zal krijgen. Met als doel: Gozert vergeten. Dat lukt wel én niet, en dat heeft weer met Luna te maken, een meisje dat al in de instelling woont, omdat ze stemmen hoort.

Gozert werd al behoorlijk geprezen, en daar sluit ik me volledig bij aan. Aan kinderromans kunnen vele eisen gesteld worden, maar als een verhaal én grappig én spannend én ontroerend is (en dat is Gozert), dan kan er niet veel meer fout. De gesprekken van Ties en Gozert zijn heel geestig, de opzet van het boek is bijzonder spannend: Ties wil Gozert niet kwijtraken, maar moet nou juist dát doen, en de manier waarop dat gebeurt (of niet gebeurt) legt een onderliggend verhaal bloot en dat is heel ontroerend. Pieter Koolwijk schreef niet alleen een bruisend boek, maar vooral ook een boek met een bodem eronder.

Om dit alles te staven nog een fragment - Ties praat met Luna over een ánder meisje dat volgens Ties niet op de afdeling met zware medicatie zou moeten zitten, alleen omdat ze gelooft dat ze uit de toekomst komt.

'Nou,' zei ik. 'Ze hoort daar niet te zitten. Ze is niet gek. Mensen moeten haar helpen om weer terug naar haar eigen tijd te reizen.'
'Maar zijn er wel mensen die haar geloven?'
'Ik...' zei ik. 'Ik geloof haar.'
Luna glimlachte. Het was de mooiste glimlach die ik ooit had gezien. Een glimlach die op een foto thuishoorde. Een foto in het woordenboek, bij het woord 'mooi'. 
'En zijn er ook mensen die jou geloven?' vroeg ze.

Spannend, grappig, ontroerend, dat zijn de kwalificaties die passen bij dit boek, ik zei het al. Maar het einde van het boek voegt daar nog iets aan toe. Dat maakt dat je na afloop nog een tijdlang verder wilt denken. Kan dit? Hoe zit het eigenlijk met 'echt' en niet-echt'? Gozert noopt tot grinniken, tot verder- en verderlezen én tot nadenken. Van een kinderboek valt niet veel meer te wensen.

254 bladzijden, leeftijd: 9+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier

woensdag 6 mei 2020

20 VRAGEN VOOR GLORIA - Martyn Bedford (Querido)

Twee meisjes van vijftien, vriendinnen, zitten te praten nadat een van hen een extreem avontuur heeft meegemaakt. Dit zegt degene die dat avontuur niet heeft meegemaakt:
'Luister, als je verliefd wordt op een jongen, word je een beetje zoals hij. En later word je weer jezelf.'

Als dat zo is dan heeft Gloria (degene die het avontuur heeft meegemaakt) nog een flinke weg te gaan. Ze is het dan ook niet met haar vriendin eens. Nou ja, gedeeltelijk wel - maar, denkt ze, 'Ik was verliefd geworden op Uman en ik was een beetje geworden zoals hij. Maar ik was ook een beetje mezelf geworden.'

Die gedachtes staan op de laatste bladzijden van 20 vragen voor Gloria. Daarvóór hebben we een verslag van Gloria zelf gelezen dat vertelt over wat er gebeurde nadat Uman plotseling haar klaslokaal in kwam lopen. De verliefdheid zoals die hierboven genoemd wordt is maar een klein onderdeel van het verhaal. Want, Gloria doet verslag aan de politie. Dat avontuur (waarbij ze bijna twee weken verdween) bevat vele nuances en Gloria/Bedford vertellen ons die precies en langzaam - terwijl het boek ook spannend blijft. Vooral in het begin (maar ook verder wel) overtuigen in dit boek vooral de levendige dialogen en de levendige details.
Uiteindelijk gaat deze Britse young adult natuurlijk over ontdekken wie je bent, over uitvinden welke aspecten en wensen er in je schuilen, maar het verhaal aan de hand waarvan dat gebeurt, is, mede door de geheimzinnigheid rond Uman, heel intrigerend.

20 vragen voor Gloria is wat onder de radar gebleven (het verscheen in 2016 en ook ik heb het dus een tijdje laten liggen), maar het bleek een behoorlijke goodread te zijn, die wel wat meer publiek had verdiend.

280 pagina's, leeftijd: 15+. Vertaler: Tjalling Bos.
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

maandag 4 mei 2020

KINDEREN MET EEN STER - Martine Letterie, met tekeningen van Rick de Haas en GROETEN VAN LEO - Martine Letterie (beide boeken: uitgeverij Leopold)

In het met een Zilveren Griffel bekroonde Kinderen met een ster (2016) vertelt Martine Letterie de verhalen van zes jonge joodse kinderen die in de Tweede Wereldoorlog naar kamp Westerbork moesten. Letterie doet dat in de vorm van korte episodes, meestal van een paar bladzijden, die afwisselend over een van de zes hoofdpersonen gaan. Ze koos daarvoor vaak heel dagelijkse gebeurtenissen, precies op kindermaat. Sinterklaasvieringen, bijvoorbeeld, of schoolbelevenissen. Maar het gaat óók over het uit huis gehaald worden, over het leven in de barakken, en over het thuiskomen na de oorlog, waarbij buren de belofte om goed op de spullen te passen niet heel letterlijk blijken te hebben genomen. Kinderen met een ster is een uitzonderlijk boek over de oorlog, omdat de focus op heel jonge kinderen ligt en de verhalen ook voor die leeftijd zijn. Dat is knap. De tekeningen van Rick de Haas brengen de kinderen heel dichtbij: ze zijn zo 'werkelijk' als de kinderen die hij tekent voor bijvoorbeeld de Mees Kees-serie of voor De Gorgels - en juist daarom voel je steeds: dit gaat over kinderen zoals we die nu ook kennen, zoals ze er altijd zullen zijn.

In 2013, drie jaar eerder dus, verscheen Groeten van Leo (ondertitel: Een kind in kamp Westerbork). Hij is een van de hoofdpersonen uit Kinderen met een ster, maar dit boek gaat helemaal over hem. Hij is de enige van de zes uit het voornoemde boek die de oorlog niet heeft overleefd. Dat maakt het lezen van Groeten van Leo tot een triestere ervaring, maar toch is het boek ongeveer voor dezelfde leeftijd (iets ouder misschien, in het boek beleeft Leo zijn achtste en negende verjaardag). Doordat door het boek heen foto's afgedrukt staan, en tekeningen die de echte Leo Meijer maakte, raakt het de lezer heel direct. Letterie heeft bovendien veel aspecten van zijn dagelijks leven sterk en betrokken uitgediept. Zo staat er bijvoorbeeld, als het gezin van Leo tijdens een razzia in de nacht van huis is gehaald: 'Vroeger, gisteren nog, dacht Leo dat er na acht uur niemand op straat was. Iedereen moet immers binnenblijven van de Duitsers. Maar dat is dus helemaal waar. In de nacht verdwijnen de joden uit hun steden en dorpen, en niemand zegt er iets van.'

Beide boeken, gemaakt in opdracht van Herinneringscentrum Kamp Westerbork, behoren voor kinderen én voor volwassenen tot de sterkste getuigenissen die de jaren veertig van de vorige eeuw naar de jaren twintig van onze eeuw brengen.

Kinderen met een ster:
88 pagina's, leeftijd: 7+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

Groeten van Leo:
106 pagina's, leeftijd: 8+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier