zondag 5 juli 2020

KNOEIPOEZEN - Fleur van der Weel (Querido)

Op het omslag van dit boek voor al héél jonge kinderen zien we ze al, de twee kittens Pimpel en Fik. En in het lekker dikke kijkboek (met een beetje tekst) volgen we losjes hun dagelijkse beslommeringen. Het gaat dus over spelen, over eten, over slapen, over vriendjes. Alleen een baasje ontbreekt, maar dat is juist slim: daarmee maakt Fleur van der Weel de lézer het baasje van deze twee fantastisch aaibare kleine twee.

Knoeipoezen is wat mij betreft Fleur van der Weels beste boek. Dat zit 'm in die rake beeldtaal. Elke pagina is in balans, nu eens zien we een overzichtsplaat met takken en lieveheersbeestjes, en als je wat beter kijkt: Pimpel die zich verschuilt. Dan weer zien we enkel een pak etensbrokjes in beeld, met (heel mooi) een net wat ander groen op de voorkant dan op de zijkant, met een sterk logo, met als contrast de twee lage ronde poezenetenskommetjes die ervoor staan, beide anders versierd. En op een andere spread zien we dan weer links Pimpel die aandoenlijk gaapt en rechts Fik die aandoenlijk gaapt, met verder niets eromheen. 

De pagina's zijn mat, en het omslag is dat ook, waardoor we nog meer in het boek lijken te worden toegelaten, en waardoor het boek zelf ook iets aaibaars krijgt. De kleuren zijn in aangenaam pastel. Het 'verhaal' (dat dus eerder een paar impressies behelst) gaat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Daarmee beleeft een voorgelezen kind de fijne, warme poesjesdag in al zijn zintuiglijke details van behoorlijk dichtbij mee. Ja, Knoeipoezen is een boek dat makkelijk een lievelingsboek zal kunnen zijn. 

96 pagina's, leeftijd: 1+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

maandag 29 juni 2020

BOER BORIS HEEFT HET HEET! - Ted van Lieshout & Phlip Hopman (Gottmer)

Het is inmiddels een klassieke serie, de reeks Boerborissen, en niet alle delen besprak ik hier uitgebreid (nou ja, deze en deze en deze en deze en deze en deze en deze wel), maar het dertiende deel, Boer Boris heeft het heet! is een van de best gelukte en dus opnieuw een stevige leestip.

Het ultieme hittegedicht schreef Annie M.G. Schmidt natuurlijk, over de gesmolten juffrouw Scholten, en daar zal elk hitte/zitten-rijm meteen aan herinneren, maar Ted van Lieshout doet Schmidt als in het voorbijgaan eer aan ('Gelukkig staat [het paard] in de stal, niet in de volle zon/Want anders smólt hij! (Als een paard van warmte smelten kon.)) maar laat de referentie verder los en gaat fijn een andere kant op. De schapen worden van hun vachten ontdaan, en als de dieren en de boerderijmensen het dan weer koud krijgen, zijn er van de verworven wol dekens en truien gemaakt. Zoals altijd is het rijm vlekkeloos en deinend, zo staat er in het stuk over de wolfabriek bijvoorbeeld:
Eerst wassen ze, dan kammen ze, dan spinnen ze de wol.
Die verven ze en winden lange draden tot een bol.
Dan breien ze een trui. En met een prachtig weefgetouw
maken ze een deken, en een jas met kraag en mouw.

Die wolfabriek levert ook de tekening op waarvan Philip Hopman je het meest achterover doet slaan. Het formaat van de Boerborissen (bijna vierkant) bezorgt hem als het boek opengeslagen voor je ligt een breed canvas, en daar maakt hij in dit soort overzichtstekeningen altijd perfect gebruik van. In een spannend panorama, met links op de voorgrond een imposante machine die bediend wordt door een al even imposante meneer (met imposante baard en imposante neus), helemaal rechts de kleine Boer Boris die zijn pet in eerbied afgenomen heeft, en dan de verfton, dichtbij, het weefgetouw, wat verderop, in het midden de rij computers, bediend door dames en heren in stofjassen, maar wel met soms exuberante kapsels, en achterin de tekening een gaanderij van hout waarop we grote portretten van ouderwetse weefvoorgangers zien - o, het is allemaal zo prachtig. Er moeten heel wat kinderen en ouders zijn die dit soort pagina's uit het boek willen losmaken om ze ingelijst aan de muur te hangen. 

Eenzelfde breed tafereel biedt Hopman ons ook weer op de voorlaatste spread (als de dieren kleumend bij elkaar in de schuur schuilen) en op de laatste (als alle dieren met warme truien aan rond een kampvuur zitten). De voorlaatste spread heeft een donkerblauwe gloed, de laatste een goudoranje, alles is even mooi. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de details (zelfs de op elke plaat aanwezige merel heeft op het eind een dasje om, er hangt een carpe-diem-schildje in de schuur, met daaronder, in silhouet, een ploegende boer, het overal terug te vinden muisje schuilt om warm te worden in de omhelzing van de... kat, etc, etc, etc).
Tja, Boer Boris heeft het heet! is geen officiële jubileumaflevering van deze serie - maar zo gedraagt het boek zich wel.

32 pagina's, leeftijd: 3+
Koop dit boek in je lokale boekhandel, of anders hier.

zondag 28 juni 2020

HET PUNGELHUIS - Annet Huizing (Lemniscaat)

Annet Huizing is met haar derde boek, Het Pungelhuis, flink op weg om de auteur bij uitstek te worden die fictie en non-fictie in mooi evenwicht weet te houden. In haar eerste boek, Hoe ik per ongeluk een boek schreef zagen we al schrijftips én een dringend verhaal, in De zweetvoetenman, officieel non-fictie, zagen we de kracht van voorbeeldverhalen bij informatiestukken, en in Het Pungelhuis, haar heel fijne derde wapenfeit, is het verzonnen verhaal zéér precies gebaseerd op navorsingen - die achterin het boek uitgebreid onthuld worden.

Het gaat dit keer om het boter smokkelen dat in de Brabantse grensplaatsjes zo'n zestig à vijftig jaar geleden plaatsvond. Ole is de zoon van een vader die geleden heeft onder de smokkelpraktijken van zijn vader - die Ole's opa is, en waar Ole lang niets van weet. Tot het verleden tevoorschijn schuift.
Meer nog dan dat het verhaal op ware gebeurtenissen gebaseerd is, is Het Pungelhuis een heel fijn leesboek geworden, waarbij de personages vanaf de eerste bladzijde levend en wel het hoofd van de lezer in stappen. Het is vooral de schrijfstijl van Huizing die zo overtuigt. Het is grappig, snel, maar ook ontroerend soms, en altijd precies. De stoet aan montere, soms geestige zijpersonages doet sterk aan - je ziet ze allemaal voor je en je hoort ze allemaal praten. Dat, samen met de plot-met-verrassingen die Huizing uitvouwt, zorgt voor opnieuw een sterke kinderroman.

192 pagina's, leeftijd: 10+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.  

maandag 22 juni 2020

DE LIJST VAN DINGEN DIE NIET ZULLEN VERANDEREN - Rebecca Stead (Querido)

Op bladzijde 200 van dit prachtige nieuwe boek van Rebecca Stead staat het mooi verwoord: 'Ik zag in mijn hoofd al die heldere lijnen, zoals lasers bijvoorbeeld, die me met iedereen verbonden die ik kende. [...] Ik zag mezelf op bed en er schoten zo veel lijnen uit me dat ik net een bloem was of zo, die openging.'

Daar gaat het vaak over, in Steads werk. In haar debuut Als je terugkomt (2010) was dat al zo, maar ook in de opvolgers De spionnenclub (2013) en Wie je morgen bent (2016) - de constellaties aan personen waarin we onszelf bevinden. Altijd zijn de hoofdpersonen 'gewone' kinderen die iets meemaken dat op zichzelf niet eens zo spectaculair is, maar wat Stead toch de gelegenheid geeft om te laten zien hoe we allemaal verbonden zijn met elkaar, hoe alles wat je zegt zomaar gevolgen kan hebben, en hoe nadenken en moed om terug te komen op wat er is gebeurd of gezegd niet genoeg geprezen kan worden.

Zo fijn-dagelijks en vaardig-fijnzinnig is ook De lijst van dingen die niet zullen veranderen weer. Het boek had overigens ook Maan en andere maan kunnen heten, want met dat beeld (uit twee naast elkaar gelegen ramen naar de maan kijken en toch beseffen dat het dezelfde maan is) toont Stead ons mooi het dilemma van kinderen van gescheiden ouders. Die kinderen moeten altijd, op de een of andere manier, hun twee 'manen' met elkaar zien te verbinden.
In het geval van de tienjarige Bea lijkt dat eerst niet zo'n probleem: haar ouders zijn nog bevriend met elkaar, hebben afgesproken dat ze altijd in de buurt zullen blijven wonen (dit schreven ze voor de kleine Bea in een schrift, met daarin een lijstje met dingen die nooit zullen veranderen), maar Bea's vader is nu eenmaal homo, en vond een nieuwe grote liefde in Jesse. Bea is gek op alle drie, op haar moeder, op haar vader en op Jesse, en dan blijkt Jesse ook nog eens een tienjarige dochter te hebben, die, nu de twee mannen gaan trouwen, Bea's nieuwe zus wordt! Maar heeft dat meisje (Sonia) al goed naar háár twee manen gekeken?

In dit boek komen dus ook nog veel andere personages voor. De meester, haar beste vriendje, klasgenoten, de therapeute waar Bea gesprekken mee heeft, en ook... Jesse's jongere broer Con. Die moeite heeft met Jesse's homoseksualiteit. Daar begrijpt Bea niks van en dus nodigt ze hem stiekem uit voor de bruiloft - met alle gevolgen van dien.  Een aantal passages rondom met name deze verhaallijn zijn zo ontroerend dat je het boek af en toe naast je neer moet leggen en iets weg moet slikken.

Stead weet alle lijnen naar alle personages ruimte te geven, en het resultaat is een heerlijk boek, dat, zoals de New York Times zo mooi schreef, 'geweven is van precies de juiste draden.' De lijst van dingen die niet zullen veranderen gaat over hoe we moeten leven, en hoe een geweldig meisje (dat net als wij is) daar achter komt. Met precies de juiste lichtheid, precies de juiste beelden en precies de juiste warmte. Met dit boek laat Rebecca Stead nóg duidelijker zien waarom we de ontwikkeling van haar oeuvre op de miniemste stapafstand moeten blijven volgen.

232 pagina's, leeftijd: 10+
Koop dit boek bij je lokale boekhandelaar, of bestel het hier.
Het werd vertaald door Jenny de Jonge.  

zondag 14 juni 2020

BROWN GIRL DREAMING - Jacqueline Woodson (Puffin books, nog niet vertaald)

Jacqueline Woodson kreeg in 2018 de Astrid Lindgren Memorial Award en dit jaar ook de Hans Christian Andersen Award. Daarmee behoort ze tot de wereldtop van de wereldtop van de jeugdboekenschrijvers en toch is er vrijwel niets van haar vertaald in het Nederlands. Dat is wat vreemd, zeker gezien haar indrukwekkende rij boeken en diversiteit aan onderwerpen. Ik las haar bekendste boek, Brown girl dreaming (2014), een young-adult-roman (nou ja, als je het zo kunt noemen) in vrije verzen.

Ook dit boek werd bedolven onder prijzen: het was een Newbery Honor Book, het won de Coretta Scott Award en de National Book Award. Het is dan ook een boek zoals je er geen tweede kent. Het boek is namelijk een memoir - een vertelling over de kindertijd en de jeugd van Jacqueline zelf. In vloeiende gedichten vouwt ze haar verleden open. Ze vertelt over haar allereerste jaren in Ohio, toen haar ouders nog bij elkaar waren, maar al snel verplaatst de handeling zich naar het Zuiden, naar Greenville (South Carolina) waar het gezin bij de warme, geweldige grootouders gaat wonen. Woodson vertelt zintuiglijk over het gepiep van de schommel op de veranda, van het meehelpen in de tuin, van haar opa waar ze zo graag tegenaan leunde - totdat de kinderen door hun moeder naar New York worden gehaald. Daar is alles grijs en grauw, maar na een tijdje krijgt Jacqueline er een hartsvriendin, Maria (die ze nog altijd als haar beste vriendin beschouwt, vertelt het nawoord, waarin we trouwens ook een fotokatern aantreffen).
Het gaat ook over haar briljante oudere zus en over haar broertjes, en vooral over hoe Jacqueline een langzame lezer is, maar stapje voor stapje de kracht van verhalen en van het schrijven leert. Daar gaat dit boek voornamelijk over: hoe verhalen kracht geven en hoe je door ze te horen, te bedenken en te schrijven kunt leren wie anderen zijn, en zodoende wie jij bent.

Het als zwart meisje opgroeien kan natuurlijk, hoe tegen de borst stuitend ook, niet zonder in aanraking te komen met racisme. Woodson (geboren in 1963) heeft nog meegemaakt dat ze niet aan elk tafeltje in een restaurant mochten gaan zitten als zwart gezin, dat in de bus alleen de achterste banken bestemd waren voor wie zwart was. Evenzeer schrijft Woodson over buitengesloten zijn als kinderen van een Jehova's Getuigen-familie - maar vooral dus over verbeelding, familie, afkomst, liefde en vriendschap. Daarmee is Brown girl dreaming een boek dat inzicht biedt, dat genuanceerd geschreven is, dat binnen elk gedicht langzaam lezen afdwingt, maar toch ook snel leest door Woodsons helderheid.

Bekijk tenslotte Woodsons TED-talk eens, dan wordt duidelijk wat haar overtuigingen zijn, hoe haar stem klinkt (ook haar stem als schrijver) en waarom het vanzelfsprekend is dat zij in 2015 in de Verenigde Staten de Young People’s Poet Laureate werd, en waarom gelukkig heel veel mensen vinden dat zij altijd (niet alleen nu) beluisterd en gelezen moet worden.

352 pagina's, leeftijd: 12+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

zaterdag 13 juni 2020

EEN IJSJE - Sylvia van Ommen (Gottmer)

Het gebeurt niet vaak dat er een nieuwe Sylvia van Ommen verschijnt, maar als dat gebeurt is het heel goed nieuws. Na haar debuut met Drop en na heerlijke boeken als De verrassing en Ik ben eigenlijk toch wel heel erg een beetje gek op jou is er nu het al even heeeeeeeeeerlijke Een ijsje.
Op het omslag zien we reikende dierenklauwen, -vleugels en -snavels en in het midden een uitgespaarde ijsjesvorm. Wie het boek opendoet ziet op elke spread een dier dat een reden verkondigt waarom hij of zij dat ijsje moet krijgen. Daar zitten soms erg droogkomische bladzijden bij, zoals bij de schildpad die een lange speech afsteekt en de ijsvogel die alleen vanwege zijn naam vindt dat hij recht heeft op het waterijsje.

Bij boeken die gebouwd zijn rondom één idee is het altijd zaak dat de maker een slimme of grappige manier vindt om af te ronden, en dat heeft Van Ommen inderdaad gedaan - er zijn zelfs twéé plottwistjes.

Maar juist ook de tekeningen zijn zo fijn. De dieren zijn robuust en aaibaar, kleurrijk en met fijne diffuse contouren. Een ijsje is dus even fris als zijn eigen onderwerp, Een ijsje is een boek om de zomer gniffelend in te gaan.  

52 pagina's, leeftijd: 4+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

vrijdag 5 juni 2020

NIET TE STOPPEN - Angie Thomas (Moon)

Over het eerste boek van Angie Thomas, The hate u give (2017) schreef ik destijds: 'Je zou willen dat iedereen dit boek las. Om te weten wat er in ons gezichtsveld gebeurt, om over onszelf na te denken, om moed te scheppen en om vervoerd te raken.' Het boek kreeg een jaar later terecht de prijs voor Beste Boek voor Jongeren.
In deze weken van groeiend besef, groeiende discussie en groeiende verontwaardiging over het institutioneel en persoonlijk racisme dat onze wereld teistert, lijkt me dat proberen te weten te komen en over onszelf nadenken nóg belangrijker, en voor mij verloopt dat nu eenmaal voornamelijk via de literatuur. En deze week was dat vooral door het twééde boek van Angie Thomas, Niet te stoppen (oorspronkelijke titel: On the Come Up, 2019), dat opnieuw fantastisch is en opnieuw inzichtgevend.

Brianna van zestien is de hoofdpersoon. Ze is een enorm hiphoptalent. Ze wordt ook wel Li'l Law genoemd, naar haar vader, die beroemd aan het worden was als rapper Law, maar vermoord werd. Haar moeder is een paar jaar uit Bri's leven geweest, omdat die drugsverslaafd was - maar het eenoudergezin probeert zich nu staande te houden, en Bri's moeder is al jaren clean. En dan, aan het begin van het boek, wordt Bri door beveiligers bij haar middelbare school tegen de grond gewerkt omdat ze onterecht denken dat ze dealt. Bri maakt er, na enige aarzeling, een furieuze rap over, en die wordt zowel door iedereen gewaardeerd als verkeerd begrepen. Waarna het verhaal openrolt.

Niet te stoppen is een flinke roman: 384 pagina's. Angie Thomas neemt aan het begin van het verhaal de ruimte om Bri's achtergrond en die van alle bijfiguren goed neer te zetten. Daarna grijpt alles in elkaar en de afronding is virtuoos. Tegen die tijd ben je allang behoorlijk gaan houden van Bri en haar twee trouwe vrienden Malik (op wie ze heimelijk verliefd is), en Sonny (die gay is en een heel eigen prachtige liefdesgeschiedenis meemaakt, op zichzelf al een reden om dit boek te lezen). Maar dan zijn er ook nog de raps, door Akwasi vertaald (!) en de referenties naar hiphop (vooral die door vrouwen is gemaakt).

En er wordt, terloops maar duidelijk, opnieuw geschetst hoe het leven van een zwarte jongere in de Verenigde Staten is. Over de noodzaak van het 'codeswitchen' bijvoorbeeld. Thomas laat Bri over een klasgenoot zeggen: 'Hij klinkt... anders. Net als wanneer ik met mijn oma naar een mooie winkel in een goede buurt ga, en ze tegen me zegt dat ik "moet praten alsof ik er hoor". Ze is bang dat mensen denken dat we achterbuurtcriminelen zijn die in hun winkel komen rondsnuffelen.'
Of:
'Weet je hoeveel witte mensen er voor drugsbezit op de rechtbank komen?'
'Heel wat,' zegt Jay.
'Te veel,' zegt tante 'Chelle. 'En ze krijgen stuk voor stuk een tik op de vingers en kunnen daarna verder met hun leven alsof er niks is gebeurd. Maar zwarte mensen of armen mensen die aan de drugs zijn?'

Niet te stoppen is, net als The hate u give, zo'n boek dat we nodig hebben - net als bijvoorbeeld de romans van Jason Reynolds of Jacqueline Woodson dat zijn. En daarnaast is het ook nog eens een goodread van jewelste.  Bovendien werd het fantastisch vertaald door Aimée Warmerdam. Zij houdt precies de goede balans tussen naar het Nederlands brengen en het behouden van belangrijke Engelse uitdrukkingen of verwijzingen. 

384 pagina's, leeftijd: 14+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.    

zondag 31 mei 2020

MAANTJE - Sjoerd Kuyper, met tekeningen van Alice Hoogstad (Hoogland & Van Klaveren)

'Maantje (...) kan niet bang en boos zijn tegelijk, dat past niet samen in haar hoofd. De angst zakt als een lift naar haar buik en de woede stijgt als een lift naar haar hoofd. Ze passeren elkaar bij haar hart.'
Dat soort heldere, maar volstrekt originele observaties kan alleen Sjoerd Kuyper schrijven. In het gloednieuwe Maantje staan er een flinke zwik. Nog eentje?
'De hemel is zo helder dat wie ernaar kijkt blauwe ogen krijgt. Zelfs Maantje. En als je naar de weilanden kijkt, worden ze groen. Je ogen.'

Maantje is het verhaal van een uit het nest gevallen baby-eekhoorn. Maantje is de vinder en ze kan aan niets anders dan dat kleine bolletje leven denken, ze wil het koste wat het kost redden. Haar ouders helpen haar - ook al is haar vader bang voor kleine dieren.
Hoe het jonkie gered wordt (want dat wordt het natuurlijk) is niet eens zo van belang, het gaat in dit boek namelijk om de stijl. En de gloed waarin die gedoopt is. Maantje, dat in Kuypers oeuvre duidelijk familie is van zijn onvolprezen reeks over Robin, is zo'n boek waaraan je je meteen op de eerste bladzijde overgeeft. Kuyper schrijft namelijk zo zonnig en kwiek en precies dat de lezer zich verzorgd voelt als dat baby-eekhoorntje zelf.

De fijn-kleurrijke tekeningen van Alice Hoogstad maken het helemaal af. We zien de lange, buigzame, vermakelijke mensenlijven die we van haar kennen terug, maar ook een van haar andere specialiteiten: de stapeling. De schots en scheef op elkaar getilde kooien van de egelopvang staan al op het omslag, maar in het binnenwerk blijken die onderdeel van een nog geiniger (en wankeler) bouwwerk. In de strooitekeningen die tussen de tekst staan toont ze dan juist weer haar warmte. Kortom: vertolkt en vertoond door deze twee kunstenaars werd het dagelijkse verhaal van Maantje een blakend liefdesavontuur.

48 pagina's, leeftijd: 5+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

      

woensdag 27 mei 2020

HET JAAR DAT DE BIJEN KWAMEN - Petra Postert (Ploegsma)

Josy van twaalf was dol op haar pas gestorven opa, en hij laat haar iets heel bijzonders na: zijn bijen. Die worden vooralsnog bij een imkervriendin van opa gestald, Alma, maar uiteindelijk komen ze, tegen de zin van Josy's moeder, in Josy's tuin terecht. Josy leert alles over bijenhouden, ze wordt - zoals alle imkers - voor het eerst gestoken, en verliest zelfs de helft van haar volk omdat de oude koningin uit zwermen gaat. Uiteindelijk raakt ook Josy's vriendje Mirko besmet met de bijenliefde, gebeurt er nog iets verbijsterends wat dringend opgelost moet worden én leert Josy waarom haar opa de bijen nu juist aan háár heeft nagelaten.

Het jaar dat de bijen komen is een vertaling van Das Jahr, als die Bienen kamen, dat genomineerd werd voor de prestigieuze Deutsche Jugendliteraturpreis. Niet verwonderlijk, want behalve dat auteur Petra Postert fijnzinnig en nauwkeurig schrijft is er nog iets anders wat de charme van dit verhaal behoorlijk vergroot: de schuingedrukte korte impressies die aan elk hoofdstuk voorafgaan. Die zijn namelijk geschreven vanuit de bijen. Daarmee krijgt de lezer op een heel natuurlijke manier heel veel informatie over hun leven. Wie Het jaar dat de bijen kwamen uit heeft las niet alleen een warm, psychologisch geloofwaardig hedendaags kinderboek, maar weet ook alles over de schoonheid van dit insect dat al in de dinosaurustijd leefde. Het oeroude zoemen - daar getuigt dit boek van.

186 bladzijden, leeftijd: 10+
Koop dit boek bij je lokale boekwinkel, of bestel het hier
Dit boek werd vertaald door Esther Ottens.

maandag 25 mei 2020

HET KATTENMANNETJE EN ANDERE SPROOKJES - Janneke Schotveld, met tekeningen van vijftien tekenaars (Van Holkema & Warendorf)

Na De kikkerbilletjes van de koning (Vlag en Wimpel 2019) bouwde Janneke Schotveld verder aan haar universum van moderne, inclusieve en diverse sprookjesfiguren. In Het kattenmannetje treffen we daarom weer vele ridsters (bijvoorbeeld in Ali Baba en de veertig ridsters), we treffen meisjesdraak Sjakkelien die van buiten een jongensdraak is (in Vidor en de draak, gelukkig is de draak bij haar tweede optreden in het verhaal bezig aan haar transitie - al wordt dat woord nergens genoemd en is de draak niet de focus van dit verhaal), en er is het ontroerende verhaal van Kees, de laatste ooievaar, die weigert de twee koninginnen een kindje te bezorgen, omdat hij van de oude stempel is. En dan natuurlijk van zijn verstokte denkbeelden terugkomt.

Als een auteur duidelijk plezier heeft in haar of zijn schrijven dan plingt dat door de bladzijden heen - en precies dat gebeurt er als je Het kattenmannetje leest. Soms schuilt die lol in de verwoordingen. Zo staat er in het verhaal van de ongelukkige, gepeste barbiepop Hakketeentje: 'Het was alsof Hakketeentje aan de grond gemagneet zat.' Soms zit die schrijverspret 'm in de anachronistische details (de jaloerse stiefvader die zijn spiegel schoonmaakt met Glassex, de ridsters die zich voortbewegen per racefiets) en soms vind je Schotvelds glunderen terug in de geëngageerde draai die ze meegeeft aan haar onderwerp. Zo gaat De muur van Dompelburg over een etter van een burgemeester die Donnie heet, een petje draagt waarop staat dat hij de baas is, zijn medewerkers ontslaat zodra ze kritiek hebben en een muur wil bouwen om vreemdelingen buiten te houden. Gelukkig kan zijn juf van de basisschool hem, met behulp van wat dwergen, aan. Ook leuk: de details in het ene verhaal die verwijzen naar een ander sprookje - de straatnamen bijvoorbeeld.

Ja, Het kattenmannetje is een blijmoedig, smakelijk boek en hopelijk niet het laatste in dit Schotveld-verhalenrijk. (Nee, het ís niet het laatste: in juni komt Avonturen van de dappere ridster uit, met tekeningen van Milja Praagman!)

160 pagina's, leeftijd: 6+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

  

vrijdag 22 mei 2020

POKKO HEEFT EEN TROMMEL - Matthew Forsythe (De Eenhoorn)

Pokko heeft een trommel is zo'n prentenboek dat een stijl van tekenen etaleert die je nog niet kende, maar waar je meteen meer van wilt zien. De platen van Matthew Forsythe gloeien. In een bonte mix van zachtgeel en felgeel, zachtoranje en feloranje, zachtrood en felrood, van bruin en groen en nauwelijks blauw bloeit de boswereld op waarin hoofdpersoon Pokko en haar kikkerouders (in een paddenstoel) wonen. Pokko heeft een trommel gekregen en haar ouders worden gek van het lawaai. Pokko gaat daarop naar buiten en er ontstaat een dierenfanfare die zijn weerga niet kent.

De tekst is strak en grappig, en het verhaal volgt niet per se de gebaande prentenboekpaden. Mooie vondst dus, van uitgeverij De Eenhoorn. Maar - ik moet het nog een keer benadrukken - de tekeningen zijn de échte kracht van dit boek. Die prachtige patronen van de sprei op het bed van pa en ma kikker, of de oranje, expres vaag gehouden, achtergronden van het bos, of juist de platen waarop ingezoomd wordt en we alleen Pokko's gezichtje maar zien - of anders die schitterende volle plaat met het hele dierenorkest.
Het werk van Forsythe doet tegelijk klassiek als tijdloos aan, en het is te hopen dat zijn oudere boeken, zoals een prachtig werk over diepzeeleven, met tekst van Kate Messner, ook snel vertaald worden.

64 pagina's, leeftijd: 3+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.
Dit boek werd vertaald door Marita Vermeulen.

woensdag 20 mei 2020

BIZAR - Sjoerd Kuyper (Hoogland & Van Klaveren)

Sallie Mo, dertien jaar, praat met haar psychiater, dokter Bloem, vijfenzestig jaar. Ze bespreken fictie en waarheid, en Bloem vindt dat Sallie Mo drie maanden niet moet lezen. Dat ze het échte' leven moet ervaren, en daarin het sublieme.
In die drie maanden valt ook Sallie Mo's jaarlijkse kampeertijd (samen met haar moeder, die er voornamelijk mannen haar tent in probeert te lokken). Sallie Mo verheugt zich op het verblijf op het eiland, want Dylan - op wie ze al verliefd was toen ze nog niet geboren was - zal er ook zijn. Ook hij is er met zijn moeder, en dan is er nog een derde vrijgezelle vrouw, de moeder van Donnie (16) en Beitel (8). 
Drie tenten, vier kinderen. Plus een verlaten bunker, waarin nog eens drie kinderen zich verstoppen. Met die personages zal Sallie Mo haar verhaal opbouwen, want in Bizar is ze geen lezer, maar schrijver.

Ja, Bizar is Sallie Mo's dagboek, maar het woord 'dagboek' doet een veel regulierder boek vermoeden dan dit verhaal dat zijn titel eer aandoet. Bizar dendert vanaf de eerste zin over je heen. Het timmert op je gedachten in, het timmert op je verwachtingen in. Daarom is het ook onmogelijk op te schrijven waar dit boek over gaat. Hamlet wordt er in naverteld. Er komt een boze geschreven toespraak in voor, die gaat over hoe onmenselijk het is om van immigranten te verwachten dat ze integreren. Er worden bankiers beschimpt, er wordt met dieren gesproken, er wordt gechanteerd, geschoten, gezoend.

En dan is er nog die afloop. Daar valt drie keer over na te denken. Evenzo vaak valt hij na te lezen, deze 'ontknoping', waar het essay (ik kan het niet anders noemen) over leugen en waarheid het hart van is. O, en dan deelt Sjoerd Kuyper op de allerlaatste bladzijde nog even een flinke ribbenstoot uit.

Ja, Sjoerd Kuyper. Wat voor schrijver zien we aan het werk in dit boek? Ik zou zeggen: een bevrijde. Een schrijver achter wie je hijgend aanholt, een schrijver die zigzagt, fladdert en zijn zweep laat knallen. Sallie Mo is een meisje dat met geen andere dertienjarige te vergelijken valt, haar allesverhaal is met niets te vergelijken en als we één ding zeker weten na Bizar, dan is het: Sjoerd Kuyper is een auteur die met geen andere te vergelijken valt. 

318 pagina's, leeftijd: 12+ (maar eigenlijk is er geen leeftijd op dit boek te plakken).
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het anders hier.

maandag 18 mei 2020

DE VUURZEEVLIEG - Toon Tellegen & Carll Cneut (Querido)

Het begint al bij de schutbladen: we zien een diepgroen verwilderd woud, dat meteen duidelijk maakt dat dit weliswaar verhalen uit het vertrouwde Tellegenbos zullen zijn, maar dan wel op z'n Carll Cneuts. Het zal weelderig zijn, meer 'Heart of darkness' dan andere Tellegen-bosboeken, het zal er meer naar grond en groei ruiken.

Uit eenzelfde wriemelwoud duikt op pagina 68 het wrattenzwijn op. Lodderig kijkt het uit de kleine oogjes, maar ook... confuus? Het is prachtig dat Cneut deze sfeer alvast aanbrengt, want erna volgt het verhaal van het zwijn, dat ontevreden is met zijn naam. Dat zit 'm vooral in die 'wr' aan het begin. In wat volgens mij de geinigste vertelling uit de bundel is noemt het wrattenzwijn zichzelf voortaan attenzwijn, en iedereen die dat vergeet kan rekenen op een 'wr'-behandeling: de wregel, de wrekel, de wrikker en de wruis.

Maar het is niet alleen het groene palet dat heerst in dit boek. Op de werkelijk prachtige tekeningen van een verhaal eerder zien we de wezel staan. Hij draagt een zwartrood truitje, serveert thee uit zijn witrode servies op zijn felrode tafel - en aan de muur hangen (nog niet vaak gezien in Cneuts werk) vrolijke kindertekeningen die de wezel afbeelden als aandoenlijk rood mannetje. Het verhaal (over de wezel die alleen onverwacht bezoek ontvangen wil) wordt afgesloten met een exterieur: wezel bij zijn voordeur, en daar zien we een plaat die iedere lezer waarschijnlijk als origineel aan de muur zou willen hebben hangen. Wezel staat beduusd bij zijn blauwzwarte huisje en er dwarrelen grote zwarterode bladeren (je zou haast 'blâren' zeggen) om hem heen, naast de felrode lappen van bladeren van weer een andere boom. En dat alles tegen een doorzichtig aandoende witgrijze achtergrond.

De platen maken van De vuurzeevlieg een terugbladerwaardig kijkboek (ik heb het aandoenlijke groepje dieren van pagina 75 niet eens genoemd, check het - die compositie!), en dan krijg je er ook nog de zeventien terugleeswaardige Tellegenoverdenkingen bij.

76 pagina's, leeftijd: leeftijdloos
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.     

vrijdag 15 mei 2020

VERLANGEN NAAR VRIJHEID en BRIEVEN AAN EEN ZIEKE JONGEN, OF: HET VERHAAL VAN DE HOND MAX (met tekeningen van Ina van Blaaderen) - An Rutgers van der Loeff (Ploegsma)

Ik ben met een kleine missie bezig: het lezen van alle boeken van An Rutgers van der Loeff. Het begon een paar weken geleden met het ontdekken van mijn eerste 'RvdL': Rossy, dat krantenkind. Daarna las ik zowel Ze verdrinken ons dorp als Donald, en alle drie vond ik prachtig. Deze week verslond ik weer twee nieuwe titels.

In 1951 verscheen Anna Menander, een 'jeugdboek' dat later omgedoopt werd tot Verlangen naar vrijheid. Die eerste titel doet meer recht aan wat het boek is, want het verhaal vertelt in negen hoofdstukken over het leven van de Zweedse Anna Menander. In het eerste hoofdstuk is ze vijf jaar oud, in het laatste achtendertig. Ze groeit op in een liefdevol, niet al te rijk gezin met heel wat broers en één zus. Anna is de jongste. (Opvallend: in het werk van RvdL komen vaak grote gezinnen voor. Knap ook, want dat vergt veel van de schrijver - alle broers en zussen moeten toch énige uitwerking krijgen, iets wat deze schrijfster moeiteloos voor elkaar krijgt).
Over Anna wordt al vroeg in haar leven dit gezegd: 'Een hart van puur goud, de moed van een Lappenjong, de trouw van een oude heemhond, nooit zal ze iemand in de steek laten of een belofte breken.' Mooie omschrijving. Het is ook de manier waarop haar oude broer haar introduceert aan zijn studievriend Albin. En deze Albin zal doorheen het boek de grote liefde van Anna blijken - en andersom. Maar het harde leven in het prille begin van de negentiende eeuw én hun koppigheid zorgt ervoor dat het steeds maar niet tot een toenadering komt. Of...?

Het boek vertelt vooral ook over Anna's zelfstandigheid en verlangen naar een vrij leven, dat niet door tradities of verwachtingen bepaald wordt. Het is niet voor niks dat een van haar vriendinnen aan haar vraagt of ze misschien een van die sufragettes wil worden (vroege strijders voor vrouwenrechten).
Een hoofdrol is er ook voor de Zweedse natuur. Verlangen naar vrijheid is daardoor net een zintuiglijk bonte Netflixserie in negen afleveringen, waarbij de eerste minuten van elk deel vooral op de natuur, de bossen, de bessen, de sneeuw, de meertjes, de bloemen wordt gefocust. Opnieuw een fantastisch RvdLoeffboek.

Voor wat jongere kinderen is Brieven aan een zieke jongen, of: het verhaal van de hond Max. Dit uit 1953 stammende boek bevat inderdaad brieven. Ze worden geschreven door de moeder van de jongen die in het ziekenhuis ligt. De eerste brief begint zo:

'Lieve jongen,

Eerst was ik bij jou in het ziekenhuis, weet je wel, en daar was alles licht en wit en warm, maar toen kwam ik op straat en daar was alles donker en nat en koud, ook al deden de Utrechtse lantaarns hun best.'

In die eerste brief wordt Max geïntroduceerd. Hij is een wilde, drukke waakhond die aan is komen lopen op het vakantieadres van de vader van de zieke jongen, lang geleden. Met elke volgende brief gaat het verhaal verder. In feite is met het verhaal van de hond de eerste kennismaking tussen de moeder en de vader verweven - de moeder van de zieke jongen vertelt hem dus (aan de hand van het relaas over Max) hoe zijn ouders elkaar hebben leren kennen en hoe ze verliefd zijn geworden. De brieven zijn soms uitermate grappig, maar dan komen we bij het eind van het boek, en dat zou je, laat ik het zo zeggen, niet snel meer in een hedendaags kinderboek tegen zou komen. In elk geval wordt nóg duidelijker waarom het verhaal van de hond verteld moest worden. Aan de zieke jongen. En door zijn moeder (en op de achtergrond: vader).
Een ontroerend, gedurfd boek.
Niet voor niks schrijft de uitgeverij op de binnenflap: 'Voor de jeugd,' zei de auteur. 'Voor ouderen,' zeiden wij. 'Voor iedereen,' zei een ander. 'Dat 's vast niet waar,' zei de auteur.

Deze boeken zijn alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Binnenkort volgt hier het verslag van het lezen van een nieuw boek van Rutgers van der Loeff (of twee). 
 

woensdag 13 mei 2020

TOFFEE - Sarah Crossan (Kluitman)

De Ierse Sarah Crossan kennen we van de prachtige verse-novels Nieuwe maan en Een. Dat laatste boek werd zelfs bekroond met de Dioraphte Literatour Prijs. Vorig jaar verscheen haar nieuwste roman, weer in verzen: Toffee.

Toffee is het verhaal van de zestienjarige Allison, die opgroeit zonder moeder (ze stierf toen Allison één dag oud was). Allison wordt hardhandig opgevoed door haar vader. Er zijn af en toe vriendinnen van die vader, maar meestal verdwijnen ze snel weer. Behalve Kelly-Anne, die een tijdlang bij Allison en haar vader inwoont en dichtbij het zijn van een 'nieuwe-moeder' komt. Maar de mishandelingen van Allisons vader worden steeds erger en Kelly-Anne vlucht. Op dat moment durft Allison niet mee te gaan, maar doet dat een tijdje later (na de mishandeling die zo erg is dat ze hem niet meer goed kan praten) toch. Het boek begint als ook de vlucht begint.

Maar Toffee is ook het verhaal van de bejaarde Marla. Ze woont nog zelfstandig, al komt er af en toe wat hulp langs, maar Marla is aan het dementeren. Ze accepteert Allisons aanwezigheid meteen, alleen noemt ze haar Toffee, naar een vroegere vriendin die naar Amerika verdwenen is. Tussen Marla en Allison/Toffee groeit een ontroerende vriendschap - en uiteindelijk wordt Allison weer Allison, in plaats van Toffee.

Dit boek gaat over vrouwen, over de opgave die het leven soms voor hen kan zijn, en over het ontdekken van hun eigen waarde, hun kracht, hun tederheid, hun zorg. Toffee is, zoals gemeld, in verzen geschreven en dat leest heel fijn. De verzen bieden alle mogelijkheid tot inzoomen op veelzeggende details, maar doen je ook door het verhaal heen racen. Toffee is daarmee een sterke, originele, genuanceerde Young-Adult-roman.

Dit boek werd mooi vertaald door Sabine Mutsaers.
406 pagina's, leeftijd: 14+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.  

maandag 11 mei 2020

KEIZER EI - Karst-Janneke Rogaar (Kluitman)

Mijn moeder was remedial teacher en van haar hoorde ik altijd hoe alle, maar met name dyslectische kinderen, grote moeite hadden met te bepalen wanneer je een woord met een ei schrijft of met een ij. Er zijn dan ook geen of nauwelijks regels voor. Je moet de woorden gewoon vaak zien en ze zo 'uit je hoofd' leren. Mijn moeder maakte daarom lange opzegverzen waar zoveel mogelijk ei-woorden in stonden - of ij-woorden.
Karst-Janneke Rogaar had vast ook zo'n leerkracht, want aan haar Keizer Ei ligt eenzelfde principe ten grondslag. De ondertitel luidt: alle ei-woorden in één verhaal, en oké, het zijn dan niet werkelijk álle ei-woorden, maar toch duizelingwekkend veel. Rogaar vertelt over de reis van Hei en Teit, die per schip naar een eiland gaan en daar eerst een lakei en later een keizer ontmoeten. Per bladzijde lezen we een stuk of vier regels, en die staan, inderdaad, vol met ei-woorden. Die woorden staan roodgedrukt. Hoewel Rogaar zich in best wat bochten heeft moeten wringen om alle woorden te gebruiken, kwam er toch een avontuur met een kop en een staart uit.

De tekeningen zijn een feest. In donkergroen-wit met steunkleur rood is het genieten van de vreemde figuren (zoals de lakei die een hert is met een lakeienpakje aan). Ook de breiende keizer (de keizer is een ei!) is heel geinig.
Het boek wordt afgemaakt door een mooi register, waar alle ei-woorden (ja ook 'reigerpastei' staat erin!) nog eens na te lezen zijn. En waardoor we begrijpen dat de hoofdpersonen Heid en Teit heten.
Geslaagd boek dus, waarmee het onderweis onderwijs ook nog echt iets kan. En natuurlijk is het nu wachten op deel twee: dat met alleen maar ij-woorden.

70 bladzijden, leeftijd: 7+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier

vrijdag 8 mei 2020

IEMAND IN HET BIJZONDER - Arend van Dam, met tekeningen van Marijke Klompmaker (Van Holkema & Warendorf)

De reis van Syntax Bosselman van Arend van Dam en Alex de Wolf was een van de allerbeste boeken van 2018 en kreeg terecht daarom een nominatie voor de Woutertje Pieterseprijs 2019 en een Zilveren Griffel. Ook verrassend was De bromvliegzwaan, verhalen over taal, met tekeningen van Anne Stalinksi. Het boek dat op die twee mooie uitgaves volgde is Iemand in het bijzonder, verhalen over markante vrouwen.
Van Dam koos hiervoor vierendertig belangrijke vrouwen uit de Nederlandse en Nederlands-overzeese geschiedenis en schreef over elk van hen een kort verhaal. Dat gaat van 'de dame van Simpelveld' (die ongeveer tussen 160 en 198 nChr leefde, in een Romeinse villa op Nederlans grondgebied leefde, en van wie de sarcofaag teruggevonden is, waarvan de binnenkant door een kunstenaar versierd was met een beeldhouwwerk dat haar chique leefomstandigheden toonde) tot Mies Bouwman.
Tussen die twee in staan vele vrouwen naar wie straten en pleinen zijn genoemd (zoals Wilhelmina Drucker, Joke Smit, Mina Kruseman, Marga Klompé), maar ook vrouwen van wie de naam onbekender is, zoals Alexine Tinne, die de eerste Nederlandse vrouwelijke fotograaf was en de hele wereld bezocht, of Elisabeth Samson, die in de achttiende eeuw als zwarte vrouw een plantage bezat en slaven hield. Van Dam heeft een mooie keuze gemaakt, die genoeg herkenning oproept, maar ook interessante nieuwe verhalen ontsluit.
De prachtige tekeningen zijn van Marijke Klompmaker. Niet alleen zijn haar portretten treffend, maar haar vaak paginagrote illustraties spatten van de kleur, waardoor Iemand in het bijzonder óók een heel aantrekkelijk kijkboek geworden is.

146 pagina's, non-fictie, leeftijd: 10+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

donderdag 7 mei 2020

GOZERT - Pieter Koolwijk, met tekeningen van Linde Faas (Lemniscaat)

Als Gozert er is, is het leven van Ties een groot avontuur. Trollen moeten gevangen genomen worden, er verschijnen maaltijdmonsters op zijn bord, er moeten branden geblust worden en wilde dansfeesten georganiseerd. Alleen - Gozert is niet echt. Dat zeggen de volwassenen om Ties heen. Ties werpt tegen dat Gozert geen denkbeeldige, maar een onzíchtbare vriend is, maar de zaken lopen zo uit de hand dat Ties naar Huize Hoopvol wordt gebracht, waar hij therapie en medicatie zal krijgen. Met als doel: Gozert vergeten. Dat lukt wel én niet, en dat heeft weer met Luna te maken, een meisje dat al in de instelling woont, omdat ze stemmen hoort.

Gozert werd al behoorlijk geprezen, en daar sluit ik me volledig bij aan. Aan kinderromans kunnen vele eisen gesteld worden, maar als een verhaal én grappig én spannend én ontroerend is (en dat is Gozert), dan kan er niet veel meer fout. De gesprekken van Ties en Gozert zijn heel geestig, de opzet van het boek is bijzonder spannend: Ties wil Gozert niet kwijtraken, maar moet nou juist dát doen, en de manier waarop dat gebeurt (of niet gebeurt) legt een onderliggend verhaal bloot en dat is heel ontroerend. Pieter Koolwijk schreef niet alleen een bruisend boek, maar vooral ook een boek met een bodem eronder.

Om dit alles te staven nog een fragment - Ties praat met Luna over een ánder meisje dat volgens Ties niet op de afdeling met zware medicatie zou moeten zitten, alleen omdat ze gelooft dat ze uit de toekomst komt.

'Nou,' zei ik. 'Ze hoort daar niet te zitten. Ze is niet gek. Mensen moeten haar helpen om weer terug naar haar eigen tijd te reizen.'
'Maar zijn er wel mensen die haar geloven?'
'Ik...' zei ik. 'Ik geloof haar.'
Luna glimlachte. Het was de mooiste glimlach die ik ooit had gezien. Een glimlach die op een foto thuishoorde. Een foto in het woordenboek, bij het woord 'mooi'. 
'En zijn er ook mensen die jou geloven?' vroeg ze.

Spannend, grappig, ontroerend, dat zijn de kwalificaties die passen bij dit boek, ik zei het al. Maar het einde van het boek voegt daar nog iets aan toe. Dat maakt dat je na afloop nog een tijdlang verder wilt denken. Kan dit? Hoe zit het eigenlijk met 'echt' en niet-echt'? Gozert noopt tot grinniken, tot verder- en verderlezen én tot nadenken. Van een kinderboek valt niet veel meer te wensen.

254 bladzijden, leeftijd: 9+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier

woensdag 6 mei 2020

20 VRAGEN VOOR GLORIA - Martyn Bedford (Querido)

Twee meisjes van vijftien, vriendinnen, zitten te praten nadat een van hen een extreem avontuur heeft meegemaakt. Dit zegt degene die dat avontuur niet heeft meegemaakt:
'Luister, als je verliefd wordt op een jongen, word je een beetje zoals hij. En later word je weer jezelf.'

Als dat zo is dan heeft Gloria (degene die het avontuur heeft meegemaakt) nog een flinke weg te gaan. Ze is het dan ook niet met haar vriendin eens. Nou ja, gedeeltelijk wel - maar, denkt ze, 'Ik was verliefd geworden op Uman en ik was een beetje geworden zoals hij. Maar ik was ook een beetje mezelf geworden.'

Die gedachtes staan op de laatste bladzijden van 20 vragen voor Gloria. Daarvóór hebben we een verslag van Gloria zelf gelezen dat vertelt over wat er gebeurde nadat Uman plotseling haar klaslokaal in kwam lopen. De verliefdheid zoals die hierboven genoemd wordt is maar een klein onderdeel van het verhaal. Want, Gloria doet verslag aan de politie. Dat avontuur (waarbij ze bijna twee weken verdween) bevat vele nuances en Gloria/Bedford vertellen ons die precies en langzaam - terwijl het boek ook spannend blijft. Vooral in het begin (maar ook verder wel) overtuigen in dit boek vooral de levendige dialogen en de levendige details.
Uiteindelijk gaat deze Britse young adult natuurlijk over ontdekken wie je bent, over uitvinden welke aspecten en wensen er in je schuilen, maar het verhaal aan de hand waarvan dat gebeurt, is, mede door de geheimzinnigheid rond Uman, heel intrigerend.

20 vragen voor Gloria is wat onder de radar gebleven (het verscheen in 2016 en ook ik heb het dus een tijdje laten liggen), maar het bleek een behoorlijke goodread te zijn, die wel wat meer publiek had verdiend.

280 pagina's, leeftijd: 15+. Vertaler: Tjalling Bos.
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

maandag 4 mei 2020

KINDEREN MET EEN STER - Martine Letterie, met tekeningen van Rick de Haas en GROETEN VAN LEO - Martine Letterie (beide boeken: uitgeverij Leopold)

In het met een Zilveren Griffel bekroonde Kinderen met een ster (2016) vertelt Martine Letterie de verhalen van zes jonge joodse kinderen die in de Tweede Wereldoorlog naar kamp Westerbork moesten. Letterie doet dat in de vorm van korte episodes, meestal van een paar bladzijden, die afwisselend over een van de zes hoofdpersonen gaan. Ze koos daarvoor vaak heel dagelijkse gebeurtenissen, precies op kindermaat. Sinterklaasvieringen, bijvoorbeeld, of schoolbelevenissen. Maar het gaat óók over het uit huis gehaald worden, over het leven in de barakken, en over het thuiskomen na de oorlog, waarbij buren de belofte om goed op de spullen te passen niet heel letterlijk blijken te hebben genomen. Kinderen met een ster is een uitzonderlijk boek over de oorlog, omdat de focus op heel jonge kinderen ligt en de verhalen ook voor die leeftijd zijn. Dat is knap. De tekeningen van Rick de Haas brengen de kinderen heel dichtbij: ze zijn zo 'werkelijk' als de kinderen die hij tekent voor bijvoorbeeld de Mees Kees-serie of voor De Gorgels - en juist daarom voel je steeds: dit gaat over kinderen zoals we die nu ook kennen, zoals ze er altijd zullen zijn.

In 2013, drie jaar eerder dus, verscheen Groeten van Leo (ondertitel: Een kind in kamp Westerbork). Hij is een van de hoofdpersonen uit Kinderen met een ster, maar dit boek gaat helemaal over hem. Hij is de enige van de zes uit het voornoemde boek die de oorlog niet heeft overleefd. Dat maakt het lezen van Groeten van Leo tot een triestere ervaring, maar toch is het boek ongeveer voor dezelfde leeftijd (iets ouder misschien, in het boek beleeft Leo zijn achtste en negende verjaardag). Doordat door het boek heen foto's afgedrukt staan, en tekeningen die de echte Leo Meijer maakte, raakt het de lezer heel direct. Letterie heeft bovendien veel aspecten van zijn dagelijks leven sterk en betrokken uitgediept. Zo staat er bijvoorbeeld, als het gezin van Leo tijdens een razzia in de nacht van huis is gehaald: 'Vroeger, gisteren nog, dacht Leo dat er na acht uur niemand op straat was. Iedereen moet immers binnenblijven van de Duitsers. Maar dat is dus helemaal waar. In de nacht verdwijnen de joden uit hun steden en dorpen, en niemand zegt er iets van.'

Beide boeken, gemaakt in opdracht van Herinneringscentrum Kamp Westerbork, behoren voor kinderen én voor volwassenen tot de sterkste getuigenissen die de jaren veertig van de vorige eeuw naar de jaren twintig van onze eeuw brengen.

Kinderen met een ster:
88 pagina's, leeftijd: 7+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

Groeten van Leo:
106 pagina's, leeftijd: 8+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier



vrijdag 1 mei 2020

DONALD (Salamander, Querido) en ZE VERDRINKEN ONS DORP (Ploegsma, met tekeningen van Carl Hollander) - An Rutgers van der Loeff

Onlangs las ik mijn eerste An Rutgers van der Loeff-boek: Rossy, dat krantenkind. Ik was zo verrast door de durf, de stijl en de lichtheid van deze grote schrijfster - wat een schande dat ik haar niet kende - en schreef dat ik snel meer van haar zou lezen. Dat ben ik inderdaad gaan doen. Ik las de ontroerende jongerenroman Donald en het spannende kinderboek Ze verdrinken ons dorp.

Donald trekt meteen, vanwege het intrigerende omslag dat getekend werd door Thé Tjong Khing. We zien een spichtig jongetje in bed. Zijn gezicht in ingezwachteld en boven hem, aan de muur hangen drie posters van een baseballheld. Op de achterflap staat dat Rutgers van der Loeff op een van haar Amerika-reizen met de boot van een kreeftenvanger uitvoer, en vlak voor ze aan boord ging sprak ze vijf minuten met zijn vijftienjarig hulpje, Donald, die als klein kind zijn ouders bij een verkeersongeluk verloor en daarbij zelf verminkt raakte in zijn gezicht. Ze besloot zijn geschiedenis (die ze van de kreeftenvanger hoorde) op te schrijven.
Het werd een fantastische, vlotte, ontroerende novelle. Donald is een stoer jongetje, die van tehuis naar tehuis zwerft en in de zomers bij zijn oma logeert, die vroeger een beroemd filmster was. Zo maakt hij zowel het arme, berooide leven als het jetset-leven mee. Zijn idool is Dougy Williams, sportheld. Die hij ook echt ontmoet. Maar dan is het nog niet gedaan met de tuimelingen in Donalds leven, en dat alles schreef Rutgers van der Loeff uiterst zintuiglijk op, met gedurfde perspectieven (het boek begint bijvoorbeeld met een hoofdstuk vanuit de directeur van zijn internaat) en flitsende dialogen.

Die spattende gesprekken en dat ruwe, zintuiglijke leven vinden we ook terug in het al even geweldige Ze verdrinken ons dorp (met prachtige tekeningen van niemand minder dan Carl Hollander). Dit verhaal speelt in Saint Sylvestre, een verloren dorpje in het zuiden van Frankrijk en is óók op waarheid gebaseerd (Rutgers van der Loeff verbleef er een tijdje).
Iedereen uit het dorp moet verhuizen naar een hoger gelegen plek, want er is een stuwdam aangelegd en het daldorp zal in zijn geheel in het stuwmeer verdwijnen. De oude Pépé is een woesteling die zich hevig verzet. Hij is ook de grootvader van Leonie, Pierre, Jean Jacques en de jongste, de twaalfjarige Francine. Na de dood van hun moeder heeft opa hen en hun apathische vader in huis genomen. De kinderen weten niet of ze wel zo tegen dat verhuizen moeten zijn, maar Pépé brult zijn bezwaren elke dag uit. Er volgt zelfs een tocht naar Parijs, om met de president te gaan praten - die zal het onrecht tegenhouden, hoopt Pépé. Dat loopt natuurlijk allemaal anders, en er is een spannend plot waardoor je heel graag wilt weten hoe het afloopt - maar net als in Donald zijn het de dialogen, is het de échtheid van de personages, de filmachtigheid zelfs, waardoor het lezen van deze boeken niet lezen is, maar smullen.


Donald:
144 pagina's, leeftijd: 14+ en volwassenen
Dit boek is niet meer in de handel, maar is goed tweedehands te bestellen, bijvoorbeeld hier.  

Ze verdrinken ons dorp:
136 pagina's, leeftijd: 12+
Dit boek is niet meer in de handel, maar is goed tweedehands te bestellen, bijvoorbeeld hier

donderdag 30 april 2020

ZOEK! - Saskia Halfmouw (Leopold)

Botjes, daar begint alles mee. Ze staan op het schutblad van Zoek!, het tweede grote tekstloze zoekboek van Saskia Halfmouw na Zaterdag. Maar ook de allereerste plaat draait om de botten die de twee 'hoofdpersoonhonden' samen willen opgraven in het park. En dan zijn die botten dus weg. Wie heeft ze gejat?
De honden pikken meteen een geurspoor op en achtervolgen de dader, de daders of de daderes een boek lang. Het is een heerlijke zoektocht die de kijker door Zoek! jaagt, maar de geweldige volle platen (óveral honden en óveral baasjes) nopen ook meteen tot terugbladeren, tot opnieuw beginnen. Dat kan makkelijk, want de twee honden uit het begin hóéven helemaal de hoofdpersonen niet te zijn. We kunnen ook de papegaai volgen. Of de krijttekeningen. Of het ballen verzamelende piratenjongetje.

Of... de vele lezers. Op elke plaat is wel iemand een hondenboek aan het lezen, heel geinig. Ook filmposters zijn verhondst, net als kunstwerken, tentoonstellingen, fotowanden. En ondertussen groeit de stoet zoekende honden steeds maar aan.
De 'oplossing' is een onverwachte, maar toch logische. En de plaat ná de oplossing is ook goed gevonden. Oftewel: Zoek! is een lekker herbekijkbaar zoekboek. Ik ben in het echte leven helaas behoorlijk allergisch voor hondenharen, maar aan het universum van dit Halfmouwboek zou ik toch graag een bezoek willen brengen. 

32 pagina's, leeftijd: 3+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

woensdag 29 april 2020

HET BEEST MET DE KRACHT VAN TIEN PAARDEN - Lida Dijkstra, met tekeningen van Djenné Fila (Luitingh Sijthoff)

Eindigt een verhaal ooit? Dat is de laatste, en belangrijkste vraag die in Het beest met de kracht van tien paarden wordt gesteld. In elk geval is het zo dat de verhalen uit de Griekse mythologie altijd weer nieuwe adem lijken te scheppen, want het nieuwe boek van Lida Dijkstra vertelt over Theseus, die samen met dertien andere jongeren het doolhof van de Minotaurus binnengaat en er, met behulp van de draad van Ariadne, ook weer uitkomt.
Theseus vertelt ons in een heel directe, levendige manier van de afdaling, van de zoektocht en van de afloop. Daarbij is hij op een heel andere manier heldhaftig dan we van veel van de navertellingen weten. Ook een aantal van zijn metgezellen krijgt een heldere rol.
Tussendoor krijgen we, aan de hand van muurschilderingen in het doolhof, een aantal oudere verhalen opgedist, die niet alleen spannend en soepel verteld zijn, maar ook langzaam leiden naar de waarheid omtrent het leven van Theseus zelf.

Dijkstra heeft er, mede door de kleurrijke, robuuste tekeningen van Djenné Fila (hoogtepunt: haar paginagrote portret van de Minotaurus), een pittig en vloeiend geheel van gemaakt. Dat is haar ook wel toevertrouwd, ze deed dat ook al in De ring van koning Salomo en Verhalen voor de vossebroertjes.  
Het beest met de kracht van tien paarden (mooi uitgegeven, met leeslint) doet uitkijken naar een volgend fris Dijkstra-project. Want verhalen eindigen gelukkig nooit.

168 pagina's, leeftijd: 10+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het anders hier.

dinsdag 28 april 2020

JANE, DE VOS & IK - Fanny Britt & Isabelle Arsenault (Querido)

Er zijn meer verhalen over teruggetrokken kinderen die door een bepaalde gebeurtenis of ontmoeting de wereld langzaam open durven te doen - maar elk verhaal brengt toch weer zijn eigen ontroering mee.
Dat geldt in grote mate voor Jane, de vos & ik, een in Canada verschenen graphic novel uit 2012. Hélène is de hoofdpersoon en de eerste zin luidt 'Ik kan me vandaag nergens verstoppen.' Dat wil ze wel heel graag, aangezien er een enorm vriendschapsverraad plaats heeft gevonden: de meisjes met wie ze altijd speelde hebben opeens besloten dat Hélène er niet meer bij hoort. Ze pesten haar met haar gewicht, dat trouwens volkomen normaal is (zegt ook de dokter), maar Hélène is nu eenmaal gaan geloven dat ze te zwaar is. Ze schuilt in boeken, en met name in Jane Eyre. Ze ziet zichzelf, net als Jane, niet als voor het geluk geboren.
En dan komt alles nog eens extra op scherp te staan als ze op kamp moet met haar klas, wat een schreeuwende verschrikking wordt, compleet met nog meer gepest, met jongens die in haar oor boeren en een leiding die om van alles af te zijn keihard 'Feeling hot, hot, hot' gaat draaien.
Maar Jane Eyre loopt goed af. En Hélène ontdekt (door een vos, en door de ontmoeting met een nieuw meisje) dat dat ook weleens voor haar eigen verhaal op zou kunnen gaan.

De tekeningen van Isabelle Arsenault (die wij hier kennen van het prachtige Majoor Rosalie) zijn prachtig schetsmatig en prachtig precies, ze bezitten een weelderige waaier aan grijstinten, tonen van alles om, onder, tussen de tekst door en brengen leven in zelfs de minst belangrijke bijfiguren. Een verkoopster in een kledingzaak, met van die rinkelende armbanden, slaat haar handen ineen, grijnslacht en buigt haar bovenlichaam zo dat je meteen weet dat ze haar professionele zelf staat te acteren en straks, als die moeder en dat chagrijnige kind weg zijn, opgelucht gaat staan puffen. Ook de platen met kleur - die waarop Hélène haar lievelingsboek navertelt en die waarop de vos en de nieuwe vriendin verschijnen - bieden zoveel meer dan alleen kleur. Ze bieden uitzicht, opluchting en zon. Jane, de vos & ik is een vergaapboek.

104 pagina's, leeftijd: 10+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier. 

Dit boek werd vertaald door Arend Jan van Oudheusden. 

maandag 27 april 2020

DE ZEEROVERHOOFDVROUW - Leonie Kooiker (eigen beheer)

De onlangs op 92-jarige leeftijd overleden Leonie Kooiker publiceerde precies vijftig jaar kinderboeken. In 1970 was Het malle ding van bobbistiek haar eerste boek - ze kreeg er meteen de Gouden Griffel voor. Het zou ook haar beroemdste boek blijven. Haar laatste boek verscheen in 2010, in eigen beheer: De zeeroverhoofdvrouw.

Veel van Kooikers bevatten een speurtocht. Haar hoofdpersonen beleven een fijn, wensvervullend avontuur, ontdekken een diefstal of een ander onguur voorval. De meisjes en jongens uit haar boeken zijn vindingrijk, ondernemend, ze hebben vaak een goede band met hun opa's en oma's en er is vooral vaart en vrolijkheid.

Op de achterkant van De zeeroverhoofdvrouw schrijft Kooiker: 'In dit boek gaat het niet over zielige vluchtelingen, weggelopen ouders, pesten op school of andere narigheid. Het is gewoon een verhaal over een paar slimme jongens.' Hiermee positioneert ze niet alleen dit boek, maar, meen ik, ook haar schrijverschap: geen maatschappijkritische verhalen, geen zwaar gedoe, gewoon spanning en plezier voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Ik heb de schrijfster maar een enkele keer ontmoet, vlak vóór en vlak nadat ze gestopt was met schrijven. Ik kende haar dus niet goed, maar in die paar gesprekjes heb ik in elk geval opgemaakt dat ze volledig solidair met de kinderwereld wilde zijn. Dat blijkt ook uit De zeeroverhoofdvrouw: een relatief dun boek (92 pagina's) met toch een volledig vintage-Kooiker-plot.

Hoofdpersonen zijn Joost en Arthur, die een mevrouw met een lange neus en grote oren ontmoeten en fantaseren dat ze een heks is. Of misschien een vampier. Al snel blijkt dat de dame iets te maken heeft met de diefstal van een paar belangrijke schilderijen. Arthur en Joost helderen de toedracht van de misdaden op, of zoals Kooiker schrijft: 'Ze hebben net zo lang gedetectieft totdat alles was opgelost. En hoe ze dat deden was echt niet een spelletje en er komt ook geen tovenarij aan te pas. Nee, ze waren gewoon slim en ook dapper.'

Maar het aangenaamst aan dit boek is niet per se het buitelende speurdersverhaal - het is de stijl. Hier en daar doet Kooiker aan Wim Hofman denken (met name in de opsommingen). Het verhaal speelt zich voor een deel aan boord van boten af, en Kooiker heeft zichtbaar plezier in het beschrijven van alle watergeluiden en alle bootonderdelen. In de opgeruimde bondigheid van haar formuleringen lijkt dan juist weer de invloed van Paul Biegel merkbaar. Alles bij elkaar merk je vooral dat De zeeroverhoofdvrouw met veel vaart, maar ook veel pret tot stand gekomen is. Er valt dan ook regelmatig wat te grinniken. Hier bijvoorbeeld, in de beschrijving van zomaar wat mensen die bij een arrestatie staan te kijken:

De man met het hondje heeft de hele tijd toegekeken. Nu zegt hij: 'Die boeven. Ze worden steeds jonger. Hoe oud zijn jullie helemaal?'
Het hondje doet ook mee: 'Kef kef kef kef kef!'
Er komen meer mensen bij.
Een mevrouw met een rollator: 'Een jeugdbende. Nu maak ik het zelf eens mee.'
Een jongen met een stekelhoofd: 'Hallo.'
Een meisje met een paardenstaart: 'Wat een schatje.'
Een meneer met paardentanden: 'Wie bedoel je?'
Het meisje: 'Jou niet, bekkie.'
Een dame met haar tas: 'Is er iets aan de hand?'

Na Het malle ding van bobbistiek heeft Leonie Kooiker in Nederland nooit meer een prijs gekregen. Het is geweldig om te lezen dat ze desondanks vijf decennia lang monter, helder en dicht bij kinderen is blijven schrijven. Wie Kooiker wil herdenken moet natuurlijk haar eerste boek teruglezen - maar ik zou zeggen: doe ook dat laatste maar.

92 pagina's, leeftijd: 10+
Dit boek is niet meer in de boekwinkel verkrijgbaar. Misschien is het nog wel tweedehands te vinden, of in de bibliotheek.
  

vrijdag 24 april 2020

PIZZAMAFFIA SLAAT DOOR - Khalid Boudou (Moon)

In 2008 verscheen Pizzamaffia, een swingend jeugdboek dat het geweldig heeft gedaan en lezers bereikte die anders nog geen droog stuk papier aan wilden raken. In 2013 verscheen Iedereen krijgt klappen, al even goed, zij het wat donkerder - en vorig jaar verscheen Pizzamaffia slaat door, een min-of-meer-vervolg op Pizzamaffia.

Min of meer, ja, want je hoeft het eerste boek niet gelezen te hebben om dit nieuwe jeugdboek te begrijpen. Haas, een van de hoofdpersonen uit Pizzamaffia, is nu de pizzeria-eigenaar bij wie Hero (17 jaar, VMBO-er, wordt begeleid door een reclasseringsambtenaar) als bezorger werkt. Over Hero gaat dit tweede boek, en over alle anderen die bij de pizzeria werken. Overigens wordt Hero vrijwel nooit bij zijn eigen naam genoemd. Omdat hij op badslippers kwam solliciteren noemt zijn baas hem Slipper.

Slipper raakt na het bezorgen van een pizza in een asielzoekerscentrum bevriend met de Syrische Ziad. Die blijkt het vliegwiel van heel veel actie te zijn, omdat hij door de extreem-rechtse rauwdouwers van motorbende Horns of Europe beschuldigd wordt van het verkrachten van een meisje. Hoewel Slipper en zijn vrienden niet exact weten wat het verhaal van Ziad is, komen ze wel voor hem op, waardoor zowel een tomatenoorlog én een veel hardere klappenoorlog ontketend worden.

Zoals we van Boudou gewend zijn (we kennen hem ook van Het schnitzelparadijs) rag je als lezer door het boek. Er is, zoals gezegd, actie, er is plot, er zijn verrassingen, vooruitwijzingen en cliffhangers - maar er is ook veel humor. Het is genieten van de manier waarop de personages vertellen:
'Ik kende zulke buurtjes uit mijn foute zigzagperiode.'
'En zo kwam die pitbull, met een lap tong uit zijn lekkende bek, heel dicht bij het onderbeen van Ziad.'
'Serieus, wat leren ze ons nou op school? Laatst bij wiskunde moesten we zo'n gare parabool leren tekenen. Zo'n getekend condoom. Wat moet ik daarmee, wat moet ik met een parabool, baas Haas? Echt zjnoen. Kan ik daarin soms mijn kleren hangen of zo?'
'Ik strooi de heetste pepers in mijn scooters en ga de weg laten smelten.'
En zo gaat het door.
Na alle geweld is het einde overigens wijs en fijn - en dit, plus de taal, de actie, de rauwheid soms, de grappen, alles bij elkaar maakt dat Pizzamaffia slaat door opnieuw een sterk boek is dat heel, heel breed gelezen zal worden. 

224 pagina's, leeftijd: 14+
Koop dit boek (of het luisterboek) bij je lokale boekhandel, of bestel het anders hier.

donderdag 23 april 2020

DE GEMENE MOORD OP MUGGEMIETJE - Ted van Lieshout (Leopold) en BOER BORIS EN DE OLIFANT, KERSTMIS MET BOER BORIS en BOER BORIS, EEN PAARD VOOR SINTERKLAAS - Ted van Lieshout & Philip Hopman (Gottmer)

Kan een boek een moord plegen? En kunnen de letters in dat boek daar de dupe van zijn? Intrigerende vragen, die voortkomen uit de hoofdvraag uit de nieuwste Van Lieshout: wie heeft Muggemietje vermoord?
In een fijn rijmend begingedicht vliegt dat mugje namelijk het boek in en BAM - wordt geplet. Wie deed dat? De kinderen uit de klas waarin dit boek gelezen werd geven het boek zélf de schuld. Waardoor de letters in opstand komen, want nu staan ze voor straf op de plank, ongelezen, in het donker. De letters organiseren een heropening van het boek én een heropening van de speurtocht naar de brute (BAM!) moordenaar.
Deze nieuwe Van Lieshout is een grinnikboek, dat zowel familie is (in de vorm) van zijn vermaarde en bekroonde Ze gaan er met je neus vandoor, als ook (in de luchtigheid) van zijn Boer-Borisreeks, die hij samen met tekenaar Philip Hopman maakt.

De drie laatste verschenen delen daaruit zijn weer heerlijk. Uit 2018 stamde Boer Boris en de olifant, een geinig verhaal waarin Sam (het zusje van Boris) graag een olifant die aan is komen lopen op de boerderij wil houden, en hem dus als kip, koe, varken en schaap verkleedt. Dat biedt Philip Hopman fantastische mogelijkheden: de olifant als kip is een hoogtepunt uit dit boek.

Ook zo'n hoogtepunt is de tekstloze begrafenisspread middenin Kerstmis met Boer Boris (2018). Varken is gestorven en op de plaat zien we de rouwstoet: alle dieren lopen achter een de graafmachine van Boer Boris aan, die met een krans en lichtjes is opgetuigd, en voorafgegaan wordt door een paard met chique deken op de rug. De kist van varken is met bonte kindertekeningen versierd.

Grappig is het Sinterklaasboek van Boer Boris: Een paard voor Sinterklaas (2019). Sint vraagt Knol te leen, als invalpaard. Maar Knol moet eerst leren op daken te lopen. Dat leidt tot een oefensessie waarbij een vogelverschrikker als Sint wordt aangekleed en op de rug van Knol wordt gehesen. Hopman voegt er even verderop nog wat varkens aan toe, die met twee tegelijk op een koe geklommen zijn - en dan moet de scène van het op het dak hijsen van Knol (én koe) nog komen. Buitenseizoenlijk, deze twee laatste tips - maar te leuk om er niks over geschreven te hebben.

De gemene moord op Muggemietje:
80 pagina's, leeftijd: 8+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het anders hier.  

woensdag 22 april 2020

DOLFJE ONTVOERD! - Paul van Loon, met tekeningen van Hugo van Look (Leopold)

Het is bijna niet te geloven, maar Dolfje ontvoerd! is het eenentwintigste deel uit de Dolfje-Weerwolfje-reeks. Het éénentwintigste deel! Series die het zo lang volhouden zijn zeldzaam, maar series die een fris eenentwintigste deel hebben zijn dat zeker.

Natuurlijk zijn er de vaste elementen: hoofdpersoon Dolfje verandert bij volle maan in een weerwolfje, net als zijn vriendinnetje Noura. Dolfjes liefhebbende adoptieouders zijn van de partij (leuk detail blijft dat Dolfjes vader van ánders houdt en dus soms een jurk draagt), broer en beste vriend Tim, Dolfjes opa - en natuurlijk neef Leo, die altijd goed is voor vrolijke taalverkwanselingen: 'Leo begrijptst er geen mallemoersleutel meer van'.

Het verhaal is - zoals altijd - op een aangename manier spannend. Dolfje wordt dit keer ontvoerd door zijn biologische ouders, die geld aan hem willen verdienen. Als bewaker hebben ze een soort oger ingehuurd die Stronk heet (wellicht een kleine Van Loon-knipoog naar Roald Dahls Juffrouw Bulstronk?) - en natuurlijk wordt er een reddingsoperatie op touw gezet.

Maar het charmantst is - ook zoals altijd - Van Loons warmte. De hele reeks is een pleidooi voor vriendelijk zijn, voor vriendschap, voor liefde, en specifiek dit boek spiegelt die algemene waarden vooral in de boodschap dat geadopteerd zijn niets met wel of niet 'echt' zijn te maken heeft. Voeg daarbij de fijn-heldere tekeningen en de kleine absurde grapjes (bij aardrijkskunde moeten Dolfje en Noura bijvoorbeeld serieus leren waar Babyloniënbroek ligt) en je hebt - deel éénentwintig! - weer een vintage Van Loon/Van Look. Hulde aan de makers, aanstichters van heel, heel veel leeslol.

196 pagina's, leeftijd: 6+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.  

dinsdag 21 april 2020

ROTTERDAM - Georgien Overwater (Leopold)

Georgien Overwater liep een jaar rond in Rotterdam en schetste en tekende er. Het resultaat is een bont non-fictie-prentenboek, simpelweg Rotterdam getiteld.

Het feest begint al meteen op het voorste schutblad - daar zien we bekende Rotterdammers, van Lee Towers tot aan Loes Luca, van burgemeester Aboutaleb tot aan Piet Hein. De eerste spread laat het historische wijkje Delfshaven zien (ik woon er vlakbij, loop er vaak naartoe, en het is heel bijzonder dat opeens in een boek getekend te zien staan). Dat Overwater fijn en geestig mensen kon tekenen wisten we al jaren, maar dit boek toont vooral ook haar gebouwen. Die zijn bepaald indrukwekkend.

De tweede spread, met kerkjes, is daar een goed voorbeeld van. Begeleid door een korte geschiedenistekst zien we vervolgens gebouwen van voor en na de oorlog, we zien het Centraal Station, de Markthal (nieuw gebouw) en hotel New York (oud gebouw), de Maas en de Kop van Zuid, de havens, de musea (inclusief het nieuwe depot van museum Boymans-Van Beuningen), de kappers, Blijdorp, de marathon, het Feyenoordstadion, het zomercarnaval. Niets wordt overgeslagen. Een fijn boek, vooral door de blije kleur, het gekozen perspectief en de toffe mix van personages en gebouwen.

32 pagina's, leeftijd: alle leeftijden, maar ook 6+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.

maandag 20 april 2020

ROSSY, DAT KRANTENKIND - An Rutgers van der Loeff (Ploegsma)

An Rutgers van der Loeff-Basenau (1910-1990) is in de geschiedenis van de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur een van de allergrootsten en ik las nog geen enkel boek van haar - dat kan natuurlijk niet. De afgelopen dagen maakte ik dat goed, en met groot leesplezier en stijgende waardering las ik Rossy, dat krantenkind (1952). Niet haar bekendste roman (dat waren De kinderkaravaan uit '49 en Lawines razen uit '54), maar wel het boek dat al sinds de jaren zeventig in mijn ouderlijk huis aanwezig was, en dat zowel mijn broer (het was zijn cadeau) als ik nooit lazen - tot nu.

Rossy, dat krantenkind speelt in Amerika. Hoofdpersoon is Roswita, het veertienjarig oudste kind uit een gezin van acht (!), met een lieve, speelse vader en een lieve, bezorgde moeder. Het gezin is arm, Rossy doet het huishouden en zorgt voor de zeven andere kinderen, terwijl haar ouders zoveel mogelijk werken om alles draaiende te houden. Dat klinkt als een zorgelijk probleemboek, maar opvallend genoeg is het dat helemaal níét - er gaat van alle personages een bepaalde opgewektheid uit. Rossy, die naast het dagelijkse wassen en zorgen, ook nog een krantenwijk doet, droomt van dansen en vooral van een huisje in de rijke straat die ze dagelijks van kranten voorziet. Dat huisje komt er, door haar toedoen, maar dan begint het echte drama: het huis brandt af en Rossy raakt bij het uit de vlammen redden van haar jongste broertje ernstig gewond. Nog opvallender aan het boek: ook dán houdt het verhaal, naast alle tegenslag, een montere, warme toon. Dat is misschien wel het meest knappe aan dit boek: Rutgers van der Loeff gaat niets uit de weg, standsverschil, hypocrisie, hijgerigheid van de pers - maar alles wordt bijeengehouden door buitelende gezinstaferelen en schitterende dialogen. Dwars door alle ellende zijn de broertjes en zusjes échte kiftende broertjes en zusjes, zijn er de geweldige korte gesprekjes tussen de jonge vader en moeder, worden buren en vriendjes in een handomdraai geschetst - Rutgers van der Loeff was een flonkerende schrijfster.

Of het boek gedateerd is? Wat betreft soepelheid, humor en thema: allerminst. Het leest ook nog steeds razendsnel, en de fysieke, beeldende manier van schrijven maakt de historie bijna opsnuifbaar. Wel is het gebruik van sommige woorden gedateerd, zo wordt (in de druk die ik las, uit 1972) het n-woord vrijelijk gebruikt, iets wat in de jaren waarin dit boek ontstond normaal was. Rutgers van der Loeff plaatst haar verhaal in tijden van razende rassendiscriminatie. Het is niet het hoofdthema van het boek, maar wordt wel vaak aangeraakt, en het is dan overduidelijk aan welke kant Rutgers van der Loeff stond. Zie bijvoorbeeld dit gesprekje tussen Rossy's kauwgomkauwende jongere zusjes en Sammy, Rossy's zwarte schoolvriendje (als Rossy met haar brandwonden in het ziekenhuis ligt).
'Wat in het Zuiden?' vroeg Maria.
'Daar maken ze nóg meer onderscheid tussen blanken en mensen zoals wij,' zei Sammy.
De beide meisjes kauwden en bliezen om het hardst. 
'Rossy maakte nooit onderscheid,' zei Sammy dromerig.
'Rossy maakte wel onderscheid,' zei Maria. 'Zij vond jou de aardigste.'
Sammy zweeg. Toen zei hij: 'Wacht maar eens tot we groot zijn.'
Maria trok haar schouders op. 'Als ze jou het aardigst vindt, vindt ze jou het aardigst.'

Nee, ik las nooit eerder een boek van deze schrijfster, die net vóór grote namen als Miep Diekmann en Jaap ter Haar, furore maakte met goed gedocumenteerde, dappere, montere, heel on-Nederlandse boeken en in 1967 de Staatsprijs kreeg. Ik wil nu snel proberen haar overige werk te lezen en hoop waarlijk dat anderen dat ook zullen doen. Deze schrijfster verdient brede herwaardering, en Rossy, dat krantenkind is alvast een fantastisch begin.

192 pagina's, leeftijd: 12+
Bestel dit boek als e-book hier, of als tweedehands uitgave hier.     

vrijdag 17 april 2020

DE DAG WAAROP DE DRAAK VERDWEEN - Annemarie van Haeringen (Leopold)

Ik ben, zoals veel mensen, fan van het werk van Annemarie van Haeringen. Ik vind alles wat ze maakt mooi. Maar als ze dan weer eens wérkelijk weet te verrassen ben ik extra blij. De dag waarop de draak verdween is volgens mij een van haar beste boeken. Ten eerste vanwege de techniek: Van Haeringen tekende alles met BIC-pennen. Hoe opvallend: in dit boek mis je de (andere) kleuren niet. Daarbij: wat is dat BIC-blauw toch eigenlijk prachtig!

Ten tweede: de tekst. Hoofdpersoon van het verhaal is meneer Lóng. Hij is geboren in het Jaar van de Draak en stelt zijn hele leven in dienst van zijn grote hobby, zijn grote verlangen: draken. We zien prachtige verzamelplaten met al zijn drakenspeelgoed, we zien hoe zijn schaduw soms de vorm van een draak aanneemt, we zien zijn drakenvliegers, het huis dat meneer Lóng bouwt, dat natuurlijk de vorm van een draak heeft. Extra indrukwekkend is de volgekriebelde plaat van meneer Lóngs nachtelijke drakendroom. En er zijn zelfs drakenhaiku's! Maar dan...

Ten derde: maar dan... de afloop. Het verhaal is gebaseerd op een Zen-legende en eindigt op het moment dat meneer Lóng een échte draak op bezoek krijgt. Wat zal dat doen met zijn drakenliefde? De conclusie noopt om bij stil te blijven staan, om terug te keren naar het begin van het boek, naar het opgroeien van de kleine meneer Lóng en naar het opgroeien van zijn verlangen. Kan het niet anders aflopen dan op deze manier? En is dat vrolijk, of minder vrolijk? De dag waarop de draak verdween is een uitzonderlijke Van Haeringen - en de 'gewone' zijn al zo mooi!

32 pagina's, leeftijd: 5+, alle leeftijden
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.

donderdag 16 april 2020

BLAUWTJE - Lydia Rood (Leopold)

Voor de derde keer, na Survival en Niemands meisje schreef Lydia Rood over de inmiddels negentienjarige Liesbeth. In die twee eerdere delen was ze respectievelijk dertien en zeventien. Het eerste boek speelde tijdens een kamp, het tweede bestond uit de therapieverslagen na een suïcidepoging, en nu is er Blauwtje, dat een nog breder zicht biedt op Liesbeth.

Maar het interessante is: hoe meer we over Liesbeth lezen, hoe meer vragen er te beantwoorden zijn. In dit boek werpt Liesbeth zelf die vragen op. Blauwtje is één groot zelfonderzoek dat zich afspeelt tijdens een tiendelig kamp voor autistische jongeren, waar Liesbeth als begeleidster van haar stiefbroer Franta meegaat. Beer, Liesbeths geliefde, is de leider van het kamp. Voor een meisje als Liesbeth (ze doet een test die haar moeder haar toestuurt, waarin ze laag scoort op herkennen van emoties in gezichten) is het leren kennen van heel veel nieuwe leeftijdsgenoten aanleiding voor twijfel, voor vraagtekens, voor onbesuisde acties - en in Blauwtje is dat allemaal vastgelegd in één grote werveling van mails, brieven, schema's, notulen van vergaderingen, appconversaties, teksten op bierviltjes en op ongebruikte rouwkaarten.

Lydia Rood heeft er een orkaan van een boek van gemaakt. De lezer stuitert door het boek heen, peinst mee, holt mee, twijfelt mee - en daarmee is Blauwtje een fantastische opvolger van de vorige twee boeken, en als geheel zijn deze drie boeken met geen andere trilogie te vergelijken. Allemaal samen zijn ze één grote bonk op tafel.

320 pagina's, leeftijd: 15+
Bestel dit boek bij je lokale boekwinkel, of anders hier.