donderdag 29 oktober 2020

TIM DE KLEINE BOSWACHTER - Jan Paul Schutten & Tim Hogenbosch, met tekeningen van Emanuel Wiemans (Volt) - WONDERBOS - Medy Oberendorff & Jan Paul Schutten (Lannoo)

Onlangs verschenen twee bosboeken, min of meer tegelijkertijd, en ook al zijn ze bij twee verschillende uitgeverijen uitgekomen, met verschillende illustratoren, op een verschillend formaat, met een verschillende opzet en in een verschillend genre, toch zijn ze familie van elkaar, en dat komt door degene die voor beide boeken de tekst leverde: Jan Paul Schutten.

Tim de kleine boswachter is een heerlijk leesboek waarvoor de landelijk bekende Boswachter Tim (Hogenbosch) de verhalen en situaties leverde. Maar Jan Paul Schutten maakte er een warm en vrolijk fictieboekje van, met veertien hoofdstukken en evenveel avonturen, steeds fijn geïllustreerd door Emanuel Wiemans. Hoofdpersoon is kleine Tim, die samen met vriendinnetje Tippi dol is op het bos. Tims vader is boswachter, en dus mogen ze naar hartenlust in diepe plassen springen (zowel Tims vader als moeder doen mee), een gewond kauwtje in huis houden, een geheime hut bouwen en 's nachts het donkere bos in trekken. Het klein formaat boek is heel aantrekkelijk, en de liefde voor de natuur, maar ook de toegankelijke schrijfstijl en de grapjes bewijzen het leesplezier én het natuurplezier een heel goede dienst.

Dat Wonderbos familie is van dit boek blijkt uit alles wat vriendinnetje Tippi in het laatste hoofdstuk uit Tim de kleine boswachter tijdens haar officieuze boswachterexamen weet te vertellen. Ze móét haast wel Wonderbos gelezen hebben, want sommige weetjes vind je er bijna letterlijk in terug. Dat non-fictieboek heeft haar dan in eerste instantie vooral betoverd door de indrukwekkende, fascinerende grote zoekplaten in zwart-wit. Die luiden steeds een nieuw hoofdstuk in. Op alle platen vallen planten, struiken, bomen en dieren uit het bos te herkennen (een drietal dieren komt zelfs op alle platen voor). Wat volgt is een heldere opzet: eerst een inleidende tekst over de focus van het hoofdstuk, en dan een dubbele pagina met ongeveer zes kleinere stukjes, met illustraties in kleur.

Er valt veel te leren. Over parasieten die parasiteren op parasieten bijvoorbeeld, over de berichten die bomen elkaar ondergronds door weten te geven, over de superslaapjes ('torpors' genaamd) die muizen doen, over hoe bomen slapen (hun takken hangen 's nachts een paar centimeter lager!) en over nog zoveel meer. Aan het eind van het boek staat dan, voor de speurders, een overzicht van alle zoekplaten, waarbij je alle dieren en planten nog eens op kunt sporen. 

Twee geweldige bosboeken dus, die hoe verschillend ook, behalve hun schrijver nog één ding gemeen hebben: na het lezen ervan wil je er meteen op uit. 

Tim de kleine boswachter
128 pagina's, leeftijd: 7+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.
Wonderbos
76 pagina's, leeftijd: 9+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier

dinsdag 27 oktober 2020

MIJN VADER WOONT IN HET TUINHUIS - Jacques Vriens (Van Holkema & Warendorf)

We kennen Jacques Vriens van zijn historische romans, van zijn vrolijke boeken rond meester Jaap of de bende van de Korenwolf, maar óók van zijn realistische kinderboeken, waarin hij precisie combineert met toegankelijkheid, en serieuze zaken met warmte. Zo was er in 2017 het sterke Niet thuis en in 2018 het geweldige Code Kattenkruid (beide boeken kregen volgens mij te weinig aandacht van recensenten en prijsjury's). En nu is er dan Mijn vader woont in het tuinhuis

Hoofdpersonages zijn achtstegroepers en tweelingkinderen Lara en Joeri. De hoofdstukken worden beurtelings vanuit hen verteld, waarmee Vriens mooi kan laten zien hoe verschillend ze zijn: Lara streeft naar harmonie en Joeri lukt het maar niet om tot tien te tellen wanneer hij een 'woedeaanvalletje' heeft. Zowel die harmoniezucht als de woede zijn logische reacties op wat hen overkomt: hun ouders gaan scheiden. Het boek vertelt over alle aspecten van de eerste maanden na zo'n bericht (vader gaat ergens anders wonen, mediatie, de hoop op verzoening, toch weer de ontploffing, het verdriet bij beide ouders, het getouwtrek om de aandacht van de kinderen en ook om bepaalde spullen). Vriens verhult niets maar hij zou Vriens niet zijn als het boek toch vooral ook bemoedigend is voor de kinderen zélf. (En als er - bonus - weer heerlijk levendige vintage-Vriens inkijkjes in de dagelijkse gang van zaken op school langskomen).

Wat me daarnaast ook zo bevalt is de frisheid van Vriens' schrijven. In één enkele zin tovert hij een volledige situatie op zijn plek, kijk bijvoorbeeld eens naar de conclusie van de hieronder geciteerde alinea, waarin Lara en Joeri voor het eerst van hun ouders horen dat die uit elkaar willen:

'En ze riepen ook nog dingen als: co-ouderschap, medie-jeter of zoiets, ouderschapsplan en bezoekregelingen. Alsof ze een prullenbak met rare woorden omkeerden. Volgens mij hadden ze er nog niet zo goed over nagedacht en alleen maar tegen elkaar gezegd: "We houden ermee op."
Het was net een spreekbeurt die ze slecht hadden voorbereid.'

Zo'n zin is onverslaanbaar en maakt alles meteen helemaal duidelijk. Die concentratie houdt Vriens in het hele boek vol en daarmee is voor mij Mijn vader woont in het tuinhuis een boek waar hij nu eindelijk weer eens een keer een Zilveren Griffel voor zou moeten krijgen. 

144 pagina's, leeftijd: 10+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel of bestel het hier.

zondag 25 oktober 2020

WAAROM HET NOOIT BANANEN REGENT - Daniel Billiet, met tekeningen van Paul Verrept (De Eenhoorn)

De administratie: deze verzameling bevat drieënnegentig gedichten, samengesteld uit de zeventien eerdere dichtbundels van Daniel Billiet, aangevuld met veertien nieuwe gedichten. Paul Verrept maakte er nieuwe tekeningen bij, deed ook de prachtige vormgeving, en verder is het boek helder ingedeeld, met een inleidings- en een uitleidingsgedicht en daartussenin negen thematische afdelingen, met titels als 'Denkend aan de school' en 'Vriendjes en liefjes.' Samengevat: dit boek biedt een staalkaart van Billiets beste werk en is tevens een fantastische aanleiding om zijn poëzie al dan niet opnieuw te ontdekken.

De gedichten variëren enigszins in moeilijkheidsgraad, maar globaal kun je zeggen dat ze vanuit kinderen van een jaar of elf, twaalf geschreven zijn. Billiet grossiert in observaties van de bijzondere alledaagsheid. Dat valt al te zien aan de allereerste zinnen:

'In bed voor je jarig bent
wikkel je al met veel plezier
de dag van morgen uit papier.' 

Dat prachtige inleidingsgedicht, met de titel 'Jarig' benoemt precies hoe een kind zich voelt op de avond voor zijn of haar verjaardag, maar wikkelt dat gevoel in schitterpapier - want het gedicht eindigt zo:

'De slaap spant een strik
met sterren rond de doos van de nacht.
Je feest houdt voor jou de wacht.' 

Of het gevoel dat een ongedurig kind kan hebben als het steeds nog maar geen tijd is om naar huis te gaan (dit gedicht citeer ik hier in zijn geheel):

Het laatste uur

De juf plant vlinders
van krijt op het bord.
Die moeten wij verplanten
naar ons schrift.
 
Het is niet tof.
De zon is zoveel groter dan wij
en mag toch de hele dag buiten
spelen. Of hier binnen
vlinderen met lichtspotjes stof.
 
Het uur duurt uren.
Is de schoolbel de tel kwijt?
De vlinders uit mijn hand
groeien tot gieren.  

Prachtig. Dat subtiele rijmen (tof/lichtspotjes stof, schoolbel/tel), het spelen met het woord 'vlinders', de grimmige alliteratie in de laatste regel (groeien-gieren), een zin als 'het uur duurt uren', maar ook een helder zinnetje als 'Het is niet tof' tussendoor, dat als een helder punt ruimte geeft aan de metaforen om zich heen. Heel sterk! En zo is er veel meer glinsterends te vinden in deze verzamelbundel. Billiet is back.  

138 bladzijden. Koop dit boek in je lokale boekhandel, of bestel het hier (Vlaanderen) of hier (Nederland).

zaterdag 24 oktober 2020

GRAPMAN, HELD MET HUMOR - Tjibbe Veldkamp & Kees de Boer (Querido)

Als ik me sommige kinderen voor de geest haal uit de klassen die ik (lang geleden) lesgaf, of sommige kinderen voor me zie uit de klassen die ik bezoek (recenter dus), dan zou ik willen dat ze allemaal dikke boeken met veel nuance en beschrijving lezen, maar het lukt ze gewoon niet. De conclusie voor sommige kinderen is vaak: niet lezen of met tegenzin lezen. En daarom ben ik zo blij dat er boeken als Grapman gemaakt worden. Grapman is een boek met veel beeldwerk in kleur, met snelle grappen en rennende verhaallijnen, met hyperfantasie en gooi-en-smijt-absurdisme, in het spoor van De waanzinnige boomhut en Dogman

Maar dan dus gemaakt door Tjibbe Veldkamp en Kees de Boer. Samen zijn ze al befaamd door bijvoorbeeld hun Agent en Boef-reeks, en met Grapman stappen ze in een nieuwe serie (aan het eind van deel één wordt deel twee al aangekondigd, dus we weten dat het een reeks wordt). De Grapman uit de titel is Nik, en zijn 'trouwe helper die oneindig veel slimmer is dan de superheld zelf' is Noor. Die twee hebben flink te lijden van een slechterik van een leerkracht (meester Nietje) en ze belanden door hem zelfs in een heel andere tijd. Nik probeert zich uit alle situaties te redden door het vertellen van nogal slechte grappen ('het is groen en het gaat op en neer - een broccolift'), wat natuurlijk meestal misgaat. De lezer heeft lol, want die weet méér, en daarbij is er altijd vaart en kleur en een perfecte samenwerking tussen Veldkamp en De Boer (je kunt zien dat die twee precies weten wat ze aan elkaar hebben).

Aan het einde van het boek zijn er dan ook nog wat doe-activiteiten (strips waarbij de lezer de tekst mag invullen, bijvoorbeeld), en de grappen gaan tot op de achterflap door. Heel verzorgd dus allemaal, want het maken van zo'n onserieus doorleesboek vereist serieuze kennis en serieus aanvoelen - wat bij dit Grapmanduo, geholpen door vormgever Roald Triebels, helemaal goed zit.

176 pagina's, leeftijd: 7+, koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

woensdag 21 oktober 2020

HELE VERHALEN VOOR EEN HALVE SOLDAAT - Benny Lindelauf, met tekeningen van Ludwig Volbeda (Querido)

Vijf jaar hebben we moeten wachten, maar nu is de opvolger van Hoe Tortot zijn vissenhart verloor er dan eindelijk: Hele verhalen voor een halve soldaat. Dit nieuwe boek vertelt wat er vóór de gebeurtenissen uit Tortot plaatsvond. In dat boek leerden we het twaalfjarig ('halve') soldaatje kennen dat het hart van een door oorlog verstokte veldkok open wist te wrikken. Dit nieuwe boek vertelt over de vijf oudere broers van dat jonge soldaatje, die een voor een opgeroepen worden om de oorlog in te gaan. Ze komen langs een grenspost, waar ze de eenzame wachter niets aan te bieden hebben, behalve dan elk een verhaal. We lezen de afzonderlijke verhalen van de broers, maar ook, uiteindelijk, dat van de wacht zelf.

Daarmee is Hele verhalen voor een halve soldaat een epos dat aanhaakt bij klassieke boeken als Verhalen uit 1001 nacht en Paul Biegels Het sleutelkruid, waarin verhalen iets moeten tegenhouden of juist bespoedigen. Ik moest ook denken aan Biegels Laatste verhalen van de eeuw, wat een meer reguliere verhalenbundel is, maar wel, net als Lindelaufs boek, het idee oproept dat deze auteurs (in dit geval: Biegel en Lindelauf) hele werelden in hun achterhoofd ter beschikking hebben en dat daaruit vertellingen opschieten die als wáár aandoen, als oud en waar. 

Deze nieuwe Lindelauf is in elk geval weer overrompelend en overtuigend. Wat er ook aangenaam aan is, althans, dat vind ik, is dat het een boek is dat een beetje opengekrabd moet worden. Ik bedoel: het is geen Disney. De beelden roepen een verre werkelijkheid op, die zich langzaam openvouwt voor het gezicht van de lezer. De beloning is groot, en het is lastig aan te wijzen welke verhalen favoriet zijn (al heb ik wel zeer genoten van het verhaal van het marionettenmeisje en dat van de jongen en de witte wolf).

De beelden van Ludwig Volbeda bekleden het boek met krachtige vergezichten. Door Volbeda waait er op elke bladzijde zand door de tekst, vermoed je overal bekrabbelde envelopjes aan te treffen en kun je zomaar van een wolvenmasker schrikken. De prachtige woestijnspreads roepen zelfs geluid op: je hoort het huuuuuu van een avondlijke storm. Op andere brede platen knijp je je ogen toe om in het diffuse Ludwiglicht een eenzame wandelaar te ontwaren. 

Dat alles, tekst en beeld, geplaatst in de sterke vormgeving van Herman Houbrechts, werkt mee aan opnieuw een zintuiglijke, authentieke leeservaring. En dat is wat we willen van een boek. 

280 bladzijden, leeftijd: 12+, koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier

   

zaterdag 10 oktober 2020

ROTKAT - Janneke Schotveld & Milja Praagman (Querido)

Er is een nieuw kinderboekfiguurtje aangekomen in Tijgerlezenland: Rotkat. Deze stoere kat met ooglapje (ooit verloor hij een oog bij een gevecht met meeuw Mohammed, die overigens sindsdien zijn beste vriend is) is verzonnen door Janneke Schotveld en we leren hem dus kennen in het nieuwste deel van de serie Tijgerlezen, boeken voor beginnende of tegenstribbelende lezers, zonder AVI-niveau, maar met lol of spanning. 

Met die lol zit het in Rotkat wel goed. Met zwier begeeft deze vrije kater zich door het leven. In dit boek beleven we één dag met hem mee, een dag waarin hij onverschrokken door het verkeer rent, een elegante meisjespoes ontmoet (Mimi) op wie hij meteen verliefd wordt, maar waarin Rotkat ook zijn ergste vijand ontmoet: de kattenvanger. Meeuw Mohammed is een toffe bijfiguur, en het laconieke commentaar van Rotkat bij alles wat hij doet neemt je in voor deze schelm.

Een grote troef van Rotkat zijn de tekeningen. Milja Praagman heeft zich overduidelijk geamuseerd bij het verbeelden van de scènes uit het leven van Rotkat. Allereerst is daar al de keuze voor zijn vacht: Rotkat is helgeel, met rode strepen. Daarmee springt zijn beeltenis van de pagina's af. Omdat Praagman er vaak voor kiest om de rest van de tekening in niet-ingekleurde lijnen te maken, stuurt ze de blik van de lezer heel effectief. Overigens is er nog wel meer kleur: de kattenvanger is van een koel blauw en het bazinnetje van huispoes Mimi (nou ja, de júrk van het bazinnetje) van een voluptueus roze. Zo zijn de taferelen die Milja Praagman samenstelt stuk voor stuk oogverwenning. Rotkat is aldus een heel fijne Tijgerlezen-entree van dit duo (dat natuurlijk al samenwerkte voor Avonturen van de dappere ridster), en hopelijk komt er meer!

 64 pagina's, leeftijd: 6+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier

woensdag 7 oktober 2020

IN VUUR EN VLAM - Pim Lammers, met tekeningen van Silvie Buenen (Zwijsen)

Soms heb je maar een heel, heel beperkt aantal woorden en letters nodig om toch een krachtig verhaal te vertellen. Pim Lammers, die denderend de kinderliteratuur binnenkwam met bijvoorbeeld Het lammetje dat een varken is, De boer en de dierenarts en Hoe beroof je een bank?, doet het in het kleine boekje in vuur en vlam (geen hoofdletters, want het leesniveau van dit 'eerste lezertje' is M3) enkel met eenlettergrepige woorden. Maar wat een goed verhaal!

De brandweermeisjes Pip, Loes en Tes worden de hele tijd gebeld door dezelfde persoon: Tim. Het begint bij een man die hij in een boom zag zitten. De man (Rik) durft er niet meer uit. Daarna is er brand vanwege een vlam in de pan. En tenslotte worden de meisjes gebeld omdat Tim een ring in het meer heeft laten vallen - de ring... die voor Rik bedoeld was. Want dat zagen we halverwege het boek in de tekeningen: Tim en Rik stonden inmiddels hand in hand. En dan is opeens de titel van het boekje in plaats van letterlijk óók figuurlijk op te vatten.

Daarmee is in vuur en vlam een voorbeeld van hoe zo'n eerste leesboekje kan (en moet) zijn: niet alleen maar min of meer samenhangende zinnetjes die een min of meer samenhangend verhaal vormen waarvan je hoogstens kunt zeggen: oké, de technische leeseisen zijn gevolgd, maar een verhaal dat grappig is, dat fris is, en dat meer is dan alleen de en-toen-dit-en-toen-dat-inhoud. Kortom: literatuur.

32 pagina's, leeftijd: 6+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.    

dinsdag 6 oktober 2020

ALTIJD DICHTBIJ - Mark Janssen (Lemniscaat)

Een jongetje stroomt over van gemis. Zijn oma is er plotseling niet meer en ze heeft hem voor ze stierf gezegd dat ze dichtbij hem zal blijven, en dat hij dat juist als hij haar het meest mist zal voelen. Maar na een diepe duik in het Meer van Pokhara weet het jongetje niet hoe hij dat wat zijn oma bedoelde ook werkelijk moet vóélen. Dat leren voelen van de nabijheid van een geliefde dode is het onderwerp van dit unieke prentenboek: de tekenen ervan leren zien en er troost uit leren putten. 

Uniek is het adjectief dat al een tijd past bij het werk 2.0 van Mark Janssen. Met Niets gebeurd (2016) nam hij als het ware zijn eigen duik in het Pokhara-meer. Zijn palet is exuberant kleurrijk geworden, zijn kleurvlakken vloeien vrijer, de contrasten zijn gedurfder, er is pret, er is diepte. Bovenal is Janssen zijn eigen verhalen gaan vertellen.

Maar Altijd dichtbij is binnen dat ontketende werk een nieuwe ontketening. Janssen deed het idee op tijdens zijn reis naar Nepal. Het knappe aan het verhaal is, vind ik, dat het thema zwaar is, maar dat het toch een boek voor kinderen is gebleven. Kinderboeken over de dood kunnen lijden aan hermetiek, aan het ontbreken van een toegang op kindermaat, maar daar is hier geen sprake van. 

Dat komt in hoge mate ook door de tekeningen. Die zijn breed en uitnodigend. In zwart-wit (geen moment mis je hier kleur) schetst, plaatst, arceert Janssen de decors waartegen het jongetje stap voor stap zijn levensontdekking doet. Jungle, tempel, meer, stadsdak, sterrenhemel: je raakt er niet op uitgekeken. De stijl lijkt zowel die van Thé Tjong-Khing ten tijde van Kleine Sofie en Lange Wapper te eren, als soms ook dat wat Philip Hopman deed in boeken met tekst van bijvoorbeeld Hans Hagen en Bibi Dumon Tak. Maar het zijn slechts historische knikjes naar hen toe: Janssen is volledig Mark Janssen en neemt met dit boek zelfs een verbluffende nieuwe afslag op zijn eigen route. Het is fascinerend dat we zijn vrijheidstraject jaar na jaar zo mogen blijven volgen. Met Altijd dichtbij heeft hij aan dat traject een prachtige voorlopig hoogste piek toegevoegd.

32 pagina's, leeftijd: 5+. Koop dit boek in je lokale boekhandel, of bestel het hier

zondag 4 oktober 2020

DICHTER. gedichten voor kinderen van 6 tot 106: de nieuwe canon - Diverse auteurs (Plint)

De onlangs uitgekomen editie van het tijdschrift voor nieuwe kinderpoëzie, DICHTER., is de zeventiende. Elke keer weer publiceert de redactie een wijde waaier aan nieuwe gedichten, altijd gegroepeerd rond een overkoepelend thema. Meestal is dat thema vrij abstract, maar dit keer kregen de dichters een strakke opdracht: schrijf een gedicht bij de vijftig belangrijkste gebeurtenissen uit de vaderlandse geschiedenis (zoals die vastgelegd zijn in de nieuwe canon). Van veenmeisje Trijntje tot en met 'het oranjegevoel', alles vond zijn plek, en alles vond zijn verdichting. Natuurlijk doet het ene gedicht de lezer meer dan het andere, maar wat knap is: hoewel de opdracht gelimiteerd was werd dit een van de beste DICHTER.-edities. Hulde dus aan de redactie en de makers. Ook het beeld is goed verzorgd: Mia Goes, hoofdredacteur, legt uit dat voor deze aflevering gezocht is naar archiefmateriaal uit musea en beeldbanken. Alles bij elkaar ziet het er sterk uit.

Maar de poëzie verrast het meest. En natuurlijk sprongen daar voor mij enkele gedichten bovenuit. Dat van Kees Spiering bij 'kolen en gas' bijvoorbeeld, over hoe een aardbeving voelt: 

[...] Je kijkt naar de akker
naast de tuin, misschien de nieuwste reuzenmachine
van boer Tonkens of Janssen en dan trilt de tafel niet
beweegt de soep niet in de borden, maar
voelen je voeten het kolken in de aarde en dan 
de knal, alsof iets honderden kilo's zwaars
van wolkhoog op een houten vloer valt. Honden
zo ver je kunt horen. [...]  
 
Een fantastische inzending is er van Bette Westera, die over Annie M.G. Schmidt schrijft en het schaap Veronica, de dominee, de dames Groen samen met nog andere personages uit haar werk op bezoek bij Annie's graf laat gaan. Een heerlijk vers is het gevolg, volledig in Het schaap Veronica-stijl.  

Ook sterk: het gedicht dat Saskia van der Wiel bij het Kinderwetje van Van Houten (kinderarbeid) schreef. In een voortjakkerend gedicht, zonder leestekens of hoofdletters, voel je de fabrieksmachines doordenderen. Het eindigt hoopvol met een omschrijving van hoe het is om naar school te mogen:

[...] 
we leren hoe groot de wereld is vol mensen die dingen
ontdekken vreemde beesten landen bergen steden treinen
woestijnen sterren de zee dat past allemaal in je hoofd
[...]
 
Redactielid Hans Kuyper moet apart genoemd worden: hij nam maar liefst vijf onderwerpen voor zijn rekening, en elk van zijn gedichten is goed. Vooral zijn verhalende, middeleeuse-ballade-achtige vers over Maria van Bourgondië is een kleine triomf. Wanneer komt er een dikke verzameling van zijn gedichten uit? En dan is er ook nog een fijn kort vers van Remco Ekkers over Karel de Grote, en het geweldige gedicht van Joke van Leeuwen over Sara Burgerhart - waarlijk, koop deze editie van DICHTER. Je hebt er een sterke dichtbundel aan.
 
130 pagina's, koop dit boek bij je lokale boekhandel of bestel het hier.