maandag 16 maart 2020

DE KOUDSTE WINTER - Tine Mortier & Alain Verster (De Eenhoorn)

Wie van het werk van Alain Verster houdt (en dat doe ik zéér) zal volledig smelten als zij of hij de prenten in De koudste winter bekijkt. In dit mooi uitgegeven boek met liggend formaat krijgen zijn paginagrote taferelen veel ruimte. We zien een melancholisch jongetje dat samen met een oude man (zijn opa, waarschijnlijk) ingesneeuwd raakt in een klein huis. Omdat in het verhaal steeds gesproken wordt van 'de jongen' en 'de oude man' - zonder hun namen te noemen - is het aan de tekenaar om de hoofdpersonen dichterbij te brengen. Verster koos voor een aandoenlijk jongetje, waardoor we toegang krijgen tot niet alleen zijn uiterlijk, maar ook zijn gevoelens. Dat begint al op het omslag, waar we de jongen van achter het raam naar buiten zien staren en gaat meteen verder op de eerste prent, waar we hem in zijn kamertje op bed zien zitten, maar waarop we ook zien dat hij van strips houdt, dat hij dinosaurusspeeltjes heeft en tekeningen van paarden heeft proberen te maken. Het ietwat dystopische verhaal, dat met zeer poëtische en uitnodigende taal geschreven is, waardoor de lezer zelf veel mag invullen, krijgt door Versters details (met veel aangename rood- en oranjetinten) een geruststellende warmte mee. Hadden we bijvoorbeeld het vrolijke roodborstje op de titelpagina, dat op drie prachtig versierde theekopjes balanceert, wel opgemerkt?
Dat roodborstje krijgt een belangrijke, bevrijdende functie in het verhaal, maar pas nadat we begrepen hebben dat de jongen flink gepest wordt, behoorlijk eenzaam is, dat er een hond overlijdt en dat de sneeuw zo hoog opgetast raakt dat die meer als een winterse aanval dan als een winterse bui wordt ervaren. Het rijke van dit boek zit 'm in het feit dat het verhaal zich niet meteen prijsgeeft, en dat Mortier schrijft voor de dromers. In combinatie met de passende, maar ook liefhebbende beelden van Verster levert dat een bijzonder boek op.

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier

zondag 15 maart 2020

ONMOGELIJK BLAUW - Kate DiCamillo (Lannoo)

Onmogelijk blauw is het zelfstandig te lezen slotstuk van de trilogie van Kate DiCamillo die begon met Neem mijn hand en vorig jaar verderging met De vloek van de vliegende olifantes. Die boeken draaien om de drie vriendinnen Raymie (boek één), Louise (boek twee) en nu Billie.

Billie (14) heeft haar hond Flappy moeten begraven. Daarmee valt haar geluk weg. Ze verlaat op de eerste bladzijde van dit boek haar weinig zorgzame moeder en vertrekt naar een kustplaatsje een eind verderop. Daar maakt ze in hoog tempo - en behoorlijk bokkend, want het is een stug meisje, die Billie - kennis met allerlei mensen die stuk voor stuk het beste van hun leven proberen te maken. Ze krijgt werk in een visrestaurant, waar ze de verhalen leert kennen van zowel de eigenaar als Doris, Charles en Freddie, die in de keuken en de bediening werken. Billie krijgt onderdak bij de oude mevrouw Jola Jenkins, die in een oude, wiebelige caravan woont, met een dikke kat die voor niemand aandacht heeft, behalve voor Billie. Tenslotte leert ze er de bezoekers van het buurtwinkeltje kennen, en vooral de jongen die er werkt, Elmer, die ook zijn eigen beschadigde verleden heeft, maar ontsnapping vindt in de kunstgeschiedenis.

Onmogelijk blauw is misschien wel het beste boek van DiCamillo, schreef de New York Times, en dat zou best waar kunnen zijn (hoewel we natuurlijk prachtige kinderromans van haar kennen als Op de rug van de tijger en De zomer van Winn-Dixie.) Maar Onmogelijk blauw (oorspronkelijke titel: Beverly, right here) is zo'n boek dat als een stralende film aan je voorbijtrekt. Dat verdriet mengt met stralend geluk. Waarin personages voorbijkomt die in één, twee bladzijden geschetst worden en die je toch helemaal denkt te kennen. Het is een boek dat doet denken aan de beste Engelstalige kinderboeken uit de geschiedenis, zoals bijvoorbeeld die van Marilyn Sachs, die van E.L. Koningsburg, die van Betsy Byars vooral. Het is een hartverwarmend boek om in één keer uit te lezen - wat ik dan ook deed.

Dit boek is vertaald door Harry Pallemans. Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.

dinsdag 10 maart 2020

EEN HUIS VOL VRIENDEN - Pieter Gaudesaboos & Lorraine Francis (Lannoo) - KLEIN VERHAAL MET EEN HART - Pieter Gaudesaboos & Elvis Peeters & Nicole Van Bael (Lannoo)

De Vlaamse kunstenaar Pieter Gaudesaboos is te weinig bekend in Nederland. Zo kreeg hij nog geen Penseel of andere illustratieprijs. dat is vreemd. Hij bouwde al een bijzonder oeuvre op, met spannende collage-boeken als Toen oma plots verdween, met een ver doorgevoerd raadselboek over een verdwenen kindsterretje, Briek, een megaformaat-prentenboek als Tommie en de torenhoge boterham, en ook onlangs waren er weer nieuwe boeken. Boeken met een twist, zoals altijd, die samen - opnieuw - prachtig Gaudesaboos' veelzijdigheid laten zien.  

Het meest 'gangbare' van de twee is het fijne Een huis vol vrienden, een tweede 'dierentuinboek' na Mijn huis staat in de dierentuin. Dat eerste deel bevatte tekst van Sylvia Vanden Heede, dit tweede is met tekst van Lorraine Francis.
Een huis vol vrienden is een fijn zoekboek. Het verhaal draait om Sam die een mooi huis voor zijn vrienden bouwt. Allerlei dieren helpen mee, en dus zien we poedels een tuin aanleggen, een nijlpaard sinaasappels uitpersen en een buffel de boel versieren met glitter. Bij elke spread krijgen we kijksuggesties ('Zie jij de aap met de koksmuts?'), en achterin staan er zelfs nog meer. De grote, drukke wemelplaten zijn een genot. Het tekenplezier spat ervan af, en de details zijn geinig en rijk.

Klein verhaal met een hart is een totaal ander boek. Hier zijn de illustraties spaarzaam, het zijn bijna vignetten geworden, op een verder leeg, wit blad. Het hoofdpersonage is een jonge vrouw (in de tekeningen afgebeeld als een nijver miertje), die haar kindje heeft afgestaan ter adoptie en zich nu afvraagt hoe het met het kindje gaat. Haar hart klopt nog altijd een beetje in het ritme van het kind, en het hele boek is aan hem of haar gericht - want misschien wil het kindje zijn biologische moeder nog wel eens zien? Gaudesaboos, die zelf adoptievader is, heeft het prachtig spaarzaam gehouden. De tekst is helder en de tekeningen zijn dat ook, maar ze bevatten toch genoeg kleur en detail om rondom het miervrouwtje een hele achtergrond op te bouwen. Een heel leven eigenlijk - knappe prestatie in een boek met zoveel witruimte en met zo'n volwassen, serieus onderwerp.

Bestel deze boeken bij je lokale boekhandel, of hier


vrijdag 6 maart 2020

RAAR - Mark Janssen (Lemniscaat)

Mark Janssen zette weer een volgende stap op zijn prentenboekenpad - een pad dat sinds Niets gebeurd bestaat uit bonte, sterke, toegankelijke, originele boeken. Raar is de nieuwste aanwinst.
Op de eerste bladzijden doet Janssen iets heel slims, hij voert een paar dieren op die tegen een spiegel aan lopen en vervolgens besluiten die spiegel in het boek te plaatsen - precies op het midden van de pagina. Inception in een prentenboek! Janssen gebruikt die vertelmagie met de grootste vanzelfsprekendheid, waardoor het meteen aanvaardbaar is.
Daarna zien we allerlei dieren die zich in de spiegel gaan bekijken. Elke spread schuimt van het plezier. Ik weet niet wat mijn favoriete dier-dat-in-de-spiegel-kijkt is, misschien de octopus? Of het nijlpaard? Ook het einde van het boek is prettig verwarrend, zonder dat het te ingewikkeld wordt. En dus is Raar opnieuw een Janssen met klassiekerpotentie.  

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.

woensdag 22 januari 2020

ALLEMAAL ONZIN - Paul van Loon, met tekeningen van Hugo van Look (Leopold)

Het nadeel van grote, bekende en succesvolle series kan zijn dat de ándere boeken van een schrijver minder aandacht krijgen. Ik weet niet of dat per se het geval is met Dolfje Weerwolfje en Paul van Loon, maar feit is dat ik zijn twee boeken Wat ritselt daar? en Wat fluistert daar? niet kende. Zonde, want het zijn fijne, speelse verhalenbundels. Gelukkig zijn de twee boeken nu verzameld in Allemaal onzin, een mooie grote uitgave van uitgeverij Leopold.

De korte voorleesverhalen gaan over het jongetje Vladimir en zijn achter het behang wonende vriendje Onzin. Dat is een wezentje van één colaflesje hoog, dat soms wat doet denken aan Karlsson uit Karslsson op het dak van Astrid Lindgren. Vladimir beleeft grappige wonderavontuurtjes, want alles wat hij bedenkt wordt waar gemaakt door Onzin. Het wezentje neemt Vladimir zelfs mee naar Het Land Achter Het Behang.

Het charmante van dit boek is de dolle fantasie, die toch beteugeld is in kleine episodes en daardoor nooit vervreemden. In sommige afleveringen doet Van Loons schrijven hier aan een mix van Paul Biegel en Toon Tellegen denken. Erg leuk is bijvoorbeeld de hoedenboom waar Vladimir een goochelhoed vanaf plukt, waar 'meteen een konijn uit komt. Dat heb je met goochelhoeden.' Maar even later komt er ook een goochelaar uit. 'Dat was de goochelaar,' zegt Onzin. 'Die deed een dutje in zijn eigen hoed.'

Ook de heldenpantoffels zijn leuk, en een nieuwe sport, neusbal, waarbij Onzin en Vladimir, omdat papa en mama zo luidruchtig naar voetbal zitten te kijken, een nieuwe balsport uitvinden (schuif de bal voort met je neus). Als papa nog even naar zijn slapende zoon komt kijken, mompelt die dat het een 2-2-gelijkspel was. Papa kijkt verbaasd op - hoe kan zijn zoontje dat weten? Op tv werd de wedstrijd ook 2-2.

Zo zijn er steeds kleine grapjes waaraan Van Loon duidelijk schrijfplezier beleefde. Erg warm is de afloop van het boek, waar Vladimirs opa een mooie rol in speelt en tijden en leeftijden mooi door elkaar  lopen. Allemaal onzin is een echte aanrader voor alle kleuters en al hun voorlezers.   

vrijdag 17 januari 2020

SUPERSINT - Maranke Rinck & Martijn van der Linden (Leopold)

De decemberduisternis is allang opgetrokken, en de geur van pepernootdeeg is de supermarkten uit. Wat te doen met een Sinterklaasboek dat werkelijk een leestip waard is en dat ik door omstandigheden pas deze week las? Toch over schrijven.

Want SuperSint van Maranke Rinck en Martijn van der Linden is een bespreking in elk seizoen waard. Wat een leuk verhaal, wat een slimme vorm, wat een heerlijke tekeningen. Om met dat laatste te beginnen: Martijn van der Linden laat opnieuw zien wat een gevoel voor kleur hij heeft. Er zit een grote warmte in zijn aanpak, maar - hoewel dus behoorlijk kleurig - nergens wordt het te zoet of te suikerig. Samen met zijn vormtaal en zijn mis-en-page zorgt zijn palet voor een bepaald soort opgewektheid, die heel aantrekkelijk is. Een groot element is ook Martijns humor, die we terugzien in oogopslagen, in details in de platen (de dansscène bijvoorbeeld, met taartjatter en paarddanser) maar ook in de heel geinige overzichtspagina met verzonnen superhelden.

De tekst van Maranke is doorregen met dezelfde humor. Ze doet iets risicovols: een tekst op rijm, Maar ze houdt dat knap vol en nergens doen de zinnen gekunsteld aan. De vorm die ze voor het verhaal gekozen heeft voor SuperSint is SuperSlim: drie legendes die verteld worden in het verhaal, waarna Sint-de-superheld ook live in actie komt. En dan krijgen we op het eindschutblad ook nog wat vrolijke feiten over de oorsprong van het Sinterklaasfeest.
Daarmee is dit boek een van de leukste boeken van het afgelopen jaar én een van de leukste 5-decemberboeken die er bestaan. 

donderdag 2 januari 2020

SLAAP LEKKER! - Mattias De Leeuw (Lannoo)

Het naar bed gaan van kinderen is één ding, het daarna ook echt gaan slapen is een tweede. Het naamloze jongetje uit Slaap lekker!, het nieuwe prentenboek van Mattias De Leeuw, is braaf naar boven geklommen in het stapelbed waarin zijn zusje al in dromenland is, maar de slaap is voorlopig nog ver te zoeken. Op elke tweede spread lezen we het steeds wanhopiger smeken van de ouders om nu echt te gaan liggen, maar het jongetje is nog druk bezig met zijn fantasiewereld. Er moet op een kasteel gewoond, in een raket gereisd, op de Noordpool gevist... En natuurlijk moet er - op het eind - nog een boek gelezen worden. Dit boek - waarna het jongetje dan toch in slaap valt. Waarmee De Leeuw geinig aangeeft waar zijn prentenboek voor gebruikt zou kunnen worden.

De techniek van dit boek is verrassend: de 'gewone' kamer is steeds in zwart-wit weergegeven, en de fantasieën van de hoofdpersonen zijn daaroverheen geschilderd, in felle kleuren. Daardoor bereikt De Leeuw een heel mooi samengaan van helder en bont. Heel geslaagd prentenboek! (Met vrolijk einde op het laatste schutblad - mis het niet).