maandag 27 april 2020

DE ZEEROVERHOOFDVROUW - Leonie Kooiker (eigen beheer)

De onlangs op 92-jarige leeftijd overleden Leonie Kooiker publiceerde precies vijftig jaar kinderboeken. In 1970 was Het malle ding van bobbistiek haar eerste boek - ze kreeg er meteen de Gouden Griffel voor. Het zou ook haar beroemdste boek blijven. Haar laatste boek verscheen in 2010, in eigen beheer: De zeeroverhoofdvrouw.

Veel van Kooikers bevatten een speurtocht. Haar hoofdpersonen beleven een fijn, wensvervullend avontuur, ontdekken een diefstal of een ander onguur voorval. De meisjes en jongens uit haar boeken zijn vindingrijk, ondernemend, ze hebben vaak een goede band met hun opa's en oma's en er is vooral vaart en vrolijkheid.

Op de achterkant van De zeeroverhoofdvrouw schrijft Kooiker: 'In dit boek gaat het niet over zielige vluchtelingen, weggelopen ouders, pesten op school of andere narigheid. Het is gewoon een verhaal over een paar slimme jongens.' Hiermee positioneert ze niet alleen dit boek, maar, meen ik, ook haar schrijverschap: geen maatschappijkritische verhalen, geen zwaar gedoe, gewoon spanning en plezier voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Ik heb de schrijfster maar een enkele keer ontmoet, vlak vóór en vlak nadat ze gestopt was met schrijven. Ik kende haar dus niet goed, maar in die paar gesprekjes heb ik in elk geval opgemaakt dat ze volledig solidair met de kinderwereld wilde zijn. Dat blijkt ook uit De zeeroverhoofdvrouw: een relatief dun boek (92 pagina's) met toch een volledig vintage-Kooiker-plot.

Hoofdpersonen zijn Joost en Arthur, die een mevrouw met een lange neus en grote oren ontmoeten en fantaseren dat ze een heks is. Of misschien een vampier. Al snel blijkt dat de dame iets te maken heeft met de diefstal van een paar belangrijke schilderijen. Arthur en Joost helderen de toedracht van de misdaden op, of zoals Kooiker schrijft: 'Ze hebben net zo lang gedetectieft totdat alles was opgelost. En hoe ze dat deden was echt niet een spelletje en er komt ook geen tovenarij aan te pas. Nee, ze waren gewoon slim en ook dapper.'

Maar het aangenaamst aan dit boek is niet per se het buitelende speurdersverhaal - het is de stijl. Hier en daar doet Kooiker aan Wim Hofman denken (met name in de opsommingen). Het verhaal speelt zich voor een deel aan boord van boten af, en Kooiker heeft zichtbaar plezier in het beschrijven van alle watergeluiden en alle bootonderdelen. In de opgeruimde bondigheid van haar formuleringen lijkt dan juist weer de invloed van Paul Biegel merkbaar. Alles bij elkaar merk je vooral dat De zeeroverhoofdvrouw met veel vaart, maar ook veel pret tot stand gekomen is. Er valt dan ook regelmatig wat te grinniken. Hier bijvoorbeeld, in de beschrijving van zomaar wat mensen die bij een arrestatie staan te kijken:

De man met het hondje heeft de hele tijd toegekeken. Nu zegt hij: 'Die boeven. Ze worden steeds jonger. Hoe oud zijn jullie helemaal?'
Het hondje doet ook mee: 'Kef kef kef kef kef!'
Er komen meer mensen bij.
Een mevrouw met een rollator: 'Een jeugdbende. Nu maak ik het zelf eens mee.'
Een jongen met een stekelhoofd: 'Hallo.'
Een meisje met een paardenstaart: 'Wat een schatje.'
Een meneer met paardentanden: 'Wie bedoel je?'
Het meisje: 'Jou niet, bekkie.'
Een dame met haar tas: 'Is er iets aan de hand?'

Na Het malle ding van bobbistiek heeft Leonie Kooiker in Nederland nooit meer een prijs gekregen. Het is geweldig om te lezen dat ze desondanks vijf decennia lang monter, helder en dicht bij kinderen is blijven schrijven. Wie Kooiker wil herdenken moet natuurlijk haar eerste boek teruglezen - maar ik zou zeggen: doe ook dat laatste maar.

92 pagina's, leeftijd: 10+
Dit boek is niet meer in de boekwinkel verkrijgbaar. Misschien is het nog wel tweedehands te vinden, of in de bibliotheek.
  

vrijdag 24 april 2020

PIZZAMAFFIA SLAAT DOOR - Khalid Boudou (Moon)

In 2008 verscheen Pizzamaffia, een swingend jeugdboek dat het geweldig heeft gedaan en lezers bereikte die anders nog geen droog stuk papier aan wilden raken. In 2013 verscheen Iedereen krijgt klappen, al even goed, zij het wat donkerder - en vorig jaar verscheen Pizzamaffia slaat door, een min-of-meer-vervolg op Pizzamaffia.

Min of meer, ja, want je hoeft het eerste boek niet gelezen te hebben om dit nieuwe jeugdboek te begrijpen. Haas, een van de hoofdpersonen uit Pizzamaffia, is nu de pizzeria-eigenaar bij wie Hero (17 jaar, VMBO-er, wordt begeleid door een reclasseringsambtenaar) als bezorger werkt. Over Hero gaat dit tweede boek, en over alle anderen die bij de pizzeria werken. Overigens wordt Hero vrijwel nooit bij zijn eigen naam genoemd. Omdat hij op badslippers kwam solliciteren noemt zijn baas hem Slipper.

Slipper raakt na het bezorgen van een pizza in een asielzoekerscentrum bevriend met de Syrische Ziad. Die blijkt het vliegwiel van heel veel actie te zijn, omdat hij door de extreem-rechtse rauwdouwers van motorbende Horns of Europe beschuldigd wordt van het verkrachten van een meisje. Hoewel Slipper en zijn vrienden niet exact weten wat het verhaal van Ziad is, komen ze wel voor hem op, waardoor zowel een tomatenoorlog én een veel hardere klappenoorlog ontketend worden.

Zoals we van Boudou gewend zijn (we kennen hem ook van Het schnitzelparadijs) rag je als lezer door het boek. Er is, zoals gezegd, actie, er is plot, er zijn verrassingen, vooruitwijzingen en cliffhangers - maar er is ook veel humor. Het is genieten van de manier waarop de personages vertellen:
'Ik kende zulke buurtjes uit mijn foute zigzagperiode.'
'En zo kwam die pitbull, met een lap tong uit zijn lekkende bek, heel dicht bij het onderbeen van Ziad.'
'Serieus, wat leren ze ons nou op school? Laatst bij wiskunde moesten we zo'n gare parabool leren tekenen. Zo'n getekend condoom. Wat moet ik daarmee, wat moet ik met een parabool, baas Haas? Echt zjnoen. Kan ik daarin soms mijn kleren hangen of zo?'
'Ik strooi de heetste pepers in mijn scooters en ga de weg laten smelten.'
En zo gaat het door.
Na alle geweld is het einde overigens wijs en fijn - en dit, plus de taal, de actie, de rauwheid soms, de grappen, alles bij elkaar maakt dat Pizzamaffia slaat door opnieuw een sterk boek is dat heel, heel breed gelezen zal worden. 

224 pagina's, leeftijd: 14+
Koop dit boek (of het luisterboek) bij je lokale boekhandel, of bestel het anders hier.

donderdag 23 april 2020

DE GEMENE MOORD OP MUGGEMIETJE - Ted van Lieshout (Leopold) en BOER BORIS EN DE OLIFANT, KERSTMIS MET BOER BORIS en BOER BORIS, EEN PAARD VOOR SINTERKLAAS - Ted van Lieshout & Philip Hopman (Gottmer)

Kan een boek een moord plegen? En kunnen de letters in dat boek daar de dupe van zijn? Intrigerende vragen, die voortkomen uit de hoofdvraag uit de nieuwste Van Lieshout: wie heeft Muggemietje vermoord?
In een fijn rijmend begingedicht vliegt dat mugje namelijk het boek in en BAM - wordt geplet. Wie deed dat? De kinderen uit de klas waarin dit boek gelezen werd geven het boek zélf de schuld. Waardoor de letters in opstand komen, want nu staan ze voor straf op de plank, ongelezen, in het donker. De letters organiseren een heropening van het boek én een heropening van de speurtocht naar de brute (BAM!) moordenaar.
Deze nieuwe Van Lieshout is een grinnikboek, dat zowel familie is (in de vorm) van zijn vermaarde en bekroonde Ze gaan er met je neus vandoor, als ook (in de luchtigheid) van zijn Boer-Borisreeks, die hij samen met tekenaar Philip Hopman maakt.

De drie laatste verschenen delen daaruit zijn weer heerlijk. Uit 2018 stamde Boer Boris en de olifant, een geinig verhaal waarin Sam (het zusje van Boris) graag een olifant die aan is komen lopen op de boerderij wil houden, en hem dus als kip, koe, varken en schaap verkleedt. Dat biedt Philip Hopman fantastische mogelijkheden: de olifant als kip is een hoogtepunt uit dit boek.

Ook zo'n hoogtepunt is de tekstloze begrafenisspread middenin Kerstmis met Boer Boris (2018). Varken is gestorven en op de plaat zien we de rouwstoet: alle dieren lopen achter een de graafmachine van Boer Boris aan, die met een krans en lichtjes is opgetuigd, en voorafgegaan wordt door een paard met chique deken op de rug. De kist van varken is met bonte kindertekeningen versierd.

Grappig is het Sinterklaasboek van Boer Boris: Een paard voor Sinterklaas (2019). Sint vraagt Knol te leen, als invalpaard. Maar Knol moet eerst leren op daken te lopen. Dat leidt tot een oefensessie waarbij een vogelverschrikker als Sint wordt aangekleed en op de rug van Knol wordt gehesen. Hopman voegt er even verderop nog wat varkens aan toe, die met twee tegelijk op een koe geklommen zijn - en dan moet de scène van het op het dak hijsen van Knol (én koe) nog komen. Buitenseizoenlijk, deze twee laatste tips - maar te leuk om er niks over geschreven te hebben.

De gemene moord op Muggemietje:
80 pagina's, leeftijd: 8+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het anders hier.  

woensdag 22 april 2020

DOLFJE ONTVOERD! - Paul van Loon, met tekeningen van Hugo van Look (Leopold)

Het is bijna niet te geloven, maar Dolfje ontvoerd! is het eenentwintigste deel uit de Dolfje-Weerwolfje-reeks. Het éénentwintigste deel! Series die het zo lang volhouden zijn zeldzaam, maar series die een fris eenentwintigste deel hebben zijn dat zeker.

Natuurlijk zijn er de vaste elementen: hoofdpersoon Dolfje verandert bij volle maan in een weerwolfje, net als zijn vriendinnetje Noura. Dolfjes liefhebbende adoptieouders zijn van de partij (leuk detail blijft dat Dolfjes vader van ánders houdt en dus soms een jurk draagt), broer en beste vriend Tim, Dolfjes opa - en natuurlijk neef Leo, die altijd goed is voor vrolijke taalverkwanselingen: 'Leo begrijptst er geen mallemoersleutel meer van'.

Het verhaal is - zoals altijd - op een aangename manier spannend. Dolfje wordt dit keer ontvoerd door zijn biologische ouders, die geld aan hem willen verdienen. Als bewaker hebben ze een soort oger ingehuurd die Stronk heet (wellicht een kleine Van Loon-knipoog naar Roald Dahls Juffrouw Bulstronk?) - en natuurlijk wordt er een reddingsoperatie op touw gezet.

Maar het charmantst is - ook zoals altijd - Van Loons warmte. De hele reeks is een pleidooi voor vriendelijk zijn, voor vriendschap, voor liefde, en specifiek dit boek spiegelt die algemene waarden vooral in de boodschap dat geadopteerd zijn niets met wel of niet 'echt' zijn te maken heeft. Voeg daarbij de fijn-heldere tekeningen en de kleine absurde grapjes (bij aardrijkskunde moeten Dolfje en Noura bijvoorbeeld serieus leren waar Babyloniënbroek ligt) en je hebt - deel éénentwintig! - weer een vintage Van Loon/Van Look. Hulde aan de makers, aanstichters van heel, heel veel leeslol.

196 pagina's, leeftijd: 6+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.  

dinsdag 21 april 2020

ROTTERDAM - Georgien Overwater (Leopold)

Georgien Overwater liep een jaar rond in Rotterdam en schetste en tekende er. Het resultaat is een bont non-fictie-prentenboek, simpelweg Rotterdam getiteld.

Het feest begint al meteen op het voorste schutblad - daar zien we bekende Rotterdammers, van Lee Towers tot aan Loes Luca, van burgemeester Aboutaleb tot aan Piet Hein. De eerste spread laat het historische wijkje Delfshaven zien (ik woon er vlakbij, loop er vaak naartoe, en het is heel bijzonder dat opeens in een boek getekend te zien staan). Dat Overwater fijn en geestig mensen kon tekenen wisten we al jaren, maar dit boek toont vooral ook haar gebouwen. Die zijn bepaald indrukwekkend.

De tweede spread, met kerkjes, is daar een goed voorbeeld van. Begeleid door een korte geschiedenistekst zien we vervolgens gebouwen van voor en na de oorlog, we zien het Centraal Station, de Markthal (nieuw gebouw) en hotel New York (oud gebouw), de Maas en de Kop van Zuid, de havens, de musea (inclusief het nieuwe depot van museum Boymans-Van Beuningen), de kappers, Blijdorp, de marathon, het Feyenoordstadion, het zomercarnaval. Niets wordt overgeslagen. Een fijn boek, vooral door de blije kleur, het gekozen perspectief en de toffe mix van personages en gebouwen.

32 pagina's, leeftijd: alle leeftijden, maar ook 6+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.

maandag 20 april 2020

ROSSY, DAT KRANTENKIND - An Rutgers van der Loeff (Ploegsma)

An Rutgers van der Loeff-Basenau (1910-1990) is in de geschiedenis van de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur een van de allergrootsten en ik las nog geen enkel boek van haar - dat kan natuurlijk niet. De afgelopen dagen maakte ik dat goed, en met groot leesplezier en stijgende waardering las ik Rossy, dat krantenkind (1952). Niet haar bekendste roman (dat waren De kinderkaravaan uit '49 en Lawines razen uit '54), maar wel het boek dat al sinds de jaren zeventig in mijn ouderlijk huis aanwezig was, en dat zowel mijn broer (het was zijn cadeau) als ik nooit lazen - tot nu.

Rossy, dat krantenkind speelt in Amerika. Hoofdpersoon is Roswita, het veertienjarig oudste kind uit een gezin van acht (!), met een lieve, speelse vader en een lieve, bezorgde moeder. Het gezin is arm, Rossy doet het huishouden en zorgt voor de zeven andere kinderen, terwijl haar ouders zoveel mogelijk werken om alles draaiende te houden. Dat klinkt als een zorgelijk probleemboek, maar opvallend genoeg is het dat helemaal níét - er gaat van alle personages een bepaalde opgewektheid uit. Rossy, die naast het dagelijkse wassen en zorgen, ook nog een krantenwijk doet, droomt van dansen en vooral van een huisje in de rijke straat die ze dagelijks van kranten voorziet. Dat huisje komt er, door haar toedoen, maar dan begint het echte drama: het huis brandt af en Rossy raakt bij het uit de vlammen redden van haar jongste broertje ernstig gewond. Nog opvallender aan het boek: ook dán houdt het verhaal, naast alle tegenslag, een montere, warme toon. Dat is misschien wel het meest knappe aan dit boek: Rutgers van der Loeff gaat niets uit de weg, standsverschil, hypocrisie, hijgerigheid van de pers - maar alles wordt bijeengehouden door buitelende gezinstaferelen en schitterende dialogen. Dwars door alle ellende zijn de broertjes en zusjes échte kiftende broertjes en zusjes, zijn er de geweldige korte gesprekjes tussen de jonge vader en moeder, worden buren en vriendjes in een handomdraai geschetst - Rutgers van der Loeff was een flonkerende schrijfster.

Of het boek gedateerd is? Wat betreft soepelheid, humor en thema: allerminst. Het leest ook nog steeds razendsnel, en de fysieke, beeldende manier van schrijven maakt de historie bijna opsnuifbaar. Wel is het gebruik van sommige woorden gedateerd, zo wordt (in de druk die ik las, uit 1972) het n-woord vrijelijk gebruikt, iets wat in de jaren waarin dit boek ontstond normaal was. Rutgers van der Loeff plaatst haar verhaal in tijden van razende rassendiscriminatie. Het is niet het hoofdthema van het boek, maar wordt wel vaak aangeraakt, en het is dan overduidelijk aan welke kant Rutgers van der Loeff stond. Zie bijvoorbeeld dit gesprekje tussen Rossy's kauwgomkauwende jongere zusjes en Sammy, Rossy's zwarte schoolvriendje (als Rossy met haar brandwonden in het ziekenhuis ligt).
'Wat in het Zuiden?' vroeg Maria.
'Daar maken ze nóg meer onderscheid tussen blanken en mensen zoals wij,' zei Sammy.
De beide meisjes kauwden en bliezen om het hardst. 
'Rossy maakte nooit onderscheid,' zei Sammy dromerig.
'Rossy maakte wel onderscheid,' zei Maria. 'Zij vond jou de aardigste.'
Sammy zweeg. Toen zei hij: 'Wacht maar eens tot we groot zijn.'
Maria trok haar schouders op. 'Als ze jou het aardigst vindt, vindt ze jou het aardigst.'

Nee, ik las nooit eerder een boek van deze schrijfster, die net vóór grote namen als Miep Diekmann en Jaap ter Haar, furore maakte met goed gedocumenteerde, dappere, montere, heel on-Nederlandse boeken en in 1967 de Staatsprijs kreeg. Ik wil nu snel proberen haar overige werk te lezen en hoop waarlijk dat anderen dat ook zullen doen. Deze schrijfster verdient brede herwaardering, en Rossy, dat krantenkind is alvast een fantastisch begin.

192 pagina's, leeftijd: 12+
Bestel dit boek als e-book hier, of als tweedehands uitgave hier.     

vrijdag 17 april 2020

DE DAG WAAROP DE DRAAK VERDWEEN - Annemarie van Haeringen (Leopold)

Ik ben, zoals veel mensen, fan van het werk van Annemarie van Haeringen. Ik vind alles wat ze maakt mooi. Maar als ze dan weer eens wérkelijk weet te verrassen ben ik extra blij. De dag waarop de draak verdween is volgens mij een van haar beste boeken. Ten eerste vanwege de techniek: Van Haeringen tekende alles met BIC-pennen. Hoe opvallend: in dit boek mis je de (andere) kleuren niet. Daarbij: wat is dat BIC-blauw toch eigenlijk prachtig!

Ten tweede: de tekst. Hoofdpersoon van het verhaal is meneer Lóng. Hij is geboren in het Jaar van de Draak en stelt zijn hele leven in dienst van zijn grote hobby, zijn grote verlangen: draken. We zien prachtige verzamelplaten met al zijn drakenspeelgoed, we zien hoe zijn schaduw soms de vorm van een draak aanneemt, we zien zijn drakenvliegers, het huis dat meneer Lóng bouwt, dat natuurlijk de vorm van een draak heeft. Extra indrukwekkend is de volgekriebelde plaat van meneer Lóngs nachtelijke drakendroom. En er zijn zelfs drakenhaiku's! Maar dan...

Ten derde: maar dan... de afloop. Het verhaal is gebaseerd op een Zen-legende en eindigt op het moment dat meneer Lóng een échte draak op bezoek krijgt. Wat zal dat doen met zijn drakenliefde? De conclusie noopt om bij stil te blijven staan, om terug te keren naar het begin van het boek, naar het opgroeien van de kleine meneer Lóng en naar het opgroeien van zijn verlangen. Kan het niet anders aflopen dan op deze manier? En is dat vrolijk, of minder vrolijk? De dag waarop de draak verdween is een uitzonderlijke Van Haeringen - en de 'gewone' zijn al zo mooi!

32 pagina's, leeftijd: 5+, alle leeftijden
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.