zondag 31 mei 2020

MAANTJE - Sjoerd Kuyper, met tekeningen van Alice Hoogstad (Hoogland & Van Klaveren)

'Maantje (...) kan niet bang en boos zijn tegelijk, dat past niet samen in haar hoofd. De angst zakt als een lift naar haar buik en de woede stijgt als een lift naar haar hoofd. Ze passeren elkaar bij haar hart.'
Dat soort heldere, maar volstrekt originele observaties kan alleen Sjoerd Kuyper schrijven. In het gloednieuwe Maantje staan er een flinke zwik. Nog eentje?
'De hemel is zo helder dat wie ernaar kijkt blauwe ogen krijgt. Zelfs Maantje. En als je naar de weilanden kijkt, worden ze groen. Je ogen.'

Maantje is het verhaal van een uit het nest gevallen baby-eekhoorn. Maantje is de vinder en ze kan aan niets anders dan dat kleine bolletje leven denken, ze wil het koste wat het kost redden. Haar ouders helpen haar - ook al is haar vader bang voor kleine dieren.
Hoe het jonkie gered wordt (want dat wordt het natuurlijk) is niet eens zo van belang, het gaat in dit boek namelijk om de stijl. En de gloed waarin die gedoopt is. Maantje, dat in Kuypers oeuvre duidelijk familie is van zijn onvolprezen reeks over Robin, is zo'n boek waaraan je je meteen op de eerste bladzijde overgeeft. Kuyper schrijft namelijk zo zonnig en kwiek en precies dat de lezer zich verzorgd voelt als dat baby-eekhoorntje zelf.

De fijn-kleurrijke tekeningen van Alice Hoogstad maken het helemaal af. We zien de lange, buigzame, vermakelijke mensenlijven die we van haar kennen terug, maar ook een van haar andere specialiteiten: de stapeling. De schots en scheef op elkaar getilde kooien van de egelopvang staan al op het omslag, maar in het binnenwerk blijken die onderdeel van een nog geiniger (en wankeler) bouwwerk. In de strooitekeningen die tussen de tekst staan toont ze dan juist weer haar warmte. Kortom: vertolkt en vertoond door deze twee kunstenaars werd het dagelijkse verhaal van Maantje een blakend liefdesavontuur.

48 pagina's, leeftijd: 5+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

      

woensdag 27 mei 2020

HET JAAR DAT DE BIJEN KWAMEN - Petra Postert (Ploegsma)

Josy van twaalf was dol op haar pas gestorven opa, en hij laat haar iets heel bijzonders na: zijn bijen. Die worden vooralsnog bij een imkervriendin van opa gestald, Alma, maar uiteindelijk komen ze, tegen de zin van Josy's moeder, in Josy's tuin terecht. Josy leert alles over bijenhouden, ze wordt - zoals alle imkers - voor het eerst gestoken, en verliest zelfs de helft van haar volk omdat de oude koningin uit zwermen gaat. Uiteindelijk raakt ook Josy's vriendje Mirko besmet met de bijenliefde, gebeurt er nog iets verbijsterends wat dringend opgelost moet worden én leert Josy waarom haar opa de bijen nu juist aan háár heeft nagelaten.

Het jaar dat de bijen komen is een vertaling van Das Jahr, als die Bienen kamen, dat genomineerd werd voor de prestigieuze Deutsche Jugendliteraturpreis. Niet verwonderlijk, want behalve dat auteur Petra Postert fijnzinnig en nauwkeurig schrijft is er nog iets anders wat de charme van dit verhaal behoorlijk vergroot: de schuingedrukte korte impressies die aan elk hoofdstuk voorafgaan. Die zijn namelijk geschreven vanuit de bijen. Daarmee krijgt de lezer op een heel natuurlijke manier heel veel informatie over hun leven. Wie Het jaar dat de bijen kwamen uit heeft las niet alleen een warm, psychologisch geloofwaardig hedendaags kinderboek, maar weet ook alles over de schoonheid van dit insect dat al in de dinosaurustijd leefde. Het oeroude zoemen - daar getuigt dit boek van.

186 bladzijden, leeftijd: 10+
Koop dit boek bij je lokale boekwinkel, of bestel het hier
Dit boek werd vertaald door Esther Ottens.

maandag 25 mei 2020

HET KATTENMANNETJE EN ANDERE SPROOKJES - Janneke Schotveld, met tekeningen van vijftien tekenaars (Van Holkema & Warendorf)

Na De kikkerbilletjes van de koning (Vlag en Wimpel 2019) bouwde Janneke Schotveld verder aan haar universum van moderne, inclusieve en diverse sprookjesfiguren. In Het kattenmannetje treffen we daarom weer vele ridsters (bijvoorbeeld in Ali Baba en de veertig ridsters), we treffen meisjesdraak Sjakkelien die van buiten een jongensdraak is (in Vidor en de draak, gelukkig is de draak bij haar tweede optreden in het verhaal bezig aan haar transitie - al wordt dat woord nergens genoemd en is de draak niet de focus van dit verhaal), en er is het ontroerende verhaal van Kees, de laatste ooievaar, die weigert de twee koninginnen een kindje te bezorgen, omdat hij van de oude stempel is. En dan natuurlijk van zijn verstokte denkbeelden terugkomt.

Als een auteur duidelijk plezier heeft in haar of zijn schrijven dan plingt dat door de bladzijden heen - en precies dat gebeurt er als je Het kattenmannetje leest. Soms schuilt die lol in de verwoordingen. Zo staat er in het verhaal van de ongelukkige, gepeste barbiepop Hakketeentje: 'Het was alsof Hakketeentje aan de grond gemagneet zat.' Soms zit die schrijverspret 'm in de anachronistische details (de jaloerse stiefvader die zijn spiegel schoonmaakt met Glassex, de ridsters die zich voortbewegen per racefiets) en soms vind je Schotvelds glunderen terug in de geëngageerde draai die ze meegeeft aan haar onderwerp. Zo gaat De muur van Dompelburg over een etter van een burgemeester die Donnie heet, een petje draagt waarop staat dat hij de baas is, zijn medewerkers ontslaat zodra ze kritiek hebben en een muur wil bouwen om vreemdelingen buiten te houden. Gelukkig kan zijn juf van de basisschool hem, met behulp van wat dwergen, aan. Ook leuk: de details in het ene verhaal die verwijzen naar een ander sprookje - de straatnamen bijvoorbeeld.

Ja, Het kattenmannetje is een blijmoedig, smakelijk boek en hopelijk niet het laatste in dit Schotveld-verhalenrijk. (Nee, het ís niet het laatste: in juni komt Avonturen van de dappere ridster uit, met tekeningen van Milja Praagman!)

160 pagina's, leeftijd: 6+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

  

vrijdag 22 mei 2020

POKKO HEEFT EEN TROMMEL - Matthew Forsythe (De Eenhoorn)

Pokko heeft een trommel is zo'n prentenboek dat een stijl van tekenen etaleert die je nog niet kende, maar waar je meteen meer van wilt zien. De platen van Matthew Forsythe gloeien. In een bonte mix van zachtgeel en felgeel, zachtoranje en feloranje, zachtrood en felrood, van bruin en groen en nauwelijks blauw bloeit de boswereld op waarin hoofdpersoon Pokko en haar kikkerouders (in een paddenstoel) wonen. Pokko heeft een trommel gekregen en haar ouders worden gek van het lawaai. Pokko gaat daarop naar buiten en er ontstaat een dierenfanfare die zijn weerga niet kent.

De tekst is strak en grappig, en het verhaal volgt niet per se de gebaande prentenboekpaden. Mooie vondst dus, van uitgeverij De Eenhoorn. Maar - ik moet het nog een keer benadrukken - de tekeningen zijn de échte kracht van dit boek. Die prachtige patronen van de sprei op het bed van pa en ma kikker, of de oranje, expres vaag gehouden, achtergronden van het bos, of juist de platen waarop ingezoomd wordt en we alleen Pokko's gezichtje maar zien - of anders die schitterende volle plaat met het hele dierenorkest.
Het werk van Forsythe doet tegelijk klassiek als tijdloos aan, en het is te hopen dat zijn oudere boeken, zoals een prachtig werk over diepzeeleven, met tekst van Kate Messner, ook snel vertaald worden.

64 pagina's, leeftijd: 3+
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.
Dit boek werd vertaald door Marita Vermeulen.

woensdag 20 mei 2020

BIZAR - Sjoerd Kuyper (Hoogland & Van Klaveren)

Sallie Mo, dertien jaar, praat met haar psychiater, dokter Bloem, vijfenzestig jaar. Ze bespreken fictie en waarheid, en Bloem vindt dat Sallie Mo drie maanden niet moet lezen. Dat ze het échte' leven moet ervaren, en daarin het sublieme.
In die drie maanden valt ook Sallie Mo's jaarlijkse kampeertijd (samen met haar moeder, die er voornamelijk mannen haar tent in probeert te lokken). Sallie Mo verheugt zich op het verblijf op het eiland, want Dylan - op wie ze al verliefd was toen ze nog niet geboren was - zal er ook zijn. Ook hij is er met zijn moeder, en dan is er nog een derde vrijgezelle vrouw, de moeder van Donnie (16) en Beitel (8). 
Drie tenten, vier kinderen. Plus een verlaten bunker, waarin nog eens drie kinderen zich verstoppen. Met die personages zal Sallie Mo haar verhaal opbouwen, want in Bizar is ze geen lezer, maar schrijver.

Ja, Bizar is Sallie Mo's dagboek, maar het woord 'dagboek' doet een veel regulierder boek vermoeden dan dit verhaal dat zijn titel eer aandoet. Bizar dendert vanaf de eerste zin over je heen. Het timmert op je gedachten in, het timmert op je verwachtingen in. Daarom is het ook onmogelijk op te schrijven waar dit boek over gaat. Hamlet wordt er in naverteld. Er komt een boze geschreven toespraak in voor, die gaat over hoe onmenselijk het is om van immigranten te verwachten dat ze integreren. Er worden bankiers beschimpt, er wordt met dieren gesproken, er wordt gechanteerd, geschoten, gezoend.

En dan is er nog die afloop. Daar valt drie keer over na te denken. Evenzo vaak valt hij na te lezen, deze 'ontknoping', waar het essay (ik kan het niet anders noemen) over leugen en waarheid het hart van is. O, en dan deelt Sjoerd Kuyper op de allerlaatste bladzijde nog even een flinke ribbenstoot uit.

Ja, Sjoerd Kuyper. Wat voor schrijver zien we aan het werk in dit boek? Ik zou zeggen: een bevrijde. Een schrijver achter wie je hijgend aanholt, een schrijver die zigzagt, fladdert en zijn zweep laat knallen. Sallie Mo is een meisje dat met geen andere dertienjarige te vergelijken valt, haar allesverhaal is met niets te vergelijken en als we één ding zeker weten na Bizar, dan is het: Sjoerd Kuyper is een auteur die met geen andere te vergelijken valt. 

318 pagina's, leeftijd: 12+ (maar eigenlijk is er geen leeftijd op dit boek te plakken).
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het anders hier.

maandag 18 mei 2020

DE VUURZEEVLIEG - Toon Tellegen & Carll Cneut (Querido)

Het begint al bij de schutbladen: we zien een diepgroen verwilderd woud, dat meteen duidelijk maakt dat dit weliswaar verhalen uit het vertrouwde Tellegenbos zullen zijn, maar dan wel op z'n Carll Cneuts. Het zal weelderig zijn, meer 'Heart of darkness' dan andere Tellegen-bosboeken, het zal er meer naar grond en groei ruiken.

Uit eenzelfde wriemelwoud duikt op pagina 68 het wrattenzwijn op. Lodderig kijkt het uit de kleine oogjes, maar ook... confuus? Het is prachtig dat Cneut deze sfeer alvast aanbrengt, want erna volgt het verhaal van het zwijn, dat ontevreden is met zijn naam. Dat zit 'm vooral in die 'wr' aan het begin. In wat volgens mij de geinigste vertelling uit de bundel is noemt het wrattenzwijn zichzelf voortaan attenzwijn, en iedereen die dat vergeet kan rekenen op een 'wr'-behandeling: de wregel, de wrekel, de wrikker en de wruis.

Maar het is niet alleen het groene palet dat heerst in dit boek. Op de werkelijk prachtige tekeningen van een verhaal eerder zien we de wezel staan. Hij draagt een zwartrood truitje, serveert thee uit zijn witrode servies op zijn felrode tafel - en aan de muur hangen (nog niet vaak gezien in Cneuts werk) vrolijke kindertekeningen die de wezel afbeelden als aandoenlijk rood mannetje. Het verhaal (over de wezel die alleen onverwacht bezoek ontvangen wil) wordt afgesloten met een exterieur: wezel bij zijn voordeur, en daar zien we een plaat die iedere lezer waarschijnlijk als origineel aan de muur zou willen hebben hangen. Wezel staat beduusd bij zijn blauwzwarte huisje en er dwarrelen grote zwarterode bladeren (je zou haast 'blâren' zeggen) om hem heen, naast de felrode lappen van bladeren van weer een andere boom. En dat alles tegen een doorzichtig aandoende witgrijze achtergrond.

De platen maken van De vuurzeevlieg een terugbladerwaardig kijkboek (ik heb het aandoenlijke groepje dieren van pagina 75 niet eens genoemd, check het - die compositie!), en dan krijg je er ook nog de zeventien terugleeswaardige Tellegenoverdenkingen bij.

76 pagina's, leeftijd: leeftijdloos
Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.     

vrijdag 15 mei 2020

VERLANGEN NAAR VRIJHEID en BRIEVEN AAN EEN ZIEKE JONGEN, OF: HET VERHAAL VAN DE HOND MAX (met tekeningen van Ina van Blaaderen) - An Rutgers van der Loeff (Ploegsma)

Ik ben met een kleine missie bezig: het lezen van alle boeken van An Rutgers van der Loeff. Het begon een paar weken geleden met het ontdekken van mijn eerste 'RvdL': Rossy, dat krantenkind. Daarna las ik zowel Ze verdrinken ons dorp als Donald, en alle drie vond ik prachtig. Deze week verslond ik weer twee nieuwe titels.

In 1951 verscheen Anna Menander, een 'jeugdboek' dat later omgedoopt werd tot Verlangen naar vrijheid. Die eerste titel doet meer recht aan wat het boek is, want het verhaal vertelt in negen hoofdstukken over het leven van de Zweedse Anna Menander. In het eerste hoofdstuk is ze vijf jaar oud, in het laatste achtendertig. Ze groeit op in een liefdevol, niet al te rijk gezin met heel wat broers en één zus. Anna is de jongste. (Opvallend: in het werk van RvdL komen vaak grote gezinnen voor. Knap ook, want dat vergt veel van de schrijver - alle broers en zussen moeten toch énige uitwerking krijgen, iets wat deze schrijfster moeiteloos voor elkaar krijgt).
Over Anna wordt al vroeg in haar leven dit gezegd: 'Een hart van puur goud, de moed van een Lappenjong, de trouw van een oude heemhond, nooit zal ze iemand in de steek laten of een belofte breken.' Mooie omschrijving. Het is ook de manier waarop haar oude broer haar introduceert aan zijn studievriend Albin. En deze Albin zal doorheen het boek de grote liefde van Anna blijken - en andersom. Maar het harde leven in het prille begin van de negentiende eeuw én hun koppigheid zorgt ervoor dat het steeds maar niet tot een toenadering komt. Of...?

Het boek vertelt vooral ook over Anna's zelfstandigheid en verlangen naar een vrij leven, dat niet door tradities of verwachtingen bepaald wordt. Het is niet voor niks dat een van haar vriendinnen aan haar vraagt of ze misschien een van die sufragettes wil worden (vroege strijders voor vrouwenrechten).
Een hoofdrol is er ook voor de Zweedse natuur. Verlangen naar vrijheid is daardoor net een zintuiglijk bonte Netflixserie in negen afleveringen, waarbij de eerste minuten van elk deel vooral op de natuur, de bossen, de bessen, de sneeuw, de meertjes, de bloemen wordt gefocust. Opnieuw een fantastisch RvdLoeffboek.

Voor wat jongere kinderen is Brieven aan een zieke jongen, of: het verhaal van de hond Max. Dit uit 1953 stammende boek bevat inderdaad brieven. Ze worden geschreven door de moeder van de jongen die in het ziekenhuis ligt. De eerste brief begint zo:

'Lieve jongen,

Eerst was ik bij jou in het ziekenhuis, weet je wel, en daar was alles licht en wit en warm, maar toen kwam ik op straat en daar was alles donker en nat en koud, ook al deden de Utrechtse lantaarns hun best.'

In die eerste brief wordt Max geïntroduceerd. Hij is een wilde, drukke waakhond die aan is komen lopen op het vakantieadres van de vader van de zieke jongen, lang geleden. Met elke volgende brief gaat het verhaal verder. In feite is met het verhaal van de hond de eerste kennismaking tussen de moeder en de vader verweven - de moeder van de zieke jongen vertelt hem dus (aan de hand van het relaas over Max) hoe zijn ouders elkaar hebben leren kennen en hoe ze verliefd zijn geworden. De brieven zijn soms uitermate grappig, maar dan komen we bij het eind van het boek, en dat zou je, laat ik het zo zeggen, niet snel meer in een hedendaags kinderboek tegen zou komen. In elk geval wordt nóg duidelijker waarom het verhaal van de hond verteld moest worden. Aan de zieke jongen. En door zijn moeder (en op de achtergrond: vader).
Een ontroerend, gedurfd boek.
Niet voor niks schrijft de uitgeverij op de binnenflap: 'Voor de jeugd,' zei de auteur. 'Voor ouderen,' zeiden wij. 'Voor iedereen,' zei een ander. 'Dat 's vast niet waar,' zei de auteur.

Deze boeken zijn alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Binnenkort volgt hier het verslag van het lezen van een nieuw boek van Rutgers van der Loeff (of twee).