Posts tonen met het label kinderpoëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kinderpoëzie. Alle posts tonen

donderdag 28 oktober 2021

ALLE WENSEN VAN DE WERELD - Rian Visser & Janneke Ipenburg (Leopold)

Het is misschien niet helemáál het poëziedebuut van Rian Visser, want er zijn al eerder versjes bij uitgeverij Zwijsen uitgekomen, maar Alle wensen van de wereld is wel de eerste groots uitgegeven en groots geïllustreerde bundel. Visser verrast met een sterke, consistente verzameling poëzie, met 26 gedichten die licht rijmen en prettig vloeien, die bedachtzaam zijn en amusant en lief en fijnzinnig, van het eerste ('Half', over een nieuw iemand leren kennen die je niet meteen verstaat), tot het laatste ('Eind', over hoe alles een einde heeft, zelfs wij, maar... - en dan volgt een heel fijne laatste zin). Beide gedichten horen tot mijn favorieten, maar eerlijk gezegd was het heel moeilijk kiezen, zoveel moois bevat Alle wensen van de wereld.

Janneke Ipenburg komt met haar werk voor deze bundel krachtig binnen in de kinderliteratuur. Wat een schitterende interpretaties heeft ze van de woorden van Rian Visser gemaakt, wat een beeldreizen schotelt ze ons voor, en wat een rijk kleurgebruik! Het is alsof alle woorden van de bundel in een warme hand gevangen zijn en nu uit die hand met twinkeling naar ons toe getild worden - dat bereikt Ipenburg met haar illustraties bij dit werk. Twee bijzonder geïnspireerde makers bezorgen ons zo een boek dat als geheel bij het allerbeste hoort dat er dit jaar verscheen.  

48 pagina's, leeftijd: 9+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.


zaterdag 2 oktober 2021

DE ALLES WAT JE WORDEN WIL MACHINE - Kees de Boer (Ploegsma) en LATER WIL IK KLEIN WORDEN - Job van Gelder (Condor)

Met de kinderboekenweek op komst is er ook een stortvloed aan boeken met het kinderboekenweekthema in de winkels te vinden. Het thema is dit jaar 'worden wat je wilt' en in deze post tip ik twee geslaagde prentenboeken, die behalve het thema nog iets anders gemeen hebben: tekeningen als tekst zijn van één maker. 

Kees de Boer kennen we van veel vrolijke boeken, vaak op tekst van Tjibbe Veldkamp, maar dit is zijn schrijfdebuut, voor zover ik weet. De alles wat je worden wil machine laat in grote, van het tekenplezier schuimende bladzijden zien hoe twee kinderen met behulp van hun machine vele beroepen uitproberen. Er worden drakentaarten gebakken en trompetserenades gespeeld. Maar de vondst van het boek is ook de vondst van de kinderen: één beroep is saai, kunnen er ook twee gecombineerd worden? En dan begint de lol pas echt: we gaan van circus-brandweervrouw naar hijskraan-sterrenwachter en van acteur-tekenaar naar agent-uitvinder. Erg leuk!

Job van Gelder maakte van zijn thema-prentenboek een uitbundig geïllustreerde dichtbundel. De kwaliteit van de verzen is behoorlijk goed, en dat is een fijne verrassing. De toon is licht en het is technisch mooi gedaan (daar gaat het vaak mis bij vaste dichtvormen). Veel gedichten hebben een fijne draai aan het eind, en de emoties worden niet vergeten. Van Gelder houdt zich in dit Later wil ik klein worden ook helemaal niet altijd aan het 'beroepenthema' en dat is fijn. Daarmee wordt deze bundel tijdlozer. Mijn lievelingsgedicht? Dat over de drie kinderen die zielsgelukkig zijn dat ze bij de schoolmusical samen de bomen mogen spelen. Kijk hoe mooi Van Gelder dit afrondt: 'Zachtjes wiegen we / op de maat. / Ik, Shavannah / en Jos. // Niet vooraan / in het volle licht, / maar veilig in / ons bos.'

40 (Van Gelder) en 32 (De Boer) pagina's, leeftijd: 5+, koop deze boeken bij je lokale boekhandel, of bestel ze hier (Van Gelder) of hier (De Boer).

dinsdag 24 augustus 2021

TINTELVLINDERS EN PANTOFFELHELDEN - Sanne te Loo, met gedichten van Hans & Monique Hagen, Joke van Leeuwen, Simon van der Geest, Erik van Os & Elle van Lieshout, Pim Lammers en Bette Westera (Querido)

Een verrassend nieuw kinderpoëzieprentenboek met gedichten over de vier basisemoties: angst, vreugde, boosheid en verdriet, dat is Tintelvlinders en pantoffelhelden. Verrassend vanwege de kwaliteit van de gedichten, en vooral verrassend vanwege de schitterende tekeningen van Sanne te Loo.

Allereerst de gedichten. Zes dichters (waarvan twee duo's) schreven elk vier gedichten. Níéuwe gedichten, en dat is altijd fijn - dit boek is geen compilatie, geen verzamelbundel, nee, alle verzen zijn fonkelverse verzen. Het boek begint en eindigt met Joke van Leeuwens werk, en dat is niet voor niks. Haar eerste bijdrage ('Draken'), die zo begint: ik heb/mhmuhmama/ze gugguhgezien/de duhduhduhdraken, is ronduit fantastisch. De taallol en de eerlijke draai aan het einde maken van dit gedicht net zo'n klassieker als haar bekende 'Lijmen', met aan het eind de begrippen volentje, veukentje en vargeltje. Haar laatste gedicht uit de bundel, 'De dingen in de nacht', is heel anders van vorm, maar verwoordt het heerlijke gevoel van iemand die wakker wordt in de nacht en in de nachtelijke stilte zin krijgt in de dag.

En dan bevat Tintelvlinders en pantoffelhelden ook nog een paar andere klassiekers in wording. Het prachtige 'Oefenen' van Pim Lammers bijvoorbeeld, of het ontroerende 'Huilen' van Bette Westera. 

Al die sterke bijdragen worden omhooggetild door het fantastische werk van Sanne te Loo. Ze tekende bij alle gedichten dieren als hoofdpersonen, en dan vooral jonge dieren. Hoogtepunten opsommen is ondoenlijk, want naast door haar kleurrijkheid en de verrassende invalshoeken blinkt Te Loo vooral uit in het weergeven van de emoties op de gezichten. We zien het al op het omslag. In de gondels van een denkbeeldige dierenzweefmolen zien we een hondje met bravoer, een chagrijnig buldogje, een misselijk zwijntje en twee verstarde katjes. In het binnenwerk voegen zich daar onder andere bedachtzame katjes, een intens tevreden vosje, een woedende kater onder de douche (bij alweer een mooie Joke van Leeuwen), een ondersteboven hyperend schommelende dalmatiër, een koppig wolfje, een hondje met heimwee en nog heel veel meer bij. Alle tekeningen zijn verrassend, ik zei het al, en soms word je er echt stil van: het doodsbange, ineengedoken katje bij het gedicht 'Bangst' bijvoorbeeld, met op de achtergrond een blauw ingekleurde nachtmerrie, of het katje op de rug van een eenhoorn bij 'Verlangblijst', tegen aan decor van in silhouet getekende bloemen en andere mooiigheid: ik zou het zo kopen om aan de muur te hangen. Al met al dus een rijk kleinood, deze uitgave.

56 bladzijden, leeftijd: 6+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.


donderdag 19 augustus 2021

MAGNEETJE - Milja Praagman (Leopold)

Verrassend: er verscheen opeens een dichtbundel van Milja Praagman. Magneetje telt negentien korte versjes, met vaak minstens één mooie zin erin: 'Waar ik precies begin/ik heb geen flauw idee/maar het einde, dat ben jij.' Of: 'Verdriet komt net als regen'. Het is leuk en prijzenswaardig dat Praagman dit pad verkent!

Maar Praagman zou Praagman niet zijn als de beeldkant boven alles uit blinkt. Het boek is een poëzieprentenboek waarvan je vrijwel elke spread op de grootste lege muur in je huis zou willen hangen. Met een feilloos gevoel voor verhoudingen, bladindeling en kleur tovert Milja Praagman hier de ene na de andere ontroerende dierenpagina tevoorschijn. Die waar een klein pinguïnjong op de buik van zijn vader ligt te slapen, bijvoorbeeld. Of de twee nijlpaarden in bad, of de ouder-en-kindpanda's, of de geweldige eindplaat van de cheetahmoeder en haar vier welpjes. En dan het schitterende omslag, met dito schitterende belettering. Magneetje straalt.

48 bladzijden, leeftijd: 5+. Koop dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

zondag 25 oktober 2020

WAAROM HET NOOIT BANANEN REGENT - Daniel Billiet, met tekeningen van Paul Verrept (De Eenhoorn)

De administratie: deze verzameling bevat drieënnegentig gedichten, samengesteld uit de zeventien eerdere dichtbundels van Daniel Billiet, aangevuld met veertien nieuwe gedichten. Paul Verrept maakte er nieuwe tekeningen bij, deed ook de prachtige vormgeving, en verder is het boek helder ingedeeld, met een inleidings- en een uitleidingsgedicht en daartussenin negen thematische afdelingen, met titels als 'Denkend aan de school' en 'Vriendjes en liefjes.' Samengevat: dit boek biedt een staalkaart van Billiets beste werk en is tevens een fantastische aanleiding om zijn poëzie al dan niet opnieuw te ontdekken.

De gedichten variëren enigszins in moeilijkheidsgraad, maar globaal kun je zeggen dat ze vanuit kinderen van een jaar of elf, twaalf geschreven zijn. Billiet grossiert in observaties van de bijzondere alledaagsheid. Dat valt al te zien aan de allereerste zinnen:

'In bed voor je jarig bent
wikkel je al met veel plezier
de dag van morgen uit papier.' 

Dat prachtige inleidingsgedicht, met de titel 'Jarig' benoemt precies hoe een kind zich voelt op de avond voor zijn of haar verjaardag, maar wikkelt dat gevoel in schitterpapier - want het gedicht eindigt zo:

'De slaap spant een strik
met sterren rond de doos van de nacht.
Je feest houdt voor jou de wacht.' 

Of het gevoel dat een ongedurig kind kan hebben als het steeds nog maar geen tijd is om naar huis te gaan (dit gedicht citeer ik hier in zijn geheel):

Het laatste uur

De juf plant vlinders
van krijt op het bord.
Die moeten wij verplanten
naar ons schrift.
 
Het is niet tof.
De zon is zoveel groter dan wij
en mag toch de hele dag buiten
spelen. Of hier binnen
vlinderen met lichtspotjes stof.
 
Het uur duurt uren.
Is de schoolbel de tel kwijt?
De vlinders uit mijn hand
groeien tot gieren.  

Prachtig. Dat subtiele rijmen (tof/lichtspotjes stof, schoolbel/tel), het spelen met het woord 'vlinders', de grimmige alliteratie in de laatste regel (groeien-gieren), een zin als 'het uur duurt uren', maar ook een helder zinnetje als 'Het is niet tof' tussendoor, dat als een helder punt ruimte geeft aan de metaforen om zich heen. Heel sterk! En zo is er veel meer glinsterends te vinden in deze verzamelbundel. Billiet is back.  

138 bladzijden. Koop dit boek in je lokale boekhandel, of bestel het hier (Vlaanderen) of hier (Nederland).

zondag 4 oktober 2020

DICHTER. gedichten voor kinderen van 6 tot 106: de nieuwe canon - Diverse auteurs (Plint)

De onlangs uitgekomen editie van het tijdschrift voor nieuwe kinderpoëzie, DICHTER., is de zeventiende. Elke keer weer publiceert de redactie een wijde waaier aan nieuwe gedichten, altijd gegroepeerd rond een overkoepelend thema. Meestal is dat thema vrij abstract, maar dit keer kregen de dichters een strakke opdracht: schrijf een gedicht bij de vijftig belangrijkste gebeurtenissen uit de vaderlandse geschiedenis (zoals die vastgelegd zijn in de nieuwe canon). Van veenmeisje Trijntje tot en met 'het oranjegevoel', alles vond zijn plek, en alles vond zijn verdichting. Natuurlijk doet het ene gedicht de lezer meer dan het andere, maar wat knap is: hoewel de opdracht gelimiteerd was werd dit een van de beste DICHTER.-edities. Hulde dus aan de redactie en de makers. Ook het beeld is goed verzorgd: Mia Goes, hoofdredacteur, legt uit dat voor deze aflevering gezocht is naar archiefmateriaal uit musea en beeldbanken. Alles bij elkaar ziet het er sterk uit.

Maar de poëzie verrast het meest. En natuurlijk sprongen daar voor mij enkele gedichten bovenuit. Dat van Kees Spiering bij 'kolen en gas' bijvoorbeeld, over hoe een aardbeving voelt: 

[...] Je kijkt naar de akker
naast de tuin, misschien de nieuwste reuzenmachine
van boer Tonkens of Janssen en dan trilt de tafel niet
beweegt de soep niet in de borden, maar
voelen je voeten het kolken in de aarde en dan 
de knal, alsof iets honderden kilo's zwaars
van wolkhoog op een houten vloer valt. Honden
zo ver je kunt horen. [...]  
 
Een fantastische inzending is er van Bette Westera, die over Annie M.G. Schmidt schrijft en het schaap Veronica, de dominee, de dames Groen samen met nog andere personages uit haar werk op bezoek bij Annie's graf laat gaan. Een heerlijk vers is het gevolg, volledig in Het schaap Veronica-stijl.  

Ook sterk: het gedicht dat Saskia van der Wiel bij het Kinderwetje van Van Houten (kinderarbeid) schreef. In een voortjakkerend gedicht, zonder leestekens of hoofdletters, voel je de fabrieksmachines doordenderen. Het eindigt hoopvol met een omschrijving van hoe het is om naar school te mogen:

[...] 
we leren hoe groot de wereld is vol mensen die dingen
ontdekken vreemde beesten landen bergen steden treinen
woestijnen sterren de zee dat past allemaal in je hoofd
[...]
 
Redactielid Hans Kuyper moet apart genoemd worden: hij nam maar liefst vijf onderwerpen voor zijn rekening, en elk van zijn gedichten is goed. Vooral zijn verhalende, middeleeuwse-ballade-achtige vers over Maria van Bourgondië is een kleine triomf. Wanneer komt er een dikke verzameling van zijn gedichten uit? En dan is er ook nog een fijn kort vers van Remco Ekkers over Karel de Grote, en het geweldige gedicht van Joke van Leeuwen over Sara Burgerhart - waarlijk, koop deze editie van DICHTER. Je hebt er een sterke dichtbundel aan.
 
130 pagina's, koop dit boek bij je lokale boekhandel of bestel het hier.
 

maandag 6 april 2020

VOGELZWEMVLIEGVIS - Kasper Peters, met tekeningen van Anne Caesar van Wieren (Passage)

De laatste jaren is de kinderpoëzie, die in het begin van deze eeuw flink leek opgedroogd, weer lekker fris overeind gaan staan. Met belangrijke bundels als Kees Spierings Jij begint, Bibi Dumon Taks Laat een boodschap achter in het zand en al het werk van bijvoorbeeld Bette Westera, Jaap Robben, Joke van Leeuwen en Ted van Lieshout is er genoeg geweldigs. Daarnaast is er Dichter, het tijdschrift van Stichting Plint dat een paar keer per jaar aan veel mooi nieuws onderdak biedt. Maar - fijne ontdekking - er zijn óók nog minder zichtbare bundels die de moeite waard zijn. Zoals Vogelzwemvliegvis van Kasper Peters, in 2018 verschenen bij de Groningse uitgeverij Passage.

Eerst een voorbeeldgedicht:

Keien blijven groeien als ze samen zijn

Een hunebed bestaat uit keien
die ooit op de rug van het ijs
de wereld in gleden.

Ze werden zwaar,
het zuiden warm,
het ijs een beek die stroomt.

Een kei alleen krimpt
vaak van eenzaamheid,
ook de grootste en de zwaarste.

Je kunt beter samen
een hunebed zijn,
dan blijf je langzaam groeien.

Elke eeuw een laagje tijd erbij.

Heel vaak slaagt Peters er in deze verzameling van 48 gedichten in om te verrassen met de beginregels. Dan staat er bijvoorbeeld: 'De wind heeft geen trap nodig om in april de bloesem te plukken', of: 'Het vloerkleed is de baard van ons huis, met de resten van de week tussen de haren', of: 'Ik heb geen zin in sokken die zich verstoppen en door de kat worden gevonden die denkt dat het in huis verdwaalde muizen zijn.' Hier kijkt een dichter kijkt met een aanstekelijke vrolijkheid naar dagelijkse dingen en wekt ze tot leven in een wereld waar alles op kan springen, weg kan rennen en op zijn kop gaan staan. Peters houdt van absurd, maar niet té absurd. Je zou zijn poëzie een mooi midden kunnen noemen tussen die van Kees Spiering, die als geen ander begrijpt wat (jonge) mensen voelen en dat uiterst fijnzinnig kan verwoorden en Gerard B. Berends, die serieuze kolder brengt.

Natuurlijk, soms wapperen de verzen wat al te ver uit, maar dat is nu eenmaal het risico van een bepaalde ongebreideldheid. Dat geeft ook niks. Er is in deze bundel veel te vinden dat flonkert en dat een groter publiek verdient. Om af te sluiten nog even deze schitterende ode aan de taal zelf:

Natuurlijk de taal

Wie kan ik bedanken voor
mijn zonnige gedachten
op een zware regendag?

Een man of een vrouw
of de woorden op papier
die ik lees onder een lamp
of gewoon de lamp?

Misschien niet de schrijver
en ook niet de lamp
maar de spinnende kat
die op mijn schoot
de dag doorbrengt.

Of toch de taal?
De taal die geen regen kent
en de tijd op de klok vervangt
door hoofdstukken.

Natuurlijk de taal.


64 bladzijden, leeftijd: 9+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.   

vrijdag 3 april 2020

UIT ELKAAR - Bette Westera & Sylvia Weve (Gottmer)

O, dit duo! Westera & Weve maakten samen al de ene indrukwekkende bundel na de andere:
Ik leer je liedjes van verlangen en aan je apenstaartje hangen (2010),
Aan de kant, ik ben je oma niet! (2012),
Doodgewoon (2014),
Was de aarde vroeger plat? (2017)
en nu het vorig jaar verschenen Uit elkaar.

Westera werkt altijd met een thema, en dat is dit keer, uiteraard 'scheiden'. Dat valt trouwens ruim op te vatten, want er staan ook verzen in de bundel die gaan over een babyzusje krijgen, of over (erg leuk gedicht) twee pinguïnmannetjes die samen een ei willen uitbroeden. Zoals altijd staan de versvormen weer virtuoos in het gelid. Het is ongelooflijk hoe Westera de technieken van rijm en ritme beheerst. Alle zesenveertig gedichten zijn daar goede voorbeelden van, maar met het quoten van één couplet uit 'Mijn vader' wordt al veel duidelijk:
Zijn mountainbike verdwenen uit de schuur.
Geen vlokken meer op tafel van de Lidl,
maar chocoladehagel extra puur.
Alleen nog ecologisch afwasmiddel.

Alle gevoelens die er rondom een scheiding kunnen bestaan worden verkend. Zo is er een prachtig en pijnlijk vers (een van de allerbeste uit de bundel, vind ik) over hoe het voelt als je je vader hebt zien staan zoenen met iemand anders, hij dat heeft gemerkt en jou vervolgens vraagt om niks aan je moeder te vertellen. Ook heel sterk: het gedicht 'Goeie antwoorden op foute vragen', waarin bijvoorbeeld aangeraden wordt om op de vraag 'Welke van jouw moeders droeg jou negen maanden in haar buik?' te antwoorden: 'Geen idee, ik ben gevonden onder een frambozenstruik.' Briljant.

Het gaat van verdrietig naar vrolijk - van de zin 'Ik hoor om altijd blij te zijn gewoon bij allebei te zijn' tot de regels 'Mijn moeders huis, mijn vaders huis. In beide ben ik even thuis. In beide is het even fijn, en nergens wil ik liever zijn.' Het gaat over niet alleen over vaders en moeders, maar ook over oma's en ooms, die verhuisd kunnen zijn naar plekken als Rotterdam, Kos en Uruguay (daar rijmt Westera dan weer heel lekker op).

Het beeldend werk van Sylvia Weve (Max Velthuijs-prijs 2019) is ook hier weer glorieus. Van eeuwig trouwe zwanen die toch nieuwsgierig naar een andere zwaan zijn, maakt zij dieren met in elkaar verstrengelde nekken die allebei verlangend een ander dier nakijken - terwijl onderaan de pagina een hele rij kuikentjes beduusd staat te zijn. Ook de smekende chihuahua op bladzijde zeventien krijgt een getekende hoofdrol door hem klein en alleen op een verder witte bladzijde te plaatsen. Samen met de - opnieuw - bijzondere vormgeving van bockting design is Uit elkaar daardoor een van Westera-Weve's beste boeken en zeker een van de beste van de totale 2019-oogst.

48 (dubbele) bladzijden, leeftijd: 9+ en alle leeftijden
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.      

  

woensdag 24 juli 2019

HEE DAAR MIJN TWEE VOETEN - Joke van Leeuwen (Querido)

Het eerste woord van deze nieuwe bundel kinderpoëzie is 'Hee' en het laatste woord is 'voorbij'. En tussen hee en voorbij staan negenendertig kortere en langere verzen die altijd ritmisch zijn en altijd een tikje geven tegen het denken van de lezer. Samen met de ik-persoon uit 'Te zijn' vragen we ons even af of we wel echt bestaan (en worden gesust door een moeder die zegt 'Je bent geheel in leven, lief kind van mij' en daarna opdracht geeft om de tafel te gaan dekken), we beseffen in 'Stil' dat mensenachtig huilen veel kwetsbaarder is dan miauwen, knorren of oehoe zeggen, we vragen ons af of files soms niet gewoon ontstaan omdat mensen zich, al dan niet in een cirkel, vastrijden.
Hee daar mijn twee voeten is een gevarieerde bundel geworden, en voor wie het oeuvre van Joke van Leeuwen kent is het extra leuk om deze blije greep te lezen. Er zijn gedichten in bijna-stripvorm (bijvoorbeeld het hierboven al genoemde 'Te zijn') zoals ze die ook weleens, lang geleden, in het blad Taptoe publiceerde, er zijn verzen die regelrecht uit haar cabaretprogramma's hadden kunnen komen (zoals het titelloze gedicht dat begint met 'je ligt in bed, je hoort de auto's...'), er zijn versjes die in Een huis met zeven kamers of Hoor je wat ik doe? hadden kunnen staan (zoals het titelversje), en er zijn gedichten die ook in haar dichtbundels voor volwassenen hadden kunnen staan.
Dat alles (nieuw, oud, herkenning, verrassing) maakt dat Hee daar mijn twee voeten weer een heerlijke Van Leeuwen is.