zaterdag 25 april 2015

NOOIT DENK IK AAN NIETS - Hans & Monique Hagen en Charlotte Dematons (Querido)

Hans & Monique Hagen verwoorden de vragen van een heel jong kind dat verwonderd om zich heen kijkt en de hele wereld wel zou willen omarmen. Heel knap is dat - omdat ze dat doen zonder over de hoofden van diezelfde kinderen heen te gaan. Daarmee wordt NOOIT DENK IK AAN NIETS een belangrijk boek, een boek dat bij dat omarmen helpt en overal vragenvuurtjes die sluimerden blij hoog leven inblaast. Over de dood, over liefde, over de hemel, over God zelfs. En dan zijn er die fan-tas-tische tekeningen van Charlotte Dematons. Alle spreads uit dit boek zou je aan de wand van de slaapkamers van al je nichtjes en neefjes willen hangen, zodat ze 's ochtends wakker kunnen worden in de hemel die ze schilderde bij 'God', in de wolkenvoorstelling van 'Hemel' of tussen de zelfverzonnen monsters van 'Bang'.  Heerlijk zijn de referenties naar kunstenaars als Van Gogh, Giacometti of Matisse, zijn de grapjes en de miniatuurtjes, maar de stralendste plaat is wel die bij 'Veren': bij het fijne versje over jezelf leren vliegen ('hocus pocus icarus')  toont Dematons een meisje dat in de lucht zwémt, met in de lucht om zich heen: vliegende... vissen. Een koesterboek.
 

vrijdag 24 april 2015

UITGESPEELD - Gerard van Gemert (Clavis)

Gerard van Gemert is vooral bekend als de schrijver van zeer populaire boeken over sportende jongens en meisjes - boeken over voetbal en over hockey, en een enkele keer over een andere sport, zoals korfbal. Onlangs kwam er een heel ander boek van hem uit, een boek dat speelt tijdens de tweede wereldoorlog. Hoewel, ook hier is een voetballende jongen de hoofdpersoon. Het gaat om de Joodse Levi Poons, een uitblinker op het middenveld, die ondanks zijn frisse optimisme niet onder de gruwelijke consequenties van de oorlog uit komt. Het goede aan dit lekker lezende verhaal is dat niets verdoezeld wordt, maar dat de boventoon toch wordt gevoerd door trouw, door vriendschap en door doorzettingsvermogen. Het is een zeer levenswaardige roman geworden (je vliegt erdoorheen), die hopelijk door heel veel voetbalboekenlezende kinderen tot zich genomen wordt. Ook de stripachtige, authentiek-ouderwets aandoende striptekeningen van Rudi Jonker zullen daar aan bijdragen. Van Gemert heeft zich uitvoering op de hoogte gesteld van de historische context, zonder dat dat overkomt als kennis spuien. Sympathieke aanrader dus, voor een groot publiek.

maandag 20 april 2015

EEN PRACHTIGE DAG - René van Blerk & Erik Kriek (Rubinstein/Van Goghmuseum/Munch Museet)

In de reeks 'Blinkende Boekjes' van uitgeverij Rubinstein verscheen zojuist een uitzonderlijk kunstprentenboek: een hypothetisch. EEN PRACHTIGE DAG gaat uit van de 'wat als' situatie waarin de Noorse kunstenaar Edvard Munch en de Nederlandse Vincent van Gogh elkaar ontmoeten en een dagje samen gaan schilderen.
Munch was tien jaar jonger, en in het echt hebben ze elkaar niet ontmoet. Wel worden hun wereldberoemd geworden werken vanaf september in het Van Gogh-museum samengebracht, en daarom schreef  Van Blerk ('senior educator' bij het museum) deze tekst, waarbij Munch droomt over de ontmoeting, beide kunstenaars naar zee gaan en Van Gogh schildert wat hij ziet, en Munch wat hij zag.
De beelden zijn van Erik Kriek, en die zijn sterk en exuberant: in zijn bijna cartoonachtige, maar toch realistische stijl maakt hij het verhaal licht, maar ook vooral toegankelijk. Er zijn vele subtiele verwijzingen naar de vormwereld en kleurenwereld van de twee schilders.
Dit boek lijkt me voor een kunsthistorisch prentenboek behoorlijk gewaagd, maar wat mij betreft ook behoorlijk geslaagd.

zondag 12 april 2015

DE PARKIET, DE ZEEMEERMIN EN DE SLAK - Annemarie van Haeringen (Leopold/Stedelijk Museum Amsterdam)

Uitgeverij Leopold liet al heel wat schitterende, uitmuntende kunstprentenboeken verschijnen, bijna altijd in samenwerking met het Gemeentemuseum in Den Haag, maar dit schitterende, uitmuntende kunstprentenboek is in opdracht van het Stedelijk Museum gemaakt. Annemarie van Haeringen vertelt over Matisse, over zijn laatste levensfase waarin hij, na een ziekte, collages maakte van geschilderde organische vormen. DE PARKIET EN DE ZEEMEERMIN, een van de sleutelwerken van Matisse uit deze periode, staat op de achterkant van het boek. Even bedwelmend als dit beeld is het boek van Van Haeringen. Het is ondoenlijk om een rangorde aan te brengen in haar prachtige verzameling prentenboeken, maar dit boek behoort wel tot het bovenste stapeltje - of in elk geval dringt dat gevoel zich aan je op bij het opnieuw en opnieuw bekijken van de kleurwereld die uit de platen stijgt en je ogen betovert. De prachtige plaat waarop Matisse 'als een wilde schildert', met zijn scheef geplaatste doeken, met zijn eerste vegen op het grote witte canvas, met het rood van de vloer en de wanden, met de bladertak in de vaas, met de kromme pootjes van het schildertafeltje, met de enorm lange kwast waar een wapperlint van okerkleurige verf uit voortkomt. Maar dan zijn daar ook nog de platen van de avond in het ziekenhuis, van Matisse in zijn rolstoel en zijn geknipte figuren die voor je gezichtsveld dwarrelen, van Matisse die we door de in een groen blad uitgespaarde slakkenvorm zien, van... van... Dit boek blijft een flinke tijd stralend in je geheugen staan - en wat kun je nog meer wensen van een kunstprentenboek?  

vrijdag 27 maart 2015

ELKE DAG EEN DRUPPEL GIF - Wilma Geldof (The House of Books)

Een jongen die opgroeit met ouders die de foute keuze maken - ze zijn overtuigd NSB'er, vooral Maartens vader. Maarten zelf is elf als de Tweede Wereldoorlog begint, maar ook wat later, als leerling van de Reichsschule, ziet hij de andere kant niet. Integendeel, hij is trots op wie hij op die school kan zijn. En - hoe knap van de schrijfster - het is te begrijpen. Dat het te begrijpen is, is behalve door het sterke psychologische portret, ook aan het mooie perspectief te danken. Maarten vertelt het achteraf, want het boek begint na de oorlog, als hij zich zo lang mogelijk stil probeert te houden, in een onooglijk en onopvallend baantje. Maar dan ontmoet hij Hanne. En zij trekt en duwt aan hem, en Maarten laat aan zich duwen en trekken. Tot hij gaat praten. En dan komen alle nuances boven. Vooral dat laatste is zo knap aan dit boek. Ook voor de lezer verschuiven de oordelen voortdurend. En we gaan over onszelf nadenken: hoe fout, hoe goed zijn we, zouden we geweest zijn, en kun je dat eigenlijk wel zeggen? Een sterk boek, intrigerend en meeslepend, en vooral: zeer genuanceerd.

maandag 23 maart 2015

DE ZEEPRIDDER EN DE HEKS VAN HEINDE EN VER - Kristien In-'t-Ven en Mattias De Leeuw (Lannoo) - BORIS ZIET HET LICHT/GRAAG TRAAG, BORIS - Andrew Joyner (Abimo)

De auteurs die een boek op een heel simpel leesniveau kunnen schrijven dat ook nog eens grappig, swingend en spannend is zijn zeldzaam. In wat nu het tweede deel van de reeks over De Zeepridder is slaagt Kristien In-'t-Ven daar wel in. In een verhaal waarin de gebeurtenissen in een vrolijk tempo aan komen rollen weet ze ook echt goede grappen te maken. Sommige stukjes van het verhaal kun je heerlijk hardop lezen - ook al een goed criterium voor eerste leesboeken. De kleurrijke, beweeglijke tekeningen van Mattias De Leeuw voegen zeer veel schwung toe aan het boek. Soms zijn ze net zo puntig als de tekst, soms nemen ze de ruimte om in een eigen spread een decor te schilderen waardoor het verhaal werkelijk achtergrond krijgt.

De reeks over zwijntje Boris - uitgegeven door Abimo en vertaald door Aag Vernelen- is ook erg grappig. In een soort stripvorm lezen we (op het allersimpelste niveau!) over Boris die in het derde boek bang is in de nacht en in deel vier op klassenuitstap is en de boel flink versjteert. De tekeningen zijn van eenzelfde laconieke toon als de tekst en dat maakt deze serie van een zeldzaam aanstekelijk niveau.

maandag 2 maart 2015

IK BEN EIGENLIJK TOCH WEL HEEL ERG EEN BEETJE GEK OP JOU - Sylvia van Ommen (Leminscaat)

Door een mooi uitgespaard patrijspoortgaatje midden op de cover van haar nieuwste boek zien we het al: de aandoenlijke dierfiguren van Sylvia van Ommen zijn terug.
Dat is geweldig nieuws, want hoe hartveroverend waren haar tekeningen al in DROP en DE VERRASSING. Als we het nieuwe boek openslaan is het meteen al genieten van een in de spotlights staande balletcavia-op-skateboard (de hoofdpersoon, ik ga er tenminste vanuit dat het een cavia is) en meteen erna de beweeglijke silhouetjes van hetzelfde diertje op de schutbladen. En dan de laconieke zinnetjes op de volgende bladzijden, die samen het verhaal van een grote verliefdheid vertellen, en steeds beginnen met 'Ik ben...' Het is ongelooflijk genieten van elke bladzijde opnieuw. De tekeningen zijn precies en soepel, grappig en ontroerend. Het boek doet met je wat caviaatje ook gebeurt: het laat je vallen. Op hem. Op zijn verhaal. Op het heerlijke werk van Sylvia van Ommen.