donderdag 16 april 2020

BLAUWTJE - Lydia Rood (Leopold)

Voor de derde keer, na Survival en Niemands meisje schreef Lydia Rood over de inmiddels negentienjarige Liesbeth. In die twee eerdere delen was ze respectievelijk dertien en zeventien. Het eerste boek speelde tijdens een kamp, het tweede bestond uit de therapieverslagen na een suïcidepoging, en nu is er Blauwtje, dat een nog breder zicht biedt op Liesbeth.

Maar het interessante is: hoe meer we over Liesbeth lezen, hoe meer vragen er te beantwoorden zijn. In dit boek werpt Liesbeth zelf die vragen op. Blauwtje is één groot zelfonderzoek dat zich afspeelt tijdens een tiendelig kamp voor autistische jongeren, waar Liesbeth als begeleidster van haar stiefbroer Franta meegaat. Beer, Liesbeths geliefde, is de leider van het kamp. Voor een meisje als Liesbeth (ze doet een test die haar moeder haar toestuurt, waarin ze laag scoort op herkennen van emoties in gezichten) is het leren kennen van heel veel nieuwe leeftijdsgenoten aanleiding voor twijfel, voor vraagtekens, voor onbesuisde acties - en in Blauwtje is dat allemaal vastgelegd in één grote werveling van mails, brieven, schema's, notulen van vergaderingen, appconversaties, teksten op bierviltjes en op ongebruikte rouwkaarten.

Lydia Rood heeft er een orkaan van een boek van gemaakt. De lezer stuitert door het boek heen, peinst mee, holt mee, twijfelt mee - en daarmee is Blauwtje een fantastische opvolger van de vorige twee boeken, en als geheel zijn deze drie boeken met geen andere trilogie te vergelijken. Allemaal samen zijn ze één grote bonk op tafel.

320 pagina's, leeftijd: 15+
Bestel dit boek bij je lokale boekwinkel, of anders hier.  

woensdag 15 april 2020

MAAR EERST VING IK EEN MONSTER - Tjibbe Veldkamp & Kees de Boer (Lemniscaat)

Niet één, maar twee geweldige prentenboekteksten schrijven en binnen een paar maanden publiceren - Tjibbe Veldkamp deed het. De fantastische vliegwedstrijd (2020, met tekeningen van Sebastiaan Van Doninck) besprak ik een paar weken terug, en Maar eerst ving ik een monster verscheen in begin januari. Beide teksten zijn fris en heel grappig, maar beide prentenboekverhalen hebben ook een heel bijzonder einde, Tjibbe Veldkamp vond twee keer een 'truc' waardoor je aan het eind van het boek meteen weer opnieuw moet beginnen.

Maar eerst ving ik een monster is een dialoog. De tekst is een gesprek tussen een voorlezende ouder en een jongetje dat naar bed moet, een kort verhaaltje voorgelezen krijgt (want het is bedtijd), en tja, dat verhaal is al heel snel uit, er moet geslapen worden, 'maar,' zegt het jongetje, 'eerst ving ik een monster.' De ouder doet daarna verwoede pogingen om het kind toch te laten gaan slapen, maar steeds moet het monsterverhaal nog vervolgd worden, want ja, er waren méérdere monsters, en er waren soldaten, en, en, en...

Wat het jongetje verzint verbeeldt Kees de Boer. Dat zijn werkelijk verrukkelijke platen geworden. Ik vermoed dat De Boer de beste monsters uit zijn carrière heeft bewaard voor dit boek, want het ene is nog kleuriger, pluiziger en éénogiger dan het andere. Maar ook de soldaten met elk een nét even andere variant van een monstergeweer in handen, met elk nét een andere helm op - o, en dan die landschappen - die blauwe heuvels, de avondhemels. Maar ook de slaapkamerinterieurs, en de schutbladen, en de boze elfjes, en de tekeningen en schilderijtjes aan de wand...

Nou ja, wie kleine kinderen heeft doet zijn of haar voorlezende zelf tekort als dit boek niet minstens één keer voorgelezen wordt (maar daar blijft het echt niet bij - wedden?).

32 pagina's, leeftijd: 4+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier

dinsdag 14 april 2020

HET WERKSTUK, OF: HOE IK VERDWEEN IN DE JUNGLE - Simon van der Geest, met tekeningen van Karst-Janneke Rogaar (Querido)

We moesten er een tijdje op wachten, maar na het meer dan geweldige Spinder (2012) en het evenzeer geweldige Spijkerzwijgen (2015) verscheen vorig jaar dan de nieuwe kinderroman van Simon van der Geest. Door omstandigheden kwam ik er nu pas aan toe om Het werkstuk te lezen, maar dat heb ik deze dagen dan ook vrijwel in één lange haal gedaan. Oordeel: het was het wachten meer dan waard.

Het werkstuk is het verhaal van Eva, die in Nederland opgroeit met een bekende zangeres als moeder en de trouwe Luuk als beste vriend. In het eerste deel van het boek, dat ook 'Het werkstuk' heet, lezen we over haar dagelijks leven, en vooral over het gat dat zich daarin bevindt: ze weet niets van haar vader. Als er op school een projectopdracht is (íets met "biologisch"') weet Eva het meteen: zij gaat schrijven over 'biologische vaders'. Het werken aan dat onderwerp brengt het verlangen om haar vader te leren kennen boven. En ondernemend en vasthoudend als ze is, ontwikkelt zich, nadat ze een paar kleine feitjes boven water heeft gekregen, een plan: haar biologische vader opzoeken in Suriname.

Het tweede deel van de roman, 'De expeditie', begint op het moment dat Eva in het vliegtuig zit, samen met een filmploeg van het Spoorloos-achtige tv-programma Verloren Tijd. In dit tweede deel versnelt de actie. Wat volgt is een wervelende vertelling, waarin de lezer bijna ademloos meegaat in het achternahollen van Eva's avontuur. Waar in het eerste deel van het boek zo prachtig de psyche van Eva wordt geschetst, iets waarvan we al wisten dat Van der Geest het als geen ander kan (zijn vorige twee romans waren ook van die volledig levensechte familievertellingen), zien we nu dat de schrijver ook de spanning beheerst. En natuurlijk vindt Eva iemand - al is het maar de vraag of dit degene is die ze zich voorgesteld had.

De tekeningen van Karst-Janneke Rogaar zijn trouwens heel sterk. Ze geven je net die visuele hulp die je als lezer wilt krijgen, waardoor het decor, Suriname, niet alleen in de beschrijvingen, maar ook in beeld, heel voorstelbaar is.
Maar het mooiste van Het werkstuk is misschien wel de ontwikkeling van Eva's vriendschap met Luuk. Simon van der Geest deed uitgebreid onderzoek voor dit boek, hij sprak met een zangeres, met tv-makers, met veel mensen in Suriname, met zijn zus, die zelf ook een zoektocht ondernam naar haar biologische familie in Suriname - maar hij ging ook op reis door de jungle, en dat deed hij samen met een vriend die hij al sinds de kleuterklas heeft. Aan hem en aan zijn zus heeft Simon van der Geest dit boek dan ook opgedragen, een boek dat dus vooral ook een ode is aan de vrienden die ons hele leven bij ons zijn, de vrienden die we kiezen als onze niet-biologische familie.

400 pagina's, leeftijd: 10+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.


maandag 13 april 2020

VAN TWEE VIKINGEN - Imme Dros & Harrie Geelen (Querido)

In 2018 verscheen van Imme Dros en Harrie Geelen een hoog en groot prentenboek, Van twee ridders, en een jaar later was er al een vervolg: Van twee Vikingen. Opnieuw zijn de tweelingbroers Luuk en Lars de hoofdpersonen. Hun fantasie is een beetje verschoven: in plaats van ridders spelen ze nu vaak dat ze Vikingen zijn. Dat komt door de verhalen van hun vader. Die vertelt hen, als ze samen in de sloep zitten, de roeiboot die achter hun huis in de sloot ligt, over de godenwereld uit de Vikingtijd.

Dit tweede boek is dikker dan het eerste, omdat Dros en Geelen ons niet alleen het speelverhaal van de tweeling bieden (op een dag gaan ze, hoewel dat verboden is, zelf varen met de sloep, raken op drift, worden bang en worden gered door hun vader), maar ook drie lange verzen waarin ze evenzoveel mythen uit de noordse godenwereld vertellen. We lezen in heerlijk ritmische, door rijm bijeengehouden regels over Wodan, over Donar, over Loki en over Freya.

Geelen levert uiteraard weer exuberant beeldend werk - niet alleen kleurrijke taferelen in aquarel (voor de tweelingverhalen), maar ook grote platen die op foto's van houtsnedes lijken (al zijn ze dat niet) in bruine en andere donkere tinten, wanneer het over de goden gaat. Van twee Vikingen is daarmee een zoveelste proeve van het rijke oeuvre van dit echtpaar, een oeuvre dat áltijd (vanaf het eerste boek van Imme Dros, 1971, het ontroerend mooie Het paard Rudolf) over de verbeelding gaat, over verhalen, over de levenskracht die de fantasie ons steeds weer gratis aanreikt.

88 pagina's, leeftijd: 6+ 
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier

zaterdag 11 april 2020

HOE GROOT IS DE LIEFDE - Anna van Praag (Hoogland & Van Klaveren)

Hoe groot is de liefde, de recentste jongerenroman (2018) van Anna van Praag, gaat over twee meisjes, Mila en Jules. Ze verschillen hemelsbreed, Mila komt uit een beschermd gezin in Drenthe en woont nu in een containerwoning voor studenten in Amsterdam. Jules heeft een jongere broer en twee zorgende, drukke moeders die een hostel runnen, en daarnaast heeft Jules een eigen atelier, ze is zangeres. Maar zowel Jules als Mila worden ze verliefd op Steffan. Steffan - de onvatbare, de knappe, bijzondere barman, die leeft voor de muziek en dirigent is van het koor waarin Jules als soliste zingt.
Steffan houdt van hen allebei - Mila noemt hij Engel en Jules noemt hij Muze. En op een bepaalde manier houden ook Mila en Jules van elkaar. Hoe groot is de liefde is daarmee een roman over houden van zonder grenzen, over seks ook, maar toch vooral over de vraag hoe goed je iemand kunt kennen.

Want Steffan is een jongen die zich nauwelijks láát kennen. Hij is obsessief, depressief ook, en kampt zowel met schuldgevoelens als met een tekort aan kennis over hoe het leven geleid moet worden zonder dat je eraan ten onder gaat. Hij beschikt wel over een overweldigende voorraad tederheid én een overweldigende voorraad sensualiteit - hoe lastig hij die ook kan doseren. Hij is de satelliet waaromheen Engel en Muze zich bewegen.

Hoe groot is de liefde heeft iets van de ondoorgrondelijkheid van Steffan. Niet dat het boek moeilijk om te lezen is, maar het duurt even voordat je in de maalstroom meegezogen wordt - en juist dat past bij het onderwerp van het boek, want in de tweede helft is er geen houden meer aan: dan wil je alleen maar verder- en verder lezen. Deze roman beweegt zich vele kanten op (als Steffan), maar gloeit ook geweldig (als Steffan). Daarmee schiep Anna van Praag een boek dat indruk maakt, een boek waar je na het dichtslaan nog een tijd over na wilt denken.

264 pagina's, leeftijd: 15+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.
  

vrijdag 10 april 2020

DROMERS - Charlotte Dumas & Bibi Dumon Tak (Querido)

Een teder kijkboek, dat is Dromers. We zien: slapende dieren. Schitterende foto's van dromende honden, dromende tijgers, dromende paarden en een misschien-dromende-slapende-onder-water-ijsbeer.
Fotografe Charlotte Dumas selecteerde droomdier-foto's uit diverse van haar projecten, en bij die beelden kun je niets anders dan zachter gaan ademhalen. Hier heerst rust, hier heerst veiligheid.

Of er ook avontuur heerst, achter die ogen, in die breinen, is de vraag die Bibi Dumon tak oproept. Haar werd gevraagd om een tekst te maken bij de foto's en ze zorgde voor één lang gedicht, dat door de vragen die erin gesteld worden onze blik stuurt. Als er staat 'Zouden veulentjes hetzelfde dromen als hun moeders?', dan staar je direct naar de gesloten ogen en het gebogen hoofdje van het drie dagen oude veulen dat op de foto achter zijn moeder staat te soezen.

Met elke vraag die Dumon Tak teder neerlegt verdiept zich het nadenken over de droomwereld van dieren:

We zouden ook wel willen horen 
waar tijgers over dromen, 
en of ze honger hebben 
in hun slaap.

Of ze zich dan als poezen 
laten aaien.
Of ze spinnen
binnen in hun kop.


Het boek eindigt met een toelichting van Charlotte Dumas. Ze vertelt waar ze welke dieren heeft gefotografeerd en daardoor is het extra mooi om bijvoorbeeld te weten dat het veulen van omslag (dat zo lekker zijn kop in het stro heeft weggestopt) Momiji heet, en dat die naam 'rode of gekleurde bladeren' betekent - omdat hij in de herfst geboren werd.
Oeh, wat een fijn, tevredenstellend boek.

58 pagina's, leeftijd: 6+ (maar alle leeftijden)
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier 

donderdag 9 april 2020

DE VERHUISDIEREN - Pieter van den Heuvel (Gottmer)

O! Opeens is De verhuisdieren er, het debuut van tekenaar/schrijver
Pieter van den Heuvel, en wát een debuut. De bladzijden van dit prentenboek kunnen helemaal uitgevouwen worden, tot er een vier meter lange vertelling ontstaat, een vertelling die een stoet is: allerlei dieren zijn in een lange rij aan het sjouwen met huisraad, omdat er een nieuw huis betrokken gaat worden. Maar De verhuisdieren is vooral een hele serie verrassingen:

Verrassing 1: de grappen. Zo houdt krokodil een schilderij van zichzelf in zijn bek geklemd, tillen de mieren (die tussen alle andere dieren te vinden zijn) elk een blaadje, dragen de twee nijlpaarden behalve de tv en hun eigen koffers ook de walvis, de giraf draagt laarsjes, de kameel een cactus - er komt geen einde aan de geestige voorbeelden.
Verrassing 2: de tekst. Die rijmt en dat is technisch góéd gedaan (vaak hakkelt een rijmende prentenboektekst nogal). Deze zinnen zullen al snel door kinderen uit het hoofd opgezegd worden, daar nodigen ze door ritme en cadans meteen toe uit..
Verrassing 3: de plot. Er zit ook nog eens een bijzonder komisch einde aan dit stapelverhaal. Dat einde kondigt zich in de tekeningen al aan, maar doet je, als je daar bent aanbeland, alsnog in de lach schieten.
Verrassing 4: de tekeningen. Tegen een witte achtergrond waarop we alleen de contouren van de andere huizen in de straat zien (slimme visuele keuze) zien we de dieren realistisch, maar fijnzinnig gearceerd. Van den Heuvels stijl doet zowaar een beetje denken aan die van grootmeester Maurice Sendak.

Dus ja: o! Wat een entree van nieuwkomer Pieter van den Heuvel! Nou, nieuwkomer... eerder maakte hij dit boek. Maar een kinderliteratuurnieuwkomer is hij wél en daar kunnen we alleen maar heel blij mee zijn. 

Leeftijd: 4+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier