dinsdag 31 maart 2020

HOE BEROOF JE EEN BANK? - Pim Lammers, met tekeningen van Loes Riphagen (Querido)

Je ziet het na het lezen van Hoe beroof je een bank? gewoon voor je: hoe kinderen elkaar aanstoten, dit boek aanraden en enthousiast aan het navertellen van het verhaal beginnen. Die grote aantrekkelijkheid heeft dit boek. Het is een deel uit de serie Tijgerlezen, grappige of spannende boeken voor beginnende lezers, zonder stricte AVI-indeling, omdat uit onderzoek is gebleken dat kinderen sneller leren lezen als ze zelf naar een boek grijpen - en naar dit boek grijpen zullen kinderen zeker.

Max, Mo en Lotte willen geld ophalen voor de bedreigde zwartvoet-bunzing (de keuze voor dit dier vind ik heel geestig) en bedenken bepaald onorthodoxe manieren om aan het benodigde bedrag te komen. Het boek begint al meteen deur-in-huis-vallend met een geweldig spannende eerste bladzijde, met als beginzinnen:
Ik ben ontvoerd.
Ik zit verstopt in een hut, midden in het bos. 
En ik mag hier niet weg.
Papa en mama moeten eerst geld betalen.
En dat eerste hoofdstukje eindigt met:
Ik ben samen met Mo en Lotte.
Dat zijn mijn beste vrienden.
Maar zij zijn niet ontvoerd.
Zij HEBBEN mij ontvoerd.

Zo eindigt elk korte hoofdstuk wel met een cliffhanger. En is er steeds die onderhuidse lol, dat onderliggende vertelplezier. Die lol en dat plezier worden ook weerspiegeld in de heerlijke tekeningen van Loes Riphagen. In zwart-wit en steunkleur rood brengt ze precies de juiste informatie én de juiste grappen over. Door haar werk, door de mooie uitgave en vooral door dit heel sterke debuut van Pim Lammers bij Querido is Hoe beroof je een bank? een boek dat alles toont waar Tijgerlezen voor staat. Aanbevolen voor heel, heel veel kinderen - of ze nu wel of niet van lezen houden.

92 bladzijden, leeftijd: 6+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.

maandag 30 maart 2020

DE FANTASTISCHE VLIEGWEDSTRIJD - Tjibbe Veldkamp & Sebastiaan Van Doninck (Querido)

Een prentenboektekst van Tjibbe Veldkamp steekt altijd boven andere prentenboekteksten uit, en dat is ook met De fantastische vliegwedstrijd het geval. Bovendien: Veldkamps prentenboekteksten zijn steevast vrolijk - en ook dat geldt voor deze nieuwe uitgave. Onderwerp: vogels die een vliegwedstrijd houden. Maar niet met hun eigen vleugels, nee, ze hebben elk een vliegmachine gebouwd, of een luchtballon, of nog een ander luchtvervoermiddel. De tekst is het ronkend voor te lezen sportverslag: 'Alle teams staan klaar voor de start, alle teams behalve één, want waar zijn de uiltjes? Team Uil is te laat! Hebben de nachtdieren zich wéér verslapen?'

In vrolijkheid en in flink opgevoerde fantasie doet Sebastiaan Van Doninck niet onder voor Veldkamp. Elke plaat van dit groot formaat prentenboek wemelt van de details en van de grappen. Zoals de sportverslaggeef-vogel die niet in de tekst genoemd wordt, maar wel in een wankel torentje op de eerste pagina te zien is. En het doorgaande verhaal van die twee uiltjes die te laat aan de start verschenen. Of - dat vooral - alle gemene streken die het Team Kip uithaalt.
Daarom is de aanbeveling die aan het eind van het boek, net onder de wraak van de loopvogels, staat ('Wilt u deze wedstrijd nog eens terugzien, de herhaling begint nu voor in dit boek...') er één om van harte over te nemen. De fantastische vliegwedstrijd is een van de geinigste prentenboeken die de laatste tijd jaren verschenen is en Veldkamp en Van Doninck zijn wat betreft hun gein-aandeel volledig aan elkaar gewaagd. 

26 pagina's, leeftijd: 4+
Bestel dit boek bij uw lokale boekhandel, of hier.

zondag 29 maart 2020

ALS DE STERREN ZINGEN - Tonke Dragt (Leopold)

Och, wat was het mooi om Tonke Dragt laatst op televisie te zien, geïnterviewd door de bewonderaar die haar grote roman De brief voor de koning zijn hele leven bij zich heeft gedragen en diezelfde bewondering op zijn zoon heeft overgebracht: Matthijs van Nieuwkerk.
Nog mooier was het om de mannen van de Grote Vriendelijke Podcast uitgebreid met haar te horen praten in het eerste en tweede deel van hun podcast.
Bovendien heeft de gevierde Engelse vertaling door Laura Watkinson van De brief geleid tot een Netflix-verfilming, die, hoewel de inhoud van de serie danig losgeweekt is van het boek van Dragt, toch ongetwijfeld weer zal leiden tot nog meer lezers, wereldwijd, van The letter for the king (onder de link: Dragts interview met The Guardian).

Aangespoord door die hartverwarmende nieuwe aandacht voor het werk van Tonke Dragt las ik deze dagen het meer dan vierhonderd pagina's tellende boek dat ik nog niet van haar kende: een verzamelbundel met verhalen die in 2017 prachtig (full-colour, dubbel leeslint) uitgegeven is door Leopold, de uitgeverij die ze altijd trouw is gebleven.
Onder de titel Als de sterren zingen lezen we een schitterende staalkaart van alles waar Tonke Dragt interesse voor heeft. Het boek telt vijf afdelingen. We gaan via sprookjes en vertellingen (1), sagen, mysteries en avontuur (2), via raadselverhalen (3), toekomstverhalen & sciencefiction (4) naar nachtverhalen (5). Het mooie is: dat hoeven helemaal geen favoriete genres van je te zijn, want wat al die verhalen, in allerlei verschillende decennia geschreven, bij elkaar houdt is die prachtige Dragt-verteltoon. Ze neemt je vanaf de eerste regels mee. Er is niets verouderd, niets is langdradig of belegen, sterker: ze schrijft in een handomdraai. In een paar snelle schetsen zet ze haar decor neer en plaatst ze haar hoofdpersonages helder voor de ogen van de lezer.

Misschien wel het mooiste aspect aan de bundel zijn de toelichtingen die ze bij veel verhalen schrijft. Dan is de bladzijde opeens romig geel en staat er 'Tonke Dragt vertelt...' bovenaan en onderaan de handtekening van de schrijfster, met ertussenin een stukje over wanneer en waarom ze dit verhaal schreef. Naast een vaak betoverende bundel (met heel wat niet eerder gepubliceerde verhalen!) krijgen we met Als de sterren zingen ook een inkijk in Dragts schrijfgeschiedenis. Daarmee is dit boek niet alleen een viering van haar werk, maar vooral ook een viering van het lezen van haar werk. Ideaal voor deze quarantaine-weken - en alle andere.

426 pagina's, leeftijd: 10+, soms iets jonger, maar eigenlijk: alle leeftijden
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.

zaterdag 28 maart 2020

JAWLENSKY, HAAR OGEN - Bette Westera & Sylvia Weve, IN DE TUIN VAN MONET - Kaatje Vermeire (Leopold/Gemeentemuseum Den Haag)

Als er prijzen zouden bestaan voor series dan zouden de kunstprentenboeken die uitgeverij Leopold en het Gemeentemuseum in Den Haag laten maken daarvoor in aanmerking komen.
De afgelopen jaren zagen we bijvoorbeeld schitterende delen over Liebermann (Annette Fienieg & Koos Meinderts), over Poiret (van Enzo Pérès-Labourdette), over Givenchy (van Philip Hopman), over Toorop (door Kitty Crowther), over standbeelden (van Ted van Lieshout & Ludwig Volbeda), over tafelmanieren (van Rindert Kromhout & Margriet Heymans), over de Haagse School (van Charlotte Dematons), over Rothko (van Wim Hofman), over Schiele (van Harriët van Reek), over Delfts Blauw (van Ingrid & Dieter Schubert), over Calder (van Sieb Posthuma), en over Caillebotte (van Ingrid Godon).

Maar er zijn daarna in 2018 en 2019 weer twee fantastische afleveringen verschenen die ik nog niet heb kunnen bespreken. Bij het werk van de schilder Alexej von Jawlensky maakte het beproefde duo Westera en Weve een boek in schitterende kleuren. Het - niet rechtstreeks op het leven van de schilder geënte, maar wel passende - verhaal gaat over een jongetje dat zijn moeder heeft verloren en dan steeds grotere schilderijen maakt om met haar in contact te kunnen blijven. De werkelijk fantastische spreads van Weve zijn zéér geïnspireerd op Jawlensky en tonen ook een bijzondere variatie. Van pastelkleurige dotten tot wit op zwarte lijntekeningen, tot beelden in bruintinten en portretten met sterke ogen - een kenmerk van Jawlensky.

Het boek dat Kaatje Vermeire over Monet maakte begint op de titelpagina met zijn hoed. Het verhaal is al even impressionistisch als Monets werk. We lezen zinnetjes die door Monet over zijn leven gezegd zouden kunnen worden, en krijgen flarden van zijn biografie mee. Maar het zijn vooral de platen die spreken. Geheel in Monets sfeer gieten ze kleur uit over de lezer. Dit boek moet ongetwijfeld al het absolute lievelingsboek van een aantal kinderen geworden zijn, want het tovert de zomer naar boven, en de een na laatste zin vertelt eigenlijk alles: 'Ik schilder hetzelfde dat nooit hetzelfde is.'

24 pagina's, leeftijd: 6+ (maar eigenlijk leeftijdsloos)
Bestel deze boeken bij je lokale boekhandel, of anders hier en hier.
    

vrijdag 27 maart 2020

DIE KLEINE IS DON, DE LANGE IS SJON - Catharina Valckx (Querido)

Ik ben nogal fan van tekenaar/schrijver Catharina Valckx. Ik hou van haar helderheid en van haar humor. De laatste jaren schreef ik over bijvoorbeeld De koning en de kip, over Victor, een paar dagen uit mijn bijzonder interessante leven, over Billy zoekt een schat en over het geweldige Fritzi en de razende schoen. Des te verheugder was ik dus toen Catharina Valckx een deel in de Tijgerlezen-serie wilde schrijven (Tijgerlezen: grappige of spannende boeken voor beginnende lezers, zonder stricte AVI-indeling - omdat uit onderzoek is gebleken dat kinderen sneller leren lezen als ze zelf naar een boek grijpen). En wat voor een deel!

Voor dit boek schiep Valckx een nieuw duo: Don en Sjon. Sjon is een eend (of een gans?) en Don een klein zwart vogeltje, en de uitleggende titel is al heel grappig: Die kleine is Don, de lange is Sjon. Ze wonen samen in een huisje, en koekjes zijn een belangrijk onderdeel van hun dagelijks leven, zo blijkt uit deze zes verhalen. In het eerste eet Don een heel pak leeg en laat niks voor Sjon over. Als hij nog een laatste, droog exemplaar vindt lijkt hij zijn verdiende straf te krijgen, maar dat loopt heel anders af. Het leuke van deze verhalen is dat je dénkt dat ze volgens een al veel vaker gebruikt plot-stramien gaan verlopen, maar Valckx doet dan steeds net weer wat anders.

Elke bladzijde bestaat voor de bovenste helft uit tekening, en daaronder staan een paar duidelijke, makkelijk te lezen zinnen. De opgewektheid ontvouwt zich op elke bladzijde, en ik moest ook een paar keer - ik kan het niet anders zeggen - grinniken (een woord dat zeer bij de wereld van Valckx past). Hoe dan ook, dit boek wekt de hoop dat er nog meer Don-en-Sjon-delen mogen verschijnen.  

104 pagina's. leeftijd: 6+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.

donderdag 26 maart 2020

DOKTER VOS - Daan Remmerts de Vries (Gottmer)

Daan Remmerts de Vries is natuurlijk een van onze meest veelzijdige auteurs/tekenaars. Van prachtige psychologische kinderromans als Godje, Tijgereiland en Groter dan de lucht, erger dan de zon tot jeugdromans als De diepte van een Zweeds meer tot fantasy tot vrolijke prentenboeken.
In die laatste categorie verscheen vorig jaar Vos is een boef, een geinig schavuitenverhaal. En nu is er Dokter Vos, het 'vervolg'.

Vos besluit dokter te worden en dieren beter te maken. Het wordt niet met zoveel woorden aangegeven waarom hij dat wil doen, maar het zullen vast niet alleen maar dierlievende motieven zijn. Hoewel: hij kijkt op de coverafbeelding wel heel beteuterd - het vervelende is namelijk dat er geen patiënten komen. En dus besluit Vos die patiënten te vangen.
Natuurlijk is het zo dat in dit soort verhalen de bedrieger bedrogen wordt en Dokter Vos is daar geen uitzondering op. Maar het gebeurt op een geinige, tevreden stellende manier. Zelfs Vos kan ermee leven.

De tekeningen uit dit fijne boek, ook van de hand van Remmerts de Vries dus, brengen de slapstick nog meer tot leven, maar niet alleen dat: ze wekken behoorlijk wat sympathie op voor de gelegenheidsdokter. Zou hij het dan toch allemaal uit liefdadigheid doen?

32 pagina's, leeftijd: 4+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.  
 

woensdag 25 maart 2020

DE ZOUTE GOUDVIS - Paul Biegel, met tekeningen van Mies van Hout (Lemniscaat)

Het is 25 maart en vijfennegentig jaar geleden werd Paul Biegel geboren. Op deze Biegeldag bespreek ik graag het laatst verschenen boek van onze schrijvervoorvader, het in 2015 uitgegeven De zoute goudvis. In dat boek zijn zeven sprankelende verhalen gebundeld, en door Mies van Hout van nieuwe tekeningen voorzien. Die tekeningen zijn fijn, ze spatten van kleur, en kijk bijvoorbeeld eens, als je het boek in je bezit hebt, naar de lol die afstraalt van de tekening van de duizendpoot die op zijn rug ligt, met elk pootje in het verband. Zijn oogjes zijn ziekelijk toegeknepen en met een mini-mondje lurkt hij nog wat rode limonade uit een scheef glaasje dat naast hem staat.

De verhalen zijn stuk voor stuk fantastisch. Je wilt ze zo aan je kleine neefjes en nichtjes gaan voorlezen, nu, zitten, op de bank, oren open. Biegel kan van werkelijk alles een spannend of grappig verhaal maken, en natuurlijk danst zijn taal de horlepiep in elke zin.

Er is weer veel Biegelliaans te ontdekken in deze verzameling. Voorbeelden? Het eerste verhaal, De drie vogeltjes, is een voorbeeld van hoe hij vaak met namen speelde. Uit zijn boek De rode prinses kennen we de drie reuzen Holz, Bolz en Schwanzenstolz, en hier heten de drie vogeltje Hip, Wip en Nipperdenipsi Pip. En dan die laatste zin... Daarin kunnen de drie vogeltjes, die alle drie beroet zijn en dus hun oorspronkelijke kleuren verloren hebben, door 'tante Sibelius' (ook zo'n Biegel-naam) niet meer uit elkaar gehouden worden, en dan staat er: 'Want zwart lijkt zo op elkaar.' Dat kán eigenlijk niet, die zin, en toch snap je 'm helemaal.
Of het verhaal De graskabouter. Die is een soort dokter voor allerlei kleine dieren. En dan staat er: 'Als er een duizendpoot komt met verzwikte enkels, dan staat de graskabouter wel een dag te peuteren met verbandjes.' Door dat woord 'peuteren' is deze zin honderd procent opgegeinigd.
In Jacob Kikker gaat het over een eenzame kikker die zijn vrienden kwijt is. Dan drijft er op een dag op een stuk hout een dikke kikker langs. Die komt uit Roemenië (!) en moppert dat in dit land alles afgrijselijk is. Dat doet hij met deze opsomming: 'Want het stinkt hier. En het water is vergiftig. En de zon te bleek. En de wind te schraal. En het riet te scherp. En de eenden zijn mispunten.' Wie schiet er bij zo'n laatste zin nu niet in de lach?

We hebben veel te danken aan Paul Biegel, en al zijn verhalen verdienen het om steeds weer voorgelezen te worden. Voor wie een introductie-light zoekt kan ik deze fijn uitgegeven bundel aanbevelen, en voor wie ooit korte verhalen voor kinderen wil schrijven: De zoute goudvis kun je ook lezen als leerboek. Zo moet het namelijk.

64 pagina's, leeftijd: 5+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of (er zijn niet veel nieuwe exemplaren meer) hier.