maandag 23 maart 2020

ZWERVELING - Peter Van den Ende (Querido)

Een boek dat ik al heel lang had willen tippen: Zwerveling van Peter Van den Ende, een van de hoogtepunten van 2019. Een vroegere titel van deze graphic-novel-die-anders-is-dan-alle-andere-boeken was Bootje op drift. Daarmee is de kortste samenvatting van het tekstloze boek gegeven, want de 'hoofdpersoon' is een gevouwen papieren bootje, dat vanaf een groot en wonderlijk schip, de Exploratio, ergens in de Stille Oceaan, wordt losgelaten - ogenschijnlijk onbemand.
Het bootje legt een lange, lange tocht af naar Europa, misschien wel naar een tevoorschijn gedroomd België, en dat weten we omdat op de achterste schutbladen de reis kort staat afgebeeld.
Die reis leidt langs de vreemdste zeewezens die er bestaan. Vaak zijn het hybride schepsels, half vis, half walvis, of half walvis, half pijprokend dier, of half duiker, half vis, en zo verder. In de zwartwit-bijeengearceerde wereld van debutant Van den Ende kan veel, maar het geweldige is dat er toch genoeg 'samenhang' is om na een eerste bekijken van het boek meteen opnieuw te beginnen. Hoe zit dat met die zwarte kat? Hoe zit dat met de kortstondige bemanning door het zeepaardjeswezen? Hoe en wanneer worden er parels uit het water gehaald? Waarom is de Exploratio uiteindelijk ook op de eindbestemming? Hoe komt dat kogelgat in het bootje? En dan die octopus met inktpotjes in zijn tentakels?  En de duikbootachtige vis die Ictine (IV) heet? En het paard dat met sterren is bevlekt?
Wat een entree in de kinderboekwereld. Van den Ende is al met zijn eerste boek niets minder dan een fenomeen, want Zwerveling is een juichende surpriseparty voor de verbeelding. En we zijn allemaal uitgenodigd.

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.

zondag 22 maart 2020

DE WERELD VAN WOLLEBRANDT - Nicolien Mizee (Brandt)

We kennen Nicolien Mizee natuurlijk van haar boeken voor volwassenen, waarschijnlijk vooral van romans als Moord op de moestuin en De halfbroer, of van haar verslavende faxen aan Ger: De kennismaking, De porseleinkast en Allesverpletterende. Maar ze schreef ook één boek voor jongeren. Het kwam in 2016 uit en maakte deel uit van een groepsproject van schrijvers Hans van der Beek, Jet Steinz en Judith Eiselin: Sterren van morgen. En van Mizee dus. Het project heeft geen vervolg gekregen, en ik heb de andere delen nog niet gelezen, maar het deel van Mizee beviel me goed.

De verhalen vinden plaats op een bijzondere plek, namelijk op Mortimer Mansion, een Engelse kostschool die ingericht is volgens een bepaalde Leer (Sterren van Morgen). Wat die Leer precies inhoudt kom je in dit verhaal niet te weten, maar Wollebrandt, de hoofdpersoon, leeft vanaf de eerste zinnen. Hij is de ene helft van een tweeling (over zijn zusje Wendelmoed schreef Judith Eiselin het deel Het vuur van Louise). Wollebrandt is zo'n jongen aan wie al heel vaak gezegd is dat hij vooral niet teveel over zijn grote hobby moet praten: fossielen. Dat doet hij natuurlijk toch, en in zijn sociale onhandigheid lijkt hij al meteen buiten de groep te vallen. Gelukkig ligt het niet zo simpel, en behoudt het boek een soort monterheid die goed bij het andere werk van Mizee past.

Omdat dit een deel van een groepsproject was heeft de auteur zich ongetwijfeld aan bepaalde gebeurtenissen moeten houden, en dat zorgt ervoor dat De wereld van Wollebrandt niet zozeer één doorlopend verhaal is, maar dat we door het eerste kostschooljaar springen, dat we van episode naar episode gaan. Dat is geen bezwaar, want de charme van dit boek zit hem in de frisse stijl, de bijzondere achtergronden (wat Wollebrandt over fossielen vertelt is écht interessant, maar ook paardrijden krijgt een mooie plek en zelfs het tradtionele Engelse Morris-dansen) en de aangename personages. De ouders van de tweeling zijn heerlijk laconiek, er is een vriendinnetje uit Spanje en een vriendje uit Frankrijk die elk hun eigen lijntje krijgen - nou ja, ik wil maar zeggen: het lezen van dit niet heel dikke boek was aangenaam.

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.


zaterdag 21 maart 2020

STINKHOND ZOEKT EEN BAASJE & STINKHOND GAAT NAAR SCHOOL - Colas Gutman & Marc Boutavant (Lannoo)

De serie over Stinkhond (in het origineel Chien Pourri) is al een tijdje heel populair in Frankrijk en nu kunnen ook Nederlandse en Vlaamse kinderen eindelijk kennismaken met deze goedmoedige viezerd, wiens naam door vertaalster Sylvia Vanden Heede omgedoopt is tot Stinkhond. Die vertaling is trouwens heerlijk.
De eerste twee delen kwamen onlangs uit, en verderop in dit jaar volgen er nog twee: Stinkhond gaat naar zee en Stinkhond is jarig. Steeds zijn Stinkhond en Plattekat, goede vrienden die bij een vuilnisbak wonen, de hoofdpersonen. Stinkhond trekt er steeds weer op uit met een nieuw levensdoel, zoals bijvoorbeeld het vinden van een baasje of het naar school gaan zodat hij kan leren lezen. Wat volgt is een kolderieke tuimeling van meestal onfortuinlijke gebeurtenissen, waar Stinkhond toch voortdurend vrolijk onder blijft. Die eigenschap heeft hij met name te danken aan zijn geringe verstand, gecombineerd met zijn ongebreidelde optimisme.
Het zijn absurde verhalen, waarin met grote stappen door de gebeurtenissen wordt gebanjerd. Het gaat er soms niet lichtzinnig aan toe, maar er is gelukkig altijd de vriendschap met Plattekat, en de levenslust van Stinkhond zelf.
Het leukst van deze reeks zijn wat mij betreft de geweldige tekeningen van Marc Boutavant. We kennen hem al van de schitterende illustraties bij Toon Tellegens Is er dan niemand boos?, en ook hier is het een groot plezier om naar zijn kleurenprenten te kijken die vol warmte en gein zitten. 

Bestel deze boeken bij je lokale boekhandel, of hier.

vrijdag 20 maart 2020

VERLOREN WOORDEN - Robert Macfarlane & Jackie Morris (Querido)

Lost words, dat is de oorspronkelijke titel van dit enorme boek (letterlijk: het torent hoog boven de rest van je boekenkast uit) - en met die 'verloren woorden' bedoelt de schrijver natuurwoorden. Woorden die planten, bomen en dieren benoemen. Macfarlane zocht naar een indringende manier om de woorden on-verloren te laten zijn, en o, wat vond hij die. Hij schreef acrostichons (naamdichten, de eerste letters van de strofen vormen samen het woord waar het vers over gaat) waarin hij ons beter, nee nog beter, nee, nog wat beter laat kijken naar de twintig uitgekozen dieren en planten. Ze staan op alfabet, het gaat van adder tot winterkoninkje.

De ondertitel van Verloren woorden is 'een betoverboek'- en die belofte maakt dit boek volledig waar. De taal buitelt en bedwelmt. Laat ik een van de vele hoogtepunten hier in z'n geheel citeren:

PAARDENBLOEM

Plaag me, kleine zon in het gras!

Als je durft, duizel me, mini-tijdmachine!
(Wie-wat, zonnebad, distelblad)

Al jouw namen zijn vervlogen,

Raadselplant, pluimbol, leeuwentand,
(Wie-wat, zonnebad, netelblad)

Dent-de-lion, hondstong, melkwiet,

Er moeten daarom nieuwe komen, vind je niet?
(Wie-wat, zonnebad, kartelblad)

Nieuwe namen die ik zal verzinnen, om te

Beginnen: Vloek voor de gazongekken, of

Lachende ster van het voetbalveld,

Of strooigeld,

En voorjaarsbruid,

Maar nooit zal je domweg, gewoonweg, simpelweg heten: 'onkruid'.
(Wie-wat, zonnebad, rozetblad)

Ik kan iedereen aanraden om een van Macfarlane's gedichten over te typen, zoals ik daarnet deed, want je ontdekt zelfs nog meer dan je al las. Zie hoe de taal spelletjes speelt! Het gaat hier ook nog eens over allerlei oude en nieuwe namen voor iets wat we vaak over het hoofd zien, maar we krijgen ook lol mee, koppeltjeduikelen met klanken en woorden.

Knap van Macfarlane - ja. Maar even knap van de vertaler. En dat is niemand minder dan Bibi Dumon Tak. Wie Verloren woorden leest, hapt soms naar adem van de vertaalvirtuositeit. Ik zou zeggen: lees bovenstaand gedicht nog eens door, en bedenk dan dat er een Engelstalig origineel is, waarin al die oud-Hollandse benamingen voor de paardenbloem niet voor hebben kunnen komen. En toch bleef Dumon Tak dichtbij het origineel. Het is ongelooflijk.

De tekeningen van Jackie Morris zijn ruim, soms weelderig, maar altijd dienend. Ze brengen de behandelde bomen, vogels en overige onderwerpen realistisch in beeld. Verder is er niet bezuinigd op vormgeving, op de kwaliteit van het papier en op de stevigheid van het (koffietafel-)boek.
Juist in deze tijd, waarin we vanuit huis opeens weer veel meer opmerken dat er vogels langs vliegen is Verloren woorden een waar cadeau dat je (advies!) meerdere keren hardop zult willen lezen.

Koop dit boek bij je lokale boekhandel of bestel het hier.

donderdag 19 maart 2020

ONS KASTEEL AAN ZEE - Lucy Strange (Gottmer)

Na het al heel bijzondere eerste Het geheim van het Nachtegaalbos van schrijfster Lucy Strange, is afgelopen jaar haar tweede kinderroman verschenen en gelukkig vrij snel (op een heerlijke manier) door Aleid van Eekelen-Benders vertaald.
Het motto is van Charles Dickens en geeft - achteraf gezien - de essentie van het boek weer: 'Want ons levenspad... is nu ruw en rotsachtig, en het is aan ons het te effenen.' Het verhaal dat zich rond het begin van de Tweede Wereldoorlog afspeelt aan de zuidoostkust van Engeland begint met de kennismaking met het gezin dat centraal staat (vader, moeder, twee zusjes, we maken het avontuur mee door de ogen van de jongste, Petra) en met de legende over de 'Vier Dochters' die de vader aan zijn kinderen vertelt. Die 'Vier Dochters' zijn stenen beelden uit de oudheid die uitkijken over zee vanaf een klif en in een halve cirkel voor de vuurtoren staan, waarin het gezin woont.
Wie Ons kasteel aan zee leest waant zich op die klif en in die vuurtoren. Strange beschrijft het uitzicht, het weer, de omgeving zo levendig, zonder al te poëtisch te worden, dat je je dáár bevindt. Maar dat is maar een van haar auteurskwaliteiten. Wat volgt is een zorgvuldig verteld onstuimig verhaal, waarin de twee meisjes niet gespaard worden. 'Ruw en rotsachtig' is hun leven, en ze moeten tussen verraad, trouw, dood en hoop hun eigen weg zien te effenen. De wereld staat in brand, de oorlog dreigt, en Petra komt werkelijk voor de keuze te staan: wiens kant kies je, waar ligt je loyaliteit.
Ons kasteel aan zee is een boek dat raakt aan waar het in het leven echt om gaat, maar tegelijkertijd wil je niet stoppen met lezen, omdat het ook nog eens ongemeen spannend is. En dus is het nu reikhalzend uitkijken naar Lucy Strange's derde boek, want hier is een auteur opgestaan die we moeten blijven volgen.

Koop dit boek bij je lokale boekhandel of bestel het hier.

woensdag 18 maart 2020

NIEMAND ZIET HET - Dolf Verroen & Charlotte Dematons (Leopold)

Al vorig jaar verschenen, maar ik had er nog niet over geschreven. Vandaag herlas ik daarom Niemand ziet het, het laatste boek van Dolf Verroen. In losse navolging van zijn Oorlog en vriendschap (2016) wortelt ook dit boek in het verleden van de auteur. Het speelt net na de oorlog, rond 1947, en gaat over de dertienjarige Victor, die weet dat hij niet op meisjes valt. De eerste zin van het boek is dan ook: 'Natuurlijk wist ik dat ik homo was, maar ik durfde er met niemand over te praten.'
In deze directe stijl lezen we vervolgens over het laatste jaar van de lagere school. Victor hoopt dat hij naar het gymnasium mag, maar de meester weet het nog niet zo zeker. Het gaat ook over de dood van een klasgenootje, en hoe verschillende klasgenoten daarop reageren. Verroen schetst heel naturel hoe Victors verhoudingen tot de jongens (en een enkel meisje) in zijn klas zijn, waarbij hij soms behoorlijk in de war is over wat de ander nu precies bedoelt. Waarom vraagt die ene, heel aardige jongen hem mee naar zijn kamer? Waarom wil dat ene, voorlijke meisje met hem naar de vijver?
Het boek leest heerlijk, door die parlando-achtige stijl, door dat heel natuurlijke vertellen. De portretten die Charlotte Dematons door het boek heen strooit zijn prachtig aanvullend - ze heeft geen grote scènes nodig om toch genuanceerd te tonen welk scala aan gevoelens er soms door de jonge Victor heen razen. Niemand ziet het is mooi uitgegeven, met een heel fijn aanvoelende cover en met stevige bladzijden, en dan zijn er ook nog die bijzondere laatste hoofdstukken, als Victor het er tegenover zijn (geweldige) ouders uitflapt dat hij homo is. Zo'n fijn boek.

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.  

dinsdag 17 maart 2020

NAAR BED GAAN IS GEDOE - Wessel Sandtke & Marieke van Ditshuizen (Volt)

Het begint al op de schutbladen: daar zien we een vader en een moeder rennend door een labyrint, achter hun zoontje aan, dat hen met zijn knuffels ver vooruit is. In deze dagen van kinderen die thuisgehouden moeten worden zal dat labyrint voor veel ouders een herkenbare metafoor zijn.

In het verhaal, dat door Wessel Sandtke (van wie dit het tweede prentenboek is, eerder verscheen Het geheugen van een olifant, met Jan Jutte) in soepel rijm wordt verteld, is het zoontje zélf aan het woord. Hij wil nog niet gaan slapen, en daar heeft hij allerlei goede redenen voor. Die speelt hij een voor een uit naar zijn ouders, aangevoerd door zijn algemene verzuchting: 'Naar bed gaan is gedoe.' Natuurlijk zal hij ergens in de avond toe moeten geven aan de slaap, en hoewel dat het einde van het verhaal lijkt, is er dan nog een écht einde: de volgende ochtend.

Marieke van Ditshuizen koos voor een vrolijke (enigszins op de auteur gelijkende) hoofdpersoon met krullen. Zijn lievelingsknuffel is een grappig ruimtewezen, met twee heel lange armen. In lichte, waterverfkleuren vertelt ze het verhaal dat de coupletten van de tekst met elkaar verbindt. Zo zien we op de ene plaat hoe het jongetje door zijn slaapkamerraam naar buiten klimt, en op de volgende zien we hoe zijn moeder de deur opendoet en daar heel verbaasd haar eigen zoontje aantreft. Het leuke aan de tekeningen is ook dat we een aantal van de knuffels kunnen volgen, die in navolging van de hoofdpersoon een eigen al dan niet recalcitrant verhaal vertellen. Een heel fijn boek dus, vol van licht, kleur en op elke spread meerdere redenen tot glimlachen. 

Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of hier.