Posts tonen met het label poezie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poezie. Alle posts tonen

vrijdag 29 juli 2022

APPLAUS VOOR MIJN VINGER - Erik van Os & Jan Jutte (Querido)

Het gaat verdorie goed met de kinder- en jeugdpoëzie. Zeker als er bundels zoals Applaus voor mijn vinger uitkomen. Erik van Os heeft al heel veel verzen en gedichten op zijn naam, maar dit is met afstand zijn beste verzameling. We lezen liedjes en vrije verzen en aforismen die zo'n beetje voor jongeren werden geschreven die naar de eerste jaren van de middelbare school gaan - ik zeg 'zo'n beetje', want het landingsgebied van deze poëzie is veel breder. Neem een fantastisch gedicht als:

VOOR MIJN VOETEN

Dit blad viel van deze boom.
Dat was nog nooit gebeurd.

Ik zag het en wist: hier
gebeurt iets bijzonders.

Nu niet beginnen over
miljarden andere gevallen
blaadjes aan de bomen.

Moet je dit blad zien
liggen.

En dan is Jan Jutte er ook nog. Hij blinkt uit in illustraties in kleur bij elk gedicht, en zelfs nog wat meer. Bij het bovenstaande vers zien we een gefotografeerde achtergrond, we zien een donkerbruin blad en over dat blad heen ligt, in blauwe lijn, een meisje te slapen. Twee sterke details: ze heeft sokjes aan, en: ze ligt net niet precíés op het blad, waardoor de tekening spannender wordt.

De rest van het boek is een carroussel van kleur en compositie. En dan zijn er nog de ontelbare referenties aan de kunstgeschiedenis. We zien Picasso terug, we zien Roy Lichtenstein, we zien Matisse, we zien zelfs een klein beetje Marlene Dumas. Maar er is geen enkele bijkennis nodig: we zien vooral een tekenaar die het zo erg naar zijn zin heeft gehad. Qua beeld en tekst is dit een van de fijnste boeken van het jaar.

128 pagina's, leeftijd: 11+. Koop of bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of anders hier.

donderdag 19 mei 2022

VOOR ALTIJD VANDAAG - Koos Meinderts & Annette Fienieg (Hoogland & Van Klaveren)

Deze week kwam Voor altijd vandaag uit, een dichtbundel in prentenboekvorm, met korte gedichten van Koos Meinderts op de rechterpagina en grote tekeningen van Annette Fienieg op de linkerpagina. Strikt genomen is Voor altijd vandaag niet voor kinderen of jongeren geschreven, maar zowel tekst als beeld is van een zo fijne helderheid, dat ook wie minder poëzie-ervaring heeft er veel moois uit kan halen - en Meinderts en Fienieg zijn natuurlijk belangrijke kinderboekmakers, dus ik tip het boek hier graag.

'Een lied van heimwee en verlangen/ als een hommel, in een glas gevangen.' Dat zijn twee regels uit het gedicht Onder het asfalt, en misschien zijn ze wel exemplarisch voor de bundel zelf. De gedichten roepen een lichte nostagie op, soms, maar dan wel met de nadruk op 'licht'. Nergens wordt het te zwaar, nergens vervallen we in wanhoop om het feit dat alles voorbijgaat. Misschien doet de bundel meer wat in het gedicht Spiegel staat:

Zoals voor mij een man een vrouw
een meisje in de spiegel keek
of een jongen zoals ik
zo kijk ik nu in de spiegel
met een blik van wie ben ik
stiekem om een hoekje
laat je zien, ik zoek je.

Meinderts zoekt in dat wat zijn eigen leven en zijn blik hem oplevert naar wie hij is en wie hij was. De dood wordt benoemd ('Mijn moeder is dood / dat is erg.'), maar de bundel wordt ook rijkelijk bevolkt door vogels en vogelgezang. Er zijn ultrakorte observaties, er zijn gedichten die bijna een liedtekst zijn, en er is altijd hoop: 'Voorbij de laatste winter / begint een lange zomernacht. / Welkom in de boomgaard / er wordt op je gewacht.' 

De aangename sfeer van dat wat blijft, wordt vooral ook bepaald door de fijne kleurbedding die Annette Fienieg meegeeft. Ze legt een zachte zachtheid onder dit boek, dat aan de ene kant laat zien dat alles genuanceerd is, en aan de andere kant dat er altijd, voor wie zoekt, schoonheid zal zijn. Ja, dat is wat Meinderts en Fienieg vooral bieden met dit boek: kalme troost. Voor wie het wil horen en zien.

 64 pagina's. Koop of bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier. 

zondag 14 juni 2020

BROWN GIRL DREAMING - Jacqueline Woodson (Puffin books, nog niet vertaald*)

Jacqueline Woodson kreeg in 2018 de Astrid Lindgren Memorial Award en dit jaar ook de Hans Christian Andersen Award. Daarmee behoort ze tot de wereldtop van de wereldtop van de jeugdboekenschrijvers en toch is er vrijwel niets van haar vertaald in het Nederlands*. Dat is wat vreemd, zeker gezien haar indrukwekkende rij boeken en diversiteit aan onderwerpen. Ik las haar bekendste boek, Brown girl dreaming (2014), een young-adult-roman (nou ja, als je het zo kunt noemen) in vrije verzen.

Ook dit boek werd bedolven onder prijzen: het was een Newbery Honor Book, het won de Coretta Scott Award en de National Book Award. Het is dan ook een boek zoals je er geen tweede kent. Het boek is namelijk een memoir - een vertelling over de kindertijd en de jeugd van Jacqueline zelf. In vloeiende gedichten vouwt ze haar verleden open. Ze vertelt over haar allereerste jaren in Ohio, toen haar ouders nog bij elkaar waren, maar al snel verplaatst de handeling zich naar het Zuiden, naar Greenville (South Carolina) waar het gezin bij de warme, geweldige grootouders gaat wonen. Woodson vertelt zintuiglijk over het gepiep van de schommel op de veranda, van het meehelpen in de tuin, van haar opa waar ze zo graag tegenaan leunde - totdat de kinderen door hun moeder naar New York worden gehaald. Daar is alles grijs en grauw, maar na een tijdje krijgt Jacqueline er een hartsvriendin, Maria (die ze nog altijd als haar beste vriendin beschouwt, vertelt het nawoord, waarin we trouwens ook een fotokatern aantreffen).
Het gaat ook over haar briljante oudere zus en over haar broertjes, en vooral over hoe Jacqueline een langzame lezer is, maar stapje voor stapje de kracht van verhalen en van het schrijven leert. Daar gaat dit boek voornamelijk over: hoe verhalen kracht geven en hoe je door ze te horen, te bedenken en te schrijven kunt leren wie anderen zijn, en zodoende wie jij bent.

Het als zwart meisje opgroeien kan natuurlijk, hoe tegen de borst stuitend ook, niet zonder in aanraking te komen met racisme. Woodson (geboren in 1963) heeft nog meegemaakt dat ze niet aan elk tafeltje in een restaurant mochten gaan zitten als zwart gezin, dat in de bus alleen de achterste banken bestemd waren voor wie zwart was. Evenzeer schrijft Woodson over buitengesloten zijn als kinderen van een Jehova's Getuigen-familie - maar vooral dus over verbeelding, familie, afkomst, liefde en vriendschap. Daarmee is Brown girl dreaming een boek dat inzicht biedt, dat genuanceerd geschreven is, dat binnen elk gedicht langzaam lezen afdwingt, maar toch ook snel leest door Woodsons helderheid.

Bekijk tenslotte Woodsons TED-talk eens, dan wordt duidelijk wat haar overtuigingen zijn, hoe haar stem klinkt (ook haar stem als schrijver) en waarom het vanzelfsprekend is dat zij in 2015 in de Verenigde Staten de Young People’s Poet Laureate werd, en waarom gelukkig heel veel mensen vinden dat zij altijd (niet alleen nu) beluisterd en gelezen moet worden.

*update november 2020: het boek zal in het voorjaar in een Nederlandse vertaling verschijnen bij uitgeverij Volt!

352 pagina's, leeftijd: 12+
Bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of bestel het hier.

woensdag 9 januari 2019

OME JAAP HEEFT ZEVEN ZUSSEN - Bette Westera, met tekeningen van Jeska Verstegen (Zwijsen)

In een serie die aansluit bij leesmethode Estafette verscheen al een tijdje geleden een heel aardig versjesboek. Het werd geschreven door een van onze bekendste dichters: Bette Westera, In het vrolijke Ome Jaap heeft zeven zussen staan vijftien verzen over familieleden. In strofes met heldere en strak gehanteerde rijmschema's, en met een lekker voorleesbaar metrum, vertelt Westera over verre neven, lelijke ooms en rare tantes.
De tekeningen van Jeska Verstegen zijn met zichtbaar plezier gemaakt, en beslaan steeds een hele bladzijde naast ieder gedicht.

Mijn drie favoriete verzen zijn 'Als' (waarin een jongetje zich afvraagt wat er van hem geworden zou zijn als zijn moeder zijn tante was), 'Ome Jaap' (waarin virtuoos rijmend verteld wordt dat er allerlei apen, schapen, zussen en poezen in het bed van deze oom liggen) en vooral 'Oer-opa', dat gaat over 'de opa van de opa van de opa van de opa van de opa van mijn opa', en zijn dagelijkse bezigheden. Met een heel geinige dubbele laatste strofe (excuus voor de spoiler) -

'Hij was een echte jager.
Hij ging nooit naar de slager,
maar holde door de bossen
en daar schoot hij dan een beest.

Hij zocht met oma samen
naar bessen en naar bramen.
Als hij dat nooit gedaan had,
dan was ik er niet geweest.'

donderdag 7 september 2017

ONDER MIJN MATRAS DE ERWT - Ted van Lieshout (Leopold)

De kinderliteratuur - nee, élke literatuur - heeft eigenzinnige makers nodig, mensen die de grenzen opduwen. Ted van Lieshout doet dat. Hij deed dat altijd al, maar zijn nieuwe dichtbundel ONDER MIJN MATRAS DE ERWT is een van zijn allersterkste boeken en dus ook een van die allersterkste breekijzers.
De bundel spreidt, in vijfendertig gedichten, het portret uit van een meisje dat - denk ik - zweeft tussen haar kindertijd en haar puberjaren. Ze kan als een basisschoolleerlinge spelen met de gedachte dat haar moeder haar echte moeder niet is, maar ook samen met een vriendin geïntrigeerd zijn door een exhibitionist in een auto, of zich afvragen of ze misschien méér voelt voor dat vriendinnetje dan enkel vriendschap. De gedichten zijn rijk en lang of juist kort en strak, ze gaan van vrolijk naar serieus en hard - en altijd is er dat zoeken naar de eigen plek, misschien wel gaande gehouden door de metaforische erwt onder het matras, het eigenlijk-ben-ik-een-prinses-gevoel.

Het beeld komt in deze bundel van foto's van door Van Lieshout gemaakte koppen van poppen. Zelf schrijft hij daar in het nawoord over: 'Er zijn mensen die de poppenportretten in dit boek een beetje eng vinden. Dat komt misschien doordat we gewend zijn aan poppen die er mooi en schattig uitzien. Bovendien is het een beetje raar om portretten te maken van poppen alsof het mensen zijn. Toch wilde ik dat graag: foto's maken van poppen die níét snoezig zijn.' Snoezig zijn ze zeker niet, maar ze passen fantastisch bij het wringende gevoel uit de gedichten: ze tonen wezens die peinzen, die dromen of die verdwaald lijken. Steeds is elke kop getooid met iets dat met de gedichten te maken heeft: een tulband van een dweil, een kardinaalsmuts van een 20-euro-briefje (naast een gedicht dat 'negentien vijfennegentig' heet), een diadeem van erwten - en zo nog veel meer. In de ruime inhoudsopgave die voorafgaat aan het boek zien we trouwens drie door Van Lieshout getékende portret van het opgroeiende meisje, waarin hij haar als het ware aan ons voorstelt.

Het is een genot om dit boek tot je te nemen. Niet één, maar twee, zestien of een oneindig aantal keren. ONDER MIJN MATRAS DE ERWT verrijkt de jeugdpoëzie (en toont daarmee meteen de aarzelend op gang komende, maar met deze bundel duidelijk aangetoonde revival ervan aan), maar ook de poëzie-illustratie. ONDER MIJN MATRAS stoot door onze vastgelopen normen heen en is daarmee niet alleen geweldig, maar ook stikbelangrijk.

zaterdag 25 april 2015

NOOIT DENK IK AAN NIETS - Hans & Monique Hagen en Charlotte Dematons (Querido)

Hans & Monique Hagen verwoorden de vragen van een heel jong kind dat verwonderd om zich heen kijkt en de hele wereld wel zou willen omarmen. Heel knap is dat - omdat ze dat doen zonder over de hoofden van diezelfde kinderen heen te gaan. Daarmee wordt NOOIT DENK IK AAN NIETS een belangrijk boek, een boek dat bij dat omarmen helpt en overal vragenvuurtjes die sluimerden blij hoog leven inblaast. Over de dood, over liefde, over de hemel, over God zelfs. En dan zijn er die fan-tas-tische tekeningen van Charlotte Dematons. Alle spreads uit dit boek zou je aan de wand van de slaapkamers van al je nichtjes en neefjes willen hangen, zodat ze 's ochtends wakker kunnen worden in de hemel die ze schilderde bij 'God', in de wolkenvoorstelling van 'Hemel' of tussen de zelfverzonnen monsters van 'Bang'.  Heerlijk zijn de referenties naar kunstenaars als Van Gogh, Giacometti of Matisse, zijn de grapjes en de miniatuurtjes, maar de stralendste plaat is wel die bij 'Veren': bij het fijne versje over jezelf leren vliegen ('hocus pocus icarus')  toont Dematons een meisje dat in de lucht zwémt, met in de lucht om zich heen: vliegende... vissen. Een koesterboek.